Drijfzand in mijn hoofd

Een koffiedate? Een verjaardag of een afspraak? Grote kans dat ik niks van me laat horen of er niet ben. Vergeten. Dat is geen onwil, maar op de een of andere manier blijft er niets in mijn hoofd hangen. Ik heb een agenda, kalender en stapels to do lijstjes zodat ik niks mis, maar vergeet daar op te kijken.

Het is niet normaal hoe vergeetachtig en warrig ik ben. In mijn hoofd is het een komen en gaan van ingevingen. Van een mail die ik wil sturen, een deadline die ik moet halen, dingen die geregeld, gekocht of gedaan moeten worden. Maar zo snel als het opkomt, zo vlug zakt het ook weer weg.

Verjaardagen vergeten is nog tot daar aan toe, vervelender vind ik het als ik niet op woorden kan komen. Namen die ik vergeet, halve verhalen die ik vertel doordat ik de details niet meer weet. Gek word ik ervan. Onzeker ook. Dit gaat toch wel weer voorbij?

Zwangerschapsdementie kan het niet zijn, die heerlijke roze wolk waar ik nog steeds op zit met Ian, Kaya en Timo lijkt mij ook niet de oorzaak. Wat dan wel? Online kom ik tot een diagnose: ontzwangeren. Niks ernstigs gelukkig. Maar het blijkt wel een hele klus te zijn, zowel fysiek als mentaal.

Ik dacht dat vooral je lichaam moest ontzwangeren en dat gaat eigenlijk erg goed. Ik voel me lekker in mijn lijf, ben alle overtollige kilo’s kwijt en voel me fit tijdens het sporten. Maar mijn geest is een ander verhaal: die is duidelijk volop aan het ontzwangeren. Met vergeetachtigheid en concentratieproblemen als gevolg. Na de geboorte van Kaya heb ik hier geen last van gehad, maar nu blijk ik niet de enige te zijn met deze verschijnselen. Hordes nieuwe moeders die op stap gaan zonder luiers, met de verkeerde boodschappen thuis komen, afdwalen als iemand iets vertelt en geen idee hebben of ze nu met links of rechts moeten voeden. Wat een opluchting.

Bij ontzwangeren krijg je er ook een brok aan emoties bij. Dat verklaart waarom ik zo’n sentimentele muts ben geworden. Ik hoef maar naar dat stralende gezichtje van Ian te kijken en ik schiet vol. Helemaal als ik hem met zijn zus zie knuffelen of als Kaya met hem memory speelt, de kaartjes bij hem legt en de ene keer zichzelf en dan weer hem laat winnen. Maar ook als Timo met Ian in de draagzak met de hond gaat wandelen. Dan smelt ik. Ook het idee dat het allemaal zo snel gaat, maakt me week. Ian is gewoon alweer 4 maanden! Hij is een heerlijk mannetje, groeit als kool, is vrolijk, rolt naar zijn zij, pakt speeltjes en heeft zijn voetjes ontdekt. Te leuk, maar waar is mijn baby gebleven? Laatst heb ik zijn 0-3 maanden kleertjes opgeruimd. Dat was wel een momentje. Net als toen ik zijn lieve schommelwiegje naast ons bed heb vervangen door het campingbedje omdat hij er niet meer in paste.

Aan de ene kant wil ik dat Ian voor altijd mijn kleine baby blijft, aan de andere kant geniet ik ervan dat hij steeds meer contact maakt en de wereld ontdekt. Ik ben trots, verstrooid, dolgelukkig, verward, verliefd en weemoedig tegelijk.

Negen maanden op, negen maanden af, wordt er gezegd. Met een beetje mazzel kan ik me van mijn verstrooidheid en blunders straks niets meer herinneren.

Freelance journalist Michèle Hartog vertelt in WIJ Jonge Ouders over haar leven met Timo, hun dochter Kaya (4) en zoon Ian (4 maanden)

WIJ Jonge Ouders februari 2017

Fotografie: Tosca Foto’s

 

De groep waar niemand bij wil horen

Niemand wil bij deze groep horen. Maar elke maand komt een aantal mensen met uitgezaaide kanker bijeen bij Inloophuis Pisa in Hoorn. Taboes worden doorbroken, emotionele dilemma’s besproken, ervaringen gedeeld en soms afscheid genomen. Er wordt gehuild, maar zeker ook gelachen.

De groep Leven met uitzaaiingen komt sinds twee jaar elke maand bijeen. Het is een veilige plek om onderwerpen te bespreken die spelen als genezing niet meer mogelijk is en het perspectief dus ingrijpend veranderd is. ,,Alles mag hier aan bod komen’’, vertelt begeleidster Wiek Luza. ,,Ook de dingen die taboe zijn, maar wel degelijk borrelen. Dus ja, we praten hier over bang zijn, over doodgaan en afscheid, over hoe dat zou kunnen gaan, over euthanasie. Als je moeilijke gedachten en gevoelens uit, kan er iets van de lading afgaan.’’

Rauwe emoties

De emoties tijdens de bijeenkomsten zijn soms rauw, maar de stemming is zeker niet bedrukt. De sfeer is intiem, er wordt gelachen en deelnemers gaan meestal opgelucht naar huis. ,,Iedereen kan hier zijn angsten, wanhoop en verdriet uiten, maar daar laten we het niet bij. We zijn er ook om mensen in hun kracht te zetten’’, benadrukt Wiek. ,,Steeds weer komen we terug bij de vraag: wat heb jij nodig om zo goed mogelijk om te gaan met jouw situatie. Want hoe schrijnend het ook is, het is nooit helemaal donker. We gaan op zoek naar mogelijke bronnen van hulp en troost. Wat is voor jou kwaliteit van leven en hoe zorg je dat je die zo goed mogelijk houdt. Door daar zo vertrouwelijk met lotgenoten over te praten gaan mensen over het algemeen opgelucht en bemoedigd naar huis. En dat is precies onze bedoeling.’’

Eén van de deelnemers is Ella Groskamp (48) uit Avenhorn. Ze kreeg in 2004 borstkanker. Na een geslaagde operatie en 35 bestralingen pakt ze haar leven weer op. Dat lukt, totdat artsen in 2009 uitzaaiingen ontdekken. ,,De grond zakte echt onder mijn voeten vandaan. Ik zag het helemaal niet aankomen. Ik was zo intens verdrietig en bang. Dat gevoel bleef een paar weken. Daarna kwam een soort oerkracht boven. Dat gaat zomaar niet gebeuren. De knop ging om en ik ga ervoor! Ik wil alles aangrijpen om zo lang en zo goed mogelijk op aarde rond te lopen.’’

Ella besluit haar voeding aan te passen, ze stopt met suiker, eet alleen vers, geen E-nummers, kleur-, geur- en smaakstoffen meer. Ze laat haar kwikvullingen vervangen, volgt trainingen om minder stress te hebben en bezoekt een mesoloog. ,,Ik voelde me een periode heel goed, net alsof ik helemaal niet ziek was. Alleen de laatste tijd gaat het minder. Ik heb last van mijn arm, lever, heupen en heb weinig energie. Het reguliere circuit kan me bijna niets meer bieden. Ik krijg hormoontherapie en als dit niet meer werkt halen ze chemo van de plank. Daar ben ik geen voorstander van. Ik duik het alternatieve circuit in. In Venlo is de stichting kankerbehandelen met hele goede resultaten. Ik ben benieuwd wat zij mij kunnen bieden.’’

Buitensluiten

Ella komt sinds de start van de groep Leven met uitzaaiingen bij Pisa. Natuurlijk zou ook zij daar liever geen onderdeel van zijn, maar ze is blij dat het bestaat. ,,Ik heb er veel aan. Ik vind het fijn om met elkaar in vertrouwen te praten en ook de moeilijke onderwerpen te bespreken. Voor mij is het goed om te horen hoe anderen communiceren met de buitenwereld en binnen hun gezin. Dat vind ik lastig. Ik ga niet zo snel zitten voor een gesprek. Ik wil het er niet altijd over hebben. Door erover te praten, wordt het zo echt. Maar bij Pisa is mij duidelijk geworden dat ik mijn gezin ook het gevoel kan geven dat ik ze buiten sluit door bepaalde dingen niet te vertellen. Dat is het laatste dat ik wil.’’

