‘Ik ben uit mijn ei gekropen’

Een witte bol met mystieke blauwe binnenkant, een rood boomblad met gouden randje en een schilderij waar licht en donker in elkaar overlopen. Tijdens het creatief atelier van Inloophuis Pisa gaan deelnemers met hun handen aan de slag. Zonder opdracht, ze maken wat in ze opkomt.

Elke twee weken is er creatief atelier bij Pisa. Meestal zijn er zo’n zes deelnemers, zijn het er meer dan verhuist de creatieve ochtend naar de woonkamer of de tuin. De activiteit start met het aansteken van een kaarsje. De zes aanwezige dames en begeleidster Sandra Smits branden een lichtje voor wie dat nodig heeft. Daarna gaat iedereen aan de slag met klei, keramiek of verf en kwast.

Suus Wolters (47) uit Twisk werkt aan een klein schilderij. Voor haar staat een witte bol met prachtige blauwe binnenkant. ,,Dit ei symboliseert het proces dat ik heb meegemaakt’’, vertelt ze. ,,Ik kwam hier binnen als grijze muis. Sinds mijn ziekte heb ik klachten, van littekenweefsel waardoor ik mijn arm slechts een stukje op kan tillen tot zo’n dertig opvliegers per dag. Ik heb van alles geprobeerd om van die klachten af te komen. Niets hielp. Bij Pisa heb ik geleerd om dingen te accepteren zoals ze zijn. Die ongemakken horen bij mij. Ik heb de frustratie losgelaten en dat heeft me veranderd. Ik ben hier echt uit mij ei gekropen.”

Vervroegde overgang

In oktober 2012 werd bij Suus borstkanker geconstateerd. Ze kreeg bestraling, chemotherapie en een borstsparende operatie. Doordat de tumor hormoongevoelig was, werd ze vervroegd de overgang in gejaagd. ,,Toen ik de diagnose kanker kreeg, bleef ik zo stoer. Ik was sterk, hield me groot, ging in de overlevingsstand. Samen met mijn man run ik een reclamebureau en ik deed er alles aan dat het werk en thuis alles door kon gaan. Vriendinnen gingen mee naar het ziekenhuis, zodat Sjef kon blijven werken. Emoties drukte ik weg, maar het was zwaar. Vooral de chemo. Ik voelde me zo beroerd, liep op mijn tandvlees. Ik heb het afgemaakt, maar was labiel en kwetsbaar. Op het moment dat anderen dachten dat het goed ging omdat ik de kanker had overwonnen, stortte ik in. Opeens viel het kwartje wat er allemaal was gebeurd en wat voor narigheid ik eraan over had gehouden.”

Ze volgde het revalidatieprogramma Herstel & Balans bij sportschool Frits van der Werff. Daar werd een rondleiding georganiseerd bij Pisa. Suus had er wel eens van gehoord, maar haar beeld was niet bepaald vrolijk. ,,Ik had associaties met een sterfhuis, waar patiënten vanuit bedjes tv keken. Heel eng, leek me. Wat was ik verbaasd toen ik hier kwam. Het was hartstikke leuk!” Suus begon met een cursus H-yoga , speciaal voor mensen met kanker. Ze deed ook mee met Theatergroep Spelen voor je leven. ,,Pisa is een veilige omgeving waar iedereen mijn woede, verdriet en angsten snapt. In de buitenwereld laat ik die gevoelens niet zo snel zien. Ik wil niet dat mensen denken dat ik zwak ben, dat ik soms hulp nodig heb. Hier kan ik het uiten zonder uitleg. Niemand probeert het op te lossen. Dat kan ook niet. Maar het laten gebeuren, voelen dat dat mag, dat is fijn. Voor het eerst kan ik ook het gevoel toelaten dat ik af en toe heel klein ben. Dat maakt me uiteindelijk sterker.”

Tumorhumor

Er wordt veel gelachen tijdens het creatief atelier. Over alledaagse dingen, maar net zo goed over ‘tumorhumor’. ,,Haha hier mag dat’’, lacht een deelneemster. Suus: ,,Sinds mijn borstsparende operatie loopt een tekst op mijn T-shirt scheef. Daar maken we grappen over. En over dat een man in de supermarkt vast dacht dat ik hem leuk vond, want ik werd vuurrood toen hij me wat vroeg. Haha hij hoeft natuurlijk niet te weten dat dat opvliegers waren. Het is lekker om dat hier met een lach te bespreken. Net als dat we het over onze relaties kunnen hebben. Wat er allemaal verandert thuis, seksualiteit en hoe je kanker bespreekt met de kinderen. Dat zijn onderwerpen waar ik het niet met mijn vriendinnen over kan hebben.”

Verdriet is er ook. Begeleidster Sandra Smits zorgt ervoor dat deelnemers niet met een extra zorg naar huis gaat. ,,Er is ruimte voor iedereen in elke fase van de ziekte. Soms zijn de emoties heel heftig omdat iemand net heeft gehoord dat hij uitbehandeld is. We praten erover, maar we sluiten het ook samen zoveel mogelijk af zodat niemand met een rot gevoel naar huis gaat. Heeft iemand extra steun nodig, dan kan ik terugvallen op de gastvrouwen. We werken als team samen om iedereen dat te bieden wat nodig is.”

Suus is blij met Pisa. Ondanks verschillende ongemakken die de ziekte met zich mee brengt, is ze vrolijk, voelt ze zich sterk en meer zichzelf dan voor de ziekte. Pisa bracht haar ook hoop. ,,Natuurlijk was ik bang om dood te gaan. In mijn omgeving overleed een vrouw toen de kanker terugkwam. Dat was ook mijn angst. Nog een keer betekent einde verhaal. Hier bij Pisa heeft een vrouw al drie keer kanker overleefd. Dus dat kan. Kanker is niet het einde van de wereld.”

Kader

Inloophuis Pisa is er voor mensen met kanker, hun naasten en nabestaanden. Op 10 oktober viert Pisa haar 5-jarig bestaan, toch is het nog vrij onbekend. Het NHD neemt de komende weken een kijkje bij de activiteiten van deze ontmoetingsplek.

Pisa in het kort

Bij Inloophuis Pisa aan de Draafsingel 59 in Hoorn kunnen mensen zonder afspraak binnenlopen voor een kop koffie en een gesprek. Daarnaast worden er activiteiten georganiseerd waaronder yoga, de cursus Krachtig kwetsbaar zijn, creatief atelier, koken voor nabestaanden en Zingen voor je leven. Bezoekers van alle leeftijden kunnen zich ook aansluiten bij een lotgenotengroep zoals Kindertijd, Chill@Pisa voor jongeren, Partnergroep en Leven met Uitzaaiingen.  Binnenlopen voor een gesprek is gratis, voor de meeste activiteiten wordt een kleine bijdrage gevraagd.

Het dagelijks werk wordt verricht door 15 vrijwillige gastvrouwen en 1 heer, de activiteiten worden begeleid door 3- professionals die een vrijwilligersvergoeding krijgen. het bestuur betsaat uit 5 vrijwilligers, coördinator Wiek Luza is een betaalde kracht voor 16 uur en werkt de overige uren op vrijwillige basis.

