Tim Kieftenburg geeft nooit op

Tim Kieftenburg (18) uit Hoorn is niet snel tevreden. Hij won in december het Gewestelijk kampioenschap junioren A op de 1500 en 3000 meter en had daarna een succesvol trainingskamp in Erfurt. Maar een specialiteit van zichzelf noemen, dat is lastig. ‘Overal is verbetering mogelijk.’

Afgelopen zomer heeft Tim Kieftenburg keihard getraind. Op de skeelers en de fiets, sprinten, springen en krachttraining. Allemaal om dit seizoen beter te presteren op het ijs. Om zijn doelen te halen, zoals de top 4 op de 1000m, top 5 bij de 1500m, een tijd onder de 38. neerzetten op de 500m en onder de 4. op de 3000m. ‘’Ik zit ertegenaan, dus het moet allebei gaan lukken’’, zegt Tim enthousiast. ‘’De omstandigheden zijn goed. Ik heb in de zomer een goede basis gelegd, we hebben een top trainingskamp gehad in Erfurt en ons team is vernieuwd. Er zijn sterke jongens bijgekomen. Ik ben niet de snelste, maar we helpen elkaar naar een hoger niveau.’’

Dieper zitten
Tim draait een goed seizoen. Helemaal tevreden is hij nog niet. ‘’Natuurlijk ben ik blij dat het zo lekker loopt. Maar er is nog veel te verbeteren. De start bij de 500m gaat vaak fout. Ik maak een misser bij de eerste stap waardoor ik er niet lekker inkom. En in de bochten kan ik nog meer mijn schouder indraaien en natuurlijk dieper zitten, dat kan altijd.’’

Tegenslagen
Hoe kritisch Tim ook is, zo enthousiast is hij ook als het over sport gaat. Niet alleen over schaatsen, Tim skeelert ook fanatiek, zat vroeger op judo, voetbal en zwemmen. Maar schaatsen is toch wel het mooiste.
‘’De 1500m vind ik het leukst om te doen. Na twee rondes ben je helemaal dood en dan moet je nog een rondje. Als dat dan lukt, geeft dat een extra goed gevoel’’, lacht hij. ‘’Het is natuurlijk ook een mentaal spel. Meestal ben ik mentaal wel sterk, soms wat minder. Dan ben ik negatief, waardoor het alleen maar slechter gaat. Het is de uitdaging om ook op mindere momenten, zoals wanneer je verzuurd, positief te blijven. Niet te denken dat je nog een hele ronde moet, maar dat je nog maar een rondje hoeft. Als ik positief ben, haal ik het beste uit mezelf. Dat merk ik niet alleen op de ijsbaan, ook daarnaast. Ik geef nooit op, heb geleerd met tegenslagen om te gaan. Dat is waardevol.’’

Tim Kieftenburg

Specialiteiten: 1500m en 1000m.
Traint sinds 2012 Schaatsteam Loon salarissoftware
Studie: Eerstejaars HvA Fysiotherapie

Persoonlijke records
500m: 38,15 (2013)
100m: 1.14,57 (2014)
1500m: 1.54,31 (2013)
3000m: 4.00,53 (2013)
5000m: 7.13,83 (2013)

Januari 2014

‘We zijn er nog allemaal, zo bijzonder’

Deze vijf zussen zijn een bijzonder stel. Met leeftijden tussen de 75 en 90 jaar wonen ze zelfstandig, gaan op ‘meidenuitjes’ en ook in 2014 hopen ze met elkaar te overwinteren in Spanje. ‘Ik voel me nog een jonge god.’

De zussen Den Brinker uit Schiedam kijken uit naar kerst. Huizen zijn versierd, kaarsjes branden en ze brengen de feestdagen door met hun kinderen en kleinkinderen of in het zonnige Spanje. ,,Kerst was thuis oergezellig’’, vertelt Tanja. ,,Moeder maakte een prachtig diner, een grote boom sierde de kamer, we deden spelletjes en hadden het fijn met z’n allen. Het was een echt familiefeest waar ik in deze tijd altijd aan terugdenk.’’

De zussen, tussen de 75 en 90 jaar, geboren in Schiedam, wonen tegenwoordig verspreid over Nederland, Ze zijn nog allemaal vitaal, ondernemend, en zelfstandig. ,,Het is geweldig dat we nog zoveel van elkaar kunnen genieten’’, zegt Riet den Brinker (88), de een na oudste van het stel. ,,Natuurlijk mankeren we wel wat, slikken we allemaal medicijnen, maar dat is niet zo gek op deze leeftijd. Ik voel me echt niet bejaard. Ik ben vol energie, voel me nog een jonge god. Dat geldt voor ons allemaal. We komen uit een sterke familie, aten vroeger bloembollen en suikerbieten en slikten levertraan. Misschien is dat het geheim?’’, lacht ze. Maar vanzelfsprekend neemt ze het leven nooit. ,,Elke dag ben ik dankbaar dat ik er weer ben. Ik denk wel eens ‘wie gaat als eerste’. Een vreselijke gedachte. Maar ik ben me er van bewust van dat het bijzonder is dat we er nog zijn.’’

Pracht voorbeeld

Rudi Westendorp, hoogleraar ouderenkunde, noemt de vijf zussen ook bijzonder. Niet vanwege hun leeftijd, want er wel meerdere complete gezinnen met hoge leeftijden in Nederland, maar vooral vanwege de zelfstandigheid van de vijf zussen. Ze wonen zelfstandig, doen zelf, soms met wat hulp, het huishouden, gaan op reis, hebben ‘meidenuitjes’ en gezellige familiefeestjes.

,,Dit is een pracht voorbeeld van de participerende samenleving’’, aldus Westendorp enthousiast. ,,Deze zussen zijn op leeftijd en mankeren heus wel wat, maar zitten niet achter de geraniums. Ze nemen actief deel aan het leven. Zo hoort het ook. Oud worden is tegenwoordig niet meer bijzonder. De levensverwachting van meisjes die nu geboren worden is honderd jaar. Toch doen veel 65-plussers het toch wat rustiger aan. Ze stoppen met werken, nemen een oma- en oparol op zich, trekken zich terug uit het actieve leven en wentelen zich soms in ziekte. Terwijl ze met gemak nog tien of twintig jaar meegaan. Die tijd kan nog zo mooi zijn, dus maak er wat van!’’

Ruzie

De zussen hebben een sterke band, maar zijn heel verschillend. Len, de oudste zus, is graag zelfstandig, werkte tot haar 62ste en rijdt nog steeds het liefst in haar auto overal naartoe. Riet is volgens de zussen een pietje-precies. Ze hielp haar moeder altijd in het huishouden. Ze is erg gehecht aan haar huisje, maar logeert ook graag bij haar drie kinderen. Tanja had het altijd druk met haar vijf kinderen en past nu met plezier op haar achterkleinkinderen. Joop is een echte dierenvriend, houdt van het buitenleven en heeft altijd gewerkt. De jongste Wil is gek op reizen en kunst. ,,We lopen de deur niet plat bij elkaar. Dan krijgen we ruzie’’, grapt Wil. ,,Nee hoor, we genieten als we samen zijn. De een zie je meer dan de ander, maar we hebben allemaal goed contact. Vaak via telefoon, mail en sms. We weten precies wat er speelt bij de anderen.’’

Er is een groot leeftijdsverschil tussen de zussen. De oudste twee, Len en Riet, hebben de oorlog bewust meegemaakt en hebben een zusje van 6 aan hersenvliesontsteking verloren. Zij zou nu 85 zijn geweest. Voor hun gevoel hebben ze in twee verschillende werelden geleefd. Voor het overlijden van hun zusje en een ernstig ongeluk van jongste zus Wil op haar twaalfde en de periode daarna. ,,Onze moeder was altijd vrolijk. Ze haalde ons uit school, we deden leuke dingen en ook in de oorlog maakte ze er thuis een feestje van. Ze had als hobby verhuizen in huis. Dan werden de kamers omgedraaid, de zitkamer werd opeens een slaapkamer. Dan sjouwde ze weer samen met onze vader van alles naar boven via de draaitrap. Een keer zat een kastje klem en kregen ze daar in het trapgat de slappe lach. Een gek verhaal maar we hebben zo gelachen met z’n allen. Het was natuurlijk een soort tijdverdrijf in de oorlog, maar ik heb daar wel mooie herinneringen aan’’, vertelt Len.

