Geen dak boven je hoofd

Het aantal nieuwe daklozen groeit, toch is dit fenomeen nog vrij onbekend. Het stereotype beeld van onverzorgde en verslaafde zwervers die voor overlast zorgen, is achterhaald. ‘Dakloos zijn kan iedereen overkomen’.

John (52) draagt een donkere jeans, dikke zwarte jas, stevige stappers en een zwarte rugzak. Zijn haren zijn geknipt, schone nagels, verzorgd uiterlijk en een vriendelijk gezicht. Niets aan hem doet vermoeden dat hij al anderhalf jaar op straat zwerft. ,,Dat is ook de bedoeling. Ik vertel nooit hoe ik leef. Deed ik dat in het verleden wel, dan deinsden mensen achteruit. Alsof het een besmettelijke ziekte is’’, vertelt John, die niet op de foto of met zijn echte naam in de krant wil. ,,Er zit een stigma op daklozen. Een grote groep is ook verslaafd of heeft psychische problemen, maar daar hoor ik niet bij. Zoals ik op straat ben beland, dat kan de meesten overkomen. Helaas.’’

John verloor zijn baan, vertrok in 2000 naar Amsterdam en werkte daar in de horeca. Vier jaar geleden had hij voor het laatst een vaste baan. ,,Ik maakte me niet direct zorgen. Ik woonde gratis bij kunstenaars en dacht dat ik zo werk zou vinden. Naïef achteraf. Tijdelijke baantjes lukten wel, maar geen vastigheid. Toen de kunstenaars verhuisden naar een kleinere ruimte, was ik mijn slaapplek kwijt. Ik had geen werk, geld, vangnet, netwerk, ik kon nergens heen. Ik bleef laconiek, raak niet snel in paniek. Als werkloze leefde ik overdag al veel op straat, het was zomer, dus de nachten erbij waren geen ramp.’’

John schreef zich in bij de gemeente voor een daklozenuitkering en bij Woningnet. De wachttijd is acht jaar, maar over twee jaar komt hij in aanmerking voor een seniorenwoning. ,,Ik dacht dat ik sneller iets zou vinden, dat valt tegen. Als dakloze zit je in een vicieuze cirkel’’, meent hij. ,,Voor een baan moet je een huis hebben. Ik werkte een tijdje in de horeca met een fictief adres. Toen ze er achter kwamen dat ik op straat leefde, werd ik eruit gegooid. Mensen willen geen dakloze binnen. Ze zijn bang dat je steelt of voor problemen zorgt. Praktisch gezien is werken ook lastig. Ik leef op straat, ik douche bij inloophuizen die pas openen tijdens kantooruren. Ongewassen werken is geen optie.’’

John staat zeker niet alleen met zijn verhaal. Bij daklozenorganisaties kloppen steeds meer ‘nieuwe’ daklozen aan. Mensen zonder baan, met schulden, ZZP-ers die het hoofd niet boven water kunnen houden en hun huis verliezen. Zij slapen tijdelijk bij vrienden, familie, in opvanghuizen of op straat. Olga Kostelac Zarkov van het Leger des Heils in Rotterdam ziet de wachtlijst voor dag- en nachtopvang groeien. Overdag is de opvang aan de Westzijdijk, zeker als het koud is, met zo’n 200 man ‘propvol’, ‘s nachts is er ruimte voor 47 mensen. Anderhalf jaar geleden was dat aantal nog 36. ,,De situatie is schrijnend. Mensen staan smekend voor de deur of ze hier mogen slapen. Het doet pijn om ze weg te moeten sturen, wetend dat ze buiten moeten slapen’’, vertelt Kostelac. ,,Ik lig er wakker van, maar dat verandert de situatie niet. We proberen iedereen zo goed mogelijk te helpen, maar de problematiek wordt al groter.’’

Het aantal nieuwe daklozen groeit, toch is dit fenomeen nog vrij onbekend. Het stereotype zwerver is nog altijd een onverzorgde verslaafde die overlast veroorzaakt. Wellicht zorgt zwerver Rienk met zijn deelname aan het tv-programma Utopia voor een ander beeld? Hij is duidelijk geen prototype. Geen drank, drugs of andere verslavingen, maar een krachtige persoonlijkheid die in de wereld ‘buiten’ zijn draai niet kon vinden. Jan Laurier van Federatie Opvang denkt dat Rienk wel wat teweeg brengt. ,,Het zorgt voor meer aandacht voor zwervers en laat een andere kant zien. Het is belangrijk dat mensen zich realiseren dat dit iedereen kan overkomen. Het betreft hele normale mensen bij wie het even tegenzit. Natuurlijk speelt eigen schuld soms een factor, maar ook dat is menselijk.’’

Georgia (57) uit Rotterdam weet er alles van. Sinds oktober 2013 verblijft ze in de nacht en dagopvang van het Leger des Heils. Met haar verzorgde uiterlijk, hoge hakken, jurk en een fleurig sjaaltje is ze zeker geen stereotype. ,,Je moet er toch wat van maken’’, lacht ze. ,,Ik wil niet verslonzen, dan is het eind zoek. Niemand weet dat ik dakloos ben. Zelfs mijn familie niet. De schaamte is groot.’’ Georgia raakte vorig jaar haar baan als toiletjuffrouw kwijt. Ze had het al niet breed en zakte in een depressie. ,,Het was me allemaal teveel. Ik kon niks meer opbrengen, kwam een half jaar mijn bed niet uit. Vreselijk natuurlijk. Voor mezelf, maar ook voor mijn dochter van 21 die bij mij woonde. Zij probeerde me het bed uit te krijgen, maar ik voelde me te ellendig.’’

Georgia ondernam niets meer. Betaalde geen rekeningen, vroeg geen uitkering aan, liet haar post ongeopend. ,,Ik stak mijn kop in het zand, schulden stapelden zich op. De huur, ziektekosten, belastingen, dat loopt op. Een huisuitzetting volgde. Radeloos was ik. Daar stonden we dan met lege handen. Ons huis ontruimd, we mochten niets meenemen. Spullen worden drie maanden bewaard en daarna vernietigd. Alles is weg. Meubels en kleding krijg ik wel weer, maar foto’s komen nooit terug. Dat doet zeer.’’

Georgia is erg op zichzelf, heeft weinig contact met familie en vrienden. Daar hulp vragen was geen optie. Voor haar dochter regelde ze opvang bij een vriendin en haar ouders, zelf klopte ze aan bij het Leger. ,,Voor mijn gevoel had ik gefaald. In het begin was het moeilijk hier, ik voelde me niet veilig. Als iemand in de dagopvang begon te schreeuwen, rende ik al richting de uitgang. Nu ben ik het gewend, heb hier een groepje lieve mensen om me heen verzameld. Ik overleef het wel. Overdag help ik in de keuken bij de dagopvang, ’s avonds bij de nachtopvang. Dat doet me goed. Gelukkig kan ik mijn dochter dit besparen. Ze is zelf vrij nuchter, maar ik voel me schuldig. Soms denk ik wat doe ik mijn kind aan, wat doe ik mezelf aan. Daar kan ik niet in blijven hangen. Ik wil zo snel mogelijk weg, dus moet mijn problemen aanpakken. Daar ben ik nu druk mee bezig’’

Ook Nerva (55) slaapt in de slaapzaal van het Leger des Heils en brengt haar dagen door in de dagopvang. Ze is positief, maakt grapjes, lacht veel. Maar tranen vloeien er ook. ,,Mijn zoon vindt het vreselijk dat ik hier zit’’, zegt Nerva terwijl ze haar tranen wegveegt met haar mouw. ,,Hij wil dat ik bij hem en zijn vriendin kom wonen. Maar ik wil ze niet tot last zijn. Ik hoor voor mijn kind te zorgen, niet andersom. Hij is hier één keer geweest en stond huilend voor de deur. Daarna heb ik hem gevraagd weg te blijven. We spreken soms ergens af. Maar hem hier te zien, is te confronterend voor ons allebei.’’

Nerva heeft sinds haar woning in 2003 afbrandde, geen vast adres. Ze woonde bij schoonfamilie, had een baan, werd ziek en belandde in de WW. Schulden stapelden zich op. ,,Ik kon niet meer bij familie terecht want zij worden gekort op hun uitkering als ik bij ze woon. Dat wil ik niet. Ik trok in bij vrienden in Rotterdam, maar zij hadden zelf genoeg problemen. Werk vinden in deze crisis lukte niet, net als een woning met een schuld van ruim €40.000.’’ Ze kon nergens naartoe en belandde bij het Leger. ,,Vreselijk om hulp te vragen. Ik had toch een bepaald beeld van de mensen hier en schaamde me dat ik daarbij hoorde. Maar op straat slapen leek me nog erger. Het valt hier zo mee. ’s Avonds speel ik spelletjes met de andere vrouwen en overdag help ik in het kleine kledingwinkeltje van de opvang. Zo maak ik me nuttig. Ik ben gegroeid sinds ik hier ben. Sterker en zekerder geworden. Ik zit in de schuldsanering, werk aan mijn toekomst en kan binnenkort begeleid gaan wonen.’’

Sinds kort sport Nerva bij Fit for Free. Daar ontmoet ze weer andere mensen dan daklozen. ,,Ze hebben daar geen douches. Na het sporten zeg ik dat thuis lekker lang onder de douche spring. Daar moet ik in mezelf hard om lachen. Die mensen hebben geen idee dat ik geen huis heb, geen douche of bank om op te zitten. Het voelt goed dat ze me niet als dakloos zien, maar gewoon als mens. Want dat is wat ik ben.’’

Dat is ook voor John belangrijk. Hij wil niet zielig gevonden worden. ,,Het zat even niet mee, maar ik wil geen medelijden. Ik ben niet ongelukkig. Ja, ik heb moeite met de doelloosheid van mijn bestaan. Het feit dat ik niks doe met mijn hersenen en mijn handen. Maar dat komt wel weer.’’ Tot die tijd maakt John het beste van zijn zwerversbestaan. Bij inloophuizen van De Regenboog kan hij douchen, drie keer per dag eten, kleren wassen, zijn haren en nagels laten knippen. ,,Ik loop nooit doelloos rond, zoals veel zwervers. Overdag loop ik van het ene inloophuis naar de volgende. En al ga ik nergens heen, toch slenter ik nooit. Ik doe alsof ik onderweg ben. Rechtop, de pas erin en dan wandel ik naar een parkje, het station, centrum of de bibliotheek.’’

De avonden brengt John door in de bibliotheek. Daar zit hij warm, spit de kranten door en speelt via wifi met zijn telefoon. Om 22 uur volgt zijn vaste rondje door het centrum. ,,Ik ga langs kroegen, hotels en andere plekken. Op zoek naar spullen die ik kan gebruiken. Je wil niet weten wat mensen allemaal verliezen, vooral in het weekend. Geld, sieraden, kleding. Laatst vond ik een jas compleet met sjaal en muts. Zo kom ik aan mijn kleren.’’

John slaapt sinds hij op straat leeft in een portiek van een grachtenpand. Daar ligt hij meestal vanaf een uur of twee. ,,De eigenaar weet dat ik voor de deur lig, net als buurtbewoners. Zij hebben er geen moeite mee. Ik ben niemand tot last, maak geen rotzooi, ik pak mijn slaapzak en ga liggen’’, vertelt hij. ,,Het is een prima plek, maar veilig is het nooit. Soms vinden mensen het leuk om mij wakker te maken, soms is mijn slaapzak zeiknat omdat er een lolbroek op heeft geplast en vorig jaar werd ik in elkaar geslagen door een groep jongeren. Er gebeuren ook mooie dingen. Iemand heeft wel eens een lekker broodje naast me gelegd en een keer een slaapzak. Je weet nooit wat er kan gebeuren dus ik ben altijd op mijn hoede. Dat onveilige gevoel, is het moeilijkste van dit bestaan.’’

Volgens belangenvereniging Federatie Opvang groeit vooral de groep jongeren en daklozen tussen 51 en 64 jaar. Voor jongeren is de verklaring te vinden in de hoge werkloosheid, toename van schulden en een groot gebrek aan betaalbare huisvesting. Martijn (28) weet er alles van. Twee maanden zwierf hij op straat en sliep hij in de opvang van dnoDoen in Alkmaar. ,,Het afgelopen half jaar was zo heftig. Je hebt niks meer. Geen huis, geen geld, geen eigen spullen. Je zit aan de grond, moet helemaal opnieuw beginnen. Ik heb geen opleiding en ben geen 18 meer dus werknemers zitten niet om mij te springen. Net als een huurbaas met mijn schuld van €5000.’’

Martijn woonde samen toen het bedrijf waar hij voor werkte failliet ging. Het thuiszitten en de geldproblemen zorgden voor ruzies met zijn vriendin. De situatie werd onhoudbaar en Martijn vertrok. Naar zijn moeder wilde hij, door omstandigheden, niet, net zo min als crashen bij vrienden. ,,Ik wil niet afhankelijk zijn van anderen. Dat stuitte op veel onbegrip en verdriet. Vrienden zien dit als heel laag, snappen niet waarom ik hiervoor kies. Maar ik heb geen andere optie.’’