De bijeenkomsten zijn ook confronterend. Van de acht deelnemers zijn er inmiddels nog drie over. ,,Toen er in een paar maanden tijd meerdere mensen overleden, vroeg ik me af of ik dit nog wilde. Je wordt dan echt even met je neus op de feiten gedrukt. Maar ik blijf bij de groep want het voegt voor mij veel toe.’’

Geluksmomenten

Doordat Ella zich minder goed voelt, heeft ze besloten (voorlopig) te stoppen met werken. Ze werkte nog acht uur als assistent financieel adviseur bij de Rabobank, maar heeft daar nu geen energie meer voor. Ze vindt het moeilijk om dit los te moeten laten. ,,Voor mijn gevoel zet ik weer een stap in mijn ziekteproces. Ik moet weer iets inleveren. Maar de energie die ik nog heb, wil ik in mijn gezin steken. Dat is het allerbelangrijkste voor mij.’’

Ella geniet zoveel mogelijk samen met haar man en kinderen, ze fietst en wandelt veel en probeert zo normaal mogelijk door te leven. ,,De onbezonnenheid is eraf, maar ik kan intens genieten van hele gewone dingen. Ik was bang dat ik nooit meer echt gelukkig zou kunnen zijn, maar ik heb echt nog geluksmomenten.’’ Ella pauzeert even. ,,Ik blijf knokken. Ik zoek altijd naar iets waar ik in kan geloven. Dat geeft me kracht. En wie weet ga ik dan nog wel tien jaar mee.’’

Kader

Inloophuis Pisa is er voor mensen met kanker, hun naasten en nabestaanden. Op 10 oktober viert Pisa haar 5-jarig bestaan, toch is het nog vrij onbekend. Het NHD neemt de komende weken een kijkje bij de activiteiten van deze ontmoetingsplek.

Pisa in het kort

Bij Inloophuis Pisa aan de Draafsingel 59 in Hoorn kunnen mensen zonder afspraak binnenlopen voor een kop koffie en een gesprek. Daarnaast worden er activiteiten georganiseerd waaronder yoga, de cursus Krachtig kwetsbaar zijn, creatief atelier, koken voor nabestaanden en Zingen voor je leven. Bezoekers van alle leeftijden kunnen zich ook aansluiten bij een lotgenotengroep zoals Kindertijd, Chill@Pisa voor jongeren, Partnergroep en Leven met Uitzaaiingen.  Binnenlopen voor een gesprek is gratis, voor de meeste activiteiten wordt een kleine bijdrage gevraagd.

Het dagelijks werk wordt verricht door 15 vrijwillige gastvrouwen en 1 heer, de activiteiten worden begeleid door 3- professionals die een vrijwilligersvergoeding krijgen. het bestuur betsaat uit 5 vrijwilligers, coördinator Wiek Luza is een betaalde kracht voor 16 uur en werkt de overige uren op vrijwillige basis.

De kosten voor het inloophuis zijn zo’n 100.000 per jaar. Voor inkomsten is Pisa grotendeels afhankelijk van giften, sponsoracties, donaties, nalatenschappen en een klein deel subsidie. Nederland telt rond de 60 inloophuizen, waaronder ook in Medemblik.

NHD, serie over Inloophuis Pisa, oktober 2014

K-1 legendes Hoost en Aerts vechten in Japan

Twee K-1 legendes nemen het morgen tegen elkaar op voor de WKO zwaargewicht titel in Osaka, Japan. Ernesto Hoost (49) en Peter Aerts (44) staan voor de zesde keer samen in de ring. ,,Het wordt zeker geen demonstratie of sparwedstrijd’’, verzekert Hoost.

Viervoudige K1-winnaar Hoost uit Hoorn is er klaar voor. Hij voelt zich goed en heeft de afgelopen maanden hard getraind om fit de ring in te stappen. Het is de zesde keer dat hij het opneemt tegen Aerts. Hij won drie keer, waarvan de laatste in 2006. Dat jaar nam hij afscheid van de sport, om afgelopen maart in Japan zijn comeback te maken. Hij won op punten van de Amerikaan Thomas Stanley.
,,Dat moment in de ring was fantastisch. Ik ben weer thuis, dat gevoel had ik echt. Sommige mensen zeggen dat ik gek ben geworden. Maar door de voorbereiding en die wedstrijd besef ik wat ik gemist heb.’’
Dat is niet de enige motivatie om weer de ring in te stappen. ,,Na mijn afscheid, had ik weinig behoefte aan een comeback. Dat is veranderd doordat ik onlangs ben gescheiden. Op zo’n moment ga je alles toch herstructureren. Je kijkt anders naar de toekomst, naar doelen, dromen en manieren om geld te verdienen. Vechten is het leukste dat ik ooit gedaan heb. Het is mooi als ik daarmee nog wat geld kan verdienen.’’

Niet bang
Hoost is niet van plan tot in lengte van dagen te vechten. Hij wil nog een aantal keer de ring in, afhankelijk van de uitkomst morgen. ,,Ga ik kansloos tegen de grond, dan houdt het op. Maar daar ben ik absoluut niet bang voor. Het is nooit makkelijk tegen Aerts, maar ik neem het graag tegen hem op.’’
Al is Hoost niet gespannen, spannend wordt het wel. De Hoornaar is er acht jaar tussenuit geweest, terwijl zijn tegenstander nog regelmatig wedstrijden vecht. ,,Ja, hij heeft meer ritme, maar daardoor zijn blessures ook doorontwikkeld. Dat kan in mijn voordeel werken. Hij heeft snel last van zijn schenen. Als ik zijn lowkicks goed blok, kan hij last krijgen. Maar ik richt me vooral op mijn eigen sterke punten. Ik voel me goed, ik heb vertrouwen.’’

Gevoelig
Hoost heeft de afgelopen 2,5 maand getraind voor deze wedstrijd. Hij heeft een betere voorbereiding gehad dan afgelopen maart. Hij was toen minder fit, maar zijn tegenstander was ook van een ander formaat. ,,Ik heb zwaar getraind, mijn conditie is beter en ik ben lichter. Er was toen kritiek over mijn gewicht, dat heb ik me aangetrokken. Het lag gevoelig. Het irriteerde me ook. Ik gaf mezelf letterlijk bloot en zat niet te wachten op kritiek. Aan de andere kant besef ik dat mensen zien wat ze zien en daarop reageren. Daarom heb ik beloofd dat ik er bij mijn volgende wedstrijd beter uit zou zien.’’

Dat is gelukt. Hoost ziet er fit uit, is conditioneel goed en gretig tijdens de trainingen. Hij spart en traint bij Ton Vriend van Sokudo Gym in Hoorn. Ondanks dat daar weinig vechters van zijn gewicht zijn, noch met zijn achtergrond, krijgt hij daar voldoende uitdaging. ,,Hier is niemand zoals Aerts, maar ook lichtere jongens kunnen veel druk zetten. Ik heb het mezelf wel moeilijker gemaakt door vermoeid aan het sparren te beginnen. Daardoor kon ik toch de druk voelen, zoals Aerts die kan zetten.’’

Senioren circuit
Deelname aan het event ‘Clash of the Legends’ voelt wel dubbel voor de viervoudig K-1 kampioen. Hoost had plannen om zelf een senioren circuit op te zetten. Om oudere vechters tegen elkaar te laten vechten, afgewisseld met jonge talenten.
,,Ik ben met mijn businessplan bij twee tv-stations in Japan geweest, maar er was geen interesse. Alleen kon ik het niet financieren, dus ik kon er niet verder mee. Jammer. Toen ik niet lang daarna voor deze wedstrijd werd gevraagd, wilde er niks mee te maken hebben. Dit was mijn idee, waar anderen mee aan de haal gingen. Aan de andere kant was het financieel aantrekkelijk, dus besloot ik mee te doen. Misschien kan ik straks toch iets betekenen in de organisatie. En anders in elk geval nog een paar mooie wedstrijden neerzetten.’’