Riet vertelt hoe alles anders werd. ,,Nadat Beppie overleed veranderde onze moeder. Vanaf ons balkon kon ze het grafje zien en daar keek ze dan de hele tijd naar. Dat was geen doen. Dus we zijn verhuisd. Het ging wat beter totdat Wil werd aangereden door een vrachtwagen. Dat was vreselijk. Ze lag drie maanden in het ziekenhuis, heeft vele nare operaties gehad en heeft altijd last van haar arm en been gehouden. Daarna bleef mam zorgelijk. Van de een op de andere dag zong ze niet meer.’’ Wil is een heel stuk van haar leven kwijt. ,,Ik ben eigenlijk alles van daarvoor vergeten. Ik hoor van mijn zussen dat ik blond het ziekenhuis inging en er donker uitkwam. Een ander mens.’’

De zussen verloren beide ouders op straat. Vader werd in 1972 overreden door een vrachtwagen en moeder voelde zich in 1978 niet lekker in de trein en overleed daarna op straat. ,,We hebben nooit afscheid kunnen nemen. Moeilijk’’, zegt Tanja. ,,Gelukkig hebben we verder niet zo heel veel ellende meegemaakt. Ja, de mannen van Len en Riet zijn helaas overleden en Riet heeft dit jaar een kleindochter verloren. Heel verdrietig. Maar als je naar onze leeftijden kijkt, valt het nog mee wat we hebben meegemaakt. Zeker qua ziekte en zeer. De meesten slikken wel allerlei pillen vanwege hoge bloeddruk, hartklachten of andere kwaaltjes. Maar over het algemeen zijn we nog heel gezond, gelukkig en blij met elkaar.’’

Busreis

Wil brengt de kerst door in Spanje samen met haar man. Ze vliegen daar elk jaar naartoe om te overwinteren. De zussen Riet en Tanja gaan ook die kant op. Ze zitten in januari 26 uur in een bus, vanwege vliegangst, voor een paar maanden zon. Overwinteren trekt Joop niet, zij gaat liever zomers met haar man met de caravan naar Italië, maar Len reisde vroeger ook af naar het zonnige Benidorm. Vanwege twee hartinfarcten en een darmbloeding moest ze de laatste twee jaar verstek laten gaan. Ze had weinig zin in de lange busreis, want ook zij durft niet te vliegen. Toch begint ze nu te twijfelen. ,,Het begint weer te kriebelen. We hebben daar altijd een geweldige tijd. Lekker winkelen, koffie drinken, mensen kijken, flaneren over de boulevard. Heerlijk. Zus, zo noem ik Riet, en ik komen daar samen al dertien jaar. Soms wel twee keer per jaar. Daar heb ik heerlijke herinneringen aan. Ik heb Tanja en zus eens verrast tijdens hun vakantie. Misschien doe ik dat nu weer.

Len Egeter (90) uit Vaals, weduwe, 1 zoon: ,,Ik zou in 2014 heel graag een mooie reis maken. Samen met mijn zoon en zijn vrouw genieten in Engeland. We waren daar twee jaar geleden voor het laatst en vroeger kwam ik daar met mijn man. Het is een groot verlangen om die kant op te gaan.’’

Riet den Brinker (88) uit Lunteren, weduwe, 2 zoons, 1 dochter: ,,Natuurlijk hoop ik voor ons allemaal op een goed en gezond 2014. En ik wens dat we een fijne tijd hebben in Spanje. Het is geweldig dat Tanja en ik die reis weer kunnen maken. Ik heb even getwijfeld omdat het zo’n onderneming is, maar ben blij dat we heerlijk acht weken gaan overwinteren.’’

Joop Fluijt (80) uit Breda, getrouwd, 2 dochters: ,,De zussen zijn allemaal heel verschillend, maar kunnen toch erg genieten van elkaar. Ik hoop dat we dat nog heel lang mogen doen.’’

Tanja den Brinker (78) uit Gouda, gescheiden, 4 dochters en 1 zoon: ,,We hadden altijd hele gezellige meidenuitjes met de zussen. De ene keer gingen we varen en eten op een boot, dan zaten we met z’n allen in een huisje of gewoon gezellig aan de koffie met taart bij iemand thuis. Het wordt vanwege de leeftijden lastiger om dat te organiseren. Dat vind ik zo jammer. Mijn wens voor 2014 is dat we weer iets moois met z’n allen gaan doen.’’

Will Rensman (75) uit Willemstad, getrouwd, 1 dochter: ,,Ik zou het leuk vinden om volgend jaar eens lekker met de zussen bij de Japanner te eten. Daar ben ik gek op. En ik heb altijd graag een mooie safarireis willen maken. Samen met mijn man Frits in een jeep. Dat gebeurt vast niet in 2014, dus dan gewoon weer lekker lang genieten in Spanje.’’

December 2013

‘Mijn gevoel zegt dat hij nog leeft’

Je moet er niet aan denken, maar elke dag raken talloze huisdieren vermist. Bij de landelijke organisatie Amivedi staan ruim 70.000 dieren geregistreerd waarvan het grootste gedeelte als vermist. De organisatie doet er alles aan om de dieren met hun baasjes te herenigen. Als dat lukt, is dat geweldig. Maar er blijven ook veel eigenaren in onwetendheid achter. ,,Al bijna een jaar hangt zijn foto in de buurt en kijk ik in bosjes en huizen of ik hem zie. Die onzekerheid is slopend.’’

Caja Wong Chung uit Diemen zoekt al een jaar naar haar zwarte kater Tux. Ze hangt nog steeds briefjes op lantaarnpalen, heeft in een straal van 2 kilometer rond haar huis geflyerd, stopte briefjes in bedrijfspanden in de buurt, waarschuwde haar voormalige buren in Alkmaar en bekijkt nog steeds elke dag sites voor vermiste huisdieren. ,,Ik kan het niet loslaten’’, zegt ze ontdaan. ,,Het verdriet wordt natuurlijk minder, maar die onzekerheid is slopend. Als ik bedenk dat hij op straat zwerft, hongerig en eenzaam. Vreselijk, zo zielig. Ik kan het niet loslaten. Ik wil weten wat er is gebeurd. Als ik weet dat hij dood is of ergens anders woont, dan kan ik het afsluiten. Nu blijf ik ermee bezig. De verhalen dat dieren na maanden of zelfs jaren gevonden worden, geven mij hoop. Ik kijk ook altijd landelijk, vaak worden dieren ver weg gevonden. Mijn gevoel zegt dat hij nog leeft. Hij is gechipt, dus als hij dood zou zijn had ik dat wel gehoord. Ik hoop dat ik nog een keer antwoord krijg.’’

Vrijwilliger Fred Perrier van Amivedi hoort elke dag van dit soort verhalen. Hij is coördinator van Noord-Holland en één van de meldpunten. Dagelijks hoort hij zo’n twee tot drie vermissingen uit de regio Hoorn. Van konijnen tot honden, fretten tot leguanen en vogels, maar het overgrote deel zijn katten. Hij houdt zoveel mogelijk afstand, maar sommige verhalen zitten hem niet in de koude kleren. ,,Ik moet wel een bepaalde afstand bewaren. Als ik er ’s nachts wakker van lig, dan is dit werk niet te doen. Mensen bellen mij vaak in paniek op. Ik stel ze gerust en probeer zoveel mogelijk informatie te krijgen. Een chip, foto en bijzondere kenmerk maken de zoektocht makkelijker. Het mooie van dit werk is als ik dier en baas kan herenigen. Maar ik breng ook slecht nieuws. Ik bel mensen als gevonden dode dieren aan hun beschrijving voldoen of via een chip blijkt van wie ze zijn. Dat blijft moeilijk, al zijn veel baasjes wel opgelucht dat ze zekerheid hebben.’’