Martijn zit sinds oktober in het trainingshuis van dnoDoen. Daar heeft hij een eigen kamer en van daaruit kan hij solliciteren, regelingen treffen met schuldeisers en een uitkering aanvragen. ,,Ik zat in een bepaald patroon en kwam er niet uit. Hier moet je het ook zelf doen, maar wel met ondersteuning.’’ Hij ontmoette daar zelfs zijn vriendin Anique (20). ,,We zagen elkaar en het klikte meteen. Nooit verwacht dat ik hier verliefd zou worden!’’, lacht Martijn. ,,Anique zat in dezelfde situatie, dus we begrijpen elkaar. Ook bij haar is er veel onbegrip. Sommige vrienden willen geen contact meer omdat ze zo laag is gezonken. Triest. Ze zit inmiddels in het begeleid wonen project en ik heb waarschijnlijk snel werk. Een simpel baantje, maar dat maakt niet uit. Als ik eenmaal geld verdien, kan ik ook begeleid wonen, mijn schulden aflossen, een opleiding volgen. Ik weet nog niet welke opleiding, maar het zijn in elk geval stappen vooruit.’’

Govert (44) is ook vooral bezig met de toekomst. Hij woonde in bij een vriend in Amsterdam en is sinds oktober dakloos. ,,We werden zomaar hardhandig en geheel onterecht op straat gezet. We zijn alles kwijt geraakt. Mijn werk, rugzak, zelfs mijn kunstgebit. Ik ging helemaal door het lint. Willem is altijd goed voor mij geweest en dan wordt er zo met hem opgegaan. Ik was zo kwaad, zo teleurgesteld in alle instanties. Willem bleef rustig en kon mij kalmeren. Hij geeft niet op, vecht de uitzetting aan en heeft inmiddels een huis beneden de rivieren. Ik wilde hier blijven. Via een kennis kon ik in een oude, koude caravan, dus ik heb tijdelijk een dak boven mijn hoofd.’’

Overdag bezoekt Govert inloophuis Blaka Watra waar hij voor een kleine vergoeding kan douchen, eten, drinken en aanspraak heeft. Hij doet vrijwilligerswerk en werkt ’s avonds in de caravan aan esoterische luisterboeken. Daar wil hij zijn geld mee verdienen. ,,De apparatuur die ik had ben ik kwijtgeraakt tijdens de uitzetting. Nu type ik de teksten van mijn boeken, zodat ik ze straks op kan nemen. Ingepakt in dekens tegen de kou werk ik er hele nachten aan.’’

,,Dit bestaan is eenzaam. Er wordt op je neer gekeken, medewerkers van het DWI en de gemeente doen alsof je niks voorstelt. Mensen vinden je een luiwammes als je op straat leeft. In dit wereldje zie je veel mensen met verslavingen, maar er zijn er genoeg die eruit proberen te komen. Die hun problemen niet verzachten met drank en drugs. Dat is bij mij ook zo. Ik ben goed bezig met mijn luisterboeken en droom ervan esoterisch psycholoog te worden. Dat gaat heel diep, dat komt van binnenuit. Er zijn genoeg mensen die in mij geloven, dus ik ga ervoor. Hopelijk hoef ik straks nergens meer mijn hand op te houden, kan ik het allemaal zelf doen.’’

Daklozenopvang

Er is verschillende opvang voor daklozen, zoals crisisopvang, nachtopvang, inloophuizen waar daklozen kunnen douchen, eten en wassen, trainingshuizen en een traject begeleid wonen. De eigen bijdrage voor daklozen verschilt per instelling en gemeente. Bij sommige inloophuizen krijgen daklozen gratis koffie en thee en drie maaltijden per dag, soms wordt er bijdrage van 0.50 tot een paar euro gevraagd voor eten en voorzieningen. Het tarief voor nachtopvang varieert van gratis, een paar euro tot een inkomensafhankelijk bedrag.

Federatie Opvang

Het aantal daklozen groeit, de opvangcentra zitten vol, er zijn lange wachtlijsten en gemeenten bezuinigen op opvang. Zo heeft de helft van alle gemeenten vorig jaar veel minder besteed aan deze hulp. Voor 2015 is een verdere bezuiniging aangekondigd van landelijk 25 miljoen euro.

Jan Laurier, voorzitter van Federatie Opvang, maakt zich zorgen. ,,Steeds meer gezinnen vragen hulp. Dat is in en in triest. Huis en haard verlaten is het laatste wat zij willen. Voor deze groep is preventie belangrijk. Instanties moeten alerter zijn en ingrijpen voordat mensen op straat staan. Kijk wat er bij huur- of hypotheekachterstand gedaan kan worden, zorg dat schulden niet verder oplopen en schakel een schuldhulpverlener in.’’

,,Daarnaast zou er meer geïnvesteerd moeten worden in goedkope huisvesting en daklozenopvang, een betere samenwerking van instanties en de extramuralisering van de zorg anders opvangen. Nu zijn er steeds minder bedden beschikbaar in GGZ klinieken en moeten mensen vaker zelfstandig wonen, wat in de praktijk inhoudt dat er meer verwarde mensen op straat komen te staan. De instellingen en gemeenten staan voor een grote uitdaging om de problemen aan te pakken. We moeten duidelijke afspraken maken zodat iedereen de juiste opvang en steun krijgt om vervolgens zo snel mogelijk terug te kunnen keren in de samenleving.’’

De Federatie Opvang is een brancheorganisatie van zo’n 75 instellingen voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.

22 februari 2014

 

 

 

 

Tot de dood ons scheidt

Samen sinds de puberteit, dat lijkt vooral voorbestemd aan ouderen. Maar er zijn zat jongere stellen die samen zijn opgegroeid en nog steeds gelukkig zijn. ‘We hebben iets opgebouwd. Dat is veel belangrijker dan spanning.’

 

Echte jeugdliefdes. Stellen met de pensioengerechtigde leeftijd zijn wel te vinden, maar jongere echtparen die elkaar uit de schoolbanken kennen zijn vrij uniek. Volgens relatiedeskundige Liselotte Visser gaan stellen tegenwoordig duidelijk sneller uit elkaar.

,,De belangrijkste reden daarvoor is dat partners financieel onafhankelijk zijn van elkaar. Om economische redenen hoeven ze niet bij elkaar te blijven, terwijl dat vroeger wel zo was’’, vertelt ze. ,,We willen, mogen en kunnen meer. Een leuke relatie, goede baan, sporten, leuke dingen doen met vrienden, noem maar op. We nemen geen genoegen met minder. We gaan voor het geluk.’’

Dat betekent niet dat de stellen die met hun eerste liefde samen zijn, niet voor het geluk gaan. ,,Juist niet, deze stellen hebben iets speciaals. Die eerste liefdes zijn zo basaal, dat is iets om jaloers op te zijn. Het is bijzonder als je op jonge leeftijd iemand ontmoet met wie je meegroeit, volwassen wordt en al die jaren nog steeds de kriebels van kunt krijgen.’’

Volgens Visser is het helemaal niet nodig om eerst goed rond te kijken, ervaring op te doen, meerdere partners te hebben voordat je je vastlegt. ,,Dat hoor je natuurlijk vaak. In de praktijk blijkt dat anders. Deze relaties hebben iets magisch. Ze zijn zo met elkaar verbonden, ze delen een verleden, zijn in alle levensfases met elkaar mee gegroeid, dat gaat niet zomaar kapot. Ze hebben ook geen kwetsingen uit vorige relaties. Het betekent niet dat ze nooit nieuwsgierig zijn hoe het met een ander kan zijn, maar vaak doen ze daar niets mee. Ze gaan ook heel ontspannen met dat gevoel om, juist omdat er niets achter zit. De liefde zit zo diep, net als de liefde voor je kind.’’

Hoe bijzonder zo’n eerste liefde ook is, het gevaar van sleur ligt bij elke lange relatie op de loer. Want als je elkaar door en door kent, is er weinig spanning over. Visser ziet in haar praktijk stellen die zich afvragen ‘Is dit het nou?’, partners die hun relatie te gewoontjes vinden, de spanning missen. ,,Sleur is makkelijk te doorbreken. Mits de basis goed is. Meer tijd aan elkaar besteden, een weekendje weg samen zonder de kinderen, een etentje of elkaar verrassen is vaak al de oplossing.’’

Daarnaast is het volgens Visser belangrijk dat partners zichzelf blijven en ook dingen apart doen. ,,Gun elkaar wat, doe niet alles samen. Blijf je eigen dingen doen. Daarnaast moet je moeite blijven doen voor elkaar. Blijf elkaar versieren, houd het spannend.’’ De gouden tip om een relatie goed te houden, heeft Visser niet. ,,Je moet mazzel hebben dat je de juiste tegenkomt. Dat je samen dezelfde richting opgaat. De omstandigheden spelen daarin ook een rol. Het is belangrijk dat je elkaar kunt steunen bij ellende. Dat je tijdens een crisissituatie niet uit elkaar groeit doordat je anders met het verdriet of de pijn omgaat.’’

,,Stellen met lange relaties hebben altijd hetzelfde geheim: accepteer de ander zoals hij is, dat betekent ook incasseren. Zoek naar dingen die je allebei leuk vindt, zodat je dat kan delen.’’

‘Een beetje saai, maar dat is niet erg’

Paul Gutter (33) en Yvonne de Jong (34) uit Enkhuizen.

Om de nek van Paul prijkt trots de naam Yvonne. Het kettinkje draagt hij al vanaf zijn dertiende verjaardag, toen ze net samen waren. Het is een paar keer afgegaan, maar nooit voor lang.

,,We kennen elkaar van voetbal. Ik vond het zo leuk dat Yvonne voetbalde, dat ik als een blok voor haar ben gevallen. Na een wedstrijd hebben we een keer gezoend. Ik had wel eens eerder gezoend, maar zo bijzonder als met Yvonne was het nooit.’’ Yvonne straalt als ze terugdenkt aan dat prille begin. ,,Paul was een praatjesmaker. Hij kon goed voetballen, was fanatiek en gepassioneerd. Heel aantrekkelijk vond ik dat.’’

Na die eerste zoen in de voetbalkantine is het aan. Ze voetballen samen, komen bij elkaar thuis en zien elkaar vaak. Toch gaat het in de brugklas uit. Paul ziet op schoolkamp andere leuke meisjes en wil vrij zijn. De meiden blijken toch minder interessant dan hij dacht. Na een half jaar komt het weer goed tussen de twee. Daarna krijgt Yvonne het nog een aantal keer benauwd.

,,Ik studeerde in Amsterdam en werd verliefd op een ander. Dus ik maakte het uit. Paul zat in zak en as en ook ik zag al snel in dat ik een foutje maakte. Het kwam goed, maar daarna heb ik het nog twee keer uitgemaakt. Ik had twijfels, wist niet wat ik wilde. Heel vervelend voor Paul en ook onze families waren er niet blij mee. Achteraf is het ergens goed voor geweest. Ik heb nu geen twijfels meer. Paul is de ware.’’

Het stel is met elkaar opgegroeid, hun levens zijn met elkaar vergroeid. Ze hebben veel dezelfde vrienden, houden beiden van een Bourgondisch leven en genieten samen met hun zoontje Syl. Ruzies, drama’s en twijfels zijn er vrijwel nooit. ,,Ik ben heel gelijkmatig. Ik ben nooit heel boos, verdrietig of blij. Ik houd van zekerheid, ben niet op zoek naar avontuur. Mijn plannen zijn nooit wild en meeslepend, eerder burgerlijk’’, lacht Paul. ,,We hebben samen iets opgebouwd, dat zou ik nooit opgeven. Ons gezin en de band die wij hebben is veel mooier dan wat spanning.’’

,,Paul was vroeger veel driftiger. Hij had een drive, een passie, dat vond ik mooi. Hij is wat van zijn energie kwijtgeraakt, dat vind ik jammer. Aan de andere kant ben ik blij dat hij zo gelijkmatig is. Paul steunt mij altijd. Zit ik niet goed in mijn vel, dan is hij er voor mij. Hij geeft mij de vrijheid om ergens uit te komen, nieuwe opties uit te zoeken. Dat is heel waardevol’’, zegt Yvonne terwijl ze Paul vol liefde aankijkt. ,,We zijn misschien een beetje saai, maar dat is niet erg.’’

Een onmogelijke liefde

Liza de Vries (38) en Paolo Mandolini (48) uit Terni, Italië.

Een vakantieliefde met tien jaar leeftijdsverschil. Het lijkt een onmogelijke liefde. Toch delen Liza en Paolo al 24 jaar lief en leed met elkaar. ,,Wat onze relatie zo bijzonder maakt, is dat we samen één zijn’’, vertelt Liza stralend. ,,Dat onze droom werkelijkheid is geworden. Wat iedereen onmogelijk leek, hebben we samen waargemaakt. Er is nooit sprake geweest van een keuze, de weg liep duidelijk uitgestippeld voor ons. Maar was daardoor nooit saai of te voorspelbaar.’’