De kosten voor het inloophuis zijn zo’n 100.000 per jaar. Voor inkomsten is Pisa grotendeels afhankelijk van giften, sponsoracties, donaties, nalatenschappen en een klein deel subsidie. Nederland telt rond de 60 inloophuizen, waaronder ook in Medemblik.

NHD, serie over Inloophuis Pisa, augustus 2014

Samen op de bank

Manon Wouters (27) en Kizzy Roosendaal (28) zijn samen opgegroeid, hebben van alles samen meegemaakt en hun families woonden tijdelijk in één huis. Manon is peettante van Kizzy’s dochter en nu zijn de vriendinnen tegelijk zwanger!

Kizzy: Doordat je zoontje in een stuit ligt is er een keizersnee gepland. Vind je dat vervelend?

Manon – 38 weken zwanger van een zoon.

‘’Het is natuurlijk niet zoals ik het in mijn hoofd had. Ik vind het jammer dat ik geen gewone bevalling mee kan maken, dat ik niet zal weten hoe mijn lichaam reageert op weeën en de geboorte. Maar ja, het is niet anders. Ik krijg een gezond kindje en dat is veel belangrijker! De datum houden we nog even voor ons. Nee, zelfs jij krijgt hem niet te horen Kiz. Het wordt voor iedereen een verrassing. Ik hoop dat ik na de keizersnee niet te veel last heb, want ik wil snel alles zelf doen met de kleine. Lekker tutten samen. Ik wilde altijd graag kinderen. Jij zei wel eens ‘wacht nog even’, maar ik had weinig geduld. Ik wilde zo graag moeder worden, ben altijd gek op baby’s, dat weet je wel. Een kindje van Patrick en mij samen lijkt me het mooiste dat er is. Toen het zover was, kon ik niet wachten om het jou te vertellen. Zo speciaal dat jij het toen al wist. Dat je die nacht had gedroomd dat ik een kindje verwachtte. Jouw reactie dat je tante wordt, ontroerde me. Zo voelt het voor mij ook. Zo leuk dat we tegelijk zwanger zijn. Onze baby’s schelen maar een paar maandjes en zullen echt samen opgroeien. Net als wij.

Het is best bijzonder dat wij zo close zijn geworden. Je was natuurlijk eerst de vriendin van mijn zus. Ik was het kleine zusje dat graag met jullie optrok, maar niet altijd mee mocht doen. Na haar overlijden zijn wij naar elkaar toe gegroeid. Het is fijn dat jij Sabine goed kende. Daardoor kunnen we het verdriet delen, maar ook herinneringen ophalen. Alle grappige en bijzondere momenten, die leuke kleine dingen van mijn zus. Toen ze overleed kwam je vaak langs om te vragen hoe het met ons gezin ging. Veel mensen durfden niks te zeggen, vroegen nooit meer naar Sabine. Terwijl het juist prettig is om over haar te praten. Jij hebt dat altijd goed aangevoeld. Zo hielp je mij door moeilijke tijden heen.’’

Manon: Ik vind het een eer dat ik de peettante van Hailey ben. Moest je daar lang over nadenken?

Kizzy – moeder van Hailey (2), 24 weken zwanger.

‘’Nee helemaal niet! Toen ik zwanger was wist ik meteen dat ik jou daarvoor zou vragen. Onze band is heel sterk, we kennen elkaar ook al zo lang. De tijd dat jullie na de scheiding van jouw ouders bij ons woonden zal ik nooit vergeten. Opeens waren we met zeven vrouwen in één huis. Alle drukte en gezelligheid was ik als enig kind niet gewend, dus ik genoot volop. Jij en je zussen voelden meteen als familie en dat is altijd zo gebleven. Toch vond ik het best eng om jou en Patrick te vragen als peettante en peetoom. Gelukkig waren jullie net zo enthousiast als wij. Al heb je zelf nog geen kinderen, ik kan jou voor de volle honderd procent vertrouwen met mijn kleine meid. Als ze bij jou is, hoef ik me geen seconde zorgen te maken. Hopelijk voel jij dat straks net zo met jouw kleintje.

Het is zo fijn om de zwangerschap en dit gevoel te delen. Bij mijn eerste zwangerschap was je al heel betrokken. Zo lief hoe vaak je langs kwam om te helpen en even mijn groeiende buik aan te raken. Na de geboorte, wipte je ook vaak binnen om naar Hailey te kijken. Soms dacht je dat ik dat vervelend zou vinden, maar helemaal niet! Gezellig juist. En mooi om te zien dat onze dochter zoveel liefde van je krijgt.

Je bent echt de perfecte peettante en ik weet zeker dat je een geboren moeder bent. Zo zorgzaam, geduldig en lief. Ik twijfel er niet aan dat jij precies weet wat je moet doen straks met die kleine. Bij Hailey vond je het al leuk om te helpen. Je gaf haar een flesje, verschoonde haar luier en je vroeg precies hoe alles werkte, waarom iets juist wel of niet kon. Je hebt nu eigenlijk helemaal geen vragen, je weet alles al!’’

April 2014 

 

‘In een ziekenhuis raak ik altijd in paniek’

Sara (28) kreeg op haar tweede acute lymfatische leukemie. Ze dacht altijd dat zwanger worden er als gevolg van de chemotherapie niet inzat. Haar zoontje Matz noemt ze dan ook een groot wonder. 

‘’Op mijn tweede kreeg ik vlekjes en ben ik acuut naar het AMC gebracht. Daar bleek ik kanker te hebben en er werd meteen gestart met chemotherapie. Vlak voordat ik ziek werd overleed mijn vader. Veiligheid en geborgenheid maakten plaats voor kanker en het ziekenhuis. Mijn moeder was hoogzwanger en woonde bij mijn vader want ook hij had net zijn vrouw verloren. Het was een hele heftige tijd voor ons allemaal. Ik kan me er niet veel meer van herinneren, maar het gevoel weet ik nog precies. Ik was doodsbang in dat ziekenhuis. Ik voelde me ziek en kreeg vreselijke beenmergpuncties en ruggenprikken. Als mijn moeder wegging, was het drama. Die prikken zijn nog lang na dat jaar doorgegaan en ze waren echt heel naar. Dat gevoel van angst en overgeleverd zijn aan doktoren kan ik me nog goed herinneren. Daardoor heb ik nu nog een enorme angst voor ziekenhuizen. Ik krijg het benauwd en paniekaanvallen. Ik wil niet naar het ziekenhuis. Er moet iemand meegaan, al ga ik voor iets simpels als een echo of een foto. Als ik alleen moet, dan durf ik niet.

Ik heb duidelijk wat overgehouden aan de kanker in mijn jeugd. Het kan nog veel meer gevolgen hebben. Al weten ze nog niet precies wat de gevolgen van de behandelingen zijn. Vervroegd in de overgang, vermoeidheidsklachten, nierproblemen en vruchtbaarheidsproblemen. Vooral dat laatste heb ik altijd zo ver mogelijk weggestopt. Ik wilde er niets van weten, kon er nog niet mee dealen. Dat was iets voor de toekomst. Dan zou ik dan wel zien hoe ik ermee omging. Maar zoiets zit altijd in je achterhoofd. Ik wist altijd dat ik dolgraag een kindje wilde. Dat ik tenminste één keer zwanger wilde worden. Dat leventje in mijn buik, dat leek me geweldig. Dat gevoel stopte ik weg. Daar kon ik niets mee zo lang ik er niet mee bezig was. Maar bij elke controle in het ziekenhuis werd er gevraagd naar mijn kinderwens. En in elke brief of folder van het ziekenhuis stond iets over vruchtbaarheidsproblemen en op internet staan veel droevige verhalen van vrouwen bij wie het niet lukt. Dat maakte me verdrietig, maar de heftigheid probeerde ik niet te laten doordringen. Op mijn 21e werd ik gevraagd mee te werken aan een onderzoek over de gevolgen van chemo op jonge leeftijd. Ik deed niet mee. Ik wilde niet weten of ik wel of geen kinderen kon krijgen.’’