Bij Amivedi zijn ruim 70.000 huisdieren geregistreerd, waarvan zo’n 47.000 als vermist. Volgens Perrier zijn de aantallen in de jaren gigantisch gestegen. Vooral omdat huisdieren tegenwoordig duidelijk onderdeel van een gezin zijn. Baasjes doen er alles aan om hun vriendje terug te vinden. Op de website staan talloze verhalen van blije eigenaren die soms na weken of maanden toch weer thuis zijn. Elja Looper uit Putten is ook dolgelukkig dat kat Muis weer thuis is. Drie maanden zwierf hij rond, voordat hij in Harderwijk werd gevonden. ,,Ik had de hoop stiekem al opgegeven. We hadden posters opgehangen, Amivedi ingeschakeld, de dierenarts benaderd en via facebook oproepjes geplaatst. Er kwam geen enkele reactie. Opeens werden we gebeld door een vrouw die Muis herkende van de foto op Amivedi. Toen we bij haar aankwamen hoorden we het meteen. Dat miauwtje was van onze Muis’’, vertelt Elja enthousiast. ,,. Vooral voor mijn moeder was het dubbel verdrietig. Muis is echt haar katje. Ik heb hem gegeven nadat ze een herseninfarct had gehad. In het revalidatiecentrum waar ze zat mogen huisdieren komen en Muis was haar troost. Hij zat altijd op haar bed, lekker kroelen in haar nek. Hij wilde nooit door de verpleegsters opgetild worden, hij wilde alleen bij mijn moeder zijn. Zo lief. Nog steeds zijn ze stapel op elkaar. We zijn echt ongelofelijk happy dat hij er weer is.’’

Zulke verhalen geven andere mensen hoop, maar ze zijn ook confronterend. Yvonne Kotten uit Hoorn keek dagelijks op de site, maar stopte toen poes Doortje een half jaar zoek was. Ze vindt het te moeilijk, net als haar man Ronald en dochters Julie en Fleur. Yvonne hoopt nog steeds dat ze erachter komt wat er met haar grijze pluizenbolletje is gebeurd. ,,Het kan niet zomaar einde verhaal zijn’’, zegt ze. ,,Doortje is gechipt dus als ze dood zou zijn, dan hadden we dat geweten. Ze was heel mooi,lief en aanhankelijk, dus ik denk dat iemand haar in huis heeft genomen. Inmiddels hebben we twee nieuwe katten, dus ik hoef haar niet perse terug. Maar ik wil zo graag weten of het goed met haar gaat. Dan kan ik er vrede mee hebben.’’

Tijdens een vakantie is Doortje verdwenen. Yvonne registreerde haar bij Amivedi, hing posters op en heeft maanden geroepen bij bosjes en struiken. Nog steeds kijkt ze in de bosjes als er gesnoeid is en maakt haar hart een sprongetje als ze ergens een grijze kat ziet. ,,Doortje was echt mijn kat. Ze lag altijd op schoot te kroelen en te kwijlen. Vreselijk dat ze weg is. In het begin was ik heel verdrietig, ik miste haar zo erg. Na drie weken stond ik te huilen in de tuin en wist toen dat er een nieuwe kat moest komen. Dat was snel, maar het verdriet werd minder met weer een kat op schoot. Daarna hebben we er nog eentje genomen want samen is het gezelliger. Deze katten komen niet meer buiten want ik wil dit nooit meer meemaken.’’

Amivedi

Amivedi is een landelijke vrijwilligersorganisatie die sinds 1933 vermiste en gevonden huisdieren in Nederland registreert. Het doel is deze huisdieren weer samen te brengen met hun baasje. Dat lukt: door de inzet van Amivedi in samenwerking met dierenasiels, dierenartsen en dieren-ambulances worden jaarlijks ruim 30.000 huisdieren herenigd met hun eigenaar. Amivedi heeft 110 meldpunten. Een vermist of gevonden dier kan kosteloos worden aangemeld bij een meldpunt in de betreffende regio. Alle meldingen worden doorgeplaatst op de website www.amivedi.nl.

December 2013 

 

 

‘Moeder zijn is nog mooier dan schaatsen’

Ze is nog wekelijks te vinden op het ijs in De Westfries, maar geen wedstrijden meer voor Marja Vis (36) uit Schellinkhout. In 2010 zette de Nederlands Kampioene op de 3000 en 5000 meter een punt achter haar schaatscarrière. Een comeback ambieert ze niet, maar het ijs blijft kriebelen.


Als je Marja voorbij ziet sjezen op het ijs, zie je nog steeds een topsporter. Zo voelt ze het zelf niet. ,,Het gaat aardig. Maar dat gevoel in topvorm te zijn, het machtige gevoel dat je de hele wereld aankan, dan krijg ik nooit meer. Logisch natuurlijk. Want ik sport nog veel, maar de tijd van afzien, de beste willen zijn, alles geven voor de sport en altijd goed willen presteren is voorbij.’’

Overtraind

Marja nam in 2010 afscheid van de topsport. Haar doel was om zich dat jaar weer te kwalificeren voor de Olympische Spelen, maar dat mislukte. Ze raakte overtraind nadat ze na een val en een hersenschudding in 2007 terug wilde komen aan de top. ,,Ik had te gek gedaan, te hard getraind. Ik was 33 en dan weet je dat het ophoudt. Ik was zo ver van de top af, dan lukt het niet meer op terug te komen’’, vertelt ze. ,,Ik hoopte mijn carrière goed af te sluiten. Balen dat dat niet is gelukt. Het was best lastig om dat een plekje te geven, aan de andere kant kijk ik wel met onwijs veel plezier op alles terug.’’
Het zwarte gat heeft Marja niet meegemaakt. Ze kon direct na haar afscheid aan de slag in de buitendienst bij haar sponsor Holland Pharma en ze geeft daarnaast een paar uur les op Manege Vis. ,,Ik had zo’n mazzel met die baan. Na de havo heb ik niet verder geleerd, ik stortte mij volledig op de sport. Dan is het daarna best lastig om een nieuwe uitdaging en carrière te vinden. Het werk was in het begin wennen, maar mijn baas gaf me alle kans om erin te groeien. In 2011 is ons zoontje Senna geboren. Ik geniet zo van hem, dat ik het ijs helemaal niet mis. Ik kijk met heel veel plezier terug op mijn carrière, had het voor geen goud willen missen. Schaatsen is ook echt super mooi, maar moeder zijn eigenlijk nog veel mooier.’’

Marathon

Vis blijft volgt de sport wel, ze geeft clinics en heeft samen met Manon Dol het Bewust Winkelen Schaatsteam van Holland Pharma opgericht. Het ijs kriebelt bij vlagen. ,,Soms denk ik eraan om te gaan marathonschaatsen. Maar ik weet dat als ik iets doe, dat ik er vol voor ga. Dat betekent keihard trainen, genieten maar ook kapot gaan op het ijs en veel van huis zijn. Daar heb ik nu geen tijd voor. Ik wil geen moeder zijn die er nooit is. Maar soms kriebelt het. Dus wie weet. Misschien ooit.’’

Marja Vis (15 januari 1977)
Marja Vis is Nederlands kampioen op de 3 km (2000), 5 km (2000), Allround (2002).
In 2002 werd ze ook 6e bij het EK (2002), 9e bij WK Allround (2002), 13e Olympische Spelen Salt Lake City 5000 en 2e World Cup Inzell (2002).
In 2003 6e EK, 10e WK Allround 2003. In 2007 behaalde ze brons bij het NK Allround, werd ze 6e bij het EK Allround, 10e bij het 10e WK Allround, 6e op de 5 km en 7e op de 1500 meter.