Het stel ontmoet elkaar tijdens een vakantie aan het meer van Bolsena in Italië. Liza is 14, Paolo 24. ,,We zagen elkaar en de vonk sloeg direct over. Ik zag wel dat hij wat ouder was en loog dat ik 18 was, Paolo haalde er juist vier jaar vanaf. Tegen de tijd dat we erachter kwamen hoeveel we echt scheelden, was het te laat. We waren tot over onze oren verliefd. Het heeft zo moeten zijn. Want ik was anders hard weggerend voor een tien jaar oudere man en ook Paolo had mij te jong gevonden. Gelukkig is het anders gelopen want wij horen bij elkaar.’’ Al snel wordt duidelijk dat dit niet zomaar een vakantieliefde is. ,,Voordat ik het wist stond Paolo bij ons op de stoep. Natuurlijk had mijn vader moeite met het leeftijdsverschil. Aan de andere kant voelde hij dat het goed zat. Dat vind ik knap van hem. Hij moest die beslissing toch alleen maken. We scheelden wel veel qua leeftijd, maar niet qua gevoel. Paolo was jeugdig en ik was door het pijnlijke overlijden van mijn moeder drie jaar daarvoor erg volwassen voor mijn leeftijd.’’

Liza heeft voor Paolo nooit een vriendje en heeft de behoefte aan een ander ook nooit gehad. ,,Toen we elkaar die eerste jaren niet zoveel zagen, draaide alles voor mij om zijn brieven die wekelijks per express post thuis werden bezorgd en om de telefoongesprekken die zo kostbaar waren. Op zaterdagavond was ik de meest gevraagde oppas van Noord-Holland, want uitgaan daar moest ik niet aan denken’’, lacht Liza. Na de middelbare school wil ze emigreren, Paolo staat erop dat ze in Nederland zou studeren. Na tien jaar geluks- en verdriettranen op vliegvelden, vertrekt ze met doctorandustitel op zak voorgoed naar Italië. Ze trouwen en krijgen een zoon en een dochter. ,,In het begin was dat best lastig, vooral het vinden van een goede baan. Maar tussen Paolo en mij heeft het altijd goed gezeten. We zijn samen in dezelfde richting gegroeid. We hebben dezelfde interesses en hebben niet veel nodig om gelukkig te zijn. We zijn allebei het liefst met onze kinderen. Het gezinsgeluk en de chemie die er nog steeds is tussen ons, dat zijn de geheime ingrediënten van ons huwelijk.’’

,,Natuurlijk hebben we ook wel eens ruzie, maar dat gaat altijd over iets onbenulligs. Er zijn ook veel verschillen. Ik ben de prater, Paolo de denker. Ik de clown en theatermama, Paolo de verstandige. Ik nodig gasten uit om te eten, Paolo kookt voor ze. Ik breng de gezelligheid, Paolo de regelmaat. Dus juist waar we verschillen, vullen we elkaar aan.’’

Nooit behoefte aan een ander        

Mirjam (39) en Auke (41) de Swart uit Joure

Het echtpaar kent elkaar vanaf de brugklas. Mirjam was 15 en Auke 16 toen hij haar verkering vroeg. Dat ging niet vanzelf, Mirjam moest daarvoor wel een tijd achter hem aanlopen. ,,Ik was stapelverliefd, Auke had meer oog voor zijn lego. Hij is eigenlijk nooit hoteldebotel geweest. Dat zit niet in hem. Hij is niet zo romantisch, maar wel heel blij met wat wij hebben.’’

Auke: ,,Ik ben heel trots op Mirjam. Onze relatie is goed, het loopt al vanaf dag één. Grote strubbelingen of dieptepunten hebben we nooit gehad. Onze relatie kost geen moeite, we hebben veel dezelfde interesses, passen ons allebei aan en zeuren niet. Ik hoor wel eens andere verhalen, dat lijkt mij heel vermoeiend.’’

Het enige dieptepunt dat het stel kent, is toen de ouders besloten dat het duo na een jaar verkering uit elkaar moest. ,,We deden veel samen en onze ouders vonden het te serieus worden. Ze hebben op ons ingepraat en het was een half jaar uit. Ik vond het vreselijk. Voor Auke heb ik nooit met iemand gezoend en ook in die maanden had ik daar geen behoefte aan.’’ Auke zoent wel met een paar meisjes, maar dat stelt weinig voor. Als Mirjam met haar ouders gaat verhuizen, staat hij voor de deur. Hij wil haar niet kwijt en dat gevoel is wederzijds. Een jaar later studeren ze allebei in Groningen, wonen ze samen in een studentenhuis en vervolgens verhuizen ze naar Amsterdam. Na een luxe periode met dubbele inkomens komt het huis in Joure en drie kinderen. Auke heeft het als ondernemer razend druk, is vaak in het buitenland voor zijn werk. Mirjam werkt parttime als makelaar en zorgt voor de kinderen. ,,We hebben nooit ruzie, maar diepen ook niet alles uit’’, zegt Auke. We hebben wel het geluk dat de omstandigheden goed zijn. Heb je te maken met ziekte, overlijden en drama’s, dan kan een relatie veranderen. We prijzen ons gelukkig dat alles goed gaat.’’

Mirjam: ,,We horen bij elkaar. Dat zegt ook iedereen. Ik heb nooit de behoefte gehad om om mij heen te kijken. Natuurlijk flirt ik wel eens, maar daar houdt het op. Ik ben nog steeds gek op Auke. Zijn gedrevenheid, dat vind ik aantrekkelijk.’’ Auke: ,,Ons gezin is voor ons allebei belangrijk. Ik heb geen behoefte aan andere spanning of uitdaging. Vreemdgaan is makkelijk, maar ik zou dit nooit op het spel zetten.’’

Nooit saai en gezapig

Peter (59) en Ingrid (58) van Klingeren uit Hoorn

,,De afgelopen veertig jaar is niet alles glad en soepel verlopen. We hebben echt wel moeten knokken voor onze relatie. Daardoor is het echter nooit saai’’, lacht Ingrid. ,,Vanaf het prille begin kunnen we al clashen. En als er ruzie is, dan is er ook echt ruzie. Maar ondanks dat zijn we nooit langer dan een week uit elkaar geweest. We konden toch niet buiten elkaar, vonden het altijd waard om een frisse start te maken.’’

In een discotheek is het liefde op het eerste gezicht tussen de 17-jarige Peter en de 16-jarige Ingrid. Zij wordt overdonderd door zijn blonde getoupeerde haren, mooie kostuums, strakke overhemden en bravoure. Hij noemt haar zijn Tin-Tin: naar een poppetje met donker haar en donkere sprekende ogen uit de poppentelevisieserie Thunderbirds. ,,Er waren meer mooie meiden, maar Ingrid sprong eruit. Haar uitstraling, er was een blik van herkenning. We hoorden bij elkaar, dat gevoel hadden we allebei al heel jong.’’

Ruim een half jaar na de ontmoeting is Ingrid zwanger en besluit het stel te trouwen. De eerste jaren zijn niet makkelijk. ,,We wisten eigenlijk nog niet helemaal wat we van elkaar wilden, maar stopten wel bewust met de pil. We zouden wel weer verder zien als ik zwanger zou raken. Zo staat Peter in het leven. Ik zie beren op de weg, ben meer zwartgallig. Hij ziet overal kansen in, kan van niets iets maken. Dat bewonder ik in hem’’, vertelt Ingrid. ,,Ik vond het begin lastig. Een baby, huishouden en dan wilde ik ook nog studeren. Peter vond dat ik er voor het gezin moest zijn. Ik heb echt moeten vechten voor mijn vrijheid en ontwikkeling. Gelukkig zag hij in dat hij mij daarin niet kon remmen, anders hadden we het niet gered samen.’’ Peter: ,,Ik vond het moeilijk dat ze door studie en werk minder tijd en aandacht had voor het gezin. Ik kom uit een rechtlijnig gezin en heb moeten leren om flexibel te zijn, te geven en te nemen. Dat lukt met de tijd steeds beter.’’

Peter en Ingrid hebben alle fases samen doorstaan. Als jonge ouders druk met het gezin, jaren van hard werken aan hun carrières en daarna als reizigers avontuurlijk de wereld over. Peter: ,,We houden allebei wel van spanning, op verschillende gebieden. Vandaar eerst die wereldreis en daarna zijn we rond ons vijftigste aan een soort tweede jeugd begonnen. We zijn toch min of meer onder moeders rok vandaan het huwelijk in gegleden. Daardoor mis je wat. Dat hebben we samen ingehaald. We hebben een paar jaar flink gefeest. Vaak gebeurt dat apart, wij hebben het met elkaar gedaan.’’ ,,De feestperiode zijn we een beetje aan het afsluiten. We genieten nu vooral van het opa en oma zijn. Het is bijzonder dat we zo verschillend zijn, maar toch ook zo hetzelfde. De fases in ons leven maken we samen mee, we groeien daarin niet uit elkaar. Dat is onze kracht.’’

November 2012

Vakantie vieren kun je leren

Eindelijk vakantie! Helaas betekent dat vaak ook stress. Last minute de koffers inpakken, de laatste boodschappen doen, mails versturen, de hond naar het pension brengen en nog snel de laatste administratieve klusjes afhandelen om vervolgens gestrest in een volgepakte auto of het vliegtuig te stappen. Zo moet het dus niet. Volgens Jessica de Bloom kun je vakantievieren leren.

Iedereen kijkt er naar uit: vakantie. Of je nou een verre reis gaat maken of dichtbij huis blijft, van een paar weken vrij wordt iedereen blij. Even weg van alle beslommeringen thuis, lekker eten, zonnen, bewegen of ontspannen dragen allemaal hun steentje bij. Alleen gaat er aan een relaxte vakantie vaak wel spanning vooraf, waardoor je de eerste dagen van de vakantie echt bij moet komen. Volgens vakantiedeskundige Jessica de Bloom is dat niet nodig. In haar boek ‘De kunst van het vakantievieren’ geeft zij tips om vooraf, tijdens en na de vakantie extra te genieten. ,,Het begint al voor de vakantie. De vakantie wordt opeens een deadline voor allerlei klussen en werkzaamheden. Op het werk wordt keihard gewerkt, alle mails afgehandeld en elk project afgerond. Maar ook thuis moet er nog snel van alles gebeuren. Zonde, want veel dingen kunnen best nog twee weekjes blijven liggen’’, meent De Bloom. ,,Als de zolder al maanden niet is opgeruimd, sommige werkmails al weken onbeantwoord zijn of terrastegels al een tijd moeten worden gespoten, kan dat nu ook best wachten. Als je je voordat je weggaat nog helemaal over de kop werkt, moet je op vakantie eerst bijkomen. Je voelt je de eerste dagen niet lekker, hebt hoofdpijn, bent misselijk en geen greintje energie. Genieten lukt dat niet, want je moet afkicken van de drukte. Het is veel leuker om meteen te beginnen met vakantie vieren.’’

Het loont volgens de vakantiedeskundige om werkstress te voorkomen. Om klussen te laten liggen en op het werk alleen de echte deadlines af te werken. De eerste vrije dagen flink sporten is ook goed om vakantiespanning tegen te gaan. ,,Door die stress op het laatste moment, draait alles in het lichaam op volle toeren. Het is beter om dan niet te gaan zitten niksen, maar een paar dagen flink te sporten. Dan verminder je dat de stresshormonen doelloos door het lichaam stromen en je je de eerste vrije dagen niet lekker voelt’’, zegt ze. ,,Een andere tip om de vakantie goed te beginnen is om niet in één ruk naar de bestemming te rijden, maar de rit als onderdeel van je vakantie te zien. Maak een tussenstop in een leuk dorpje, ga lekker eten en ergens slapen, rijd een stuk niet op de snelweg en geniet van de natuur. Dat geldt ook voor de terugreis. Zo kom je eerder en blijf je langer in de vakantiestemming.’’

Uit diverse onderzoek blijkt hoe belangrijk vakantie is. Vakantie is gezond, de geest laadt zich op, je wordt er productiever en creatiever van. Dat komt doordat je even geen verplichtingen hebt, geen zorgen, je slaapt vaak langer en beter dan thuis en bent gelukkiger op vakantie. ,,Het maakt daarbij niet zoveel uit of je lang of kort weg bent. Ik heb allerlei soorten vakanties onderzocht, van weekendjes weg tot wintersport en verre reizen langer dan 23 dagen. De effecten zijn vergelijkbaar. Al is het natuurlijk wel zo dat het fijne gevoel bij een langere vakantie langer duurt. Maar bij thuiskomst voelden de vakantiegangers zich hetzelfde. Helaas kwamen ze snel weer op hun oude niveau terug.’’

Om de vakantiepret zo intens mogelijk te laten zijn en zo lang mogelijk te laten duren, helpt het om routines te doorbreken. Op vakantie andere dingen te doen dan thuis. Dat geldt ook voor thuisblijvers. Zij kunnen uit de dagelijkse sleur komen door bijvoorbeeld op een ander tijdstip op te staan, te gaan eten in een onbekend restaurant of om een andere weg te nemen naar de supermarkt. ,,Als je thuis blijft is het lastiger om afstand te nemen van alles. Het huishouden gaat door, de administratie ligt in het oog en de verleiding om je mail te checken is groot. Wil je thuis ook dat fijne vakantiegevoel ervaren, doe dingen dan anders dan je ze gewoonlijk doet.’’ ,,Op vakantie vergroot je de pret door ook andere dingen te doen. Sommige mensen kiezen ervoor om dertig jaar naar dezelfde camping te gaan en nemen allemaal spullen van thuis mee. Zij zijn gehecht aan die veiligheid. Als dat ze blij maakt, moeten ze dat zeker blijven doen. Maar terugkijkend op die vakanties, zijn ze allemaal hetzelfde. Ze zijn fijn, maar niet bijzonder. Het zijn geen reizen waar je je de details over tien jaar nog van herinnert. Voor het ultieme vakantiegevoel is het beter om andere dingen te doen dan normaal. Door open te staan voor nieuwe ervaringen, kijk je bij thuiskomst anders tegen zaken aan. Doe eens gek. Ga bungeejumpen, karten of maak een wandeling door een prachtig natuurgebied. Het hoeft niet perse spectaculair te zijn. Anders eten dan thuis of een andere shampoo gebruiken helpt al. En als je thuis weer die vakantieshampoo gebruikt of ondanks de regen het laatste restje zonnebrand opsmeert, keert dat lekkere vakantiegevoel door die specifieke geur eventjes terug.’’

