‘Ons gezin is niet compleet’

Aimee (44) is dolblij met haar zoontje Nemo (10). Zijn geboorte moest de start zijn van haar lievelingswens: een groot gezin. Zes miskramen verder heeft Aimee die hoop opgegeven. Niet iedereen begrijpt hoeveel pijn en verdriet het gedwongen opgeven van haar droom veroorzaakt.

‘’Mijn verdriet is niet te vergelijken met stellen die helemaal geen kinderen kunnen krijgen. Gelukkig niet. Dat lijkt me helemaal vreselijk. Wij hebben tenminste een zoon. Het nadeel van al een kind hebben is wel dat je weet hoe geweldig het is. De wens werd daardoor bij mij juist nog groter. 

Ik riep heel lang dat ik geen kinderen wilde. Ik had niks met van die kleintjes en was helemaal niet bezig met een kind van mezelf. Totdat we op wereldreis gingen. Opeens ging de knop om en wilden we heel graag kinderen. En dan niet een of twee, we droomden meteen van een groot gezin. Gezellig met z’n allen aan tafel, broers en zussen om met elkaar te vergelijken, die met elkaar konden spelen en elkaar steunen als er later iets met ons zou gebeuren.’’

,,We gingen ervoor. Het duurde een tijd voordat ik zwanger werd. Daar maakte ik me verder niet druk om. Het zou vanzelf wel komen. En zo niet, dan niet. Dan zouden we niet gaan dokteren, spraken we af. Toen ik eenmaal zwanger was, schreeuwde ik het van de daken. Dolgelukkig waren wij. Ik had een hele goede zwangerschap, nooit last van kwaaltjes. Zelfs de bevalling vond ik prachtig. Geweldig die oerkracht die naar boven komt. Ik voelde dat ik hiervoor gemaakt was.

We genoten volop van onze Nemo. Heerlijk zo’n kleintje in huis. De knuffels, kusjes, die kleine armpjes om je heen, die mollige wriemelvoetjes. Ik vond het allemaal zo mooi. Al snel besloten we voor een tweede te gaan. Ik was inmiddels 34 en we wilden er wel vier, dus zoveel tijd hadden we niet. Nemo was een half jaar en het was meteen raak. We hebben het hartje gehoord, de echo gezien. Oh wat waren we blij. Maar met vijftien weken bleek het hartje niet te kloppen. Ons kindje leefde niet meer. Dat was een enorme klap. We hadden nog niemand verteld dat we zwanger waren, dus ook voor de familie was de schok groot. Mijn ouders kregen opeens een huilende dochter aan de telefoon. Dat was zo heftig voor ze. Ze wisten helemaal niet hoe ze met mijn verdriet om moesten gaan.’’

‘’Na die miskraam gingen we meteen verder. Ik was weer snel zwanger, dat verzachtte de pijn een beetje. Ik was wel angstiger dan de eerste twee keer, maar vertrouwde erop dat het goed zou gaan. Maar ook nu stopte het hartje met kloppen. Vreselijk. Ik kon het niet geloven. Na de echo hebben we ons op de bank gestort met een fles wijn. De pijn die we voelden, is niet te beschrijven. We lieten het er niet bij zitten, gingen weer verder. Het kon toch niet drie keer achter elkaar misgaan? Maar in plaats dat ik meteen zwanger was, duurde het nu een tijd. Elke maand was een teleurstelling. We deden er alles aan om zwanger te worden. Ons seksleven werd er niet spannender op, maar dat was op dat moment niet belangrijk. Ik temperatuurde en op mijn vruchtbare dagen vreeën we. Overslaan of even niet opletten kon niet want je was zo weer een maand verder.’’

‘’Toen een zwangerschap uitbleef zijn we weer naar de gynaecoloog gegaan. Ik wilde weten wat nu, want ik werd er niet jonger op. Inmiddels hadden we wel door dat een groot gezin er waarschijnlijk niet inzat, maar we wilden toch wel heel graag minstens één broertje of zusje voor Nemo. Hij wilde het zelf ook dolgraag, vroeg ons er ook naar. We hebben hem overal zoveel mogelijk buiten gehouden, wilden hem niet opzadelen met ons verdriet. Maar als ik dan weer ruim drie maanden zwanger was, gaf ik toch wat hints. Als ik vroeg hoe hij het zou vinden, klaarde zijn gezicht helemaal op.

