Geen dak boven je hoofd

Het aantal nieuwe daklozen groeit, toch is dit fenomeen nog vrij onbekend. Het stereotype beeld van onverzorgde en verslaafde zwervers die voor overlast zorgen, is achterhaald. ‘Dakloos zijn kan iedereen overkomen’.

John (52) draagt een donkere jeans, dikke zwarte jas, stevige stappers en een zwarte rugzak. Zijn haren zijn geknipt, schone nagels, verzorgd uiterlijk en een vriendelijk gezicht. Niets aan hem doet vermoeden dat hij al anderhalf jaar op straat zwerft. ,,Dat is ook de bedoeling. Ik vertel nooit hoe ik leef. Deed ik dat in het verleden wel, dan deinsden mensen achteruit. Alsof het een besmettelijke ziekte is’’, vertelt John, die niet op de foto of met zijn echte naam in de krant wil. ,,Er zit een stigma op daklozen. Een grote groep is ook verslaafd of heeft psychische problemen, maar daar hoor ik niet bij. Zoals ik op straat ben beland, dat kan de meesten overkomen. Helaas.’’

John verloor zijn baan, vertrok in 2000 naar Amsterdam en werkte daar in de horeca. Vier jaar geleden had hij voor het laatst een vaste baan. ,,Ik maakte me niet direct zorgen. Ik woonde gratis bij kunstenaars en dacht dat ik zo werk zou vinden. Naïef achteraf. Tijdelijke baantjes lukten wel, maar geen vastigheid. Toen de kunstenaars verhuisden naar een kleinere ruimte, was ik mijn slaapplek kwijt. Ik had geen werk, geld, vangnet, netwerk, ik kon nergens heen. Ik bleef laconiek, raak niet snel in paniek. Als werkloze leefde ik overdag al veel op straat, het was zomer, dus de nachten erbij waren geen ramp.’’

John schreef zich in bij de gemeente voor een daklozenuitkering en bij Woningnet. De wachttijd is acht jaar, maar over twee jaar komt hij in aanmerking voor een seniorenwoning. ,,Ik dacht dat ik sneller iets zou vinden, dat valt tegen. Als dakloze zit je in een vicieuze cirkel’’, meent hij. ,,Voor een baan moet je een huis hebben. Ik werkte een tijdje in de horeca met een fictief adres. Toen ze er achter kwamen dat ik op straat leefde, werd ik eruit gegooid. Mensen willen geen dakloze binnen. Ze zijn bang dat je steelt of voor problemen zorgt. Praktisch gezien is werken ook lastig. Ik leef op straat, ik douche bij inloophuizen die pas openen tijdens kantooruren. Ongewassen werken is geen optie.’’

John staat zeker niet alleen met zijn verhaal. Bij daklozenorganisaties kloppen steeds meer ‘nieuwe’ daklozen aan. Mensen zonder baan, met schulden, ZZP-ers die het hoofd niet boven water kunnen houden en hun huis verliezen. Zij slapen tijdelijk bij vrienden, familie, in opvanghuizen of op straat. Olga Kostelac Zarkov van het Leger des Heils in Rotterdam ziet de wachtlijst voor dag- en nachtopvang groeien. Overdag is de opvang aan de Westzijdijk, zeker als het koud is, met zo’n 200 man ‘propvol’, ‘s nachts is er ruimte voor 47 mensen. Anderhalf jaar geleden was dat aantal nog 36. ,,De situatie is schrijnend. Mensen staan smekend voor de deur of ze hier mogen slapen. Het doet pijn om ze weg te moeten sturen, wetend dat ze buiten moeten slapen’’, vertelt Kostelac. ,,Ik lig er wakker van, maar dat verandert de situatie niet. We proberen iedereen zo goed mogelijk te helpen, maar de problematiek wordt al groter.’’

Het aantal nieuwe daklozen groeit, toch is dit fenomeen nog vrij onbekend. Het stereotype zwerver is nog altijd een onverzorgde verslaafde die overlast veroorzaakt. Wellicht zorgt zwerver Rienk met zijn deelname aan het tv-programma Utopia voor een ander beeld? Hij is duidelijk geen prototype. Geen drank, drugs of andere verslavingen, maar een krachtige persoonlijkheid die in de wereld ‘buiten’ zijn draai niet kon vinden. Jan Laurier van Federatie Opvang denkt dat Rienk wel wat teweeg brengt. ,,Het zorgt voor meer aandacht voor zwervers en laat een andere kant zien. Het is belangrijk dat mensen zich realiseren dat dit iedereen kan overkomen. Het betreft hele normale mensen bij wie het even tegenzit. Natuurlijk speelt eigen schuld soms een factor, maar ook dat is menselijk.’’