De sleutel tot een leuke vakantie is volgens De Bloom het vermogen om voorpret te beleven, tijdens de reis te genieten en na afloop op een positieve manier aan de vakantie terug te denken en er plezier aan te beleven. ,,Je hebt het natuurlijk niet altijd zelf in de hand, want er kunnen altijd onverwachte dingen gebeuren als je weg bent. Maar vakantiegangers kunnen zichzelf wel aanleren om bewuster te genieten. Dat kan al door kleine aanpassingen. Wacht bijvoorbeeld niet tot de laatste vakantiedag met inpakken. Doe het wat eerder en zorg dat je de laatste dag nog volop geniet. Dit is zo belangrijk want een goede laatste vakantiedag zorgt voor leukere vakantieherinneringen.’’ Bij thuiskomst blijkt het vaak knap lastig om het vakantiegevoel vast te houden. We nemen ons vaak voor om het rustiger aan te doen, meer te genieten en tijd vrij te maken voor leuke dingen, maar eenmaal thuis komen mensen al snel weer in hun vaste patroon. Volgens De Bloom kan je dat fijne gevoel langer vasthouden door in de avonduren en in het weekend goed uit te rusten van het werk, en na de vakantie niet op maandag maar bijvoorbeeld op woensdag weer te beginnen met werken. En als het even kan, begin dan met halve dagen werken. ,,Zo ga je efficiënter te werk en word je niet direct overspoeld door werkdruk. Uiteindelijk kom je wel weer in je vaste patroon, want werk, het huishouden, de hond uitlaten, sport van de kinderen en je eigen vaste afspraken gaan weer door. Maar hoe langer je dat uit kan stellen, des te beter. Zit je weer in je vaste ritme, dan is het fijn om het vakantiegevoel af en toe terug te halen.’’

Dat kan door een fotoalbum te maken of in een doos spullen te bewaren die je aan de vakantie herinneren. Organiseer een avondje met vrienden of familie die mee waren en kijk naar de vakantiefilm, bekijk de foto’s. Kook een typisch gerecht uit de streek waar je was, maak dezelfde cocktails of plan een dansavondje op die heerlijke salsamuziek. ,,Koester de positieve herinneringen door dit soort dingen. Dat komt dat fijne en ontspannen gevoel weer boven. Het delen van de vakantiepret helpt ook om dat gelukkige gevoel langer vast te houden.’’ En maakt terugdenken aan je laatste vakantie je een beetje weemoedig? Kijk dan vooruit naar je volgende reis. Plan een weekendjes weg of neem eens vrij om uit te slapen, te relaxen en tijd aan je hobby te besteden. ,,Dagdroom alvast over deze momenten van rust en plezier. Weet je wat je allemaal wilt doen tijdens dit uitstapje? Struin internet af en zoek informatie over je volgende reisbestemming. Als je iets hebt om naar uit te kijken, weegt het verlies van de afgelopen vakantie minder zwaar.’’

Sommige tips in het boek zijn een open deur, toch stelt De Bloom dat mensen nog veel kunnen leren wat vakanties betreft. ,,Het blijft zo dat vakantiegangers thuis snel in hun oude ritme komen en in een mum van tijd weer aan vakantie toe zijn. Vandaar dat ik al mijn bevindingen en conclusies van andere onderzoeken in mijn boek heb verwerkt. Er staan tips in voor elke dag zodat je echt het optimale uit je vakantie kunt halen. Dat gevoel vasthouden gaat niet vanzelf, daar moet je aan werken. Sommige dingen doen mensen automatisch goed, zoals een fotoboek maken. Maar je kan veel meer doen. Hopelijk helpen mijn tips aan veel mooie vakanties. Want uiteindelijk gaat er gewoon niks boven dat heerlijke ontspannen vakantiegevoel!’’

2012 

 

 

‘Ik kon haar niet geven wat ze het liefste wilde’

Leven met een onvervulde kinderwens

Tien procent van de stellen met vruchtbaarheidsproblemen krijgt nooit een baby. Dat heeft een enorme impact op hun leven. Toch lijkt dit onderwerp nog steeds taboe, zeker bij mannen. ,,Ik voelde me zo schuldig.’’

Colin van Klingeren (37) wilde altijd kinderen. Het liefst heel veel. Na een jaar lang proberen en een bezoek aan de dokter bleek zes jaar geleden dat hij azoöspermie, een zaadlozing zonder cellen, heeft. De niet-obstructieve variant, wat inhoudt dat er geen of te weinig cellen worden aangemaakt of dat ze niet rijpen. ,,Dat was een klap, maar er waren nog mogelijkheden. Daar klampt je je aan vast. Gesterkt door alle verhalen van mensen die na een lange weg toch een kind krijgen. Anderhalf jaar stond de deur op een kiertje. Dan houd je hoop.’’

Na een slopende weg langs diverse specialisten, was de enige optie een TESE-behandeling. Dan worden er stukjes uit de zaadbal gehaald met als doel onrijpe zaadcellen te vinden. De kans op bruikbare zaadcellen was vijftig procent. Colin zat aan de verkeerde kant van de vijftig. Met de diagnose Sertoli-cell-only-syndroom was elke hoop op een eigen kindje verdwenen. ,,De grond zakt dan onder je weg. Ik kwam terecht in een snelkookpan van gevoelens. Woede, verdriet, zelfmedelijden wisselden elkaar af. Razend was ik, op alles en iedereen. Ik voelde me vooral ook heel schuldig. Naar mijn vriendin omdat ik haar niet kon geven wat ze het liefste wilde. En naar onze ouders omdat ik ze een kleinkind ontnam.’’

,,Ik werd ook onzeker. Er ontbrak iets aan mij. Er was iets mis met me. Ik voelde me aangetast in mijn mannelijkheid. Ik heb nachten lopen janken, ben dagen boos geweest, heb letterlijk dingen gesloopt. Mijn vriendin was een enorme steun. Ze liet me inzien dat ik hier niks aan kon doen. Dat schuldgevoelens zinloos waren. Dat ik niet minder man was zonder zaadcellen.’’

Na die eerste heftige emoties, kwamen de gedachten die volgens Colin het meest pijn deden. ,,Het idee dat ik nooit een kind op deze wereld zou zetten. Dat ik niks door zou geven aan een ander. Mijn vriendin en ik zouden geen trekjes van onszelf herkennen in een kleintje. Ik verlangde naar de mooie momenten die ik nooit mee zou maken. Naar een potje voetbal, samen stoeien, hem of haar de wereld laten zien.’’

Colin had behoefte aan contact met lotgenoten. Hij wilde weten hoe andere mannen in dezelfde situatie zich voelden, hoe zij met hun eigen verdriet en dat van hun partner omgingen. Deze mannen waren onvindbaar. ,,De reden van kinderloosheid of adoptie laten stellen vaak in het midden. Blijkbaar is het nog altijd een taboe. Zeker bij mannen. Jammer, want ik denk dat zo’n verhaal heel waardevol had kunnen zijn. Herkenning en begrip hadden ons kunnen helpen tijdens deze worsteling.’’ Colin praatte zelf juist veel over zijn verdriet. ,,Van nature ben ik een vrij stil persoon, maar nu moest het er uit. Ik vertelde het aan iedereen die het maar wilde horen. Dat was de enige manier om ermee om te gaan. Mijn vriendin uitte zich minder. Naar de buitenwereld toe hield ze zich sterk, maar na elke verkeerde opmerking was ze kapot. Mensen zeiden de stomste dingen. Ze kwamen met verhalen over stellen bij wie het opeens toch lukte, dus dat wij een kans hadden als we er maar niet mee bezig waren. Of ze zeiden dat we gelukkig nog een hond hadden.’’

In die moeilijke periode leek iedereen in de omgeving spontaan kinderen te krijgen. Vriendinnen met dikke buiken, vrienden achter de kinderwagen en de straten leken vol gelukkige gezinnen. Pijnlijke confrontaties voor het stel, want de kinderwens groeide.

,,We waren druk bezig met adoptie, alleen duurt dat gemiddeld vijf jaar. Dat was weer een klap. Want op dat moment was een kind krijgen het enige dat nog telde. Die wens nam alles in beslag. Als we op internet adoptie-kinderen zagen, kon ik ze wel door het scherm heentrekken. Zo graag wilden wij papa en mama zijn.’’

Ruim drie jaar na de diagnose en midden in de adoptieprocedure, zakte de drang bij Colin iets weg. Zijn vriendin bleef hunkeren naar een kind, bij Colin overheerste dat gevoel niet meer. Toen gebeurde iets wat hij niet verwachtte. Hij werd verliefd op zijn collega. ,,Mijn gevoel was zo heftig, dat kon ik niet negeren. Mijn ex en ik besloten uit elkaar te gaan. Dat was heel zwaar. Ik voelde me ontzettend schuldig. We hadden zoveel meegemaakt en nu liet ik haar op haar dertigste achter zonder kind. Aan de andere kant was ik zo verliefd, er was geen weg terug.’’

,,Terugkijkend is het goed geweest. Mijn ex is getrouwd en onlangs bevallen van een zoon. Het deed even pijn toen ik hoorde dat ze zwanger was. Anderhalve dag zat ik met mezelf in de knoop. Daarna kon ik het een plekje geven. Ik ben nu oprecht blij voor ze. Daphne en ik zijn op kraamvisite geweest en mijn ex is dolgelukkig. Dat gun ik haar zo.’’

Daphne (27) wist voordat ze iets met elkaar kregen, dat Colin onvruchtbaar was. Dat maakte voor haar niet uit. Ze was niet bezig met kinderen, weet niet of ze ooit haar eigen kroost wil. ,,Natuurlijk heb ik er over nagedacht’’, zegt ze. ,,Was mijn kinderwens groot geweest, dan had ik misschien niet voor deze relatie gekozen. Maar dat is nog niet aan de orde en mijn liefde voor Colin was meteen heel sterk. Beginnen mijn eierstokken straks toch te rammelen, dan zien we dan wel verder.’’ Colin heeft zijn onvruchtbaarheid na jaren een plek kunnen geven. Samen met Daphne gaat hij eind van het jaar voor onbepaalde tijd op wereldreis. Het is geen vlucht, maar een andere invulling van het leven. ,,Het was moeilijk te aanvaarden dat ik geen kinderen kan krijgen. Die pijn steekt zo nu en dan de kop op en dat zal altijd wel zo blijven. Maar ik heb er wel vrede mee. Mijn toekomstbeeld is veranderd, dat komt mede door Daphne. Sinds anderhalf jaar is er in mijn hoofd ruimte voor de gedachte dat ik nooit vader zal zijn. Als Daphne toch kinderen wil, vind ik het prima om alsnog een poging te wagen via adoptie of een donor. Maar komt het ook er nooit van, dan is dat wat mij betreft ook goed.’’

,,De laatste tijd merk ik zelfs dat ik voel dat ik gelukkig kan zijn zonder kinderen. Dat had ik een paar jaar geleden nooit verwacht. Ik zie nu ook de voordelen. We zijn niet gebonden. We zeggen ons werk op, verkopen huis en haard en trekken de weide wereld in. Heerlijk. Deze reis is geen alternatief, het staat bovenaan mijn wenslijst. ’’

Rouwproces

Eén op de zes paren krijgt te maken met vruchtbaarheidsproblemen. Door middel van medische behandelingen krijgen veel stellen uiteindelijk toch een kind. Tien procent van de mensen met onvruchtbaarheidproblemen blijft echter definitief kinderloos.

Wanneer de kinderwens onvervuld blijft, gaat het leven niet vanzelf verder. Volgens therapeute Odile van Eck komen veel stellen in een rouwproces als hun grootste wens niet in vervulling gaat. ,, ,,Aan de buitenkant lijkt er wellicht niks veranderd. Voor de kinderwens was men immers ook gelukkig. Toch is alles anders. Geen zwangerschap betekent dat men nooit weet hoe het is om ouder te zijn. Het betekent geen kinderen die afzwemmen, studeren en trouwen, maar ook geen grootouder worden. Daarmee verandert een toekomstbeeld, soms een levensdoel. Het kost tijd om dat te aanvaarden.’’