NHD oktober 2014

Wilgaerden is er niet alleen voor pleisters en medicijnen

Forse bezuinigingen in de ouderenzorg, een stop op de instroom in zorginstellingen, ouderen die thuis steeds moeilijker zelfredzaam zijn, zorginstellingen worden gesloten, ontslagen, toenemende werkdruk en geen passende beloningen. De berichten over de ouderenzorg zijn niet positief, maar directeur van Wilgaerden Iris van Bennekom is dat wel. ,,Dit vraagt om creatief en innovatief ondernemerschap.’’

Van Bennekom houdt van uitdagingen. Ze heeft vanuit diverse perspectieven in de zorg gewerkt, ze was directeur Zorg en Gezondheid van De Friesland Zorgverzekering, directeur Langdurige zorg VWS en directeur Patiënten Consumenten Federatie. Ze kent het politieke spel en houdt ervan om creatief te ondernemen in de zorg. Dat is precies wat ze nodig heeft bij Wilgaerden. ,,Ik heb langdurig in deze bedrijfstak gewerkt, veel geleerd en ervaren. Wilgaerden kwam precies op het juiste moment op mijn pad. Ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Ik wilde een eigen organisatie om een toekomst mee op te bouwen. Ik denk dat ik hier met mijn ervaring zeker iets toe kan voegen’’, vertelt Van Bennekom. ,,De basis van Wilgaerden is heel goed. De locaties, plannen, cijfers en ziekteverzuim zien er goed uit. Geen grote problemen, dus ik hoef als directeur geen puin te ruimen of direct te saneren. Maar met alle huidige politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, moeten we onze toekomstplannen wel anders invullen.’’

Van Bennekom is nog maar net in haar nieuwe functie, ze heeft direct een proces in gang gezet. Ze vormde werkgroepen die heel concreet hebben gekeken naar de vraag in de regio. ,,Hoe ontwikkelt zich dat, hoe staat de concurrentie daarin. Mijn gevoel zei dat die vraag niet afnam, maar juist toenam. Hoorn heeft behoefte aan meer levensloopbestendige woningen in plaats van beschutte woningen, de overige gebieden hebben een stijgende vraag naar locaties voor zware zorg. Vraag en aanbod is in de regio op elkaar afgestemd. Dat is prettig. Daardoor hoeft er niet dramatisch veel te veranderen. Van onze 17 locaties, gaan we met een aantal aan de slag. Die passen niet meer in de markt, zijn bijvoorbeeld te klein of te oud.’’

De directeur stelt dat er dingen gaan veranderen, maar dat er geen locaties worden gesloten en dat er geen personeel wordt ontslagen omdat de overheid het stelsel wijzigt. ,,Sluiten vind ik een groot woord. We gaan locaties vervangen en er zullen ook wel mensen verhuizen. Dat is niet fijn als je oud bent. Maar daar ontkom je niet aan. Dit is geen gevolg van veranderingen in het overheidsbeleid, maar omdat deze locaties aan vervanging toe zijn. De plannen stonden een tijdje on hold, nu gaan we er weer mee aan de slag. We informeren de bewoners zo goed mogelijk. Het valt mensen zwaar als ze moeten verhuizen. Dat begrijp ik. Maar ze worden niet op straat gezet, ze kunnen bij ons blijven wonen, we blijven voor ze zorgen. Dat is de boodschap die ik duidelijk wil maken. Hetzelfde geldt voor het personeel. Ik kan geen garanties geven, maar span me ervoor in dat iedereen kan blijven werken. Alleen zal dat niet altijd in dezelfde functie zijn.’’

Gewetensvraag

De grote veranderingen in de organisatie van de ouderenzorg, de toename van ouderen en het tekort aan personeel dwingen organisaties volgens Van Bennekom tot innovatie om kwalitatief goede zorg te blijven leveren. ,,We moeten creatief zijn en tegen de juiste prijs aanbieden. We onderzoeken nu waar mensen zelf behoefte aan hebben. Mensen blijven het liefst in hun eigen huis, als dat niet meer gaat hoe kunnen wij ervoor zorgen dat hun leven zo plezierig mogelijk blijft. Dat iemand blijft zoals hij altijd was. Dat kan al met kleine initiatieven. Is een bewoner gewend om wekelijks naar de bioscoop te gaan, kunnen we nu wellicht een groepje mensen verzamelen om samen eens per week of twee weken een film te bekijken. Of bewoners die graag een hondje willen maar er niet alleen voor kunnen zorgen. Misschien kunnen gelijkgestemden een hondje en de zorg delen.’’ Van Bennekom gaat verder: ,,We moeten ons meer verdiepen in wat mensen zelf willen. Dat strookt dat niet altijd met onze opvattingen. Ook mijn idee is dat iedereen een prachtige locatie met veel ruimte en privacy verdient. Uit onderzoek blijkt echter dat de keuze van mensen niet altijd valt op die ruime plek, maar juist op een kleine en knusse locatie. De vraag rijst of je wel behoefte hebt aan een grote woonkamer en slaapkamer als je wereld zo klein is geworden door bijvoorbeeld dementie. Het is een gewetenskwestie. Ik weet het antwoord ook niet. Maar daar houden we ons nu mee bezig.’’

Vertrouwen

Over de samenwerking met Het Grootslag is Van Bennekom heel tevreden. De huidige samenwerking geeft veel vertrouwen in de toekomst. ,,Het Grootslag is een mooie regionaal gewortelde partner om mee te bouwen. Het is niet onze enige partner, we werken ook samen met andere corporaties, maar ik heb veel verbinding gekregen met Het Grootslag. We hebben een prachtige woonzorg locatie in Wervershoof gerealiseerd, nu kijken we of we in Hoogkarspel innovatieve invulling aan wonen en zorg voor ouderen kunnen geven. Je kunt daar kiezen voor nieuwe levensloopbestendige woningen naast de bestaande bouw, mijn ambitie is echter om naar het totaalconcept te kijken. Hoe ontwikkel je iets van waaruit je mensen die nog thuis wonen, zo lang mogelijk zorg en ondersteuning kunt bieden. Zoals met een dorpsplein, een plek waar mensen het leven kunnen delen en voorzieningen zoals een kapper, bibliotheek, activiteiten en supermarkt in de buurt. Want dat geeft glans aan de dag. Het is interessant om daar samen naar te kijken. Wij als Wilgaerden zijn er niet alleen voor de medicijnen en de pleisters, net zoals Het Grootslag niet alleen voor de stenen is. Samen denken we na over de behoeften van bewoners, hoe wij ervoor kunnen zorgen dat zij een mooie oude dag hebben in West-Friesland.’’

Iris van Bennekom: directeur Wilgaerden sinds september 2013

Zes interviews voor het jaarverslag woningstichting Het Grootslag, april 2014

 

‘In een ziekenhuis raak ik altijd in paniek’

Sara (28) kreeg op haar tweede acute lymfatische leukemie. Ze dacht altijd dat zwanger worden er als gevolg van de chemotherapie niet inzat. Haar zoontje Matz noemt ze dan ook een groot wonder. 

‘’Op mijn tweede kreeg ik vlekjes en ben ik acuut naar het AMC gebracht. Daar bleek ik kanker te hebben en er werd meteen gestart met chemotherapie. Vlak voordat ik ziek werd overleed mijn vader. Veiligheid en geborgenheid maakten plaats voor kanker en het ziekenhuis. Mijn moeder was hoogzwanger en woonde bij mijn vader want ook hij had net zijn vrouw verloren. Het was een hele heftige tijd voor ons allemaal. Ik kan me er niet veel meer van herinneren, maar het gevoel weet ik nog precies. Ik was doodsbang in dat ziekenhuis. Ik voelde me ziek en kreeg vreselijke beenmergpuncties en ruggenprikken. Als mijn moeder wegging, was het drama. Die prikken zijn nog lang na dat jaar doorgegaan en ze waren echt heel naar. Dat gevoel van angst en overgeleverd zijn aan doktoren kan ik me nog goed herinneren. Daardoor heb ik nu nog een enorme angst voor ziekenhuizen. Ik krijg het benauwd en paniekaanvallen. Ik wil niet naar het ziekenhuis. Er moet iemand meegaan, al ga ik voor iets simpels als een echo of een foto. Als ik alleen moet, dan durf ik niet.