Georgia (57) uit Rotterdam weet er alles van. Sinds oktober 2013 verblijft ze in de nacht en dagopvang van het Leger des Heils. Met haar verzorgde uiterlijk, hoge hakken, jurk en een fleurig sjaaltje is ze zeker geen stereotype. ,,Je moet er toch wat van maken’’, lacht ze. ,,Ik wil niet verslonzen, dan is het eind zoek. Niemand weet dat ik dakloos ben. Zelfs mijn familie niet. De schaamte is groot.’’ Georgia raakte vorig jaar haar baan als toiletjuffrouw kwijt. Ze had het al niet breed en zakte in een depressie. ,,Het was me allemaal teveel. Ik kon niks meer opbrengen, kwam een half jaar mijn bed niet uit. Vreselijk natuurlijk. Voor mezelf, maar ook voor mijn dochter van 21 die bij mij woonde. Zij probeerde me het bed uit te krijgen, maar ik voelde me te ellendig.’’

Georgia ondernam niets meer. Betaalde geen rekeningen, vroeg geen uitkering aan, liet haar post ongeopend. ,,Ik stak mijn kop in het zand, schulden stapelden zich op. De huur, ziektekosten, belastingen, dat loopt op. Een huisuitzetting volgde. Radeloos was ik. Daar stonden we dan met lege handen. Ons huis ontruimd, we mochten niets meenemen. Spullen worden drie maanden bewaard en daarna vernietigd. Alles is weg. Meubels en kleding krijg ik wel weer, maar foto’s komen nooit terug. Dat doet zeer.’’

Georgia is erg op zichzelf, heeft weinig contact met familie en vrienden. Daar hulp vragen was geen optie. Voor haar dochter regelde ze opvang bij een vriendin en haar ouders, zelf klopte ze aan bij het Leger. ,,Voor mijn gevoel had ik gefaald. In het begin was het moeilijk hier, ik voelde me niet veilig. Als iemand in de dagopvang begon te schreeuwen, rende ik al richting de uitgang. Nu ben ik het gewend, heb hier een groepje lieve mensen om me heen verzameld. Ik overleef het wel. Overdag help ik in de keuken bij de dagopvang, ’s avonds bij de nachtopvang. Dat doet me goed. Gelukkig kan ik mijn dochter dit besparen. Ze is zelf vrij nuchter, maar ik voel me schuldig. Soms denk ik wat doe ik mijn kind aan, wat doe ik mezelf aan. Daar kan ik niet in blijven hangen. Ik wil zo snel mogelijk weg, dus moet mijn problemen aanpakken. Daar ben ik nu druk mee bezig’’

Ook Nerva (55) slaapt in de slaapzaal van het Leger des Heils en brengt haar dagen door in de dagopvang. Ze is positief, maakt grapjes, lacht veel. Maar tranen vloeien er ook. ,,Mijn zoon vindt het vreselijk dat ik hier zit’’, zegt Nerva terwijl ze haar tranen wegveegt met haar mouw. ,,Hij wil dat ik bij hem en zijn vriendin kom wonen. Maar ik wil ze niet tot last zijn. Ik hoor voor mijn kind te zorgen, niet andersom. Hij is hier één keer geweest en stond huilend voor de deur. Daarna heb ik hem gevraagd weg te blijven. We spreken soms ergens af. Maar hem hier te zien, is te confronterend voor ons allebei.’’

Nerva heeft sinds haar woning in 2003 afbrandde, geen vast adres. Ze woonde bij schoonfamilie, had een baan, werd ziek en belandde in de WW. Schulden stapelden zich op. ,,Ik kon niet meer bij familie terecht want zij worden gekort op hun uitkering als ik bij ze woon. Dat wil ik niet. Ik trok in bij vrienden in Rotterdam, maar zij hadden zelf genoeg problemen. Werk vinden in deze crisis lukte niet, net als een woning met een schuld van ruim €40.000.’’ Ze kon nergens naartoe en belandde bij het Leger. ,,Vreselijk om hulp te vragen. Ik had toch een bepaald beeld van de mensen hier en schaamde me dat ik daarbij hoorde. Maar op straat slapen leek me nog erger. Het valt hier zo mee. ’s Avonds speel ik spelletjes met de andere vrouwen en overdag help ik in het kleine kledingwinkeltje van de opvang. Zo maak ik me nuttig. Ik ben gegroeid sinds ik hier ben. Sterker en zekerder geworden. Ik zit in de schuldsanering, werk aan mijn toekomst en kan binnenkort begeleid gaan wonen.’’