In het boek ‘Een onzichtbaar verlies’ dat vorige maand verscheen bij uitgeverij Van Brug, gaat Van Eck in op de kinderwens, problemen wanneer het niet vanzelf gaat en het inrichten van een leven zonder kinderen. Volgens Van Eck is het de kunst om geen tweedekeus leven te gaan leiden. ,,Neem de tijd voor de verwerking en te onderzoeken wat je echt wilt met je leven. Er zullen altijd pijnlijke momenten zijn, maar zo’n ingrijpend verlies hoeft niet te betekenen dat de rest van het leven in treurnis en onvervuldheid hoeft te verlopen.’’

Meer informatie: www.odilevaneck.nl

Mannen met een kinderwens

Kinderloosheid bij mannen is opmerkelijk genoeg nauwelijks onderzocht. Er wordt gedacht dat een onvervulde kinderwens meer impact heeft op vrouwen dan mannen. Ten onrechte, meent sociologe Renske Keizer van de Erasmus universiteit in Rotterdam. Zij houdt zich bezig met het vaderschap en kinderloosheid bij mannen. ,,Ik heb onderzocht wat het wel of niet hebben van kinderen voor invloed heeft op het leven van een man. Ik heb daarbij niet specifiek gekeken naar de impact die het opgeven van de kinderwens heeft. Maar het is duidelijk dat dit voor vrouwen maar zeker ook voor mannen zeer ingrijpend is. Dit onderwerp kan wel wat meer aandacht gebruiken.’’

2010

Afscheid al voor de geboorte

Na de geboorte van je kind met lege handen naar huis. De nachtmerrie van elke aanstaande ouder. Geen zachte baby, kirrende geluidjes, poepluiers en een toekomst samen. Mariëlla en Armand verloren hun zoontje na een zwangerschap van zeven maanden. ,,Wat foto’s en afdrukken is alles wat we van Niels hebben. Veel te weinig, maar zo belangrijk.’’

Mariëlla (35) was stralend zwanger en haar kindje zo ontzettend gewenst. Vanwege haar suikerziekte hielden de artsen haar nauwlettend in de gaten. Niets wees er op dat de zwangerschap verkeerd zou aflopen. Dat Mariëlla op 6 juli 2007 een levenloos kindje ter wereld zou brengen. ,,De zwangerschap verliep perfect. Ik voelde me heerlijk en genoot samen met Armand enorm van inimini in mijn buik. De dag voordat het misging, hoorde Armand voor het eerst het hartje via een wc-rol. We waren zo gelukkig.’’ Hun zoon Niels is na zeven maanden overleden in de buik van zijn moeder. Een oorzaak is niet bekend. ,,Zondag voelde ik dat ik iemand ging verliezen’’, vertelt Mariëlla. ,,Ik was bang voor Armand (35), maar die kwam ‘s avonds gewoon thuis. Ik weet mijn gevoel aan de zwangerschapshormonen, maar bleef toch onrustig. s Nachts droomde ik heel heftig. Ik zag een licht en het leven in mijn buik werd weggehaald. Ik heb een strijd gevoerd, maar tevergeefs. Toen ik wakker werd wist ik dat het mis was. We haasten ons naar het ziekenhuis, maar zijn hartje klopte niet meer. Op dat moment stort je samen in de afgrond.’’

Direct na het slechte nieuws werd verteld dat Mariëlla haar zoon minstens een dag en maximaal een week bij zich moest houden. Het stel koos voor twee dagen. Aan de ene kant een luguber idee, aan de andere kant fijn om Niels nog een poosje bij zich dragen. Ook Armand had tijd nodig om afscheid te nemen van de mooie zwangere periode. Ze hadden zo ook wat  tijd om zich mentaal op de bevalling en uitvaart voor te bereiden. ,,Ondanks dat we deze dagen hard nodig hadden voor de verwerking, was die tijd een hel. Je toekomst valt in duigen. Niet alleen dat, maar je hebt ook geen idee wat je te wachten staat. Je moet opeens van alles regelen. Wilden we Niels laten cremeren, hoe moest het geboorte en afscheidskaartje eruit zien en hoe konden we afscheid nemen. Ik zag ook enorm op tegen de bevalling. Dat is normaal al zwaar, helemaal als je weet dat je van een levenloos kindje gaat bevallen. Ik was bang en dacht dat ik het niet aankon.’’ De bevalling gaf Mariëlla juist kracht. ,,Vanaf het moment dat ik ontsluiting had, werd alles anders. Mijn moeder smste dat ik mijn kindje los moest laten en zo voelde het ook. Ik kreeg een soort rust over mij en kracht. Armand voelde hetzelfde. We waren niet alleen maar intens verdrietig, we keken ook uit naar de kennismaking met onze zoon. Niels was het mooiste kindje dat ik ooit heb gezien. Met alles erop en eraan. Zijn handjes gevouwen,  precies dezelfde zijligging als zijn vader in zijn slaap en mijn kinnetje. Een slanke baby met grote voetjes. Fantastisch om onszelf terug te zien in dat kleine prachtige mannetje. Ik was niet voorbereid op die explosie van trots. We voelden ons echt papa en mama en dat was zo fijn. Dat gevoel overviel me. Daar heeft onze zoon voor gezorgd en daar ben ik blij mee. Die kracht en trots helpt ook om verder te gaan.’’

De pastoor feliciteerde de ouders met de geboorte van Niels. Ze zei dat het triest was dat ze zo snel afscheid moesten nemen. ,,Dat vond ik zo mooi gezegd. Die woorden maakten anderen ook duidelijk dat we voor het eerst ouders waren geworden. Dat er ondanks het verlies ook een geboorte had plaatsgevonden. Niet iedereen begrijpt dat. Mensen denken dat een kind verliezen pas zwaar is als het kind heeft geleefd. Maar Niels leefde al zeven maanden in mijn buik, in onze gedachten, harten en toekomst. Overlijdt een kindje als hij ouder is, dan heb je langer de tijd gehad om van hem te houden. Maar dat maakt dit verlies er niet minder om. Niels is ons eerste kindje. Hij heeft bestaan en dat mag niemand vergeten.’’ Na de bevalling heeft Armand de navelstreng doorgeknipt en hebben de ouders Niels vastgehouden en geknuffeld, net als ouders van levende kinderen dat doen. Er zijn foto’s en afdrukken van zijn voetjes en handjes gemaakt. ,,Er is een enorme leegte. Die is niet op te vullen. Maar je moet toch verder, hebt geen andere keuze. Wat ons helpt is de kracht die we na de geboorte kregen. Daardoor waren we in staat zwaar emotionele zaken zelf te regelen, zoals de geboorte- en overlijdensaangifte in het gemeentehuis. We hebben ook veel steun aan de schaarse tastbare herinneringen die we aan Niels hebben. Zijn kamertje konden we eerst niet zien, maar nu vinden we er rust en is het een plek om te rouwen. Alle kaartjes en steunbetuigingen hangen aan de muur. Op de commode liggen persoonlijke teksten en spullen. Armand en ik dragen allebei een hanger met daarin de as van onze zoon. Alles wat tastbaar is, is van belang. De tijd samen is zo kort, die moet je optimaal gebruiken. Ik heb in de huiskamer een tuintje voor Niels gemaakt met vlinders en prachtige bloemen. Hopelijk ziet de hemel waar Niels nu is er zo uit. Ik voel zijn aanwezigheid vaak. Dat is prettig. Want ik weet dat Niels bestaat, alleen dan anders.’’

Aantal doodgeboren baby’s daalt

De laatste cijfers van het RIVM over doodgeboorte in Nederland stammen uit 2005. In de periode van 2000 tot 2005 is de foetale sterfte flink gedaald. Daar is nog geen verklaring voor. In die periode is de sterfte gedaald van 6 naar 5,2 per 1000 geboortes. Na een zwangerschap van 28 weken is dat aantal gedaald van dat jaar werden er in Nederland 187.910 kinderen geboren. Een klein deel van de kinderen is op het moment van geboorte niet meer in leven. Gaat men uit van kinderen geboren na een zwangerschapsduur van minimaal 24 weken, werden in 2005 5,2 kinderen van alle 1.000 geboren kinderen doodgeboren. Uitgaande van een zwangerschapsduur van 28 weken of meer, was dit 4 van alle 1.000 geboren kinderen. Begin jaren zeventig lag dit cijfer nog twee keer zo hoog.

Nazorg

De nazorg voor ouders van een doodgeboren kindje verbeteren. De afdeling verloskunde van het  Leids Medisch Centrum beschikt sinds enkele maanden over speciale houten schalen voor overleden kindjes. In deze schaal, bedacht door Caroline Symersky, ligt een inlegdoek waarin het kindje gewikkeld kan worden en eventueel als aandenken meegenomen kan worden door de ouders. Het kindje van Symersky overleed in februari 2003 en ze vond zo’n klein lichaampje er verloren uitzien in de grote plastic wieg.

Ziekenhuizen door heel Nederland raden aan de baby een naam te geven, hem vast te houden, te wassen en te verzorgen en veel foto’s te nemen. Dit helpt bij de acceptatie, om afstand te nemen en bij de verwerking. Er worden vaak afdrukken gemaakt van handjes en voetjes voor tastbare herinneringen. Mariëlla en Armand zijn blij met de aandenken van het ziekenhuis. Ook de eerste opvang en de begeleiding bij de geboorte was uitstekend. Ze zijn minder te spreken over de nazorg, dat geldt voor meer lotgenoten. ,,Tijdens het eerste nazorg-gesprek werden wij in een wachtkamer vol zwangere vrouwen gezet. Dat was een klap in mijn gezicht.  De jurist van het ziekenhuis meldde ons dat dit niet had mogen gebeuren en weet het aan vakantiekrachten. Maar voor het tweede nazorggesprek konden we weer net zo makkelijk in de algemene wachtruimte plaatsnemen. Een confrontatie met een dolgelukkig stel dat zwaaiend met de echo naar buiten liep, werd me te veel. Heel pijnlijk, ook voor de zwangere meiden die mijn verdriet moesten aanzien’’, aldus Mariëlla. ,,Niet alleen in het ziekenhuis gaat het mis. Ook mailings en brieven van diverse bedrijven worden niet stilgezet, ondanks meerdere verzoeken daartoe. Kraamzorgpakketten worden afgeleverd, uitnodigingen om de blije doos op te halen verstuurd, net als mailingen met tips voor de eerste maanden met je kleintje. Na zo’n groot verlies zit je niet te wachten op nog meer pijn. Van lotgenoten hoor ik helaas dezelfde schrijnende verhalen. Ik ben daar nu mee bezig. Want als alle ziekenhuizen een standaard procedure invoeren met betrekking tot de wachtruimte en mail- en postsystemen hun gegevens naar behoren aanpassen, wordt veel extra leed bespaard.’’

Lotgenotencontact

Op de site verloren-vlinders.nl kunnen ouders van overleden kinderen met elkaar chatten. Ze vinden herkenning en steun bij elkaar. Dat is volgens oprichtster Marion Slofstra- Kassenberg hard nodig.  ,,In 2001 verloor ik met mijn ex-partner een meisje, Jisse, na achttien weken zwangerschap. En in 2005 met mijn huidige man een jongetje Tijn, na dertien weken. Miskramen komen relatief vaak voor, waardoor er veel onbegrip is voor jouw grote verdriet. Mensen zeggen dat je het gewoon nog een keer moet proberen. Dan lukt het vast wel.  Ze begrijpen niet dat je zolang rouwt om ‘een kindje dat je niet eens hebt gekend’. Ze lijken niet te beseffen dat er met het verlies van je baby ook een stuk toekomst is weggeslagen.’’

,,Er wordt wel gedacht dat je na een aantal weken zwangerschap slechts weefsel verliest, maar dat is niet zo. Mijn kindjes Jisse en Tijn waren helemaal compleet. Handjes, voetjes, alles erop en eraan. Ze hoefden alleen nog maar te groeien.’’

Omdat Marion veel moeite had met het onbegrip om haar heen, zocht ze contact met lotgenoten en opende ze in 2006 een gratis chatbox. ,,Heb je het moeilijk, zit je met vragen of wil je je verhaal kwijt, dan heb je via de chat meteen contact en antwoorden. Dat maakt het verdriet niet minder, maar het is toch fijn als anderen jouw pijn begrijpen en je willen steunen.’’ Meer info: www.verloren-vlinders.nl

2008

 

Help! Mijn kind bijt!

Peuters kunnen zich nog niet goed uiten. Om toch duidelijk te maken dat ze iets willen, zetten ze soms hun tanden in een ander. Een agressieve daad, maar voor kinderen zelf onschuldig.

Pedagogen, opvoedwinkels en de opvoedlijn krijgen regelmatig een belletje over kinderen die bijten. Het is een vervelend probleem waar ouders vaak geen raad mee weten. Ze proberen van alles om het af te leren. Maar heel boos worden, straffen of terugbijten verergeren het probleem alleen maar. ,,Ik heb echt van alles geprobeerd, maar niks helpt. Ik heb hem zelfs wel eens teruggebeten, maar dan moest hij lachen’’, vertelt Betty Rampersad uit Hoorn. Haar zoontje Milan (2) bijt sinds een jaar geregeld andere kinderen. ,,In het begin beet hij zijn vader, zijn zus en mij. Het lijkt nu alsof hij zijn prooien uitzoekt. Want ons bijt hij niet meer, maar nog wel zijn zus en andere kleintjes. Een speelpartij eindigt bijna altijd in bijten en krabben. Ik vind het zo vervelend. Ik schaam me echt als een kindje door mijn zoon onder de schrammen zit.’’