‘’Toen ik Bas ontmoette, vertelde ik hem vrij snel dat de kans op een kindje met mij klein zou worden. Dat is zoiets essentieels, dat moet je snel bespreken. Hij maakte er geen probleem van. We zouden het wel merken en lukte het niet, dan zouden we toch lekker veel gaan reizen? Ik was blij met zijn reactie en schoof het voor me uit. Maar ik wist dat ik niet te laat moest beginnen als ik kinderen wilde. Misschien lukte het niet, zou het lang duren, moest ik de medische molen in of zou ik vervroegd in de overgang raken. Op mijn 23e kwam mijn kinderwens in alle hevigheid opzetten. De internist stelde voor dat we het een half jaar zelf zouden proberen voordat we naar het ziekenhuis zouden gaan.’’

Ovulatietesten

“Het is voor iedereen spannend om te proberen, voor mij was het extra beladen. Ik kocht meteen ovulatietesten. Ik ovuleerde, dus dat was goed. Lekker ontspannen proberen en wel zien hoe het loopt, dat lukte niet. Maar ik had wel bewust gekozen om voor onze bruiloft te beginnen, zodat ik afgeleid zou zijn. Nu ik eenmaal had toegegeven aan mijn kinderwens, kwam er veel gevoel los. Elke maand was ik heel erg teleurgesteld. Mijn angst dat het niet zou lukken werd steeds groter. Dit kon heel heftig gaan worden, dat wist ik. Nog eens versterkt door mijn ziekenhuisfobie. Maar na vier maanden was het al raak. Ik was dolgelukkig! Maar ook doodsbang. Wat als het mis ging. Wat als ik maar een goede eicel had en het zou mis gaan? Onbezonnen ben ik nooit geweest. De hele zwangerschap was er die angst. Ik deed ook heel voorzichtig, hield me aan alle regeltjes. De angsten, de bezoekjes aan het ziekenhuis, de onzekerheid. Het was zwaar in mijn hoofd. Maar het is gelukt. Anderhalf jaar geleden is Dex geboren. Ik was zo blij. Ik kon niet geloven dat ik dit mee mocht maken. Dolgelukkig was ik met dat kleintje in mijn armen. De internist noemde hem een wonder en dat is hij ook. Elke dag realiseer ik me wat een mazzel ik heb, wat een fijn leven en wat een geweldig kind. Misschien krijg ik er maar een, dus ik geniet extra van ons kleine, mooie wonder.’’

April 2014 

Samen op de bank

Danielle Sterrenburg (35) en Deborah Rohner (29) ontmoetten elkaar eind 2012 in het Sophia kinderziekenhuis. Ze maakten daar het ergste mee wat je als ouder mee kunt maken. Ze verloren beiden hun kind. Nu zijn ze allebei opnieuw zwanger. 

Deborah: Durf je wel te genieten van deze zwangerschap. Of is er steeds de angst dat jouw meisje ook te vroeg komt en het niet redt?
Danielle – moeder van Jayson (geboren na een zwangerschap van ruim 27 weken, overleden een maand na zijn geboorte), 30 weken zwanger van een dochter.
‘’Die angst is er constant. Ik heb deze hele zwangerschap geen seconde genoten. Ik zit alleen maar in de zenuwen of alles goed gaat, of mijn meisje lekker groeit en of ik niet weer afscheid hoef te nemen zo vlak na de geboorte. Ik heb net gehoord dat ze niet goed groeit. Dat was een klap. Ik kan dit niet nog een keer aan. Maar ik houd vast aan het positieve. Ze zit langer in mijn buik dan Jayson, ze is al een stuk groter dan hij was en hopelijk blijft ze nog een tijdje zitten.
Deze zwangerschap is wel echt een rollercoaster. Nadat Jayson overleed was ik natuurlijk snel weer zwanger. Heel mooi, maar ook heftig. De angst dat het misgaat, maar ook de schuldgevoelens. Jayson was mijn alles. Hij was zo speciaal en zo knap. Weet je nog hoe klein hij was? Niet groter dan mijn hand, maar toch wilde hij al zelf ademen. Hij was zo dapper. Hij vocht voor zijn leven en de dag dat hij mee naar huis mocht, kwam steeds dichterbij. Dat het mis ging door een darminfectie, is niet te verkroppen. Ik weet dat ik door moet met leven, maar voel me daar ook schuldig over. Altijd als ik iets voor de baby koop, koop ik iets voor hem. Een badeend, een engeltje, iets moois. Dat leg ik op zijn grafje. Hij moet weten dat ik hem nooit zal vergeten. Ik voel me ook schuldig ten opzichte van mijn meisje. Ik ben blij met mijn zwangerschap, maar ik houd afstand. Ik kan me niet helemaal geven. Dat lukt gewoon niet. Nog niet.
Ik ben blij dat we elkaar ontmoet hebben. Je bent een echte steun, maar we kunnen ook lekker lachen samen. Jij bent zo sterk, zo positief, dat bewonder ik. Ik ben van nature ook positief, vandaar onze klik. We hebben aan één woord genoeg. Je kind verliezen is het ergste wat er is. Een stuk van mijn hart is weg. Inleven in dat gevoel is onmogelijk. Ons verhaal is anders, maar het gemis is gelijk. We snappen elkaar. Dat is waardevol.’’

Danielle is op 13 december 2013 bevallen van dochter Dewi. Ze woog 1919 gram en moest nog een tijdje doorbrengen op de intensive care. Maar bij het drukken van dit nummer maakten moeder en dochter het naar omstandigheden goed.

Danielle: Zie jij ook zo op tegen familiefoto’s? Ze zullen nooit meer compleet zijn.