Sinds kort sport Nerva bij Fit for Free. Daar ontmoet ze weer andere mensen dan daklozen. ,,Ze hebben daar geen douches. Na het sporten zeg ik dat thuis lekker lang onder de douche spring. Daar moet ik in mezelf hard om lachen. Die mensen hebben geen idee dat ik geen huis heb, geen douche of bank om op te zitten. Het voelt goed dat ze me niet als dakloos zien, maar gewoon als mens. Want dat is wat ik ben.’’

Dat is ook voor John belangrijk. Hij wil niet zielig gevonden worden. ,,Het zat even niet mee, maar ik wil geen medelijden. Ik ben niet ongelukkig. Ja, ik heb moeite met de doelloosheid van mijn bestaan. Het feit dat ik niks doe met mijn hersenen en mijn handen. Maar dat komt wel weer.’’ Tot die tijd maakt John het beste van zijn zwerversbestaan. Bij inloophuizen van De Regenboog kan hij douchen, drie keer per dag eten, kleren wassen, zijn haren en nagels laten knippen. ,,Ik loop nooit doelloos rond, zoals veel zwervers. Overdag loop ik van het ene inloophuis naar de volgende. En al ga ik nergens heen, toch slenter ik nooit. Ik doe alsof ik onderweg ben. Rechtop, de pas erin en dan wandel ik naar een parkje, het station, centrum of de bibliotheek.’’

De avonden brengt John door in de bibliotheek. Daar zit hij warm, spit de kranten door en speelt via wifi met zijn telefoon. Om 22 uur volgt zijn vaste rondje door het centrum. ,,Ik ga langs kroegen, hotels en andere plekken. Op zoek naar spullen die ik kan gebruiken. Je wil niet weten wat mensen allemaal verliezen, vooral in het weekend. Geld, sieraden, kleding. Laatst vond ik een jas compleet met sjaal en muts. Zo kom ik aan mijn kleren.’’

John slaapt sinds hij op straat leeft in een portiek van een grachtenpand. Daar ligt hij meestal vanaf een uur of twee. ,,De eigenaar weet dat ik voor de deur lig, net als buurtbewoners. Zij hebben er geen moeite mee. Ik ben niemand tot last, maak geen rotzooi, ik pak mijn slaapzak en ga liggen’’, vertelt hij. ,,Het is een prima plek, maar veilig is het nooit. Soms vinden mensen het leuk om mij wakker te maken, soms is mijn slaapzak zeiknat omdat er een lolbroek op heeft geplast en vorig jaar werd ik in elkaar geslagen door een groep jongeren. Er gebeuren ook mooie dingen. Iemand heeft wel eens een lekker broodje naast me gelegd en een keer een slaapzak. Je weet nooit wat er kan gebeuren dus ik ben altijd op mijn hoede. Dat onveilige gevoel, is het moeilijkste van dit bestaan.’’

Volgens belangenvereniging Federatie Opvang groeit vooral de groep jongeren en daklozen tussen 51 en 64 jaar. Voor jongeren is de verklaring te vinden in de hoge werkloosheid, toename van schulden en een groot gebrek aan betaalbare huisvesting. Martijn (28) weet er alles van. Twee maanden zwierf hij op straat en sliep hij in de opvang van dnoDoen in Alkmaar. ,,Het afgelopen half jaar was zo heftig. Je hebt niks meer. Geen huis, geen geld, geen eigen spullen. Je zit aan de grond, moet helemaal opnieuw beginnen. Ik heb geen opleiding en ben geen 18 meer dus werknemers zitten niet om mij te springen. Net als een huurbaas met mijn schuld van €5000.’’

Martijn woonde samen toen het bedrijf waar hij voor werkte failliet ging. Het thuiszitten en de geldproblemen zorgden voor ruzies met zijn vriendin. De situatie werd onhoudbaar en Martijn vertrok. Naar zijn moeder wilde hij, door omstandigheden, niet, net zo min als crashen bij vrienden. ,,Ik wil niet afhankelijk zijn van anderen. Dat stuitte op veel onbegrip en verdriet. Vrienden zien dit als heel laag, snappen niet waarom ik hiervoor kies. Maar ik heb geen andere optie.’’

Martijn zit sinds oktober in het trainingshuis van dnoDoen. Daar heeft hij een eigen kamer en van daaruit kan hij solliciteren, regelingen treffen met schuldeisers en een uitkering aanvragen. ,,Ik zat in een bepaald patroon en kwam er niet uit. Hier moet je het ook zelf doen, maar wel met ondersteuning.’’ Hij ontmoette daar zelfs zijn vriendin Anique (20). ,,We zagen elkaar en het klikte meteen. Nooit verwacht dat ik hier verliefd zou worden!’’, lacht Martijn. ,,Anique zat in dezelfde situatie, dus we begrijpen elkaar. Ook bij haar is er veel onbegrip. Sommige vrienden willen geen contact meer omdat ze zo laag is gezonken. Triest. Ze zit inmiddels in het begeleid wonen project en ik heb waarschijnlijk snel werk. Een simpel baantje, maar dat maakt niet uit. Als ik eenmaal geld verdien, kan ik ook begeleid wonen, mijn schulden aflossen, een opleiding volgen. Ik weet nog niet welke opleiding, maar het zijn in elk geval stappen vooruit.’’