Tijdens de peuterleeftijd leren kinderen een heleboel. Van lopen, zindelijk worden en samenspelen tot delen, en het omgaan met emoties. Ze willen veel, maar kunnen nog niet alles. Uit frustratie kunnen ze gaan bijten. Pedagoge Natasja Groothuismink van de Opvoedwinkel in Zaandam: ,,Peuters beschikken nog niet over een ruime woordenschat. Ze proberen wel van alles duidelijk te maken, maar dat komt vaak niet over. Ze raken gefrustreerd en moeten iets met die woede.’’ Niet elk kind zal in zo’n situatie zijn tanden gebruiken. ,,De ene peuter is temperamentvoller dan de ander. De een uit zijn woede heel fysiek door te bijten, slaan en schoppen. Terwijl een andere peuter heel verlegen wordt of levendig droomt en daardoor niet durft te slapen.’’ De pedagoge stelt dat ouders zich moeten realiseren dat hun peuter anderen niet bewust pijnigt. ,,Peuters kunnen zich niet verplaatsen in een ander. Ze weten niet dat bijten pijn doet. Ouders denken vaak dat kinderen het express doen. Maar ook al lijkt het soms wel zo, dat is dus niet het geval.’’

De enige manier om het bijtgedrag af te leren is door niet te veel aandacht te besteden aan dit negatieve gedrag. ,,Terugbijten is de slechtste oplossing. Je geeft daarmee een verkeerd voorbeeld aan je kind. Heel boos worden of langdurig straffen heeft ook geen zin. Je kind krijgt daarmee veel aandacht en zal het een volgende keer weer doen. Het is belangrijk om kort en duidelijk te handelen. Je kind aan kijken en met krachtige stem zeggen dat bijten niet mag. Maar het is dan niet gelijk over. Peuters moeten namelijk nog leren wat de regels zijn. Ouders denken vaak dat een kind best weet dat iets niet mag omdat ze dat net hebben gezegd. Maar zo werkt het niet. Kinderen leren pas door veel herhalingen.’’ Het beste is om bijtgedrag te voorkomen. Aan een houding of een blik, kunnen volwassenen vaak zien wanneer een kind gefrustreerd raakt. Als er op dat moment wordt ingegrepen, heeft dat veel effect. ,,Ouders kunnen de emotie van het kind benoemen en een alternatief bieden om de woede kwijt te raken. Bijvoorbeeld door te rennen.’’

Rampersad gaat andere kinderen voorlopig uit de weg. ,,Ik zoek de situatie even liever niet op. Andere ouders reageren niet boos, maar ik merk wel dat ze het heel vervelend vinden. Ze komen minder vaak langs en ik breng Milan nu naar mijn moeder als ik op visite ga. Dat is voor ons allebei rustiger. Hopelijk gaat deze fase snel voorbij want verder is hij wel echt een schatje.’’

Bijtertjes

Bijtertjes laten in de huid een afdruk achter van hun tanden. Een naar gezicht, maar die beetwonden kunnen verder geen kwaad. Het beste is om ze te ontsmetten en er daarna een pleister op te plakken. Echt doorbijten doen de meeste peuters niet. Komt het toch voor dat een kind thuiskomt met een flinke bijtwond en is van het bijtertje bekend dat hij besmet is met bijvoorbeeld het hiv-virus of hepatitus-B, dan doen ouders er verstandig aan langs de GGD te gaan voor een eventuele prik.

2005 

 

 

 

‘Rakker is nu een sterretje’

Een huisdier is vaak het beste maatje van een kind. Helaas komt er een moment dat ze afscheid van elkaar moeten nemen. Als een huisdier overlijdt, is dat meestal het eerste contact met de dood. ,,Rakker is nu een sterretje.’’

Het is een gebeurtenis die Anouk (5) en Iris (3) uit Zaltbommel nooit zullen vergeten. Voor de zomervakantie namen ze afscheid van hun hond Rakker. Hij was elf jaar, had botkanker en was te ziek om verder te leven. ,,Het was een beladen tijd’’, zegt Renske Esseveld met waterige ogen. ,,Rakker was ons maatje, echt een lid van het gezin. De kinderen zijn met hem grootgebracht en ze weten niet beter dan dat hij er was. Ze waren gek met hem. Altijd spelen, knuffelen, helpen met uitlaten of verzorgen. Toen hij ziek werd, was dat een enorme klap voor ons allemaal. We vertelden de kinderen meteen dat Rakker niet lang meer zou leven. Dat hij ziek was en pijn zou krijgen. Zelfs te ziek om te spelen, rennen en knuffelen. Dus dat ze nog even heel veel van hem moesten genieten. Dat hakte er in.’’

De levensverwachting van huisdieren is vaak kort. Katten, honden en konijnen leven ongeveer twaalf a veertien jaar, cavia’s en parkieten zo’n zeven jaar en hamsters worden vaak niet ouder dan twee. Bij de aanschaf van een dier realiseren kinderen zich niet dat ze een keer afscheid moeten nemen. Is het beter geen huisdier te nemen om je kind dat verdriet te besparen? ,,Nee, absoluut niet’’, zegt Nienke Endenburg, GZ-psycholoog en onderzoeker naar de relatie mens en dier aan de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. ,,Bij de aanschaf moeten ouders meteen vertellen dat een dier niet voor eeuwig bij ze is. Dat is moeilijk, maar ook leerzaam. Is het de eerste keer dat kinderen met de dood te maken krijgen, dan heeft het zelfs een opvoedkundige functie. Ouders kunnen uitleggen wat het inhoudt, wat er met je gebeurt als je er niet meer bent en kinderen erop voorbereiden dat uiteindelijk iedereen sterft.’’

Deze ervaring is bepalend hoe kinderen later met de dood omgaan. Want mogen kinderen verdrietig zijn, wordt hun verdriet gebagatelliseerd, rouwen ouders in het bijzijn van hun kroost? Slikken zij hun tranen weg en verwerkt ieder het alleen? Praten ouders nog over het overleden dier of zwijgen zij over hem en het verdriet? ,,Het overlijden van een huisdier maakt enorm veel indruk. Opmerkingen als ‘het was maar een dier’ of ‘we nemen snel weer een nieuwe’ helpen niet. Je kunt beter met elkaar rouwen. Soms vinden ouders het verdriet van hun kinderen zo moeilijk, dat ze hun eigen tranen wegslikken. Dat kunnen ze beter ook niet doen. Kinderen voelen toch wel dat er iets aan de hand is. Praat erover en neem goed afscheid. Rouw vraagt vaak om iets creatiefs, dus laat kinderen een mooie tekening maken of een lied. Misschien willen ze liever ballonnen oplaten voor hun overleden vriend. Vind een manier om concreet afscheid te nemen zodat ze daarna verder kunnen.’’

Renske Esseveld en Arjen van der Wal hebben hun kinderen bewust nauw betrokken bij het afscheid van Rakker. Ze hebben duidelijk gemaakt wat er met Rakker zou gebeuren en deelden hun verdriet. De kinderen maakten tekeningen en hebben hun huisgenoot bij het afscheid stevig geknuffeld, geaaid en gekust. ,,Ze waren er niet bij toen hij thuis een spuitje kreeg. We hebben van tevoren verteld wat er ging gebeuren. Dat hij een prikje kreeg waardoor zijn hart zou stoppen met kloppen. Dat dit geen pijn deed. Zijn lijf zouden we cremeren en het as kwam weer thuis. Anouk snapte heel goed dat Rakker niet meer terug zou komen. Ze zei dat hij straks een sterretje in de hemel was. Op vakantie keek ze vaak naar de heldere lucht en zwaaide naar de vonkelende sterren. Iris snapt het nog niet helemaal. Toen de urn kwam, zei ze haal snel de mand van Rakker, want het is zielig als hij in die doos moet blijven. Dan breekt je hart.’’

Kinderen zitten vaak met veel vragen als hun dier er niet meer is. Want waar is hij nu, wat doet hij daar, komt hij echt nooit meer terug en gaan wij ook dood, zijn veelgestelde vragen. Kinderen hebben niets aan ontwijkende en vage antwoorden. Endenburg: ,,Wees eerlijk. Dat is beter dan wanneer ze er allemaal nare dingen bij bedenken. Want de fantasie van kinderen slaat op hol als ze iets niet begrijpen. Dan vullen ze het zelf in. Is het niet duidelijk dat een dier nooit meer wakker wordt, dan is het een heel naar idee dat hij onder de grond ligt en daar wakker wordt. Of dat hij in zijn slaap verbrandt. Daar kunnen kinderen niet van slapen. Dus maak duidelijk dat dood betekent dat iemand er niet meer is en echt nooit meer terugkomt. Het is ook goed om kinderen erbij te laten als een ziek dier een spuitje krijgt. Leg uit dat je hem helpt te sterven. Zijn ze erbij, dan zien ze dat het vredig gaat en geen pijn doet. Dat stelt kinderen gerust.’’ Een nieuw dier kan helpen bij het verwerken van het verlies. Toch is het verstandig niet te overhaasten. Een kind heeft tijd nodig om te beseffen dat zijn huisvriend niet meer terugkomt. Het gemis moet een plek krijgen en een nieuwe viervoeter moet geen vervanging zijn. Dan kan het alleen maar tegenvallen. Want elk dier heeft zijn eigen karakter met grappige en minder grappige trekjes.

In de huiskamer in Zaltbommel staan de urn, een foto en de tekeningen die de kinderen voor Rakker hebben gemaakt. Zijn foto pronkt ook in de slaapkamers van de meiden. Dus vergeten wordt hij niet. Ondanks het grote verdriet na het verlies, besloot het gezin snel een andere hond te nemen. Na de vakantie kwam Lobke in huis. Een pup uit Bosnië met een prachtig koppie en trouwe hondenogen. ,,Het verdriet was enorm en de leegte daarna ook. Toch was dat geen reden om niet weer aan een hond te beginnen. Want we hebben jaren ontzettend veel plezier van hem gehad. Ik dacht wel dat we nooit meer zoveel van een hond konden houden, maar ook Lobke heeft ons hart gestolen. Voor de kinderen was het liefde op het eerste gezicht. Lobke brengt zoveel gezelligheid en warmte in huis. Anders hadden we veel langer verdriet en pijn gehad.’’

Meer info:

Nienke Endenburg schreef het boek ‘Als je huisdier doodgaat’. Zij geeft tevens rouwbegeleiding na het overlijden van een huisdier. www.endenburg.biz. Afgelopen mei verscheen het handboek ‘Afscheid van mijn huisdier’ van Magda Bergman bij uitgeverij Tirion.

Kinderen en dieren

Meestal beginnen kinderen al op jonge leeftijd te vragen om een dier in huis. Ze zien de hond van de buren, een cavia bij een vriendinnetje of een kat in de tuin en willen zelf ook zo’n levend knuffelbeest. Een dier is niet alleen gezellig, verschillende studies wijzen uit dat huisdieren goed zijn voor kinderen. Nienke Endenburg deed de afgelopen negen jaar onderzoek om erachter te komen hoe belangrijk huisdieren zijn. ,,Het maakt niet uit of het een hond, kat, hamster of goudvis is, maar een huisdier zorgt dat kinderen gelukkiger zijn’’, zegt Endenburg. ,,Ze leren tegenslagen beter verwerken en houden meer rekening met anderen. Vooral als ouders gaan scheiden of als het slecht gaat op school, hebben kinderen veel steun aan een dier. Een huisdier zal altijd naar je luisteren en je nooit beoordelen. Als je het moeilijk hebt, kan een dier je troosten.’’

Een nieuw huisgenootje kan kinderen ook verantwoordelijkheidsgevoel bijbrengen. Want ze leren om voor een ander wezen te zorgen. Hoe klein iemand ook is, het kan altijd al meehelpen. Een peuter kan de hond natuurlijk niet alleen uit gaan laten, maar kan wel helpen met borstelen of een bakje water geven.

Uit onderzoek blijkt dat veertien procent een huisdier houdt omdat het goed is voor de ontwikkeling en het verantwoordingsgevoel van de kinderen. Maar een huisdier is niet automatisch goed voor de ontwikkeling van de kleinsten thuis. Ouders dienen zelf wel het goede voorbeeld te geven. Zorgen zij niet goed voor de nieuwe huisgenoot, dan is de kans groot dat een kind dat ook niet doet. ,,Ouders moeten wat met een dier hebben. Het werkt niet als ze zo’n viervoeter alleen in huis halen om hun kind wat bij te brengen. Dan heeft het geen positief effect. Reken bij kleine kinderen ook niet op al te veel hulp. De nieuwe schattige pup of kitten wordt snel groot en eist veel aandacht en verzorging. Is de nieuwigheid er voor kinderen af, dan kunnen zij het diertje links laten liggen. Wijs kinderen er daarom vooraf duidelijk op dat een huisdier voor langere tijd bij ze is. Laat zelf zien hoe je met een dier om moet gaan. Hoe je hem goed verzorgt, aandacht en liefde geeft.’’

2007

Onverklaarbaar buitenbeentje

Roos (67) voelde altijd dat ze anders was dan haar zussen en broer. Ze wist niet waarom, maar het gevoel was er. Terecht, blijkt achteraf. Want Roos heeft een andere vader. Deze verzwegen vader heeft, ondanks zijn afwezigheid, haar hele leven beïnvloedt.