Ik heb duidelijk wat overgehouden aan de kanker in mijn jeugd. Het kan nog veel meer gevolgen hebben. Al weten ze nog niet precies wat de gevolgen van de behandelingen zijn. Vervroegd in de overgang, vermoeidheidsklachten, nierproblemen en vruchtbaarheidsproblemen. Vooral dat laatste heb ik altijd zo ver mogelijk weggestopt. Ik wilde er niets van weten, kon er nog niet mee dealen. Dat was iets voor de toekomst. Dan zou ik dan wel zien hoe ik ermee omging. Maar zoiets zit altijd in je achterhoofd. Ik wist altijd dat ik dolgraag een kindje wilde. Dat ik tenminste één keer zwanger wilde worden. Dat leventje in mijn buik, dat leek me geweldig. Dat gevoel stopte ik weg. Daar kon ik niets mee zo lang ik er niet mee bezig was. Maar bij elke controle in het ziekenhuis werd er gevraagd naar mijn kinderwens. En in elke brief of folder van het ziekenhuis stond iets over vruchtbaarheidsproblemen en op internet staan veel droevige verhalen van vrouwen bij wie het niet lukt. Dat maakte me verdrietig, maar de heftigheid probeerde ik niet te laten doordringen. Op mijn 21e werd ik gevraagd mee te werken aan een onderzoek over de gevolgen van chemo op jonge leeftijd. Ik deed niet mee. Ik wilde niet weten of ik wel of geen kinderen kon krijgen.’’

‘’Toen ik Bas ontmoette, vertelde ik hem vrij snel dat de kans op een kindje met mij klein zou worden. Dat is zoiets essentieels, dat moet je snel bespreken. Hij maakte er geen probleem van. We zouden het wel merken en lukte het niet, dan zouden we toch lekker veel gaan reizen? Ik was blij met zijn reactie en schoof het voor me uit. Maar ik wist dat ik niet te laat moest beginnen als ik kinderen wilde. Misschien lukte het niet, zou het lang duren, moest ik de medische molen in of zou ik vervroegd in de overgang raken. Op mijn 23e kwam mijn kinderwens in alle hevigheid opzetten. De internist stelde voor dat we het een half jaar zelf zouden proberen voordat we naar het ziekenhuis zouden gaan.’’

Ovulatietesten

“Het is voor iedereen spannend om te proberen, voor mij was het extra beladen. Ik kocht meteen ovulatietesten. Ik ovuleerde, dus dat was goed. Lekker ontspannen proberen en wel zien hoe het loopt, dat lukte niet. Maar ik had wel bewust gekozen om voor onze bruiloft te beginnen, zodat ik afgeleid zou zijn. Nu ik eenmaal had toegegeven aan mijn kinderwens, kwam er veel gevoel los. Elke maand was ik heel erg teleurgesteld. Mijn angst dat het niet zou lukken werd steeds groter. Dit kon heel heftig gaan worden, dat wist ik. Nog eens versterkt door mijn ziekenhuisfobie. Maar na vier maanden was het al raak. Ik was dolgelukkig! Maar ook doodsbang. Wat als het mis ging. Wat als ik maar een goede eicel had en het zou mis gaan? Onbezonnen ben ik nooit geweest. De hele zwangerschap was er die angst. Ik deed ook heel voorzichtig, hield me aan alle regeltjes. De angsten, de bezoekjes aan het ziekenhuis, de onzekerheid. Het was zwaar in mijn hoofd. Maar het is gelukt. Anderhalf jaar geleden is Dex geboren. Ik was zo blij. Ik kon niet geloven dat ik dit mee mocht maken. Dolgelukkig was ik met dat kleintje in mijn armen. De internist noemde hem een wonder en dat is hij ook. Elke dag realiseer ik me wat een mazzel ik heb, wat een fijn leven en wat een geweldig kind. Misschien krijg ik er maar een, dus ik geniet extra van ons kleine, mooie wonder.’’

April 2014 

Samen op de bank

Danielle Sterrenburg (35) en Deborah Rohner (29) ontmoetten elkaar eind 2012 in het Sophia kinderziekenhuis. Ze maakten daar het ergste mee wat je als ouder mee kunt maken. Ze verloren beiden hun kind. Nu zijn ze allebei opnieuw zwanger. 

Deborah: Durf je wel te genieten van deze zwangerschap. Of is er steeds de angst dat jouw meisje ook te vroeg komt en het niet redt?
Danielle – moeder van Jayson (geboren na een zwangerschap van ruim 27 weken, overleden een maand na zijn geboorte), 30 weken zwanger van een dochter.
‘’Die angst is er constant. Ik heb deze hele zwangerschap geen seconde genoten. Ik zit alleen maar in de zenuwen of alles goed gaat, of mijn meisje lekker groeit en of ik niet weer afscheid hoef te nemen zo vlak na de geboorte. Ik heb net gehoord dat ze niet goed groeit. Dat was een klap. Ik kan dit niet nog een keer aan. Maar ik houd vast aan het positieve. Ze zit langer in mijn buik dan Jayson, ze is al een stuk groter dan hij was en hopelijk blijft ze nog een tijdje zitten.
Deze zwangerschap is wel echt een rollercoaster. Nadat Jayson overleed was ik natuurlijk snel weer zwanger. Heel mooi, maar ook heftig. De angst dat het misgaat, maar ook de schuldgevoelens. Jayson was mijn alles. Hij was zo speciaal en zo knap. Weet je nog hoe klein hij was? Niet groter dan mijn hand, maar toch wilde hij al zelf ademen. Hij was zo dapper. Hij vocht voor zijn leven en de dag dat hij mee naar huis mocht, kwam steeds dichterbij. Dat het mis ging door een darminfectie, is niet te verkroppen. Ik weet dat ik door moet met leven, maar voel me daar ook schuldig over. Altijd als ik iets voor de baby koop, koop ik iets voor hem. Een badeend, een engeltje, iets moois. Dat leg ik op zijn grafje. Hij moet weten dat ik hem nooit zal vergeten. Ik voel me ook schuldig ten opzichte van mijn meisje. Ik ben blij met mijn zwangerschap, maar ik houd afstand. Ik kan me niet helemaal geven. Dat lukt gewoon niet. Nog niet.
Ik ben blij dat we elkaar ontmoet hebben. Je bent een echte steun, maar we kunnen ook lekker lachen samen. Jij bent zo sterk, zo positief, dat bewonder ik. Ik ben van nature ook positief, vandaar onze klik. We hebben aan één woord genoeg. Je kind verliezen is het ergste wat er is. Een stuk van mijn hart is weg. Inleven in dat gevoel is onmogelijk. Ons verhaal is anders, maar het gemis is gelijk. We snappen elkaar. Dat is waardevol.’’

Danielle is op 13 december 2013 bevallen van dochter Dewi. Ze woog 1919 gram en moest nog een tijdje doorbrengen op de intensive care. Maar bij het drukken van dit nummer maakten moeder en dochter het naar omstandigheden goed.

Danielle: Zie jij ook zo op tegen familiefoto’s? Ze zullen nooit meer compleet zijn.