Deborah – moeder van Hailey (5) en Hayden (overleden op 2 jarige leeftijd), 20 weken zwanger van een dochter.
‘’Ja vreselijk. Eigenlijk wil ik nooit meer als gezin op de foto. Er zal altijd een gat zijn, zonder Hayden zijn we nooit compleet. Dat vind ik moeilijk. Ik probeer er nog maar niet te veel bij stil te staan.
Ik ben heel blij met mijn zwangerschap. We wilden graag een derde, al kwam het iets sneller dan verwacht. Het leuke daarvan is dat we niet zoveel schelen en dat we dit kunnen delen! Alleen jammer dat veel mensen daar een mening over hebben. Ze vinden het te snel, snappen niet dat we allebei na het afscheid zo snel weer een baby wilden. Maar we laten ze lekker kletsen, toch? Het is ons leven en we zijn straks super blij met onze meiden. Ik ben wel opgelucht dat ik een meisje krijg. Ik was bang voor een zoon. Ik wil geen andere zoon dan Hayden. Hij was zo sterk, zo speciaal. Met een jongen ga je toch meer vergelijken. Jij had dat gevoel ook, dus gelukkig krijgen we allebei een meisje. Kunnen ze straks lekker samen spelen. En ik weet zeker dat onze jongens de boel daarboven aan het terroriseren zijn. Ze maken er samen een feestje van.
Jij vindt het knap dat ik zo positief ben, dat vind ik van jou ook. Jij bent bijna altijd optimistisch. We kunnen ook niet anders. Het leven gaat door. Hailey sleept ons er ook doorheen. Om haar moet ik lachen. Ik kan ook niet huilend in bed blijven liggen, ik moet er voor haar uit. Hayden was zeven maanden toen hij kanker kreeg. Daarna heeft hij twee keer op het randje gelegen voordat hij overleed. Die hele periode was voor mijn dochter ook zwaar. Ze verdient nu twee vrolijke ouders die er het beste van maken. Dat zou Hayden ook gewild hebben. Hij was zelf altijd vrolijk en blij, dus dat moet ik ook zijn. Natuurlijk zijn er zware momenten. De dag dat hij drie zou worden, de dag dat hij overleed en als die kleine straks 7 maanden is. Dat wordt heftig. Dat laat ik maar over me heenkomen. Ik geniet nu van mijn zwangerschap en kan niet wachten tot die kleine meid er is.’’

Februari 2014

Geen dak boven je hoofd

Het aantal nieuwe daklozen groeit, toch is dit fenomeen nog vrij onbekend. Het stereotype beeld van onverzorgde en verslaafde zwervers die voor overlast zorgen, is achterhaald. ‘Dakloos zijn kan iedereen overkomen’.

John (52) draagt een donkere jeans, dikke zwarte jas, stevige stappers en een zwarte rugzak. Zijn haren zijn geknipt, schone nagels, verzorgd uiterlijk en een vriendelijk gezicht. Niets aan hem doet vermoeden dat hij al anderhalf jaar op straat zwerft. ,,Dat is ook de bedoeling. Ik vertel nooit hoe ik leef. Deed ik dat in het verleden wel, dan deinsden mensen achteruit. Alsof het een besmettelijke ziekte is’’, vertelt John, die niet op de foto of met zijn echte naam in de krant wil. ,,Er zit een stigma op daklozen. Een grote groep is ook verslaafd of heeft psychische problemen, maar daar hoor ik niet bij. Zoals ik op straat ben beland, dat kan de meesten overkomen. Helaas.’’

John verloor zijn baan, vertrok in 2000 naar Amsterdam en werkte daar in de horeca. Vier jaar geleden had hij voor het laatst een vaste baan. ,,Ik maakte me niet direct zorgen. Ik woonde gratis bij kunstenaars en dacht dat ik zo werk zou vinden. Naïef achteraf. Tijdelijke baantjes lukten wel, maar geen vastigheid. Toen de kunstenaars verhuisden naar een kleinere ruimte, was ik mijn slaapplek kwijt. Ik had geen werk, geld, vangnet, netwerk, ik kon nergens heen. Ik bleef laconiek, raak niet snel in paniek. Als werkloze leefde ik overdag al veel op straat, het was zomer, dus de nachten erbij waren geen ramp.’’

John schreef zich in bij de gemeente voor een daklozenuitkering en bij Woningnet. De wachttijd is acht jaar, maar over twee jaar komt hij in aanmerking voor een seniorenwoning. ,,Ik dacht dat ik sneller iets zou vinden, dat valt tegen. Als dakloze zit je in een vicieuze cirkel’’, meent hij. ,,Voor een baan moet je een huis hebben. Ik werkte een tijdje in de horeca met een fictief adres. Toen ze er achter kwamen dat ik op straat leefde, werd ik eruit gegooid. Mensen willen geen dakloze binnen. Ze zijn bang dat je steelt of voor problemen zorgt. Praktisch gezien is werken ook lastig. Ik leef op straat, ik douche bij inloophuizen die pas openen tijdens kantooruren. Ongewassen werken is geen optie.’’

John staat zeker niet alleen met zijn verhaal. Bij daklozenorganisaties kloppen steeds meer ‘nieuwe’ daklozen aan. Mensen zonder baan, met schulden, ZZP-ers die het hoofd niet boven water kunnen houden en hun huis verliezen. Zij slapen tijdelijk bij vrienden, familie, in opvanghuizen of op straat. Olga Kostelac Zarkov van het Leger des Heils in Rotterdam ziet de wachtlijst voor dag- en nachtopvang groeien. Overdag is de opvang aan de Westzijdijk, zeker als het koud is, met zo’n 200 man ‘propvol’, ‘s nachts is er ruimte voor 47 mensen. Anderhalf jaar geleden was dat aantal nog 36. ,,De situatie is schrijnend. Mensen staan smekend voor de deur of ze hier mogen slapen. Het doet pijn om ze weg te moeten sturen, wetend dat ze buiten moeten slapen’’, vertelt Kostelac. ,,Ik lig er wakker van, maar dat verandert de situatie niet. We proberen iedereen zo goed mogelijk te helpen, maar de problematiek wordt al groter.’’

Het aantal nieuwe daklozen groeit, toch is dit fenomeen nog vrij onbekend. Het stereotype zwerver is nog altijd een onverzorgde verslaafde die overlast veroorzaakt. Wellicht zorgt zwerver Rienk met zijn deelname aan het tv-programma Utopia voor een ander beeld? Hij is duidelijk geen prototype. Geen drank, drugs of andere verslavingen, maar een krachtige persoonlijkheid die in de wereld ‘buiten’ zijn draai niet kon vinden. Jan Laurier van Federatie Opvang denkt dat Rienk wel wat teweeg brengt. ,,Het zorgt voor meer aandacht voor zwervers en laat een andere kant zien. Het is belangrijk dat mensen zich realiseren dat dit iedereen kan overkomen. Het betreft hele normale mensen bij wie het even tegenzit. Natuurlijk speelt eigen schuld soms een factor, maar ook dat is menselijk.’’

Georgia (57) uit Rotterdam weet er alles van. Sinds oktober 2013 verblijft ze in de nacht en dagopvang van het Leger des Heils. Met haar verzorgde uiterlijk, hoge hakken, jurk en een fleurig sjaaltje is ze zeker geen stereotype. ,,Je moet er toch wat van maken’’, lacht ze. ,,Ik wil niet verslonzen, dan is het eind zoek. Niemand weet dat ik dakloos ben. Zelfs mijn familie niet. De schaamte is groot.’’ Georgia raakte vorig jaar haar baan als toiletjuffrouw kwijt. Ze had het al niet breed en zakte in een depressie. ,,Het was me allemaal teveel. Ik kon niks meer opbrengen, kwam een half jaar mijn bed niet uit. Vreselijk natuurlijk. Voor mezelf, maar ook voor mijn dochter van 21 die bij mij woonde. Zij probeerde me het bed uit te krijgen, maar ik voelde me te ellendig.’’