Roos is tijdens de oorlog geboren en verblijft tot haar zestiende in verschillende tehuizen. Ze voelt zich daar niet thuis. Ze voelt zich eigenlijk nooit ergens thuis. Nu begrijpt ze waarom. Ze is niet gewenst. Ze is de dochter van de tijdelijke minnaar van haar moeder. ,,Mijn familie wil er niet over praten’’, zegt Roos geëmotioneerd. ,,Ik was een jaar of dertig toen ik mij zus vroeg of ik een andere vader had. Ze bevestigde mijn vermoedens. Ze zei zijn naam en vertelde dat hij iets met kunst deed. Toen ik mijn moeder hiermee confronteerde, ontkende ze resoluut. Dat was het laatste wat ze erover kwijt wilde.’’

,,Het lijkt alsof mijn zussen daarna een pact hebben gesloten want ook zij zwijgen. Zelfs de zus die mij dit vertelde, zegt niks meer. Heel pijnlijk. Op dat ene moment bevestigde ze mijn vermoedens, mijn twijfels. Alle puzzelstukjes vielen op hun plaats. Er was eindelijk erkenning. Maar dat is me daarna weer heel hard afgenomen. Door alle emoties ben ik zelfs mijn vaders naam vergeten. Ik weet niks van hem.’’

Roos voelt van kleins af aan dat ze anders is dan haar zussen en broer. Al is het maar omdat zij allemaal blond haar en blauwe ogen hebben, terwijl Roos donkere krullen heeft en sprekende bruine ogen. Ze is een buitenbeetje, dat er altijd graag bij wil horen. ,,Als kind was dat gevoel er al. Ik was anders, uitbundiger dan de rest. Ook tussen de regels door hoorde ik dat ik anders was. Zo zei mijn vader zelfs een keer dat als ik van hém was geweest, hij mij nooit Roos had genoemd. Zo’n uitspraak is nogal wat. Maar ik was jong en durfde er niet op in te gaan. In die tijd was ik niet zo mondig, wilde er alleen maar bijhoren. Maar hoe ik ook mijn best deed, ik bleef het buitenbeentje.’’

Roos is katholiek opgevoed, maar ze kan zich nooit vinden in dat geloof. Als haar zoon haar op latere leeftijd een boek over het Jodendom geeft, vindt ze herkenning. ,,Ik kreeg rillingen toen ik het las. Ik wist direct dat ik echt een Jodin ben. Niet alleen van mijn moeders kant, maar ook via mijn vader. Die herkenning was zo ontzettend fijn, maar ook aangrijpend. Bedreigend. Mijn hele jeugd hoorde ik wat men van Joden dacht. Ze deugden niet. De nonnen in het tehuis noemde mij soms ‘Jodin’ en dat was duidelijk beladen. Dat deel van mezelf drukte ik altijd weg. Nu wist ik dat ik er wat mee moest doen. Want het is een deel van mij, van mijn afkomst.’’ Vanaf dat moment probeert Roos haar verleden te achterhalen. Ze realiseert zich dat haar vader haar biologische vader niet kan zijn. Tijdens de oorlog was hij weg, terwijl haar moeder en de kinderen ondergedoken zaten. Haar echte vader is waarschijnlijk de Joodse onderbuurman. ,,Ik snapte eindelijk waarom mijn vader niet om mij gaf. Ik was zijn dochter niet en dat wist hij. Daarom toonde hij nooit belangstelling. Hij keek amper naar me om als ik in het weekend thuiskwam. Mijn moeder hield mij ook op afstand. Waarschijnlijk uit schuldgevoel of schaamte. Het idee dat die nare man mijn vader niet is, is voor mij een bevrijding. Al weet ik niet wie mijn echte vader is, ik fantaseer wel over hem. Ik droom over een grappige en warme man die ons altijd heeft gemist. Die van plan was om er met mijn moeder en mij vandoor te gaan, maar door de oorlog de kans niet kreeg.’’

De onbekende vader heeft het leven van Roos en haar kinderen bepaald. Hij speelde altijd op de achtergrond. ,,Omdat ik hetzelfde als mijn familie wilde zijn, paste ik me altijd aan. Ik deed lief zodat ze van me zouden houden. Achteraf weet ik dat het bij mijn ‘vader’ tevergeefs was. Ik zou willen dat ze me eerder hadden verteld dat ik zijn kind niet ben. Dat had een hoop onrust, onzekerheid en ontreddering weggenomen.’’ ,,Het enige waar ik nu op hoop is dat iemand van de familie alsnog zijn mond opentrekt. Dat ik eindelijk zekerheid krijg over wat ik weet. Het gevoel voor mijn broer en zussen zal niet veranderen. Ze blijven altijd mijn familie. Maar ik weet wel dan eindelijk wie ik zelf echt ben.’’

Onderzoek naar verzwegen vaders

Met enige regelmaat komt in het nieuws dat 1 op de 10 kinderen een buitenechtelijke vader heeft. Of dat 1 op de 3 mannen die een vaderschapstest doet, inderdaad het kind van een ander opvoedt. Deze cijfers zijn slechts inschattingen. Ze worden nooit echt bevestigd of genuanceerd want gedegen onderzoek naar dit onderwerp ontbreekt. De Stichting Verwantschapsvragen wil daar verandering in brengen. ,,Dat 1 op de 10 blijft altijd vaag in de lucht hangen’’, zegt Simon Buschman, adviseur en coach van de stichting. ,,Zo blijft dit onderwerp taboe met alle taboe-effecten van dien. Kunnen we doen alsof het meevalt, in het echt niet zo vaak voorkomt. Maar misschien is 1 op de 10 wel te laag ingeschat. Zo hield ik eens een lezing over een ander onderwerp. Na afloop vertelde ik iets over de stichting Verwantschapsvragen en vroeg hoeveel mensen met dit onderwerp te maken hebben. Meer dan de helft van de handen gingen spontaan de lucht in.’’ ,,Het is tijd voor gedegen onderzoek. Daarom spannen we ons daar als stichtingvoor in en zijn onder meer in gesprek met het Nipo, een objectieve instantie.’’

De stichting houdt zich sinds de oprichting in 2006 bezig met het bespreekbaar maken van verzwegen vaders, vooral bezien vanuit de vrouw, de moeder. ,,Moeders zwijgen vaak tot in hun graf over die buitenechtelijke gebeurtenis of ouders besluiten samen hun geheim nooit te onthullen. Ze realiseren zich niet hoeveel impact dit geheim op het kind en henzelf heeft. Vaak voelt een kind en de nabije omgeving dat er iets niet klopt. Kinderen weten dat de band met hun ‘gezinsvader’ anders is of zien dat hun moeder zich gevoelsmatig tegenstrijdig gedraagt. Dit alleen al uit schuldgevoel, maar bovenal schaamte. En altijd is er de dreiging dat haar geheim uitkomt. Vaak staat alles in het teken van dit onuitgesproken geheim, die onbekende vader. De stichting houdt zich bezig met de impact van deze gebeurtenissen. Wij begeleiden kinderen en/of ouders en brengen ze desgewenst in contact met lotgenoten. De kinderen vertellen hun verhaal en wij publiceren dat op onze website. Erover praten is vaak een eerste stap in de richting van ‘vrijmaking’.’’

www.verzwegenvaders.nl

2008

Hulp voor stiefmoeders

De stiefmoeder heeft een slechte naam. Ze is gemeen, bazig en ook nog eens lelijk. In de praktijk blijkt dit reuze mee te vallen. Toch is de relatie tussen stiefmoeder en stiefkind niet makkelijk. ,,Van je eigen kind houd je, voor een stiefkind zorg je.’’

Onderzoek wijst uit dat meer dan zestig procent van de stiefgezinnen uit elkaar gaat. Ondanks alle goede intenties hebben nieuw samengestelde gezinnen het dus ook niet makkelijk. Vooral de stiefmoeders hebben het zwaar. Stichting Stiefmoeders Nederland houdt daarom op 15 maart een speciale Stiefmoederdag in Tilburg en er gaan in mei door het hele land gespreksgroepen van start. ,,Het is een taboe om te klagen over het kind van je partner. Dat doe je niet’’, zegt Maaike van Goethem, oprichter van de stichting. ,,Terwijl het heel normaal is dat er problemen zijn in een stiefgezin. Er is nog geen emotionele band of gedeeld verleden in het gezin. Dat moet je opbouwen en zoiets kost nou eenmaal tijd. Onderzoek wijst uit dat het wel een paar jaar duurt voordat een stiefgezin lekker draait. Als je dat weet, is het makkelijker te accepteren dat er problemen zijn en hulp te zoeken.’’

Maaike van Goethem is stiefmoeder van een dochter van zeven en houdt zich veel bezig met lotgenoten. Met de stichting doet ze sinds 2006 onderzoek naar de ervaringen van stiefmoeders. Via de website kunnen stiefmoeders vragen stellen aan deskundigen, contact hebben met andere stiefmoeders en ervaringen delen. ,,Ik had geen idee dat het zo moeilijk zou zijn’’, vertelt ze. ,,Toen ik vijf jaar geleden mijn vriend leerde kennen, was zijn dochter van twee geen enkel probleem voor mij. Ik was zo verliefd, zag alles door een roze bril. Ik hield van hem en zou zeker ook van haar gaan houden. Het leek me leuk om in het weekend dingen te doen als gezinnetje. Ik heb geen kinderen en kon me eigenlijk niets voorstellen bij de stiefmoederrol. Ik zei dus ja tegen iets waarvan ik helemaal niet wist wat het inhield. Dat viel daarna dus best tegen. Ik dacht nooit ik stop met de relatie want daarvoor zijn ze me beiden te dierbaar. Maar ik heb mijn verwachtingen tussentijds behoorlijk bijgesteld.’’

,,De onvoorwaardelijke liefde die mijn partner voor zijn kind voelt, heb ik natuurlijk niet. Dat betekent dus automatisch dat ik minder kan hebben van zijn dochter. Ik heb minder geduld, ben strenger. Ik doe wel mijn best dat ze het leuk heeft bij ons en hoop dat ze me lief vindt en dankbaar is voor de moeite die ik doe. Maar ik verwachtte te veel. Een kind zegt ook niet elke dag tegen zijn moeder dat ze zo lekker heeft gekookt of dat hij van haar houdt.’’

Veel vrouwen geven zichzelf de schuld van de problemen in hun stiefgezin. Van Goethem worstelde ook met schuldgevoelens. ,,Als het moeizaam liep gaf ik mezelf de schuld. Als ze me niet aardig vond, dacht ik meteen dat ik gewoon niet met kinderen om kon gaan. Vreselijk was dat. Ik vond het ook niet altijd leuk dat ze er was en voelde me daar heel rot over. Ik zocht informatie op internet, maar kon niet veel vinden. Totdat ik een boek las over de valkuilen voor stiefmoeders. Dat was een eyeopener. Ik was geen heks of boze stiefmoeder. Ik was niet de enige en deze problemen zijn heel normaal. Daar is niemand schuldig aan.’’

Van Goethem doelt op het boek ‘Understanding Stepmothers, de successen, valkuilen en inzichten’. Dit is in 2004 geschreven door de Canadese deskundige Elizabeth Church. Ze noemt de zeven meest voorkomende valkuilen voor stiefmoeders. Ze hebben vaak een onrealistisch beeld van een stiefgezin, nemen te snel de zorgrol op zich, hebben niet gerekend op de ex-partner, voelen zich algauw de boze stiefmoeder, hebben geen of weinig autoriteit bij de stiefkinderen autoriteit, krijgen onvoldoende steun van de partner en worstelen met een onvervulde kinderwens als de partner geen kinderen meer wil. ,,De meeste vrouwen lopen wel ergens tegenaan. Ik liep als politieagent rond. Ik wilde geen feestweekenden en hamerde op de noodzaak van regels. Mijn partner zag dat anders. Hij ziet zijn dochter maar eens per week en dan moet het gewoon gezellig zijn. Terwijl ik aan het opvoeden was en corrigeren. Dat zijn mijn taken helemaal niet. Als je geen band en autoriteit hebt, waarom zou een kind dan naar je luisteren? Logisch dat mijn stiefdochter niet luisterde. Op een bepaald moment heb ik duidelijk een stap terug genomen. Dat werkt voor iedereen beter. Mijn vriend voedt nu meer op en mijn stiefdochter en ik zijn de afgelopen jaren dikke maatjes geworden.’’

De stiefmoeder heeft het beeld van ideale gezin losgelaten. Ze doen in het weekend niet meer alles samen, maar Van Goethem trekt er ook alleen op uit. ,,Ik wilde altijd samen zijn, net als een echt gezin. Ik voelde me schuldig als ik andere plannen had. Ik weet nu dat dit niet hoeft. Het is juist leuk als vader en dochter wat samen doen. Voor mij is het ook goed om soms even alleen te zijn. Lekker winkelen, uitslapen of met een vriendin koffie drinken zonder het gevoel dat ik ze in de steek laat.’’ Het stiefgezin van Van Goethem draait nu vijf jaar en er is rust gekomen. Ze geniet meer van haar stiefdochter en het gezin dat zij in het weekend vormen. ,,Ze zette zich een tijdje tegen mij af, maar ook dat is normaal. Het is veiliger om bij mij opstandig te zijn, dan bij haar vader. Dat trek ik me niet altijd meer persoonlijk aan. We zijn nu maatjes en hebben het leuk samen. Ze is heel anders dan ik, maar ik zie veel van mijn vriend in haar terug. Dat vind ik bijzonder.’