Deborah – moeder van Hailey (5) en Hayden (overleden op 2 jarige leeftijd), 20 weken zwanger van een dochter.
‘’Ja vreselijk. Eigenlijk wil ik nooit meer als gezin op de foto. Er zal altijd een gat zijn, zonder Hayden zijn we nooit compleet. Dat vind ik moeilijk. Ik probeer er nog maar niet te veel bij stil te staan.
Ik ben heel blij met mijn zwangerschap. We wilden graag een derde, al kwam het iets sneller dan verwacht. Het leuke daarvan is dat we niet zoveel schelen en dat we dit kunnen delen! Alleen jammer dat veel mensen daar een mening over hebben. Ze vinden het te snel, snappen niet dat we allebei na het afscheid zo snel weer een baby wilden. Maar we laten ze lekker kletsen, toch? Het is ons leven en we zijn straks super blij met onze meiden. Ik ben wel opgelucht dat ik een meisje krijg. Ik was bang voor een zoon. Ik wil geen andere zoon dan Hayden. Hij was zo sterk, zo speciaal. Met een jongen ga je toch meer vergelijken. Jij had dat gevoel ook, dus gelukkig krijgen we allebei een meisje. Kunnen ze straks lekker samen spelen. En ik weet zeker dat onze jongens de boel daarboven aan het terroriseren zijn. Ze maken er samen een feestje van.
Jij vindt het knap dat ik zo positief ben, dat vind ik van jou ook. Jij bent bijna altijd optimistisch. We kunnen ook niet anders. Het leven gaat door. Hailey sleept ons er ook doorheen. Om haar moet ik lachen. Ik kan ook niet huilend in bed blijven liggen, ik moet er voor haar uit. Hayden was zeven maanden toen hij kanker kreeg. Daarna heeft hij twee keer op het randje gelegen voordat hij overleed. Die hele periode was voor mijn dochter ook zwaar. Ze verdient nu twee vrolijke ouders die er het beste van maken. Dat zou Hayden ook gewild hebben. Hij was zelf altijd vrolijk en blij, dus dat moet ik ook zijn. Natuurlijk zijn er zware momenten. De dag dat hij drie zou worden, de dag dat hij overleed en als die kleine straks 7 maanden is. Dat wordt heftig. Dat laat ik maar over me heenkomen. Ik geniet nu van mijn zwangerschap en kan niet wachten tot die kleine meid er is.’’

Februari 2014

Geen dak boven je hoofd

Het aantal nieuwe daklozen groeit, toch is dit fenomeen nog vrij onbekend. Het stereotype beeld van onverzorgde en verslaafde zwervers die voor overlast zorgen, is achterhaald. ‘Dakloos zijn kan iedereen overkomen’.

John (52) draagt een donkere jeans, dikke zwarte jas, stevige stappers en een zwarte rugzak. Zijn haren zijn geknipt, schone nagels, verzorgd uiterlijk en een vriendelijk gezicht. Niets aan hem doet vermoeden dat hij al anderhalf jaar op straat zwerft. ,,Dat is ook de bedoeling. Ik vertel nooit hoe ik leef. Deed ik dat in het verleden wel, dan deinsden mensen achteruit. Alsof het een besmettelijke ziekte is’’, vertelt John, die niet op de foto of met zijn echte naam in de krant wil. ,,Er zit een stigma op daklozen. Een grote groep is ook verslaafd of heeft psychische problemen, maar daar hoor ik niet bij. Zoals ik op straat ben beland, dat kan de meesten overkomen. Helaas.’’

John verloor zijn baan, vertrok in 2000 naar Amsterdam en werkte daar in de horeca. Vier jaar geleden had hij voor het laatst een vaste baan. ,,Ik maakte me niet direct zorgen. Ik woonde gratis bij kunstenaars en dacht dat ik zo werk zou vinden. Naïef achteraf. Tijdelijke baantjes lukten wel, maar geen vastigheid. Toen de kunstenaars verhuisden naar een kleinere ruimte, was ik mijn slaapplek kwijt. Ik had geen werk, geld, vangnet, netwerk, ik kon nergens heen. Ik bleef laconiek, raak niet snel in paniek. Als werkloze leefde ik overdag al veel op straat, het was zomer, dus de nachten erbij waren geen ramp.’’

John schreef zich in bij de gemeente voor een daklozenuitkering en bij Woningnet. De wachttijd is acht jaar, maar over twee jaar komt hij in aanmerking voor een seniorenwoning. ,,Ik dacht dat ik sneller iets zou vinden, dat valt tegen. Als dakloze zit je in een vicieuze cirkel’’, meent hij. ,,Voor een baan moet je een huis hebben. Ik werkte een tijdje in de horeca met een fictief adres. Toen ze er achter kwamen dat ik op straat leefde, werd ik eruit gegooid. Mensen willen geen dakloze binnen. Ze zijn bang dat je steelt of voor problemen zorgt. Praktisch gezien is werken ook lastig. Ik leef op straat, ik douche bij inloophuizen die pas openen tijdens kantooruren. Ongewassen werken is geen optie.’’

John staat zeker niet alleen met zijn verhaal. Bij daklozenorganisaties kloppen steeds meer ‘nieuwe’ daklozen aan. Mensen zonder baan, met schulden, ZZP-ers die het hoofd niet boven water kunnen houden en hun huis verliezen. Zij slapen tijdelijk bij vrienden, familie, in opvanghuizen of op straat. Olga Kostelac Zarkov van het Leger des Heils in Rotterdam ziet de wachtlijst voor dag- en nachtopvang groeien. Overdag is de opvang aan de Westzijdijk, zeker als het koud is, met zo’n 200 man ‘propvol’, ‘s nachts is er ruimte voor 47 mensen. Anderhalf jaar geleden was dat aantal nog 36. ,,De situatie is schrijnend. Mensen staan smekend voor de deur of ze hier mogen slapen. Het doet pijn om ze weg te moeten sturen, wetend dat ze buiten moeten slapen’’, vertelt Kostelac. ,,Ik lig er wakker van, maar dat verandert de situatie niet. We proberen iedereen zo goed mogelijk te helpen, maar de problematiek wordt al groter.’’

Het aantal nieuwe daklozen groeit, toch is dit fenomeen nog vrij onbekend. Het stereotype zwerver is nog altijd een onverzorgde verslaafde die overlast veroorzaakt. Wellicht zorgt zwerver Rienk met zijn deelname aan het tv-programma Utopia voor een ander beeld? Hij is duidelijk geen prototype. Geen drank, drugs of andere verslavingen, maar een krachtige persoonlijkheid die in de wereld ‘buiten’ zijn draai niet kon vinden. Jan Laurier van Federatie Opvang denkt dat Rienk wel wat teweeg brengt. ,,Het zorgt voor meer aandacht voor zwervers en laat een andere kant zien. Het is belangrijk dat mensen zich realiseren dat dit iedereen kan overkomen. Het betreft hele normale mensen bij wie het even tegenzit. Natuurlijk speelt eigen schuld soms een factor, maar ook dat is menselijk.’’

Georgia (57) uit Rotterdam weet er alles van. Sinds oktober 2013 verblijft ze in de nacht en dagopvang van het Leger des Heils. Met haar verzorgde uiterlijk, hoge hakken, jurk en een fleurig sjaaltje is ze zeker geen stereotype. ,,Je moet er toch wat van maken’’, lacht ze. ,,Ik wil niet verslonzen, dan is het eind zoek. Niemand weet dat ik dakloos ben. Zelfs mijn familie niet. De schaamte is groot.’’ Georgia raakte vorig jaar haar baan als toiletjuffrouw kwijt. Ze had het al niet breed en zakte in een depressie. ,,Het was me allemaal teveel. Ik kon niks meer opbrengen, kwam een half jaar mijn bed niet uit. Vreselijk natuurlijk. Voor mezelf, maar ook voor mijn dochter van 21 die bij mij woonde. Zij probeerde me het bed uit te krijgen, maar ik voelde me te ellendig.’’

Georgia ondernam niets meer. Betaalde geen rekeningen, vroeg geen uitkering aan, liet haar post ongeopend. ,,Ik stak mijn kop in het zand, schulden stapelden zich op. De huur, ziektekosten, belastingen, dat loopt op. Een huisuitzetting volgde. Radeloos was ik. Daar stonden we dan met lege handen. Ons huis ontruimd, we mochten niets meenemen. Spullen worden drie maanden bewaard en daarna vernietigd. Alles is weg. Meubels en kleding krijg ik wel weer, maar foto’s komen nooit terug. Dat doet zeer.’’