Georgia ondernam niets meer. Betaalde geen rekeningen, vroeg geen uitkering aan, liet haar post ongeopend. ,,Ik stak mijn kop in het zand, schulden stapelden zich op. De huur, ziektekosten, belastingen, dat loopt op. Een huisuitzetting volgde. Radeloos was ik. Daar stonden we dan met lege handen. Ons huis ontruimd, we mochten niets meenemen. Spullen worden drie maanden bewaard en daarna vernietigd. Alles is weg. Meubels en kleding krijg ik wel weer, maar foto’s komen nooit terug. Dat doet zeer.’’

Georgia is erg op zichzelf, heeft weinig contact met familie en vrienden. Daar hulp vragen was geen optie. Voor haar dochter regelde ze opvang bij een vriendin en haar ouders, zelf klopte ze aan bij het Leger. ,,Voor mijn gevoel had ik gefaald. In het begin was het moeilijk hier, ik voelde me niet veilig. Als iemand in de dagopvang begon te schreeuwen, rende ik al richting de uitgang. Nu ben ik het gewend, heb hier een groepje lieve mensen om me heen verzameld. Ik overleef het wel. Overdag help ik in de keuken bij de dagopvang, ’s avonds bij de nachtopvang. Dat doet me goed. Gelukkig kan ik mijn dochter dit besparen. Ze is zelf vrij nuchter, maar ik voel me schuldig. Soms denk ik wat doe ik mijn kind aan, wat doe ik mezelf aan. Daar kan ik niet in blijven hangen. Ik wil zo snel mogelijk weg, dus moet mijn problemen aanpakken. Daar ben ik nu druk mee bezig’’

Ook Nerva (55) slaapt in de slaapzaal van het Leger des Heils en brengt haar dagen door in de dagopvang. Ze is positief, maakt grapjes, lacht veel. Maar tranen vloeien er ook. ,,Mijn zoon vindt het vreselijk dat ik hier zit’’, zegt Nerva terwijl ze haar tranen wegveegt met haar mouw. ,,Hij wil dat ik bij hem en zijn vriendin kom wonen. Maar ik wil ze niet tot last zijn. Ik hoor voor mijn kind te zorgen, niet andersom. Hij is hier één keer geweest en stond huilend voor de deur. Daarna heb ik hem gevraagd weg te blijven. We spreken soms ergens af. Maar hem hier te zien, is te confronterend voor ons allebei.’’

Nerva heeft sinds haar woning in 2003 afbrandde, geen vast adres. Ze woonde bij schoonfamilie, had een baan, werd ziek en belandde in de WW. Schulden stapelden zich op. ,,Ik kon niet meer bij familie terecht want zij worden gekort op hun uitkering als ik bij ze woon. Dat wil ik niet. Ik trok in bij vrienden in Rotterdam, maar zij hadden zelf genoeg problemen. Werk vinden in deze crisis lukte niet, net als een woning met een schuld van ruim €40.000.’’ Ze kon nergens naartoe en belandde bij het Leger. ,,Vreselijk om hulp te vragen. Ik had toch een bepaald beeld van de mensen hier en schaamde me dat ik daarbij hoorde. Maar op straat slapen leek me nog erger. Het valt hier zo mee. ’s Avonds speel ik spelletjes met de andere vrouwen en overdag help ik in het kleine kledingwinkeltje van de opvang. Zo maak ik me nuttig. Ik ben gegroeid sinds ik hier ben. Sterker en zekerder geworden. Ik zit in de schuldsanering, werk aan mijn toekomst en kan binnenkort begeleid gaan wonen.’’

Sinds kort sport Nerva bij Fit for Free. Daar ontmoet ze weer andere mensen dan daklozen. ,,Ze hebben daar geen douches. Na het sporten zeg ik dat thuis lekker lang onder de douche spring. Daar moet ik in mezelf hard om lachen. Die mensen hebben geen idee dat ik geen huis heb, geen douche of bank om op te zitten. Het voelt goed dat ze me niet als dakloos zien, maar gewoon als mens. Want dat is wat ik ben.’’

Dat is ook voor John belangrijk. Hij wil niet zielig gevonden worden. ,,Het zat even niet mee, maar ik wil geen medelijden. Ik ben niet ongelukkig. Ja, ik heb moeite met de doelloosheid van mijn bestaan. Het feit dat ik niks doe met mijn hersenen en mijn handen. Maar dat komt wel weer.’’ Tot die tijd maakt John het beste van zijn zwerversbestaan. Bij inloophuizen van De Regenboog kan hij douchen, drie keer per dag eten, kleren wassen, zijn haren en nagels laten knippen. ,,Ik loop nooit doelloos rond, zoals veel zwervers. Overdag loop ik van het ene inloophuis naar de volgende. En al ga ik nergens heen, toch slenter ik nooit. Ik doe alsof ik onderweg ben. Rechtop, de pas erin en dan wandel ik naar een parkje, het station, centrum of de bibliotheek.’’

De avonden brengt John door in de bibliotheek. Daar zit hij warm, spit de kranten door en speelt via wifi met zijn telefoon. Om 22 uur volgt zijn vaste rondje door het centrum. ,,Ik ga langs kroegen, hotels en andere plekken. Op zoek naar spullen die ik kan gebruiken. Je wil niet weten wat mensen allemaal verliezen, vooral in het weekend. Geld, sieraden, kleding. Laatst vond ik een jas compleet met sjaal en muts. Zo kom ik aan mijn kleren.’’

John slaapt sinds hij op straat leeft in een portiek van een grachtenpand. Daar ligt hij meestal vanaf een uur of twee. ,,De eigenaar weet dat ik voor de deur lig, net als buurtbewoners. Zij hebben er geen moeite mee. Ik ben niemand tot last, maak geen rotzooi, ik pak mijn slaapzak en ga liggen’’, vertelt hij. ,,Het is een prima plek, maar veilig is het nooit. Soms vinden mensen het leuk om mij wakker te maken, soms is mijn slaapzak zeiknat omdat er een lolbroek op heeft geplast en vorig jaar werd ik in elkaar geslagen door een groep jongeren. Er gebeuren ook mooie dingen. Iemand heeft wel eens een lekker broodje naast me gelegd en een keer een slaapzak. Je weet nooit wat er kan gebeuren dus ik ben altijd op mijn hoede. Dat onveilige gevoel, is het moeilijkste van dit bestaan.’’

Volgens belangenvereniging Federatie Opvang groeit vooral de groep jongeren en daklozen tussen 51 en 64 jaar. Voor jongeren is de verklaring te vinden in de hoge werkloosheid, toename van schulden en een groot gebrek aan betaalbare huisvesting. Martijn (28) weet er alles van. Twee maanden zwierf hij op straat en sliep hij in de opvang van dnoDoen in Alkmaar. ,,Het afgelopen half jaar was zo heftig. Je hebt niks meer. Geen huis, geen geld, geen eigen spullen. Je zit aan de grond, moet helemaal opnieuw beginnen. Ik heb geen opleiding en ben geen 18 meer dus werknemers zitten niet om mij te springen. Net als een huurbaas met mijn schuld van €5000.’’

Martijn woonde samen toen het bedrijf waar hij voor werkte failliet ging. Het thuiszitten en de geldproblemen zorgden voor ruzies met zijn vriendin. De situatie werd onhoudbaar en Martijn vertrok. Naar zijn moeder wilde hij, door omstandigheden, niet, net zo min als crashen bij vrienden. ,,Ik wil niet afhankelijk zijn van anderen. Dat stuitte op veel onbegrip en verdriet. Vrienden zien dit als heel laag, snappen niet waarom ik hiervoor kies. Maar ik heb geen andere optie.’’