November 2013

‘De combinatie lange baan en marathon vind ik het allermooiste’

Mariska Huisman (29) is teleurgesteld. De succesvolle marathonschaatsster wilde zich dit jaar meer richten op het langebaanschaatsen. Ze was klaar voor een combinatie van de twee disciplines, maar na een teleurstellend NK moet ze haar doelen bijstellen.

Bij het marathonschaatsen heeft Mariska bijna alles gewonnen. De laatste jaren won ze meerdere wedstrijden van de Super Prestige Marathonschaatsen, werd Nederlands kampioene op kunstijs en natuurijs, won de eerste massastart bij de bekerwedstrijd in Astana en het NK open op de Oostenrijkse Weissensee. Geweldige prestaties, waarbij er slechts één ontbreekt. ‘’De Elfstedentocht!’’, zegt Mariska enthousiast. ‘’Begin dit jaar won ik het NK op natuurijs. Daar was ik echt op gebrand. Het zou zo gaaf zijn als ik de Elfstedentocht aan mijn lijstje kan toevoegen.’’

Het zou een mooi nieuw doel zijn voor Huisman voor dit seizoen. Ze wilde zich eigenlijk meer richten op de lange baan en had al haar hoop gevestigd op het NK. Maar eind oktober eindige ze in Heerenveen teleurstellend als 23e op de 1500 meter. Het vertrouwen ontbrak en ze zag af van deelname aan de 3 km. ‘’Ik schaatste echt niet goed. Tijdens de training voelde ik me al niet helemaal fit, maar ik hoopte dat het volle stadion, het mooie ijs en de spanning me boven mezelf uit zouden laten stijgen. Net als vorig jaar toen ik heel goed presteerde op het NK. Onwijs balen als dat dan niet lukt.’’

Zelfvertrouwen

Huisman hoopte zich tijdens het NK tevens te kwalificeren voor de World Cup. ‘’Dat scenario is voorbij. Maar ik geef niet op. De komende tijd bekijk ik wat er mis ging. Ik weet het nog niet. Moet ik wat gas terugnemen, klopte het technisch niet helemaal, was mijn timing niet helemaal goed? Ik moet ook werken aan mijn zelfvertrouwen, dat heeft een knauw gekregen.’’ Mariska stort zich de komende tijd weer op het marathonschaatsen. In hetzelfde weekend als het NK eindigde ze als tweede in de derde marathon van dit jaar. ‘’Het is echt niet zo dat ik diep in mijn hart het allerliefste lange baan schaats. Het is gewoon heel anders dan marathonschaatsen. Je moet je beter focussen. Je bent gericht op jezelf, op de klok en de tegenstander. Dat vind ik lastig, want ik ben snel afgeleid. Dat maakt het voor mij een enorme uitdaging’’, aldus de schaatsster. ‘’Maar marathonschaatsen is ook leuk. Als je tactisch rijdt, kan je toch winnen op een mindere dag. Het spelletje, daar geniet ik van, net als de gezelligheid. Dat wil ik ook niet missen.’’ Ze besluit: ’’Ik ga me bezinnen en hard werken zodat ik later in het seizoen beter presteer op de lange baan. Want die twee combineren, dat is voor mij het allermooiste.’’

Mariska Huisman

Mariska Huisman is een Nederlandse marathonschaatsster en langebaanschaatsster. Ze rijdt dit seizoen voor Project2018 van Johan de Wit.

Geboortedatum: 23 november 1983
Woonplaats: West/Graftdijk
Specialiteiten: 3.000m, 5.000m, Marathon & Mass Start

Persoonlijke records:

500m: 40.79 (2003)
1.000m: 1.18.96 (2003)
1.500m: 2.00.73 (2012)
3.000m: 4.12.64 (2012)
5.000m: 7.21.31 (2012)
Studie en werk: Cursus binnenhuisarchitectuur, cursus sportmassage en afgelopen zomer geslaagd als inline-skateleider.

November 2013
 

‘Hoe beter de techniek, hoe meer je geniet’

Na de les druppelt een deel van de schaatsers de kantine binnen voor een warme chocomel. Normaal gaan ze meestal direct naar huis of schaatsen nog wat extra rondjes, maar voor een interview komen ze even zitten. Het kenmerkt deze gevorderde lesgroep op de dinsdagmorgen. Ze komen niet zozeer voor de gezelligheid of het nazitten, maar vooral voor de sport en het plezier op het ijs.

De schaatsers op de dinsdagochtend schaatsen al jaren. Ze zijn als kind begonnen op boerenslootjes en hebben het zichzelf aangeleerd. Ondanks de vastgeroeste technieken en dat de meeste leerlingen op leeftijd zijn, willen ze hun tijden en technieken verbeteren. Daar wordt tijdens de training bij Peter Jongejans aan gewerkt. ,,Al schaats ik al zo lang, ik kan altijd nog verbeteren’’, meent Monique Neles (54). ,,Schaatsen is heerlijk. Het is een geweldige manier om te ontspannen en te genieten. Vooral straks op natuurijs met van die fantastische vergezichten.’’

,,Hoe beter de techniek, hoe meer je geniet’’, vult Gerard Altman (64) aan. ,,In het begin van het seizoen val je snel terug op oude technieken, daar werk je aan tijdens de training. Peter is een goede drijfveer. Hij daagt ons uit, laat ons vaak net wat meer doen dan we kunnen. Zo ga ik toch vooruit. Dat moet ook wel want tijdens de buffelavonden met 60 tot oplopend 150 ronden, probeer ik altijd mijn tijden te verbeteren. En straks op natuurijs wil ik natuurlijk ook weer beslagen ten ijs komen.’’

Grappenmaker

Gerard is één van de snelste van de groep en tevens de grootste grappenmaker. ,,De rolstoelgroep is naast de baan hoor’’, grapt hij tegen de één, terwijl hij de ander plaagt omdat hij met zijn elektrische fiets naar de ijsbaan komt. ,,Dat kan toch niet’’, grapt hij. ,,De sfeer is heel goed’’, lacht Piet Baardse (67). ,,We werken hard, zijn allemaal behoorlijk fanatiek. Maar tijd voor een grapje is er altijd.’’ Er wordt fanatiek geschaatst en gelachen, maar ook lief en leed wordt soms gedeeld. Monique Neles voelt zich gesteund door haar groepje. ,,Ik heb een moeilijke tijd achter de rug en twijfelde of ik dit seizoen het ijs op zou gaan. Ik ben blij dat ik het gedaan heb. Het is een fijne afleiding en een leuke groep. Ik kan hier mijn verhaal kwijt, mensen zijn geïnteresseerd. Dat doet me goed.’’

Schaatsgroep

Les op: dinsdagochtend 9.15 uur.

Les bij: Duosport

Les van: Peter Jongejans

November 2013 

 

 

Yoga met je baby

De cobra, kleine ploeg, halve lotus of schouderstand. Dat lijken geen oefeningen voor baby’s. Toch hebben zelfs de allerkleinsten baat bij deze yogahoudingen.

‘Yoga helpt baby’s ontspannen. Het prikkelt de zintuigen, stimuleert de ontwikkeling en vergroot het zelfvertrouwen’, vertelt yogadocent Sonja Smit. In haar studio in Koog aan de Zaan geeft ze cursussen Baby Yoga aan moeders en baby’s vanaf de geboorte totdat ze kunnen kruipen. Eerst worden de kleine lijfjes opgewarmd, de heupen geopend, dan volgen verschillende houdingen en tot slot een ontspanoefening. De baby’s lijken het leuk te vinden. Ze ontspannen, kijken gebiologeerd naar hun moeder en gillen het soms uit van plezier. ‘De oefeningen helpen je baby sterk, soepel en evenwichtig te blijven. De hoofdstand is bijvoorbeeld heel goed voor de ruggengraat. Maar Yoga werkt ook bij veel huilen, buikkrampjes en slaapproblemen.’