Georgia is erg op zichzelf, heeft weinig contact met familie en vrienden. Daar hulp vragen was geen optie. Voor haar dochter regelde ze opvang bij een vriendin en haar ouders, zelf klopte ze aan bij het Leger. ,,Voor mijn gevoel had ik gefaald. In het begin was het moeilijk hier, ik voelde me niet veilig. Als iemand in de dagopvang begon te schreeuwen, rende ik al richting de uitgang. Nu ben ik het gewend, heb hier een groepje lieve mensen om me heen verzameld. Ik overleef het wel. Overdag help ik in de keuken bij de dagopvang, ’s avonds bij de nachtopvang. Dat doet me goed. Gelukkig kan ik mijn dochter dit besparen. Ze is zelf vrij nuchter, maar ik voel me schuldig. Soms denk ik wat doe ik mijn kind aan, wat doe ik mezelf aan. Daar kan ik niet in blijven hangen. Ik wil zo snel mogelijk weg, dus moet mijn problemen aanpakken. Daar ben ik nu druk mee bezig’’

Ook Nerva (55) slaapt in de slaapzaal van het Leger des Heils en brengt haar dagen door in de dagopvang. Ze is positief, maakt grapjes, lacht veel. Maar tranen vloeien er ook. ,,Mijn zoon vindt het vreselijk dat ik hier zit’’, zegt Nerva terwijl ze haar tranen wegveegt met haar mouw. ,,Hij wil dat ik bij hem en zijn vriendin kom wonen. Maar ik wil ze niet tot last zijn. Ik hoor voor mijn kind te zorgen, niet andersom. Hij is hier één keer geweest en stond huilend voor de deur. Daarna heb ik hem gevraagd weg te blijven. We spreken soms ergens af. Maar hem hier te zien, is te confronterend voor ons allebei.’’

Nerva heeft sinds haar woning in 2003 afbrandde, geen vast adres. Ze woonde bij schoonfamilie, had een baan, werd ziek en belandde in de WW. Schulden stapelden zich op. ,,Ik kon niet meer bij familie terecht want zij worden gekort op hun uitkering als ik bij ze woon. Dat wil ik niet. Ik trok in bij vrienden in Rotterdam, maar zij hadden zelf genoeg problemen. Werk vinden in deze crisis lukte niet, net als een woning met een schuld van ruim €40.000.’’ Ze kon nergens naartoe en belandde bij het Leger. ,,Vreselijk om hulp te vragen. Ik had toch een bepaald beeld van de mensen hier en schaamde me dat ik daarbij hoorde. Maar op straat slapen leek me nog erger. Het valt hier zo mee. ’s Avonds speel ik spelletjes met de andere vrouwen en overdag help ik in het kleine kledingwinkeltje van de opvang. Zo maak ik me nuttig. Ik ben gegroeid sinds ik hier ben. Sterker en zekerder geworden. Ik zit in de schuldsanering, werk aan mijn toekomst en kan binnenkort begeleid gaan wonen.’’

Sinds kort sport Nerva bij Fit for Free. Daar ontmoet ze weer andere mensen dan daklozen. ,,Ze hebben daar geen douches. Na het sporten zeg ik dat thuis lekker lang onder de douche spring. Daar moet ik in mezelf hard om lachen. Die mensen hebben geen idee dat ik geen huis heb, geen douche of bank om op te zitten. Het voelt goed dat ze me niet als dakloos zien, maar gewoon als mens. Want dat is wat ik ben.’’

Dat is ook voor John belangrijk. Hij wil niet zielig gevonden worden. ,,Het zat even niet mee, maar ik wil geen medelijden. Ik ben niet ongelukkig. Ja, ik heb moeite met de doelloosheid van mijn bestaan. Het feit dat ik niks doe met mijn hersenen en mijn handen. Maar dat komt wel weer.’’ Tot die tijd maakt John het beste van zijn zwerversbestaan. Bij inloophuizen van De Regenboog kan hij douchen, drie keer per dag eten, kleren wassen, zijn haren en nagels laten knippen. ,,Ik loop nooit doelloos rond, zoals veel zwervers. Overdag loop ik van het ene inloophuis naar de volgende. En al ga ik nergens heen, toch slenter ik nooit. Ik doe alsof ik onderweg ben. Rechtop, de pas erin en dan wandel ik naar een parkje, het station, centrum of de bibliotheek.’’

De avonden brengt John door in de bibliotheek. Daar zit hij warm, spit de kranten door en speelt via wifi met zijn telefoon. Om 22 uur volgt zijn vaste rondje door het centrum. ,,Ik ga langs kroegen, hotels en andere plekken. Op zoek naar spullen die ik kan gebruiken. Je wil niet weten wat mensen allemaal verliezen, vooral in het weekend. Geld, sieraden, kleding. Laatst vond ik een jas compleet met sjaal en muts. Zo kom ik aan mijn kleren.’’

John slaapt sinds hij op straat leeft in een portiek van een grachtenpand. Daar ligt hij meestal vanaf een uur of twee. ,,De eigenaar weet dat ik voor de deur lig, net als buurtbewoners. Zij hebben er geen moeite mee. Ik ben niemand tot last, maak geen rotzooi, ik pak mijn slaapzak en ga liggen’’, vertelt hij. ,,Het is een prima plek, maar veilig is het nooit. Soms vinden mensen het leuk om mij wakker te maken, soms is mijn slaapzak zeiknat omdat er een lolbroek op heeft geplast en vorig jaar werd ik in elkaar geslagen door een groep jongeren. Er gebeuren ook mooie dingen. Iemand heeft wel eens een lekker broodje naast me gelegd en een keer een slaapzak. Je weet nooit wat er kan gebeuren dus ik ben altijd op mijn hoede. Dat onveilige gevoel, is het moeilijkste van dit bestaan.’’

Volgens belangenvereniging Federatie Opvang groeit vooral de groep jongeren en daklozen tussen 51 en 64 jaar. Voor jongeren is de verklaring te vinden in de hoge werkloosheid, toename van schulden en een groot gebrek aan betaalbare huisvesting. Martijn (28) weet er alles van. Twee maanden zwierf hij op straat en sliep hij in de opvang van dnoDoen in Alkmaar. ,,Het afgelopen half jaar was zo heftig. Je hebt niks meer. Geen huis, geen geld, geen eigen spullen. Je zit aan de grond, moet helemaal opnieuw beginnen. Ik heb geen opleiding en ben geen 18 meer dus werknemers zitten niet om mij te springen. Net als een huurbaas met mijn schuld van €5000.’’

Martijn woonde samen toen het bedrijf waar hij voor werkte failliet ging. Het thuiszitten en de geldproblemen zorgden voor ruzies met zijn vriendin. De situatie werd onhoudbaar en Martijn vertrok. Naar zijn moeder wilde hij, door omstandigheden, niet, net zo min als crashen bij vrienden. ,,Ik wil niet afhankelijk zijn van anderen. Dat stuitte op veel onbegrip en verdriet. Vrienden zien dit als heel laag, snappen niet waarom ik hiervoor kies. Maar ik heb geen andere optie.’’

Martijn zit sinds oktober in het trainingshuis van dnoDoen. Daar heeft hij een eigen kamer en van daaruit kan hij solliciteren, regelingen treffen met schuldeisers en een uitkering aanvragen. ,,Ik zat in een bepaald patroon en kwam er niet uit. Hier moet je het ook zelf doen, maar wel met ondersteuning.’’ Hij ontmoette daar zelfs zijn vriendin Anique (20). ,,We zagen elkaar en het klikte meteen. Nooit verwacht dat ik hier verliefd zou worden!’’, lacht Martijn. ,,Anique zat in dezelfde situatie, dus we begrijpen elkaar. Ook bij haar is er veel onbegrip. Sommige vrienden willen geen contact meer omdat ze zo laag is gezonken. Triest. Ze zit inmiddels in het begeleid wonen project en ik heb waarschijnlijk snel werk. Een simpel baantje, maar dat maakt niet uit. Als ik eenmaal geld verdien, kan ik ook begeleid wonen, mijn schulden aflossen, een opleiding volgen. Ik weet nog niet welke opleiding, maar het zijn in elk geval stappen vooruit.’’