Martijn zit sinds oktober in het trainingshuis van dnoDoen. Daar heeft hij een eigen kamer en van daaruit kan hij solliciteren, regelingen treffen met schuldeisers en een uitkering aanvragen. ,,Ik zat in een bepaald patroon en kwam er niet uit. Hier moet je het ook zelf doen, maar wel met ondersteuning.’’ Hij ontmoette daar zelfs zijn vriendin Anique (20). ,,We zagen elkaar en het klikte meteen. Nooit verwacht dat ik hier verliefd zou worden!’’, lacht Martijn. ,,Anique zat in dezelfde situatie, dus we begrijpen elkaar. Ook bij haar is er veel onbegrip. Sommige vrienden willen geen contact meer omdat ze zo laag is gezonken. Triest. Ze zit inmiddels in het begeleid wonen project en ik heb waarschijnlijk snel werk. Een simpel baantje, maar dat maakt niet uit. Als ik eenmaal geld verdien, kan ik ook begeleid wonen, mijn schulden aflossen, een opleiding volgen. Ik weet nog niet welke opleiding, maar het zijn in elk geval stappen vooruit.’’

Govert (44) is ook vooral bezig met de toekomst. Hij woonde in bij een vriend in Amsterdam en is sinds oktober dakloos. ,,We werden zomaar hardhandig en geheel onterecht op straat gezet. We zijn alles kwijt geraakt. Mijn werk, rugzak, zelfs mijn kunstgebit. Ik ging helemaal door het lint. Willem is altijd goed voor mij geweest en dan wordt er zo met hem opgegaan. Ik was zo kwaad, zo teleurgesteld in alle instanties. Willem bleef rustig en kon mij kalmeren. Hij geeft niet op, vecht de uitzetting aan en heeft inmiddels een huis beneden de rivieren. Ik wilde hier blijven. Via een kennis kon ik in een oude, koude caravan, dus ik heb tijdelijk een dak boven mijn hoofd.’’

Overdag bezoekt Govert inloophuis Blaka Watra waar hij voor een kleine vergoeding kan douchen, eten, drinken en aanspraak heeft. Hij doet vrijwilligerswerk en werkt ’s avonds in de caravan aan esoterische luisterboeken. Daar wil hij zijn geld mee verdienen. ,,De apparatuur die ik had ben ik kwijtgeraakt tijdens de uitzetting. Nu type ik de teksten van mijn boeken, zodat ik ze straks op kan nemen. Ingepakt in dekens tegen de kou werk ik er hele nachten aan.’’

,,Dit bestaan is eenzaam. Er wordt op je neer gekeken, medewerkers van het DWI en de gemeente doen alsof je niks voorstelt. Mensen vinden je een luiwammes als je op straat leeft. In dit wereldje zie je veel mensen met verslavingen, maar er zijn er genoeg die eruit proberen te komen. Die hun problemen niet verzachten met drank en drugs. Dat is bij mij ook zo. Ik ben goed bezig met mijn luisterboeken en droom ervan esoterisch psycholoog te worden. Dat gaat heel diep, dat komt van binnenuit. Er zijn genoeg mensen die in mij geloven, dus ik ga ervoor. Hopelijk hoef ik straks nergens meer mijn hand op te houden, kan ik het allemaal zelf doen.’’

Daklozenopvang

Er is verschillende opvang voor daklozen, zoals crisisopvang, nachtopvang, inloophuizen waar daklozen kunnen douchen, eten en wassen, trainingshuizen en een traject begeleid wonen. De eigen bijdrage voor daklozen verschilt per instelling en gemeente. Bij sommige inloophuizen krijgen daklozen gratis koffie en thee en drie maaltijden per dag, soms wordt er bijdrage van 0.50 tot een paar euro gevraagd voor eten en voorzieningen. Het tarief voor nachtopvang varieert van gratis, een paar euro tot een inkomensafhankelijk bedrag.

Federatie Opvang

Het aantal daklozen groeit, de opvangcentra zitten vol, er zijn lange wachtlijsten en gemeenten bezuinigen op opvang. Zo heeft de helft van alle gemeenten vorig jaar veel minder besteed aan deze hulp. Voor 2015 is een verdere bezuiniging aangekondigd van landelijk 25 miljoen euro.

Jan Laurier, voorzitter van Federatie Opvang, maakt zich zorgen. ,,Steeds meer gezinnen vragen hulp. Dat is in en in triest. Huis en haard verlaten is het laatste wat zij willen. Voor deze groep is preventie belangrijk. Instanties moeten alerter zijn en ingrijpen voordat mensen op straat staan. Kijk wat er bij huur- of hypotheekachterstand gedaan kan worden, zorg dat schulden niet verder oplopen en schakel een schuldhulpverlener in.’’

,,Daarnaast zou er meer geïnvesteerd moeten worden in goedkope huisvesting en daklozenopvang, een betere samenwerking van instanties en de extramuralisering van de zorg anders opvangen. Nu zijn er steeds minder bedden beschikbaar in GGZ klinieken en moeten mensen vaker zelfstandig wonen, wat in de praktijk inhoudt dat er meer verwarde mensen op straat komen te staan. De instellingen en gemeenten staan voor een grote uitdaging om de problemen aan te pakken. We moeten duidelijke afspraken maken zodat iedereen de juiste opvang en steun krijgt om vervolgens zo snel mogelijk terug te kunnen keren in de samenleving.’’

De Federatie Opvang is een brancheorganisatie van zo’n 75 instellingen voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.

22 februari 2014

 

 

 

 

Samen op de bank

Vriendinnen Cherelle Richard (26) en Yasemin Comert (28) waren in 2011 tegelijk zwanger. Yasemin werd de trotste moeder van Nora-Lina, Cherelle kreeg een miskraam. Nu zijn ze weer samen zwanger. Over een paar maandjes worden hun drie jongens geboren!

Cherelle: Jouw drieling wordt geboren als tweeling.. voelt dat incompleet?
Yasemin – moeder van Nora-Lina (2) en 21 weken zwanger van een tweeling.
‘’Het voelt voor mij niet meer als een drieling, maar als een echte eeneiige tweeling. Natuurlijk was ik verdrietig toen na acht weken het hartje van één van mijn baby’s niet meer klopte. Maar ik was vooral blij dat het met deze twee wel goed ging. Daarom kon ik me er best snel overheen zetten. Ik vind het wel lastig dat ik nooit echt een miskraam heb gehad. Ik bloedde wel, maar het vruchtje was nog steeds te zien op de echo. Best confronterend. Daarom wilde ik die foto’s ook niet hebben. Gelukkig nam de tweeling daarna zoveel ruimte in beslag, dat ik de derde niet meer kon zien op een echo. Hij wordt nu geloof ik opgenomen in mijn lichaam. Gek hè? Ik sta daar verder maar niet bij stil. Ik houd me bezig met die twee kleine mannetjes die nu lekker druk zijn in mijn buik. Ik kan niet wachten tot ze er zijn!
Het is zo leuk dat we allebei jongens krijgen. Dat is voor ons beiden nieuw. Ik denk dat jij een fantastische moeder wordt. Jij bent echt een geboren mama. Zo lief en zorgzaam! Als ik je samen met Nora-Lina of jouw neefjes zie, dan zie ik alleen maar liefde. Je kan urenlang met ze spelen, kriebelt zachtjes aan hun voetjes, je geniet er zo van. Daarom ben ik blij dat je dit nu zelf mee mag maken. Al heb ik daar nooit aan getwijfeld hoor. Ik ben veel nuchterder dan jij en denk altijd dat alles goed komt. Je was zo jong bij jouw miskraam, ik wist zeker dat jij mama zou worden!
Jij bent nu ruim een maand verder dan ik, maar een tweeling wordt vaak te vroeg geboren. Toch hoop ik dat jij eerder bevalt. Dan kom ik gewoon hoogzwanger en met die lieve, kleine stuiterbal van me jouw kant op om jullie samen te bewonderen!’’