Baby yoga is niet alleen goed voor de kleintjes, het vergroot ook het zelfvertrouwen van de kersverse moeders. ‘Zeker vrouwen die voor het eerst moeder worden, moeten vertrouwd raken met hun kleintje. Yoga is een geweldige manier om je baby te leren kennen en samen te genieten van ontspanning.’

Sara (30) en dochter Rhea (5,5 maand) genieten intens van de les. ‘Ik voel me zekerder als moeder. Zo durfde ik in het begin Rhea echt niet bij haar enkels te pakken en ondersteboven te hangen voor de hoofdstand. Nu wel en ze vindt het prachtig.’

In diverse yogastudio’s in Nederland worden cursussen baby yoga aangeboden.

www.yogasonjasmit.nl

2012

‘Mijn moeder maakte mij kapot’

Kinderen die het contact verbreken met hun ouders. Het komt regelmatig voor, toch is het onderwerp nog steeds taboe. ,,Voor veel mensen is de band tussen moeder en dochter heilig.’’

Het contact verbreken met je ouders, dat doe je niet. Zo is de opvatting van veel mensen. Nanja (28) wordt moe van de meningen en verwijten die ze krijgt als ze vertelt dat ze met haar moeder heeft gebroken. ,,Ze is mijn moeder en natuurlijk zou ik het allerliefste een goede band met haar hebben. Maar die band is er niet en zal er ook nooit komen, dat heb ik moeten accepteren’, vertelt ze. ,,Mijn moeder kan geen moeder zijn. Ze heeft psychische problemen, stemmingswisselingen, waarschijnlijk borderline. Ze heeft mij mijn hele leven gekleineerd. Ik was lelijk, een loser, een blok aan haar been. Nooit goed genoeg. Echt nooit. Het was voor mij er aan onderdoor gaan of al het contact verbreken.’’

De band met je ouders afsnijden is nog een taboe in Nederland. Dat weet ook Marloes Hospes, schrijfster van het boek ‘Breken met je ouders’. Ze heeft sinds vijftien jaar geen contact met haar ouders en miste informatie over dit onderwerp. Hospes meent dat de ouder-kind band voor veel mensen heilig is. ,,Mensen begrijpen dat je geen contact wilt bij seksueel misbruik of zware mishandeling. Maar er zijn ook andere redenen die heel erg zijn, zoals kleineren, ouders die geen interesse of aandacht hebben voor hun kinderen, verwaarlozing of ouders die vanwege een psychische stoornis niet in staat zijn hun kind liefde, geborgenheid en aandacht te geven. In die gevallen stuiten veel mensen tegen onbegrip. Het blijven toch je ouders of wat zielig voor je ouders, horen ze vaak. Maar niemand kiest er zomaar voor om een ouder af te snijden. Vaak is het de enige optie om zelf te kunnen leven.’’

Om het taboe te doorbreken publiceerde ze in november 2012 een boek met informatie, ervaringsverhalen en adviezen over dit onderwerp. Er staan verhalen in van lotgenoten die op verschillende leeftijden hun vader, moeder of allebei niet meer wilden zien. Zo’n fundamentele beslissing neem je niet zomaar, blijkt uit alle verhalen. ,,Het is zeker geen gemakkelijke stap. Daar gaat een lang proces aan vooraf. Deze kinderen hebben het vaak tijden geprobeerd. Maar als contact alleen maar frustratie en verdriet oplevert, kan het beter zijn om te breken. Voor mij betekende het een enorme opluchting. Het eerste jaar was ik nog erg met ze bezig, kreeg ik buikpijn als de telefoon ging omdat ik bang was dat het mijn ouders waren. Daarna kreeg ik rust. Ik heb voor mezelf gekozen, voel me daardoor sterker. Natuurlijk zou ik ook het liefste leuke ouders hebben en goed contact, maar voor mij is dit de beste oplossing.’’

Het CBS beschikt niet over cijfers over verbroken familiebanden. Uit een familieonderzoek van Else Marie van den Eerenbeemt onder 3200 respondenten blijkt dat 35 procent van hen een breuk tussen kind en ouder in de familie kent. De helft is weer gelijmd, in de andere families wordt nog steeds niet met elkaar gesproken. Dochters blijken meer te breken met hun ouders dan zonen en breuken komen vaker voor bij echtscheidingen. Het CBS meldt dat 14% van de kinderen één ouder niet meer ziet na de scheiding. Sommige deskundigen menen dat het verbreken van de ouder-kind relatie echter nooit leidt tot opluchting. Volgens therapeut Els Sloot van De Familiezaak levert het in eerste instantie rust op, maar veroorzaakt het vooral heel veel onrust. ,,Hoe zou het gaan met mijn moeder, wat als ze ziek is of als ik mijn ouders opeens tegen kom? Dat zijn vragen die door je hoofd blijven spoken. Het is niet goed om het contact helemaal verbreken, een pauze kan wel verstandig zijn’’, meent Sloot. ,,Je hebt maar één vader en één moeder. Die band is niet door te snijden. Kinderen houden altijd behoefte aan erkenning van hun ouders. Die ga je anders bij de partner of kinderen zoeken. Dan worden zij belast met het verleden. Het is beter om na een pauze te bekijken waarom ouders zich zo gedragen. Het los van jezelf te koppelen en uit te zoeken hoe zij vroeger behandeld werden. Dan kan je het gedrag in een ander perspectief plaatsen. Dat geeft lucht. Bekijk wat voor band je wel kan hebben. Misschien is een kop koffie drinken eens per maand voldoende. Genoeg tijd om wat dingen te bespreken, maar te kort om ruzie te maken.’’

Nanja moet niet denken aan de relatie herstellen. Ze ging op haar achttiende het huis uit en vermijdt sindsdien elk contact. Haar jongere broer en zus zien hun moeder wel, maar begrijpen Nanja’s keuze. ,,Ook zij hebben een moeizame relatie, maar zijn blij met wat er wel is en dat is prima. Ik kon dat niet meer, heb mezelf lang voor de gek gehouden. Ze is mijn moeder, natuurlijk houdt ze van je dacht ik dan. Ik beeldde me in dat ze heus niet zo slecht was. Maar dat was ze wel. Ze maakte me kapot.’’ Volgens Nanja snappen veel mensen het niet. Ze heeft het gevoel dat ze zich vaak moet verantwoorden. ,,Voor veel mensen is de band van moeder-dochter heilig. Ze denken dat ik bijdraai als ik zelf kinderen krijg. Maar dat gaat niet gebeuren. Er is te veel gebeurd en mijn moeder verandert niet. Naar de buitenwereld toe is ze de perfecte vrouw. Altijd vriendelijk, in voor een praatje en wij zagen er tiptop uit. Maar thuis draaide ze helemaal om. Mijn vader had dat niet door hoe mijn moeder mij behandelde omdat hij vaak weg was voor zijn werk en ook naasten wisten het niet. Ik was het pispaaltje. Ik had alles voor haar verpest, had nooit geboren moeten worden. Ze zei dat mijn vriendinnen mij ook echt niet leuk vonden, ze deden maar alsof. Ze gaf me het gevoel dat ik niks waard was. Ik kan me helemaal niks positiefs herinneren.’’