De arts raadde ons iui aan en we hebben drie pogingen gedaan. De eerste poging was ik overtuigd dat het goed zou gaan. Een vriendin van ons was net overleden en kort daarop bleek ik zwanger. Na zoveel ellende moest er wel iets moois komen, hield ik mezelf voor. Ik geloofde dat zij dit voor ons had geregeld. Dat ze van boven op ons neerkeek en over ons waakte. Toen ook die zwangerschap eindigde, stortte ik in. Ik heb hulp gezocht bij een psycholoog, maar die kon mij niet helpen. Ik zat er nog te vol in.’’

‘’Het was een hele zware tijd. Niet alleen voor ons, ook voor de mensen om ons heen. We hebben iedereen er zoveel mogelijk buiten gehouden. Ik wilde mijn zwakte niet tonen en vond soms dat naasten te weinig moeite deden om echt te horen hoe het met me ging. Ze moesten van mij wel echt doorvragen en interesse tonen, anders hield ik mijn mond. Doordat ik er zo krampachtig mee omging, waren anderen bang om iets te zeggen. Ze dachten dat ik het er niet over wilde hebben. Achteraf begrijp ik dat sommige naasten op eieren hebben gelopen. Ik heb het nog niet uitgesproken met bijvoorbeeld mijn ouders, zus of schoonzus, maar ik geloof best dat ik soms een secreet was. Doordat ik zo gesloten was, heb ik ze buitengesloten. Ze hadden me meer willen steunen, dat heb ik ze ontnomen. Achteraf heb ik daar spijt van. Dat zou ik nu anders doen. Ik dacht toen ook dat het allemaal wel meeviel, dat ik niet zo bezig was met zwanger worden. Nu zie ik pas hoe geobsedeerd ik bezig was. Maar als je iets zo graag wilt, als dat verlangen zo diep van binnen zit, dan doe je er alles voor. Dan ga je tot het uiterste en dan is dat eigenlijk het enige dat telt.’’

‘’Sommige mensen konden dat moeilijk te begrijpen. Ik heb reacties gehad dat het zo fijn was dat ik maar één kind had. Dat ik daar juist de voordelen van in moest zien. Anderen klaagden over hun grote, drukke gezin en vonden dat ik mijn zegeningen moest tellen. Ik kreeg het advies het los te laten en anderen die wisten dat we bezig waren, zeiden het dat het nu wel eens tijd was voor een tweede. Dat we op moesten schieten. Sommige opmerkingen komen uit dommigheid, anderen uit onbegrip. Niet iedereen begrijpt dat het verlangen naar een tweede zo groot is dat je daar zoveel mee bezig bent. Die vinden echt dat je niet moet zeuren omdat je al een gezond en heerlijk kind hebt. Dat onbegrip maakt het verdriet nog groter. Natuurlijk tellen we onze zegeningen en genieten we elke dag van Nemo. Dat neemt niet weg dat we droomden van een groot gezin. Voor ons gevoel is ons gezin zo niet compleet.’’

‘’In zulke tijden leer je wel je vrienden kennen. Ik heb gebroken met een hele goede vriendin omdat zij mij totaal niet begreep. Ook met onze zussen was het soms lastig. Zij hebben allebei twee kinderen gekregen in dezelfde periode. Mijn schoonzus heeft haar tweede zwangerschap heel voorzichtig aan ons verteld, dat vond ik lief. Mijn  zus en ik waren tegelijk zwanger. Geweldig natuurlijk! Zo leuk om dit te delen. Alleen liep het bij mij fout. Dat was moeilijk voor ons allebei. We hebben er woorden over gehad. Ik gaf aan dat ik het moeilijk had, zij ging daar voor mijn gevoel aan voorbij. Dat nam ik haar kwalijk. Ik hield haar op afstand en dat deed haar verdriet. We hebben een hele goede band, maar onze verwachtingen verschilden.  Dat deed pijn. Ik wilde dat mensen wisten dat ik het verdomd zwaar had, ook al liet ik dat niet zien. Ze konden toch wel door die buitenkant heen prikken? Ga niet zeiken over zwangerschapskwaaltjes. Ik weet niet meer of zij dat heeft gedaan, maar dat werd om mij heen wel gedaan. Dat doe je gewoon niet in mijn buurt. Toen mijn nichtje er eenmaal was, was ik blij maar ook verdrietig. Het drukte me met mijn neus op de feiten, wij hadden op dat moment ook een tweede kunnen hebben.’’