Yasemin: Lukt het wel om te genieten van deze zwangerschap? Of ben je bang dat het weer mis gaat?
Cherelle – 26 weken zwanger.
‘’Ja, nu gelukkig wel! Maar de eerste twintig weken heb ik alleen maar lopen stressen. Ik zat constant in onzekerheid, was zo bang dat het weer mis zou gaan. Pas toen ik onze babyboy op de 20 weken echo zag en hoorde dat alles goed was, kon ik eindelijk echt blij zijn.
Die miskraam heeft er ingehakt, dat weet je wel. Ik had zoveel verdriet… We waren zo blij met de zwangerschap. Dat jij ook zwanger was, maakte het helemaal bijzonder. Toen het misging, stortte mijn wereld in. Ik vond het ook best pijnlijk dat wij deze spannende tijd niet meer konden delen. Maar ik heb het jou altijd gegund hoor. Ik was zo blij toen Nora-Lina werd geboren. Ik was zo trots op jou!
Zwanger worden was daarna wel een obsessie voor me. Ik was alleen maar daar mee bezig. Ik snapte gewoon niet waarom het zo lang moest duren. En ik was bang dat ik nooit moeder zou worden. Daar hebben we veel over gepraat. Jij zei gelukkig altijd de juiste dingen. Je stelde me gerust en maakte me samen met Nora-Lina aan het lachen. Zo fijn!
Nu krijg ik ook een baby. Eindelijk! Zijn kamertje is helemaal klaar en de huiskamer ziet eruit alsof onze baby er al is, haha. Ik heb er zoveel zin in. Moeder zijn lijkt me gewoon fantastisch. Ik zie het aan jou en aan mijn zus, jullie genieten zo van die kleintjes!
En hoe speciaal is het dat we onze zwangerschap nu wel kunnen delen. Ik vind het heerlijk om je te bellen over rare kwaaltjes, bijzondere momenten en trots over het eerste schopje te vertellen. En natuurlijk om alle foto’s van onze mooie buiken te delen!
Het is jammer dat we elkaar niet vaker zien. Daarvoor wonen we echt te ver weg. Maar ondanks de afstand zit het goed tussen ons. We weten alles van elkaar en zijn er voor elkaar. Je bent een schatje. Altijd zo lief, enthousiast en positief. Ik ben heel blij met jou als vriendin!’’

Januari 2014

‘Aan opgeven heb ik geen seconde gedacht’

Het is gelukt. Het team van ‘Iceman’ Wim Hof heeft binnen 48 uur de top van de Kilimanjaro bereikt, iets wat experts voor onmogelijk hielden. Elf van hen slechts gekleed in korte broek. Zeger Schoenmaker (32) uit Hoorn moest op 5700 meter door onderkoelingsverschijnselen een jas aantrekken, maar haalde de top. ,,Ik ben nog nooit zo diep gegaan.’’

Zeger Schoenmaker is euforisch. Zondagavond keerde hij terug uit Tanzania waar hij met een team van 23 mannen en 3 vrouwen tussen de 29-65 jaar de Kilimanjaro beklom. Normaal gesproken heeft een klimmer voor deze tocht van 6000 meter 5 tot 7 dagen nodig om te acclimatiseren. Bij een stijging van hoger dan 3000 meter neemt het risico op hoogteziekte toe. Dit begint met hoofdpijn, duizeligheid, verwarring en kan leiden tot long- en hersenoedeem en zelfs de dood. ,,Daarom noemden experts dit experiment levensgevaarlijk’’, vertelt Schoenmaker. ,,Maar wij waren door de Wim Hof Methode in staat de top in 46 uur te bereiken. De afgelopen maanden hebben we getraind met zijn methode, een combinatie van ademhalingtechnieken, focus- en koude training. Eén van de deelnemers is arts. Hij meent ook dat dit medisch wetenschappelijk onmogelijk is. Maar door de training konden we allemaal beginnende symptomen van hoogteziekte op een veilige manier onderdrukken. Dit experiment toont aan dat niet alleen Wim Hof onmogelijke dingen kan, maar iedereen die zijn methode volgt.’’

Het doel was om de berg in drie dagen te beklimmen, maar de deelnemers haalden zelfs binnen 46 tot 49 uur de top. Schoenmaker vond het tot 5700 meter onwijs zwaar, maar wel te doen. ,,Qua conditie ging het goed en we hielden ons strak aan de methode. Overdag zorgden we door een hoge ademhaling voor een overload aan zuurstof in het bloed. Bij elke stap adem je in en de volgende stap uit. Daardoor krijg je een grote hoeveelheid zuurstof in je systeem en voorkom je hoogteziekte. Ook tijdens de pauzes en ’s nachts deden we diverse ademhalingstechnieken.’’
De deelnemers begonnen de tocht met ontbloot bovenlijf. Elf van de 26 deelnemers bereikten de top, met een gevoelstemperatuur van rond de -20, ook slechts gekleed in een korte broek. Schoenmaker moest op 5700 meter hoogte noodgedwongen een jas aantrekken. Hij kreeg last van onderkoelingsverschijnselen. ,,Mijn hele systeem liep vast. Ik kon niet diep ademhalen, had geen controle meer en begon te hyperventileren. Ik moest een jas aan en toen ging het weer. De tocht was zo intens, zo zwaar. Het zwaarste wat ik ooit heb meegemaakt. Maar aan opgeven heb ik geen seconde gedacht. Ik ging nog liever dood’’, lacht Schoenmaker.
Vooral het laatste stuk was volgens de eigenaar van The Bootcamp Company zwaar. ,,In het begin dacht ik aan van alles. Aan de kou, mijn vriendin, onze kleine die straks komt. Aan het eind van de tocht sluit je je helemaal af. Je denkt nergens meer aan, alleen maar dat je je ene voet voor de ander moet zetten.’’
Schoenmaker is ongelofelijk trots en blij dat hij en de andere deelnemers de top hebben bereikt. ,,Het is onwerkelijk. We hebben bewezen hoe immens sterk ons lichaam is. Ademhalingstechnieken zijn niet voor geitenwollen sokken. Je kunt er je zenuwstelsel diepgaand mee beïnvloeden. Dat is kicken.’’