,,Als kind geloof je wat je ouders zeggen. Je moeder is dé persoon die onvoorwaardelijk van je houdt. Als zij mij zo verschrikkelijk vond, dan moest ik wel een vreselijk mens zijn. Dat gevoel is diepgeworteld. Rationeel weet ik nu dat zij een probleem heeft, maar heel diep van binnen twijfel ik altijd aan mezelf.’’ Al heeft Nanja het contact verbroken, haar moeder is niet uit haar leven. In het begin zocht haar moeder nog contact, maar daar stopte ze al snel mee. Ze ziet zichzelf als slachtoffer en maakt haar dochter zwart bij anderen. Moeder en dochter wonen in dezelfde stad en soms komen ze elkaar tegen. Dan rent Nanja zo snel mogelijk de andere kant op. Nanja wordt nog dagelijks geconfronteerd met haar verleden. ,,Ik heb allerlei psychische problemen aan haar opvoeding over gehouden. Ik heb veel depressies gehad, ben extreem onzeker. In de spiegel zie ik alleen maar negatieve dingen. Als er iets aan de hand is, ben ik er altijd van overtuigd dat ik het verkeerd doe. Dat is lastig in relaties. De mensen om mij heen weten het en proberen er zo goed mogelijk mee om te gaan. Maar vooral voor mijn vriend is het niet altijd makkelijk. Dat maakt me verdrietig, maar ook heel erg boos. Mijn moeder heeft zoveel voor mij verpest. Ik heb zoveel moeite met mezelf omdat zij mij dat heeft aangepraat. Al jarenlang zit ik in therapie. Daardoor gaat het bij vlagen beter. Ik praat veel over de toekomst, over mijn angst dat ik het gedrag van mijn moeder over zal nemen. Maar ik sta heel anders in het leven. Ik heb zelfreflectie en zoek hulp voor mijn problemen, dat heeft mijn moeder nooit gedaan.’’

Nanja heeft niet alleen haar moeder verloren, ook met familieleden van moederskant heeft ze geen contact meer. Haar vader verliet niet lang na Nanja zijn vrouw en met hem heeft ze een goede band. ,,Ik ben heel blij met de band met mijn vader, zus en broer. We zijn heel hecht. Het voelt niet alsof ik geen familie heb, ik voel me juist gezegd met de mensen die er wel zijn. Zoals ook de toffe vrouw van mijn vader. Door haar heb ik weer een moederfiguur in mijn leven. Mijn moeder mis ik nooit, maar ik miste wel iemand met wie ik dingen kon bespreken, iemand die in de toekomst meegaat mijn trouwjurk uitzoeken. Mijn keuze heeft veel verdrietige consequenties gehad. Toch is dit beter. Het is goed zo.’’

Augustus 2013 

 

 

 

Hard werken en genieten in het buitenland

Veel vakantiegangers genieten in het buitenland van hun vrije tijd, maar er wordt ook hard gewerkt door Nederlanders in verre oorden. Zij doen er alles aan om de reis voor toeristen zo bijzonder mogelijk te maken. Met een verblijf in een Mongoolse yurt, slapen tussen de gorilla’s of een indrukwekkende fietstocht.

Terwijl toeristen zich verbazen over de vele gezichten van Bangkok, kent Andre Breuer (52) alle hoekjes van de stad. De Nederlander organiseert ruim tien jaar fietstochten door deze wereldstad met zijn bedrijf Recreational Bangkok Biking. Hij fietst met toeristen, voornamelijk Nederlanders, door smalle steegjes, door stukken natuur, langs tempels, villa’s en krottenwijken. ,,Het is elke keer weer mooi om de verwondering bij de fietsers te zien. Ze hadden vaak hele andere verwachtingen van Bangkok. De hoge betonnen torens, shopping centers, schitterende tempels en de lange rijen auto’s omringt door zwermen motorfietsen en scooters. Maar Bangkok heeft ook een andere kant: verlaten plekken, smalle en drukke steegjes waar geen eind aan lijkt te komen en het leven zich op straat afspeelt. Je fietst daar bijna letterlijk door de huiskamers. Geweldig om te zien.’’

Recreational Bangkok Biking is het hele jaar door, zeven dagen per week geopend en heeft elke dag wel fietsers. In de beginfase deed Breuer alles zelf, begeleiden van de tochten, onderhoud aan de fietsen, ontwikkeling van nieuwe routes en verkoop aan reisagenten. Maar al snel had hij naast zijn vrouw Chawala, een heel team om zich heen verzameld en zijn er franchise vestigingen in Chiang Mai, Pattaya, Ayutthaya en Hua Hin. ,,Het is natuurlijk geweldig dat mijn fietstochten zo’n succes zijn. Alleen soms is het lastig dat we altijd open en aan het werk zijn. We hebben een dochter van 4 en ik zou meer tijd aan haar en mijn gezin willen besteden. Begin dit jaar hebben we het team versterkt met een Nederlander die veel operationele taken van mij over neemt. Daarmee hebben we de mindere kant van mijn werk opgelost’’, lacht Breuer.

Verreweg de meeste toeristen die in Bangkok op de fiets stappen zijn, hoe kan het ook anders, Nederland en Belgen. ,,Voor ons is fietsen heel normaal. En zelfs in zo’n wereldstad als Bangkok, met al dat verkeer, kan je prima fietsen. In het begin keken de mensen hier raar op van de zwerm Nederlanders die voorbij tuften. Dachten ze echt dat we gek waren om hier rond te fietsen. Inmiddels zijn ze het gewend.’’

Breuer geniet van de contacten met zowel de toeristen als de lokale bevolking. Hij kan uren vullen met anekdotes, bijzondere verhalen en de fascinerende mensen die hij ontmoet tijdens zijn werk. ,,De meeste Nederlanders komen goed voorbereid naar Thailand, maar willen graag advies over de mooiste plekjes, lekkerste lokale restaurantjes en niet te missen spots. Ik vind het leuk om mijn kennis te delen. Van mooie plekjes tot de gebruiken van dit land en reizigersadviezen. Zo had een klant die vanaf dag één buikloop. Hij had imodium-pillen mee, maar was daar zo doorheen. Ook de tabletten van andere reizigers werkte hij in een paar dagen naar binnen. Ik vroeg hoe hij ze innam en hij zei met kraanwater. Lieve mensen, kraamwater mag je gebruiken om je tanden niet poetsen, maar is echt niet geschikt als drinkwater!’’

Over de hele wereld werken Nederlanders in de toeristische sector. Het CBS beschikt niet over cijfers, maar via google zijn er talloze Nederlanders te vinden. Vooral een Bed & Breakfast, camping, yurt, hotel of kamerverhuur is populair.

De hang naar avontuur, uit frustratie of de wil om je verder te ontwikkelen zijn redenen waarom Nederlanders zich buiten de landsgrens begeven. Dertiendeprovincie.nl is een online community voor Nederlanders die naar het buitenland zijn vertrokken en mensen die smachten om hetzelfde te doen. Ze kunnen op de website, die in februari is gelanceerd, verhalen lezen en ervaringen delen. De website staat nog in de kinderschoenen, initiatiefnemer Mustafa Karakaya hoopt op een bloeiende community. ,,Het is zo boeiend om de verhalen van anderen te horen’’, vertelt Karakaya. ,,We willen met de site mensen inspireren en helpen als ze ook dromen van een leven in het buitenland. Er staan nu vooral interviews op de site, hopelijk wordt het meer een community waar ervaringen worden gedeeld, tips worden gegeven en mensen vertellen hoe het echt is om in het buitenland te werken en te wonen.’’

Loek Hofstede (69) vertelt graag over zijn ervaringen in Marrakech, Marokko. Hij opende daar anderhalf jaar geleden een riad, Bed & Breakfast en dat is hard werken. Het was helemaal niet de bedoeling om de riad zelf te runnen, maar nadat hij drie jaar bezig is geweest met de verbouwing van de grote woning in de oude binnenstad, leek het hem mooi om toch zelf gasten te ontvangen. ,,Ik ben gaan netwerken, zat dagen achter mijn computer. Langzaamaan kwam de klantenstroom op gang en na ongeveer zes maanden zat mijn riad voor het eerst al helemaal vol.’’