 ‘’Na de zesde miskraam zijn we gestopt met proberen. Mijn vriend zag dat ik eraan kapot ging en hij wilde echt stoppen. Ik verwachtte dat er een last van me af zou vallen, dat was niet zo. Ik stortte in een gat. Ik had nog liever die hoop, de vreugde van een zwangerschap en daarna dat immense verdriet, dan helemaal niets. Ik voelde me vreselijk. Eerst was er een allesomvattend verlangend verdriet, daarna volgde woede. Ik was boos op de hele wereld. Ik bleef in die gevoelens hangen, dus heb weer hulp gezocht. Bij de psycholoog ben ik gaan voelen. Ik dacht eigenlijk dat het nu klaar was, dat ik het verdriet op zolder kon zetten en verder kon gaan. Zo werkte het niet. Het was een rouwproces waar ik doorheen moest. Ik heb al mijn emoties gevoeld, ben mezelf wel tegengekomen in die periode. Maar ik leerde ook dat mijn boosheid er mag zijn en dat het verdriet bij mij hoort. Het zal altijd de kop opsteken. Want al heb ik het nu een plekje kunnen geven, dat verdriet is er. Bij alles wat Nemo afsluit voel ik dat dit de laatste keer is. Na hem komt er niets, dus niemand die voor het eerst mama zegt, naar de crèche gaat of de eindmusical op school heeft. Dat verdriet gaat niet weg en dat hoeft ook niet. Ik heb dat alleen wel moeten leren accepteren.    

Zwanger worden heeft tien jaar van mijn leven beheerst. Al die tijd stond ons leven stil. Natuurlijk gaan dingen door, maar echte grote beslissingen stel je uit. Ik wilde veranderen van baan. Dat deed ik niet want misschien was ik binnenkort wel zwanger, dan is een nieuwe baan niet handig. Dan was ik zwanger en op zo’n moment nam ik al helemaal geen ontslag. Als het fout ging ook niet, want dan was ik daar niet mee bezig. Zo gingen de jaren voorbij. Niet alleen qua werk stond ik stil, ook met studeren of zoiets als lijnen. Dat deed ik ook niet ervoor, tijdens of als het mis gaat. Ik stelde alles uit, schoof alles voor me uit.’’

 ‘’Onze relatie is ook op de proef gesteld. Vooral toen we stopten met proberen, was ik bang dat we het niet zouden redden. Jaren ben je samen ergens mee bezig, als dat voorbij is, blijk je er toch anders in te staan. Mijn partner ging verder, ik bleef erin hangen. Dan moet je hard werken om ook daar samen uit te komen. Je moet een nieuwe invulling vinden. We hebben een camper gekocht en willen er met z’n drieën opuit trekken. We dromen van bepaalde reizen, van een ander huis en een pleegkind. Dat willen we allebei, maar komt vooral van mij af. Ik wil zo graag dat grote gezin, ook voor Nemo. We zijn ermee bezig en ik vind het heerlijk om daarin te duiken. Ik kan nu eindelijk zeggen dat het beter met me gaat. Ik kon niets positiefs bedenken, maar ik merk dat ik door deze hele ervaring dichter bij mezelf ben gekomen. Dat is fijn. Maar het blijft een zere plek. Anderen hebben ook wel eens een miskraam gehad. Maar als de volgende dan komt, verzacht dat de pijn. Dan kan je er toch beter mee omgaan. Bij ons is die volgende nooit gekomen. Het voelt onafgemaakt. Het eindigt in niks. Al die hoop, al dat verdriet, al die stress. Het is allemaal voor niets geweest. Dat blijft moeilijk te verkroppen.’ ‘

Aan Vriendin

Augustus 2012