Govert (44) is ook vooral bezig met de toekomst. Hij woonde in bij een vriend in Amsterdam en is sinds oktober dakloos. ,,We werden zomaar hardhandig en geheel onterecht op straat gezet. We zijn alles kwijt geraakt. Mijn werk, rugzak, zelfs mijn kunstgebit. Ik ging helemaal door het lint. Willem is altijd goed voor mij geweest en dan wordt er zo met hem opgegaan. Ik was zo kwaad, zo teleurgesteld in alle instanties. Willem bleef rustig en kon mij kalmeren. Hij geeft niet op, vecht de uitzetting aan en heeft inmiddels een huis beneden de rivieren. Ik wilde hier blijven. Via een kennis kon ik in een oude, koude caravan, dus ik heb tijdelijk een dak boven mijn hoofd.’’

Overdag bezoekt Govert inloophuis Blaka Watra waar hij voor een kleine vergoeding kan douchen, eten, drinken en aanspraak heeft. Hij doet vrijwilligerswerk en werkt ’s avonds in de caravan aan esoterische luisterboeken. Daar wil hij zijn geld mee verdienen. ,,De apparatuur die ik had ben ik kwijtgeraakt tijdens de uitzetting. Nu type ik de teksten van mijn boeken, zodat ik ze straks op kan nemen. Ingepakt in dekens tegen de kou werk ik er hele nachten aan.’’

,,Dit bestaan is eenzaam. Er wordt op je neer gekeken, medewerkers van het DWI en de gemeente doen alsof je niks voorstelt. Mensen vinden je een luiwammes als je op straat leeft. In dit wereldje zie je veel mensen met verslavingen, maar er zijn er genoeg die eruit proberen te komen. Die hun problemen niet verzachten met drank en drugs. Dat is bij mij ook zo. Ik ben goed bezig met mijn luisterboeken en droom ervan esoterisch psycholoog te worden. Dat gaat heel diep, dat komt van binnenuit. Er zijn genoeg mensen die in mij geloven, dus ik ga ervoor. Hopelijk hoef ik straks nergens meer mijn hand op te houden, kan ik het allemaal zelf doen.’’

Daklozenopvang

Er is verschillende opvang voor daklozen, zoals crisisopvang, nachtopvang, inloophuizen waar daklozen kunnen douchen, eten en wassen, trainingshuizen en een traject begeleid wonen. De eigen bijdrage voor daklozen verschilt per instelling en gemeente. Bij sommige inloophuizen krijgen daklozen gratis koffie en thee en drie maaltijden per dag, soms wordt er bijdrage van 0.50 tot een paar euro gevraagd voor eten en voorzieningen. Het tarief voor nachtopvang varieert van gratis, een paar euro tot een inkomensafhankelijk bedrag.

Federatie Opvang

Het aantal daklozen groeit, de opvangcentra zitten vol, er zijn lange wachtlijsten en gemeenten bezuinigen op opvang. Zo heeft de helft van alle gemeenten vorig jaar veel minder besteed aan deze hulp. Voor 2015 is een verdere bezuiniging aangekondigd van landelijk 25 miljoen euro.

Jan Laurier, voorzitter van Federatie Opvang, maakt zich zorgen. ,,Steeds meer gezinnen vragen hulp. Dat is in en in triest. Huis en haard verlaten is het laatste wat zij willen. Voor deze groep is preventie belangrijk. Instanties moeten alerter zijn en ingrijpen voordat mensen op straat staan. Kijk wat er bij huur- of hypotheekachterstand gedaan kan worden, zorg dat schulden niet verder oplopen en schakel een schuldhulpverlener in.’’

,,Daarnaast zou er meer geïnvesteerd moeten worden in goedkope huisvesting en daklozenopvang, een betere samenwerking van instanties en de extramuralisering van de zorg anders opvangen. Nu zijn er steeds minder bedden beschikbaar in GGZ klinieken en moeten mensen vaker zelfstandig wonen, wat in de praktijk inhoudt dat er meer verwarde mensen op straat komen te staan. De instellingen en gemeenten staan voor een grote uitdaging om de problemen aan te pakken. We moeten duidelijke afspraken maken zodat iedereen de juiste opvang en steun krijgt om vervolgens zo snel mogelijk terug te kunnen keren in de samenleving.’’

De Federatie Opvang is een brancheorganisatie van zo’n 75 instellingen voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.

22 februari 2014