Riad Aïcha heeft zes kamers, er is een zwembad, hamam, grote salon met keuken, twee terrassen en een berbertent op het platte dak waar gasten meestal ontbijten. De vakantiegangers komen overal vandaan, maar de meeste bezoekers komen uit Nederland en België. Hofstede heeft er geen moeite mee dat hij hard moet werken, terwijl anderen genieten van hun vakantie. ,,Helemaal niet. Het anderen naar de zin maken, dat vind ik juist het mooie van dit werk. Een riad is veel meer een ontmoetingsplaats dan een hotel. De gasten hebben onderling en met mij meer contact. We eten meestal met z’n allen aan een lange tafel’’, aldus de ondernemer. ,,De eerste dagen help ik ze meestal op weg. Ik merk dat er veel misverstanden zijn over Marokko. Dan vertel ik dat je veilig op straat kan lopen, ook als vrouw alleen in kleine donkere straatjes. Mensen klampen zich soms aan je vast omdat ze graag spullen willen verkopen aan toeristen. Maar als je daar handig mee omgaat, is het al snel geen probleem meer. Na een paar dagen zie ik behalve de gezichten bruinen, hun geluk groeien. Dan weet ik dat dit een onvergetelijke vakantietrip wordt.’’

Een andere ondernemer die er alles aan doet om zijn klanten een mooi reis te bezorgen is Wim Kok (36). Hij runt samen met Coen van der Heijden een reisbureau in Oeganda. Ondernemen in het Afrikaanse land is een wereld op zich. ,,Werken, leven en ondernemen in Oeganda is geweldig, verschrikkelijk, fantastisch, krankzinnig, uitdagend en alles wat daar tussen in zit’’, lacht de ondernemer. ,,Er moet hier nog veel gebeuren op gebied van educatie, gezondheid, corruptie, vrouwen- en homorechten. Ook op het gebied van natuurbehoud moeten nog flinke stappen worden gezet. Dat maakt ondernemen in een land als Oeganda soms frustrerend. Aan de andere kant is het een fantastisch land met een heerlijk klimaat, vriendelijke mensen en goede werkethiek. Oeganda is één van de meest diverse bestemmingen op aarde. Van ruige regenwouden tot droge savanne, van bergen met sneeuw tot prachtige kratermeren, de oorsprong van de Nijl tot spectaculaire watervallen. Naast het traditionele wild in Afrika zoals leeuwen en olifanten zijn hier gorilla’s en chimpansees in het wild.’’

Matoke Tours biedt reizen aan in Oeganda, Rwanda en Tanzania en heeft een eigen lodge in Bwindi, het leefgebied van de gorilla’s. Het bureau richt zich vanuit een kantoor in Den Bosch en een kantoor in Kampala op de Nederlandse, Vlaamse en Duitse markt. ,,Het is fantastisch om mensen de parels van dit land te laten zien. Dat doen we met veel liefde en passie’’, aldus Kok. ,,Ik krijg vaak de vraag of het niet genoeg is geweest, of ik niet gewoon weer terug wil naar Nederland. Natuurlijk mis ik mijn vrienden en familie. En in Nederland is alles perfect geregeld, dat is fijn. Ik heb een zoontje van 2,5 jaar en hoe vier ik hier met hem Sinterklaas, hoe leg ik uit wat sneeuwpret of de Elfstedentocht is . Ik zou ook graag met hem op de fiets naar het Kruller-Muller museum gaan. Maar voorlopig toch nog niet. Ik woon fantastisch en kan mijn zoon meenemen naar de mooiste plekken op aarde. Hij is gek op olifanten, eet mango’s uit de tuin, speelt altijd buiten en vindt het geweldig om mij bang te maken met zijn leeuwen-imitatie. Ik heb gekozen voor een leven waarbij ondernemen, spanning, avontuur, een gezin en burgerlijkheid hand in hand gaan. Dat zou ik voor geen goud willen missen.’’

Logeren bij Nederlanders is vertrouwd

Op zoek naar een mooi slaapplekje bij Nederlanders in het buitenland? De website vakantieboekenbijnederlanders.nl van Maurits Schriemer (32) en Anne van Gool (33) telt 1200 adressen, van Suriname tot Australië en van Frankrijk tot  Ghana. ,,We zijn een jaar bezig en de site kan zeker groeien tot zo’n 10.000 adressen’’, vertelt Schriemer. ,,Nederlanders zijn heel reislustig en zoeken graag het avontuur op. Dat is voor veel mensen de reden om naar het buitenland te vertrekken. Wij dromen er zelf ook van. Hopelijk zitten we rond mijn veertigste ergens op een mooi plekje met een logeeradres.’’

Volgens het stel vinden veel Nederlanders het fijn om bij landgenoten te logeren of een evenement te boeken. ,,Het maakt de interactie gewoon wat makkelijker. Zeker als je ergens ver weg zit, kan een Nederlandse hoteleigenaar je goed op weg helpen. Je spreekt dezelfde taal en dat praat toch makkelijker dan in het Engels met een Keniaan of met een Fransoos op een boerencamping. Niet alleen fanatieke reizigers vinden het fijn om bij een Nederlander te logeren, ook mensen die nog nooit in het buitenland zijn geweest, bezoeken de eerste keer liever een landgenoot. Dat is vertrouwder.’’

Augustus 2013

Liften: een gratis avontuur

Met een duim omhoog langs de weg of met de naam van een zonnig vakantieoord op een bordje bij een pompstation. Vroeger zag je overal lifters, tegenwoordig zijn ze een zeldzaamheid. Toch zoeken sommige studenten nog steeds op deze manier het avontuur.

Jeroen Vennik vindt het jammer dat zo weinig gelift wordt. Volgens de 23-jarige student uit Groningen is dit toch echt de leukste manier om te reizen. ,,Het is gratis, dat is natuurlijk fijn. Maar het mooie is dat je mensen ontmoet waar je normaal nooit mee zou praten. Daardoor hoor je de leukste verhalen, heb je soms de meest bizarre gesprekken.’’

Het afgelopen jaar liftte Vennik naar Berlijn, Poznan en Barcelona. De laatste twee tripjes waren onderdeel van liftwedstrijden die hij voor de Europese studentenvereniging AEGEE-Groningen organiseerde. Tijdens deze wedstrijden, die jaarlijks georganiseerd worden, moeten koppels zo snel mogelijk op de plaats van bestemming komen.

,,Zo proberen we studenten weer enthousiast te maken over liften. Vroeger deed bijna elke student het, tegenwoordig word je toch wel raar aangekeken als je vertelt dat je op deze manier reist’’, meent Vennik. ,,Vooral in Nederland is het lastig om de stad uit te komen. Bestuurders reizen liever alleen, ze nemen niet graag een vreemde mee en vinden het vaak raar dat zij moeten betalen voor een rit terwijl jij gratis meelift. Hier roepen mensen ook wel ’Dat lukt je nooit!’ als ze langsrijden. Daarom raad ik studenten aan van benzinestation tot benzinestation te reizen. Daar kan je mensen aanspreken en om een lift vragen. Kom je betrouwbaar, vrolijk en aardig over, dan nemen ze je sneller mee dan wanneer je met een bord langs de weg staat.’’

 

Tegenwoordig zijn er in Nederland aanzienlijk minder lifters dan in de jaren ’70 en ’80, de hoogtijdagen van het liften. Oorzaak is vooral de invoering van de OV-studentenkaart waarmee studenten gratis met het openbaar vervoer kunnen reizen. Ook mogen veel vrachtwagenchauffeurs van hun baas geen lifters meer meenemen. Op Wikipedia staat dat liften door sommigen uit de tijd wordt beschouwd.