Waarom richt de stichting zich eigenlijk alleen op stiefmoeders? Hebben zij het zwaarder dan stiefvaders? ,,De problemen van stiefvaders zijn deels anders. Kinderen wonen vaak grotendeels bij de moeder en stiefvader. Zij hebben dus meer tijd samen. Dat kan moeilijker zijn, maar er ontstaat wel sneller een band. En omdat de stiefkinderen er bijna altijd zijn, hebben zij waarschijnlijk ook minder moeite met het omschakelen naar het gezinsleven. Iets wat voor stiefmoeders lastiger kan zijn.’’

Stiefmoederdag

Stichting Stiefmoeders Nederland houdt 15 maart de eerste Stiefmoederdag in wijkcentrum De Poorten in Tilburg. Stiefmoeders kunnen onder professionele begeleiding ervaringen uitwisselen met vrouwen in dezelfde situatie.

Er zijn vijf workshops voor vrouwen in verschillende gezinssituaties, waaronder stiefmoeders van pubers, stiefmoeders getrouwd met een weduwnaar en stiefmoeders zonder eigen kinderen. Maaike van Goethem: ,,Deze groepen hebben elk hun eigen problemen. Het is prettig om ervaringen uit te wisselen met iemand die in dezelfde situatie zit. Maar ook om te weten dat je niet de enige bent.‘’

De stiefmoederdag is van 9.30 tot 14.30 uur en kost €35. Informatie en inschrijven: www.stichtingstiefmoeders.nl

 2008

Altijd het pispaaltje

Het nieuwe schooljaar is net van start gegaan. Sommige kinderen keken er naar uit, terwijl school bij andere slapeloze nachten bezorgd. Zij zien op tegen weer een jaar vol pesterijen, vernederingen en scheldpartijen. Lisa (13): ,,Ik ben altijd het pispaaltje. Hoe normaal ik ook doe, kinderen vinden me raar.’’

,,Ik keek nooit in de spiegel, walgde van mezelf. Ik was raar, zag er niet uit en was nergens goed in. Logisch dat niemand met mij om wilde gaan’’, zegt Lisa. ,,Het is heel erg dat ik zo over mezelf dacht. Maar als elke dag tegen je gezegd wordt dat je lelijk, raar en dom bent, ga je het vanzelf geloven.’’ Lisa was lang het pispaaltje van de klas. Al in de onderbouw werd ze gepest. Dat werd tijdelijk minder, maar de laatste twee jaar van de basisschool en de eerste maanden van de middelbare school was het heel erg. Kinderen deden haar na, scholden haar uit en sloten haar buiten. Waarom? Ze weet het niet.  ,,Misschien omdat ik niet voor mezelf op kan komen. Dat heb ik nooit gekund. Als iemand iets naars zei, wist ik niet hoe ik moest reageren. Dan zei ik maar niks. Dat was blijkbaar een reden om me uit te testen. Op de lagere school had ik één vriendin die een paar jaar ouder was. We zaten samen in een combi-klas. Werd ik gepest, dan nam zij het voor me op. Toen zij van school ging, had ik niemand die me hielp. Een klein groepje kinderen pestte mij en de rest van de klas deed mee of negeerde mij. Ik praatte zelf ook met niemand, sloot me helemaal af. Ik voelde me zo alleen.’’

Lisa durfde niemand iets te vertellen. Ze kropte alles op. ,,Ik was geen vrolijk kind. Dat zagen mijn ouders ook. Ze vroegen vaak wat er was, maar ik gaf geen antwoord. Dat wilde ik niet. Dan zouden mijn ouders ook verdrietig zijn en wat konden zij er verder aan doen? Ik zat altijd op mijn kamer, huilde mezelf in slaap en werd ‘s nachts vaak wakker. Ik hoopte dat het vanzelf over zou gaan, maar dat gebeurde niet. Ik raakte steeds gefrustreerder. Ik verloor vaak mijn zelfbeheersing en kreeg hysterische huilbuien. Van machteloosheid gilde ik de boel bij elkaar, schold iedereen uit en barstte daarna in tranen uit. Zo’n aanval was dan weer een nieuwe reden om me te pesten.’’

Op school zagen de leraren na een tijd wel dat het niet goed ging met Lisa. Haar ouders werden ingelicht. Zij schreven Lisa in voor een training bij jeugdzorg. Dat gaf haar iets meer zelfvertrouwen, maar ze bleef het buitenbeentje. Op de middelbare school hoopte ze een nieuwe start te maken. ,,Ik was zenuwachtig, maar ook blij dat ik eindelijk van die pesters af was. Ik hoopte zo dat ik nu wel geaccepteerd zou worden. Al bij de introductieweek ging het mis. Kinderen vonden me lelijk en pesten me omdat ik slecht  ben in sport. Mijn kleren waren te kinderlijk en merkloos, dat kon blijkbaar niet. Zelfs als ik dan eens de juiste spijkerbroek kocht om erbij te horen, werd ik daar mee gepest omdat het me toch niet stond.’’ De brugpieper ging elke dag met buikpijn naar school. Ze was weer een buitenstaander en had geen idee wat er tegen te doen. ,,Ik leerde een meisje kennen uit een andere klas. Zij is ook een beetje anders, namelijk licht autistisch en gothic. Het klikte tussen ons. Ik was verbaasd dat iemand mij leuk kon vinden. Zij zat in een klas waar meerdere verschillende types rondlopen. Daar wilde ik ook naartoe. Ik schreef een lange brief naar de schooldirecteur waarin ik mijn verhaal vertelde. Dat is al zo lang werd gepest en wat dit met mij deed. Toch vond hij het niet nodig om mij over te plaatsen. Het leek hem beter om dit na de zomervakantie te doen. Ik was teleurgesteld. Mijn ouders schreven ook een brief en ik heb weer met hem gepraat. Na veel zeuren en overtuigen begreep hij dat dit echt nodig was en ik mocht halverwege het jaar overstappen. Ik was zo blij! Ik werd serieus genomen. Deze klas is ook veel beter voor mij. Ik pas hier tussen. Ik voel me eindelijk ergens thuis.’’

Pesten heeft een grote invloed op kinderen. Lisa verloor haar zelfvertrouwen, kreeg steeds meer een negatief zelfbeeld en vertrouwde niemand meer. Als ze eens een vriendin had, iet die haar in de steek en vertelde haar geheimen door aan de populaire kinderen. Dat leverde weer extra pesterijen op. ,,Ik heb best moeite mensen te vertrouwen, begrijp het niet als iemand me aardig vindt. Nu ik wat vriendinnen heb, voel ik me wel lekker. Ik vind mezelf leuker en weet dat er best dingen zijn die ik kan. Maar ik denk vaak aan dat gepest. Dan word ik heel verdrietig. Ik was zo ongelukkig en waarvoor? Zodat anderen plezier hadden. Ik snap dat niet. Ik hoop zo dat ik dit schooljaar niet weer bij rotkinderen in de klas kom die het op mij hebben voorzien. Hopelijk is het pesten echt voorgoed voorbij.’’

De naam Lisa is op verzoek gefingeerd.

Wat als je gepest wordt?

Pesten is niet nieuw. Er zijn altijd mensen die buiten de boot vallen, kinderen die worden getreiterd en collega’s die worden weggepest. Pesten heeft een grote impact. Toch wordt het probleem volgens psycholoog en deskundige op het gebied van pesten Bob van der Meer niet serieus genomen. ,,Als iedereen zou weten hoe vreselijk het is om gepest te worden, dan zou het probleem serieus genomen worden. Dan zouden er betere maatregelen worden getroffen en vernederende programma’s als de Gouden Kooi van de buis worden gehaald. Dit soort televisie geeft het slechte voorbeeld en mensen lachen er nog om ook.’’

Van der Meer houdt zich bezig met alle vormen van pesten, maar verdiept zich vooral in pesten op school. Ouders staan vaak machteloos, net als de slachtoffers. ,,Je kunt kinderen wel naar een sociale vaardigheidstraining sturen, maar het probleem ligt niet bij de kinderen die gepest worden. Pesten is nooit jouw schuld. Niemand vraagt er om vernederd te worden. Met zo’n training pak je het probleem dus niet aan. Het is wel goed voor een kind dat jarenlang een buitenbeetje is en daardoor een totaal verkeerd zelfbeeld heeft ontwikkeld. Die kan er meer zelfvertrouwen door krijgen.’’

Volgens de psycholoog kan je er niets tegen doen als een groep het op je gemunt heeft. Je anders gedragen of kleden, werkt niet. Pesten gaat niet zomaar voorbij, dus je moet iets ondernemen. Het enige dat helpt is aan de bel trekken. Vertel het je ouders en ga samen naar de schoolleiding. Elke school moet namelijk een pestbeleid voeren om het tegen te gaan. Van der Meer ontwikkelde een methode voor scholen. Deze is simpel. Kinderen moeten met elkaar een klassencontract afsluiten. Ze bepalen zelf de regels, zoals je mag geen kind buitensluiten, uitschelden of slaan. Iedereen zet zijn handtekening eronder en moet zich aan de regels houden. Gebeurt dit niet, dat volgt er een gesprek en straf. Hij introduceerde de  methode op verschillen scholen en het werkt, volgens hem. ,,Het succes zit hem in het naleven van zo’n contract. Docenten moeten het serieus nemen en de regels elke week bespreken. Hoe gaat het in de klas, zijn er dingen voorgevallen die niet door de beugel kunnen. Een docent stelt duidelijke grenzen en daar hebben kinderen behoefte aan.’’ ,,Daarnaast mobiliseer je met een contract de zwijgende middengroep. Als je samen het contract bedenkt en ondertekent, kan je iemand er makkelijk op wijzen als hij zich er niet aan houdt. Dat is geen verklikken omdat je de regels samen hebt opgesteld.’’

Meer informatie: www.pesten.net en www.bobvandermeer.info

Impact van pesten

Gepest worden is heel vernederend. Het is verschrikkelijk om rond te lopen met het idee dat je stom, lelijk en waardeloos bent. Slachtoffers ontwikkelen vaak een laag zelfbeeld en krijgen faalangst. Pesten kan leiden tot eetstoornissen, mensen wantrouwen, weinig zelfvertrouwen hebben, depressief worden en in het ergste geval jezelf wat aandoen. Het is daarom belangrijk dat er vroeg aan de bel wordt getrokken. Van der Meer: ,,Slachtoffers kruipen in hun schulp en durven er niet over te praten. Ouders weten daardoor vaak niet wat er speelt. Alerte ouders merken soms wel dat het gedrag van hun kind verandert. Want er zijn wel signalen. Kinderen krijgen hoofdpijn, buikpijn, plassen in bed of hebben nachtmerries. zonderen zich af, brengen veel tijd in hun kamer door om de werkelijkheid te ontvluchten. Dat zijn signalen die je aan moet grijpen om serieus over dit onderwerp te praten en het probleem aan te pakken.’’

Pesten tegengaan

Meer dan een kwart van de kinderen op de basisschool wordt wel eens gepest. In elke klas wordt zelfs één kind meerdere malen per week getreiterd. De gevolgen zijn ingrijpend en kunnen een leven lang duren. Daarom is het zo belangrijk pesten vroeg te signaleren en in te grijpen, stelt de Landelijke Stichting Tegen Zinloos Geweld. De stichting houdt zich sinds eind 2005 actief bezig met een landelijke anti-pest campagne op basisscholen. Sinds begin dit jaar worden ook ouders actief bij het pestprobleem betrokken.

De stichting geeft op school oudertrainingen over pesten en het voorkomen, signaleren en aanpakken van pestgedrag. ,,De eerste geluiden van de trainingen zijn positief. Ouders weten beter wat er speelt en wat ze zelf kunnen doen’’, zegt Angela van der Woude van de Landelijke Stichting Tegen Zinloos Geweld. ,,Pesten is het grootste probleem waar scholen mee te maken hebben. Kinderen durven er vaak niks over te zeggen omdat ze zich schamen. Daarom is het zo belangrijk dat ouders alert zijn. Zij weten of een kind zich anders gedraagt, of het ergens mee zit. Dan moet je wel weten wat je kan doen. Tijdens de trainingen leren zij hoe je pestgedrag kan signaleren en vervolgens bespreekbaar maakt. Maar ook wat je er tegen kan doen, het gesprek aangaat met de ouders van de pestkop, hoe je de school inlicht en hoe je dat samen met je kind aanpakt.’’

Pesten heeft vaak grote gevolgen. Kinderen die gepest worden kunnen het gevoel hebben in een nachtmerrie te leven. Ze hebben meer kans op een depressie, faalangst en eenzaamheid. Hun zelfbeeld is vaak negatief en ze hebben moeite met sociale contacten. ,,Voor zowel ouders, leerkrachten en leidinggevenden geldt: denk nooit dat het wel meevalt. Dat is namelijk niet zo. Neem het probleem serieus en doe er samen wat aan.’’

www.zinloosgeweld.nl

2008