‘In een ziekenhuis raak ik altijd in paniek’

Sara (28) kreeg op haar tweede acute lymfatische leukemie. Ze dacht altijd dat zwanger worden er als gevolg van de chemotherapie niet inzat. Haar zoontje Matz noemt ze dan ook een groot wonder. 

‘’Op mijn tweede kreeg ik vlekjes en ben ik acuut naar het AMC gebracht. Daar bleek ik kanker te hebben en er werd meteen gestart met chemotherapie. Vlak voordat ik ziek werd overleed mijn vader. Veiligheid en geborgenheid maakten plaats voor kanker en het ziekenhuis. Mijn moeder was hoogzwanger en woonde bij mijn vader want ook hij had net zijn vrouw verloren. Het was een hele heftige tijd voor ons allemaal. Ik kan me er niet veel meer van herinneren, maar het gevoel weet ik nog precies. Ik was doodsbang in dat ziekenhuis. Ik voelde me ziek en kreeg vreselijke beenmergpuncties en ruggenprikken. Als mijn moeder wegging, was het drama. Die prikken zijn nog lang na dat jaar doorgegaan en ze waren echt heel naar. Dat gevoel van angst en overgeleverd zijn aan doktoren kan ik me nog goed herinneren. Daardoor heb ik nu nog een enorme angst voor ziekenhuizen. Ik krijg het benauwd en paniekaanvallen. Ik wil niet naar het ziekenhuis. Er moet iemand meegaan, al ga ik voor iets simpels als een echo of een foto. Als ik alleen moet, dan durf ik niet.

Ik heb duidelijk wat overgehouden aan de kanker in mijn jeugd. Het kan nog veel meer gevolgen hebben. Al weten ze nog niet precies wat de gevolgen van de behandelingen zijn. Vervroegd in de overgang, vermoeidheidsklachten, nierproblemen en vruchtbaarheidsproblemen. Vooral dat laatste heb ik altijd zo ver mogelijk weggestopt. Ik wilde er niets van weten, kon er nog niet mee dealen. Dat was iets voor de toekomst. Dan zou ik dan wel zien hoe ik ermee omging. Maar zoiets zit altijd in je achterhoofd. Ik wist altijd dat ik dolgraag een kindje wilde. Dat ik tenminste één keer zwanger wilde worden. Dat leventje in mijn buik, dat leek me geweldig. Dat gevoel stopte ik weg. Daar kon ik niets mee zo lang ik er niet mee bezig was. Maar bij elke controle in het ziekenhuis werd er gevraagd naar mijn kinderwens. En in elke brief of folder van het ziekenhuis stond iets over vruchtbaarheidsproblemen en op internet staan veel droevige verhalen van vrouwen bij wie het niet lukt. Dat maakte me verdrietig, maar de heftigheid probeerde ik niet te laten doordringen. Op mijn 21e werd ik gevraagd mee te werken aan een onderzoek over de gevolgen van chemo op jonge leeftijd. Ik deed niet mee. Ik wilde niet weten of ik wel of geen kinderen kon krijgen.’’

‘’Toen ik Bas ontmoette, vertelde ik hem vrij snel dat de kans op een kindje met mij klein zou worden. Dat is zoiets essentieels, dat moet je snel bespreken. Hij maakte er geen probleem van. We zouden het wel merken en lukte het niet, dan zouden we toch lekker veel gaan reizen? Ik was blij met zijn reactie en schoof het voor me uit. Maar ik wist dat ik niet te laat moest beginnen als ik kinderen wilde. Misschien lukte het niet, zou het lang duren, moest ik de medische molen in of zou ik vervroegd in de overgang raken. Op mijn 23e kwam mijn kinderwens in alle hevigheid opzetten. De internist stelde voor dat we het een half jaar zelf zouden proberen voordat we naar het ziekenhuis zouden gaan.’’

Ovulatietesten

“Het is voor iedereen spannend om te proberen, voor mij was het extra beladen. Ik kocht meteen ovulatietesten. Ik ovuleerde, dus dat was goed. Lekker ontspannen proberen en wel zien hoe het loopt, dat lukte niet. Maar ik had wel bewust gekozen om voor onze bruiloft te beginnen, zodat ik afgeleid zou zijn. Nu ik eenmaal had toegegeven aan mijn kinderwens, kwam er veel gevoel los. Elke maand was ik heel erg teleurgesteld. Mijn angst dat het niet zou lukken werd steeds groter. Dit kon heel heftig gaan worden, dat wist ik. Nog eens versterkt door mijn ziekenhuisfobie. Maar na vier maanden was het al raak. Ik was dolgelukkig! Maar ook doodsbang. Wat als het mis ging. Wat als ik maar een goede eicel had en het zou mis gaan? Onbezonnen ben ik nooit geweest. De hele zwangerschap was er die angst. Ik deed ook heel voorzichtig, hield me aan alle regeltjes. De angsten, de bezoekjes aan het ziekenhuis, de onzekerheid. Het was zwaar in mijn hoofd. Maar het is gelukt. Anderhalf jaar geleden is Dex geboren. Ik was zo blij. Ik kon niet geloven dat ik dit mee mocht maken. Dolgelukkig was ik met dat kleintje in mijn armen. De internist noemde hem een wonder en dat is hij ook. Elke dag realiseer ik me wat een mazzel ik heb, wat een fijn leven en wat een geweldig kind. Misschien krijg ik er maar een, dus ik geniet extra van ons kleine, mooie wonder.’’

April 2014