Govert (44) is ook vooral bezig met de toekomst. Hij woonde in bij een vriend in Amsterdam en is sinds oktober dakloos. ,,We werden zomaar hardhandig en geheel onterecht op straat gezet. We zijn alles kwijt geraakt. Mijn werk, rugzak, zelfs mijn kunstgebit. Ik ging helemaal door het lint. Willem is altijd goed voor mij geweest en dan wordt er zo met hem opgegaan. Ik was zo kwaad, zo teleurgesteld in alle instanties. Willem bleef rustig en kon mij kalmeren. Hij geeft niet op, vecht de uitzetting aan en heeft inmiddels een huis beneden de rivieren. Ik wilde hier blijven. Via een kennis kon ik in een oude, koude caravan, dus ik heb tijdelijk een dak boven mijn hoofd.’’

Overdag bezoekt Govert inloophuis Blaka Watra waar hij voor een kleine vergoeding kan douchen, eten, drinken en aanspraak heeft. Hij doet vrijwilligerswerk en werkt ’s avonds in de caravan aan esoterische luisterboeken. Daar wil hij zijn geld mee verdienen. ,,De apparatuur die ik had ben ik kwijtgeraakt tijdens de uitzetting. Nu type ik de teksten van mijn boeken, zodat ik ze straks op kan nemen. Ingepakt in dekens tegen de kou werk ik er hele nachten aan.’’

,,Dit bestaan is eenzaam. Er wordt op je neer gekeken, medewerkers van het DWI en de gemeente doen alsof je niks voorstelt. Mensen vinden je een luiwammes als je op straat leeft. In dit wereldje zie je veel mensen met verslavingen, maar er zijn er genoeg die eruit proberen te komen. Die hun problemen niet verzachten met drank en drugs. Dat is bij mij ook zo. Ik ben goed bezig met mijn luisterboeken en droom ervan esoterisch psycholoog te worden. Dat gaat heel diep, dat komt van binnenuit. Er zijn genoeg mensen die in mij geloven, dus ik ga ervoor. Hopelijk hoef ik straks nergens meer mijn hand op te houden, kan ik het allemaal zelf doen.’’

Daklozenopvang

Er is verschillende opvang voor daklozen, zoals crisisopvang, nachtopvang, inloophuizen waar daklozen kunnen douchen, eten en wassen, trainingshuizen en een traject begeleid wonen. De eigen bijdrage voor daklozen verschilt per instelling en gemeente. Bij sommige inloophuizen krijgen daklozen gratis koffie en thee en drie maaltijden per dag, soms wordt er bijdrage van 0.50 tot een paar euro gevraagd voor eten en voorzieningen. Het tarief voor nachtopvang varieert van gratis, een paar euro tot een inkomensafhankelijk bedrag.

Federatie Opvang

Het aantal daklozen groeit, de opvangcentra zitten vol, er zijn lange wachtlijsten en gemeenten bezuinigen op opvang. Zo heeft de helft van alle gemeenten vorig jaar veel minder besteed aan deze hulp. Voor 2015 is een verdere bezuiniging aangekondigd van landelijk 25 miljoen euro.

Jan Laurier, voorzitter van Federatie Opvang, maakt zich zorgen. ,,Steeds meer gezinnen vragen hulp. Dat is in en in triest. Huis en haard verlaten is het laatste wat zij willen. Voor deze groep is preventie belangrijk. Instanties moeten alerter zijn en ingrijpen voordat mensen op straat staan. Kijk wat er bij huur- of hypotheekachterstand gedaan kan worden, zorg dat schulden niet verder oplopen en schakel een schuldhulpverlener in.’’

,,Daarnaast zou er meer geïnvesteerd moeten worden in goedkope huisvesting en daklozenopvang, een betere samenwerking van instanties en de extramuralisering van de zorg anders opvangen. Nu zijn er steeds minder bedden beschikbaar in GGZ klinieken en moeten mensen vaker zelfstandig wonen, wat in de praktijk inhoudt dat er meer verwarde mensen op straat komen te staan. De instellingen en gemeenten staan voor een grote uitdaging om de problemen aan te pakken. We moeten duidelijke afspraken maken zodat iedereen de juiste opvang en steun krijgt om vervolgens zo snel mogelijk terug te kunnen keren in de samenleving.’’

De Federatie Opvang is een brancheorganisatie van zo’n 75 instellingen voor maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.

22 februari 2014

 

 

 

 

‘Mijn gevoel zegt dat hij nog leeft’

Je moet er niet aan denken, maar elke dag raken talloze huisdieren vermist. Bij de landelijke organisatie Amivedi staan ruim 70.000 dieren geregistreerd waarvan het grootste gedeelte als vermist. De organisatie doet er alles aan om de dieren met hun baasjes te herenigen. Als dat lukt, is dat geweldig. Maar er blijven ook veel eigenaren in onwetendheid achter. ,,Al bijna een jaar hangt zijn foto in de buurt en kijk ik in bosjes en huizen of ik hem zie. Die onzekerheid is slopend.’’

Caja Wong Chung uit Diemen zoekt al een jaar naar haar zwarte kater Tux. Ze hangt nog steeds briefjes op lantaarnpalen, heeft in een straal van 2 kilometer rond haar huis geflyerd, stopte briefjes in bedrijfspanden in de buurt, waarschuwde haar voormalige buren in Alkmaar en bekijkt nog steeds elke dag sites voor vermiste huisdieren. ,,Ik kan het niet loslaten’’, zegt ze ontdaan. ,,Het verdriet wordt natuurlijk minder, maar die onzekerheid is slopend. Als ik bedenk dat hij op straat zwerft, hongerig en eenzaam. Vreselijk, zo zielig. Ik kan het niet loslaten. Ik wil weten wat er is gebeurd. Als ik weet dat hij dood is of ergens anders woont, dan kan ik het afsluiten. Nu blijf ik ermee bezig. De verhalen dat dieren na maanden of zelfs jaren gevonden worden, geven mij hoop. Ik kijk ook altijd landelijk, vaak worden dieren ver weg gevonden. Mijn gevoel zegt dat hij nog leeft. Hij is gechipt, dus als hij dood zou zijn had ik dat wel gehoord. Ik hoop dat ik nog een keer antwoord krijg.’’

Vrijwilliger Fred Perrier van Amivedi hoort elke dag van dit soort verhalen. Hij is coördinator van Noord-Holland en één van de meldpunten. Dagelijks hoort hij zo’n twee tot drie vermissingen uit de regio Hoorn. Van konijnen tot honden, fretten tot leguanen en vogels, maar het overgrote deel zijn katten. Hij houdt zoveel mogelijk afstand, maar sommige verhalen zitten hem niet in de koude kleren. ,,Ik moet wel een bepaalde afstand bewaren. Als ik er ’s nachts wakker van lig, dan is dit werk niet te doen. Mensen bellen mij vaak in paniek op. Ik stel ze gerust en probeer zoveel mogelijk informatie te krijgen. Een chip, foto en bijzondere kenmerk maken de zoektocht makkelijker. Het mooie van dit werk is als ik dier en baas kan herenigen. Maar ik breng ook slecht nieuws. Ik bel mensen als gevonden dode dieren aan hun beschrijving voldoen of via een chip blijkt van wie ze zijn. Dat blijft moeilijk, al zijn veel baasjes wel opgelucht dat ze zekerheid hebben.’’

Bij Amivedi zijn ruim 70.000 huisdieren geregistreerd, waarvan zo’n 47.000 als vermist. Volgens Perrier zijn de aantallen in de jaren gigantisch gestegen. Vooral omdat huisdieren tegenwoordig duidelijk onderdeel van een gezin zijn. Baasjes doen er alles aan om hun vriendje terug te vinden. Op de website staan talloze verhalen van blije eigenaren die soms na weken of maanden toch weer thuis zijn. Elja Looper uit Putten is ook dolgelukkig dat kat Muis weer thuis is. Drie maanden zwierf hij rond, voordat hij in Harderwijk werd gevonden. ,,Ik had de hoop stiekem al opgegeven. We hadden posters opgehangen, Amivedi ingeschakeld, de dierenarts benaderd en via facebook oproepjes geplaatst. Er kwam geen enkele reactie. Opeens werden we gebeld door een vrouw die Muis herkende van de foto op Amivedi. Toen we bij haar aankwamen hoorden we het meteen. Dat miauwtje was van onze Muis’’, vertelt Elja enthousiast. ,,. Vooral voor mijn moeder was het dubbel verdrietig. Muis is echt haar katje. Ik heb hem gegeven nadat ze een herseninfarct had gehad. In het revalidatiecentrum waar ze zat mogen huisdieren komen en Muis was haar troost. Hij zat altijd op haar bed, lekker kroelen in haar nek. Hij wilde nooit door de verpleegsters opgetild worden, hij wilde alleen bij mijn moeder zijn. Zo lief. Nog steeds zijn ze stapel op elkaar. We zijn echt ongelofelijk happy dat hij er weer is.’’