Zonde, vindt Daniëlle van Manen (28) uit Veenendaal. Zij liftte in 2010 van Barcelona naar Nederland. ,,Het was echt zo gaaf! Ik ben naar Barcelona gevlogen en heb daar liftend rondgereisd. Ik stapte overal in, zonder vooroordelen. Ondanks dat ik een meisje ben, heb ik me geen seconde onveilig. Ik reed mee met een gezin, een politieagent heeft een stuk voor me omgereden, vrachtwagenchauffeurs namen me mee en twee Arabische mannen. Die mannen waren zo lief, ze gaven me bij het uitstappen zelfs tien euro om wat te eten te kopen.’’

Van Manen had zich niet voorbereid op haar liftavontuur, maar droeg wel bewust jongensachtige kleding en maakte voordat ze instapte meestal een foto van het kenteken en stuurde dat door naar een vriendin. Volgens Van Manen is ze door te liften ten goede veranderd. ,,Ik ben meer outgoing, maak sneller een praatje met vreemden’’, vertelt ze. ,,Deze reis was voor mij heel belangrijk. Voordat ik wegging voelde ik me niet zo goed. mijn vader was het jaar ervoor overleden en ik was een echt papa’s kindje. Door alleen te reizen en te liften wilde ik tot mezelf komen. Het was heel spannend, maar het gaf mij het gevoel dat ik de hele wereld aankon. Heel gaaf. Het was wel eenmalig. Mijn moeder wist van niks en ik heb haar bij thuiskomst moeten beloven nooit meer alleen te gaan liften. Dat is niet erg. Want zo bijzonder als deze reis, wordt het nooit meer.’’

 

Hoewel lifters langs de weg nauwelijks meer voorkomen, zijn er in Nederland wel specifieke liftershaltes, waar lifters makkelijk kunnen worden opgepikt. Deze haltes zijn er onder andere in Amsterdam, Utrecht, Den Haag, Maastricht en Nijmegen. Ook online groeit het aanbod ‘ridesharing’. Zoek je een rit of wil je graag iemand mee laten rijden, dan kan je je rit aanmelden op verschillende sites, zoals hitchhikers.org, backseatsurfing.com, carpooling.com en de Belgische liftcentrale Eurostop.be, met ritjes van en naar Nederland. Het idee achter deze manier van ‘ridesharing’ is vaak om de kosten te delen.

,,Bij ridesharing is de charme van het wachten en het zomaar bij iemand in de auto stappen weg, maar je bent wel zekerder van je zaak’’, aldus Jasper Cramwinckel (43), die in 1999 hitchhiking.org oprichtte. ,,Het is handig dat je precies weet wanneer je weggaat en met wie je meerijdt. Het is ook wel weer leuk om de lijsten met de aangeboden ritten te bekijken. Misschien zie je een onverwachte bestemming waar je wel naartoe wilt, of die geweldige locatie waar je op zat te wachten.’’

Cramwinckel was vroeger een fervent lifter. Hij trok op de bonnefooi door Europa, meestal samen met zijn vriendin of een vriend. Tussen de ongeveer 200 liften zitten tripjes naar Praag, Barcelona, Milaan en reizend door Tanzania. ,,Liften is een geweldige manier op te reizen. Je hebt een gratis avontuur, ontmoet de leukste mensen met vaak de mooiste verhalen. Maar vooral het gevoel is zo speciaal. Het idee dat je elk moment weg kunt gaan. Gewoon vertrekken met alleen je paspoort en wat geld op zak. Op een donderdagavond bedenken dat je op wintersport wilt en op vrijdagmiddag na college vertrekken. Dat gevoel van vrijheid is heerlijk.’’

Toch stapt Cramwinkel nu nauwelijks meer zomaar bij iemand in de auto. De laatste keer dat hij liftte, kan hij zich niet meer herinneren. ,,Als gezin met twee kinderen ga je niet op de bonnefooi ergens naartoe. Tuttig misschien, maar we willen nu zekerheid om de bestemming en reisduur. Chauffeurs nemen ons vast ook niet zo mee, met een lading speelgoed en kleren.’’

 

Ondanks dat deze (voormalig) lifters allemaal heel enthousiast zijn over dit gratis avontuur, kennen ze ook de keerzijde. Cramwinckel weet meerdere negatieve verhalen, vooral van vrouwen die alleen reizen. Ook Robbert Sijm (38) uit Hardewijk raadt het af om als vrouw alleen te liften. Vriendinnen van hem hebben slechte ervaringen en hij reed ooit mee met een Franse vrouw wiens dochter verdween nadat ze liftend op reis ging. ,,Dat zijn hele heftige verhalen’’, zegt hij. ,,Als vrouw zou ik nooit alleen gaan liften. Maar voor elke lifter geldt dat hij zijn oren en ogen altijd moet openhouden. Voel je je niet veilig of zie je iets verdachts, stap dan niet in.’’

Sijm weet waar hij het over heeft. Tijdens een liftavontuur van Oostenrijk naar India, kwam hij niet verder dan Athene. Daar werd hij overvallen en bewusteloos achtergelaten. ,,Ik trok op met wat jongens die ik daar had ontmoet. Zij hadden verkeerde bedoelingen en hebben wat in mijn drankje gedaan. Ik werd wakker in het ziekenhuis met een flinke hersenschudding, verwondingen, zonder paspoort en al rugzak met spullen. Een hele vervelende ervaring, maar dat weerhield me er niet van om na een paar maanden thuis weer liftend te vertrekken. Dit komt helaas wel eens voor, maar over het algemeen is liften geweldig.’’

Sijm trok liftend door Australië en is op veel plekken in Europa geweest. Financieel gezien kon hij makkelijk het vliegtuig pakken, maar het onverwachte, de vrijheid en avontuur lonkte. Nu hij een gezin, woning, baan en een auto heeft, heeft hij het liften vaarwel gezegd. ,,Maar ik denk er nog vaak aan terug. Het was een fantastische tijd. Ik heb geweldige mensen ontmoet, de mooiste ervaringen opgedaan, diepzinnige gesprekken gevoerd, van alles beleefd. Ben je op zoek naar avontuur, dan kan ik liften alleen maar aanraden.’’

Tips van lifters voor lifters

1. Lift van pompstation naar pompstation. Mensen daar aanspreken is effectiever dan een kartonnen bord, vooral in Nederland.

2. Wil je toch een bord, neem dan een groot A3 schetsblok en knip dat liggend horizontaal door midden. Op die manier heb je een soort boekje met spiraal waarvan je bladzijdes met bestemmingen om kunt slaan.

2. Reis met tussendoelen. Wil je van Amsterdam naar Parijs, schrijf dan niet meteen de eindbestemming op, maar tussenliggende plaatsen. Niet elke bestuurder staat erbij stil dat je blij bent met een lift naar Breda om daar vandaan verder te gaan.

3. Zorg voor een goede wegenkaart met daarop alle tankstations langs snelwegen.

4. Reis nooit als vrouw alleen.

5. Spreek goed af waar je eruit gezet wilt worden. Ook als je na uren wachten zo blij bent met de lift, spring niet meteen in de auto, maar maak duidelijke afspraken. Zo voorkom je dat je in de middle of nowhere wordt gedropt.

6. Heb een actieve lifthouding. Soms zie je mensen in het gras liggen die hun duim omhoog steken als er een auto voorbij rijdt. Dat nodigt niet uit om iemand mee te nemen. Doe je best om te laten zien waar je naartoe wilt en dat je er zin in hebt. Als chauffeurs denken dat ze een leuke tijd met je kunnen beleven, nemen ze je sneller mee.

7. Kies nooit een stad dichterbij dan de eerste pomp. Want waar moet je er dan uit op de snelweg?

8. Neem voldoende water, zonnebrand, een regenpak en wat te eten mee.

9. Stop geld op een veilige plek, zoals onder de inlegzool in je schoen.

10. Altijd blijven lachen. Komt de lift vandaag niet, dan lukt het morgen wel.

Augustus 2013