Januari 2014

Nostalgie op het ijs

Schoonrijden is ouderwets zwieren over het ijs. Maar het is meer dan nostalgie. Schoonrijden is onlangs op de nationale erfgoedlijst gezet en daarmee springlevend. Er worden overal demonstraties en clinics gegeven door onder andere ambassadeur Ard Schenk. ‘De sport heeft een boost gekregen.’

Schoonrijden staat sinds november 2013 op de nationale erfgoedlijst van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed. Dat betekent dat de Landelijke Vereniging van Schoonrijden (LVS) verplicht is het schoonrijden levend te houden voor de toekomst. Naast de valkerij en het krulbollen uit Zeeuws-Vlaanderen is het de enige sport die erkend is als immaterieel erfgoed. Cees de Vries, bestuurslid van de LVS is uiteraard enthousiast over deze ontwikkeling. ‘’Schoonrijden is een typische Nederlandse manier van schaatsen. Het is belangrijk om aan de wereld te laten zien hoe mooi deze sport is. Maar ook in Nederland moet er meer aandacht voor schoonrijden komen. We timmeren flink aan de weg met demonstraties en de mooie film ‘Schoonrijden met Ard Schenk’. Met succes. De sport heeft sinds november een enorme boost gekregen.’’

Vergrijzing
De schaatsgroep in Hoorn heeft zes nieuwe leden verwelkomd. Alleen is schoonrijden niet populair onder jongeren, waardoor de doelgroep behoorlijk vergrijst. ‘’Zonde’’, meent De Vries. ‘’Het is een sport die je tot je 90e kunt beoefenen, maar het is op elke leeftijd leuk. Zwieren op het ijs is heerlijk. Het geeft een gevoel van vrijheid. Gezelligheid staat ook hoog in het vaandel. Iedereen schaatst met elkaar, je kan van iedereen iets leren. Schoonrijden is ook heel technisch. Het is de basisslag van het hardrijden.’’ Schoonrijden is één van de oudste vormen in Nederland. Het is een technische sport zonder sprongen of moeilijke figuren. Je schaatst als individu, als koppel of met meerderen aan een stok. Het gaat erom sierlijke bogen te maken door je lichaam op de buitenkanten van de schaatsen over te hellen.

De schaatsgroep in Hoorn traint elke woensdag van 18.45-20.15. Iedereen is welkom voor een gratis proefles.

Januari 2014

In de ban van kunstschaatsen

Sierlijke pirouettes, een dubbele axel en verrassende choreografieën. Zo lang Anna Blankenzee (11) uit Blokker het zich kan herinneren is ze al in de ban van kunstschaatsen. Ze is dit jaar de jongste deelnemer van het ONK en droomt van de Olympische Spelen in 2018/2022.

Anna Blankenzee is één van de talenten van Kunstschaatsvereniging Hoorn. Ze zit voor het derde jaar in de Nederlandse selectie en plaatste zich in vier selectiewedstrijden voor de finale ONK op 14 en 15 februari in Amsterdam. ,,Dit is het eerste jaar dat ik meedoe met het ONK’’, vertelt ze. ‘’Het was heel spannend en de eerste wedstrijden moest ik er wel inkomen. Maar het ging steeds beter. De derde wedstrijd behaalde ik een mooie derde plaats. Ik ben de jongste deelnemer van het ONK en vind het super leuk dat ik in de finale sta. Ik heb er heel veel zin in.’’

Oma
Anna traint in Hoorn, Amsterdam en in Zoetermeer bij de Nederlandse selectie. Ze doet mee aan het NK, buitenlandse wedstrijden en bokaal. Gelukkig is Anna niet de enige in de familie die helemaal gek is van schaatsen. Haar moeder en oma hebben zelf nooit geschaatst, maar genieten bij alle trainingen en wedstrijden vanaf de kant. ,,Zonder mijn moeder zou het allemaal niet kunnen. Zij rijdt het hele land door voor wedstrijden en trainingen. Maar ook mijn oma gaat altijd mee. In de auto is het altijd gezellig met z’n drieën en de support aan de kant is ook fijn.’’

Anna heeft dromen genoeg voor de toekomst. Ze hoopt later kampioen te worden bij de senioren en internationaal zo hoog mogelijk te eindigen. En deelname aan de Olympische Spelen, daar droomt ze van. Maar voorlopig richt ze zich vooral op haar Dubbele Spot, waar ze soms moeite mee heeft en de voorbereiding voor een Dubbele Axel.
‘’Ik weet nog niet of ik later echt iets met sport ga doen of met mijn IQ. Ik zit op het VWO dus kan daar ook alle kanten mee op. Maar voor nu hoop ik zo ver mogelijk te komen met schaatsen. Vanaf mijn vierde doe ik al niets liever. Ik was gek op Disney on Ice en mocht op les toen de ijsbaan werd geopend. Die mooie sprongen, leuke passen, pirouettes en steeds meer bijleren. Dat is echt mooi om te doen.’’

Januari 2014

‘Als anderen moe worden, heb ik over’

Vriendinnen vinden het wel eens sneu dat Simone Warmerdam (16) nauwelijks tijd heeft voor leuke dingen. Ze is in de winter altijd druk met langebaanschaatsen, in de zomer met skeeleren. Zelf heeft ze er totaal geen moeite mee. Sporten vindt ze nou eenmaal het leukste dat er is.

Simone is dagelijks op het ijs te vinden. Dit is het eerste jaar dat ze bij landelijke en gewestelijke wedstrijden meedoet. Ze werd bij het gewestelijk kampioenschap 4e op de 1500 meter en de 3 km. De langebaan gaat steeds beter, maar ze wil zich dit seizoen meer richten op marathons. ‘’Dit is pas mijn derde schaatsseizoen en het gaat hartstikke goed. Ik wil graag naam maken op de langebaan, maar marathonschaatsen trekt me ook’’, vertelt Simone. ,,Ik ben goed in lange afstanden. Als anderen moe worden, heb ik nog over om door te gaan. Dat heb je nodig bij marathons.’’

Lui

Simone is niet alleen een talent op het ijs, ook op het asfalt presteert ze goed. Ze doet op skeelers mee aan nationale en Europese wedstrijden, behaalde in 2012 zilver bij de puntenkoers op het NK Baan. De twee sporten zijn goed te combineren, maar als ze een keuze moet maken wordt het toch skeeleren. ‘’Skeeleren doe je lekker buiten en wanneer je wilt. Maar de liefde voor schaatsen groeit. Het gaat steeds beter, met mijn nieuwe ijzers vlieg ik over de baan. Ik zou het allebei niet willen missen.’’

Terwijl vriendinnen of klasgenoten zich wel eens afvragen of Simone nog wel tijd heeft voor leuke dingen, doet ze zelf niets liever dan sporten. Dat ze voor haar sport soms feestjes en leuke uitjes aan haar neus voorbij moet laten gaan, is dus geen enkel probleem. ,,Ik moet er veel voor laten, maar krijg er nog meer voor terug. Met skeeleren heb ik wedstrijden gedaan in Italië, Duitsland en België. Dat is zo gaaf’’, vertelt ze enthousiast. ,,Ik heb het ook nodig om elke dag te sporten. Daar voel ik me goed bij, krijg ik energie van. Een weekje vakantie vind ik niks. Daar word ik alleen maar lui van.’’

Januari 2014