Zulke verhalen geven andere mensen hoop, maar ze zijn ook confronterend. Yvonne Kotten uit Hoorn keek dagelijks op de site, maar stopte toen poes Doortje een half jaar zoek was. Ze vindt het te moeilijk, net als haar man Ronald en dochters Julie en Fleur. Yvonne hoopt nog steeds dat ze erachter komt wat er met haar grijze pluizenbolletje is gebeurd. ,,Het kan niet zomaar einde verhaal zijn’’, zegt ze. ,,Doortje is gechipt dus als ze dood zou zijn, dan hadden we dat geweten. Ze was heel mooi,lief en aanhankelijk, dus ik denk dat iemand haar in huis heeft genomen. Inmiddels hebben we twee nieuwe katten, dus ik hoef haar niet perse terug. Maar ik wil zo graag weten of het goed met haar gaat. Dan kan ik er vrede mee hebben.’’

Tijdens een vakantie is Doortje verdwenen. Yvonne registreerde haar bij Amivedi, hing posters op en heeft maanden geroepen bij bosjes en struiken. Nog steeds kijkt ze in de bosjes als er gesnoeid is en maakt haar hart een sprongetje als ze ergens een grijze kat ziet. ,,Doortje was echt mijn kat. Ze lag altijd op schoot te kroelen en te kwijlen. Vreselijk dat ze weg is. In het begin was ik heel verdrietig, ik miste haar zo erg. Na drie weken stond ik te huilen in de tuin en wist toen dat er een nieuwe kat moest komen. Dat was snel, maar het verdriet werd minder met weer een kat op schoot. Daarna hebben we er nog eentje genomen want samen is het gezelliger. Deze katten komen niet meer buiten want ik wil dit nooit meer meemaken.’’

Amivedi

Amivedi is een landelijke vrijwilligersorganisatie die sinds 1933 vermiste en gevonden huisdieren in Nederland registreert. Het doel is deze huisdieren weer samen te brengen met hun baasje. Dat lukt: door de inzet van Amivedi in samenwerking met dierenasiels, dierenartsen en dieren-ambulances worden jaarlijks ruim 30.000 huisdieren herenigd met hun eigenaar. Amivedi heeft 110 meldpunten. Een vermist of gevonden dier kan kosteloos worden aangemeld bij een meldpunt in de betreffende regio. Alle meldingen worden doorgeplaatst op de website www.amivedi.nl.

December 2013 

 

 

‘Mijn moeder maakte mij kapot’

Kinderen die het contact verbreken met hun ouders. Het komt regelmatig voor, toch is het onderwerp nog steeds taboe. ,,Voor veel mensen is de band tussen moeder en dochter heilig.’’

Het contact verbreken met je ouders, dat doe je niet. Zo is de opvatting van veel mensen. Nanja (28) wordt moe van de meningen en verwijten die ze krijgt als ze vertelt dat ze met haar moeder heeft gebroken. ,,Ze is mijn moeder en natuurlijk zou ik het allerliefste een goede band met haar hebben. Maar die band is er niet en zal er ook nooit komen, dat heb ik moeten accepteren’, vertelt ze. ,,Mijn moeder kan geen moeder zijn. Ze heeft psychische problemen, stemmingswisselingen, waarschijnlijk borderline. Ze heeft mij mijn hele leven gekleineerd. Ik was lelijk, een loser, een blok aan haar been. Nooit goed genoeg. Echt nooit. Het was voor mij er aan onderdoor gaan of al het contact verbreken.’’

De band met je ouders afsnijden is nog een taboe in Nederland. Dat weet ook Marloes Hospes, schrijfster van het boek ‘Breken met je ouders’. Ze heeft sinds vijftien jaar geen contact met haar ouders en miste informatie over dit onderwerp. Hospes meent dat de ouder-kind band voor veel mensen heilig is. ,,Mensen begrijpen dat je geen contact wilt bij seksueel misbruik of zware mishandeling. Maar er zijn ook andere redenen die heel erg zijn, zoals kleineren, ouders die geen interesse of aandacht hebben voor hun kinderen, verwaarlozing of ouders die vanwege een psychische stoornis niet in staat zijn hun kind liefde, geborgenheid en aandacht te geven. In die gevallen stuiten veel mensen tegen onbegrip. Het blijven toch je ouders of wat zielig voor je ouders, horen ze vaak. Maar niemand kiest er zomaar voor om een ouder af te snijden. Vaak is het de enige optie om zelf te kunnen leven.’’

Om het taboe te doorbreken publiceerde ze in november 2012 een boek met informatie, ervaringsverhalen en adviezen over dit onderwerp. Er staan verhalen in van lotgenoten die op verschillende leeftijden hun vader, moeder of allebei niet meer wilden zien. Zo’n fundamentele beslissing neem je niet zomaar, blijkt uit alle verhalen. ,,Het is zeker geen gemakkelijke stap. Daar gaat een lang proces aan vooraf. Deze kinderen hebben het vaak tijden geprobeerd. Maar als contact alleen maar frustratie en verdriet oplevert, kan het beter zijn om te breken. Voor mij betekende het een enorme opluchting. Het eerste jaar was ik nog erg met ze bezig, kreeg ik buikpijn als de telefoon ging omdat ik bang was dat het mijn ouders waren. Daarna kreeg ik rust. Ik heb voor mezelf gekozen, voel me daardoor sterker. Natuurlijk zou ik ook het liefste leuke ouders hebben en goed contact, maar voor mij is dit de beste oplossing.’’

Het CBS beschikt niet over cijfers over verbroken familiebanden. Uit een familieonderzoek van Else Marie van den Eerenbeemt onder 3200 respondenten blijkt dat 35 procent van hen een breuk tussen kind en ouder in de familie kent. De helft is weer gelijmd, in de andere families wordt nog steeds niet met elkaar gesproken. Dochters blijken meer te breken met hun ouders dan zonen en breuken komen vaker voor bij echtscheidingen. Het CBS meldt dat 14% van de kinderen één ouder niet meer ziet na de scheiding. Sommige deskundigen menen dat het verbreken van de ouder-kind relatie echter nooit leidt tot opluchting. Volgens therapeut Els Sloot van De Familiezaak levert het in eerste instantie rust op, maar veroorzaakt het vooral heel veel onrust. ,,Hoe zou het gaan met mijn moeder, wat als ze ziek is of als ik mijn ouders opeens tegen kom? Dat zijn vragen die door je hoofd blijven spoken. Het is niet goed om het contact helemaal verbreken, een pauze kan wel verstandig zijn’’, meent Sloot. ,,Je hebt maar één vader en één moeder. Die band is niet door te snijden. Kinderen houden altijd behoefte aan erkenning van hun ouders. Die ga je anders bij de partner of kinderen zoeken. Dan worden zij belast met het verleden. Het is beter om na een pauze te bekijken waarom ouders zich zo gedragen. Het los van jezelf te koppelen en uit te zoeken hoe zij vroeger behandeld werden. Dan kan je het gedrag in een ander perspectief plaatsen. Dat geeft lucht. Bekijk wat voor band je wel kan hebben. Misschien is een kop koffie drinken eens per maand voldoende. Genoeg tijd om wat dingen te bespreken, maar te kort om ruzie te maken.’’

Nanja moet niet denken aan de relatie herstellen. Ze ging op haar achttiende het huis uit en vermijdt sindsdien elk contact. Haar jongere broer en zus zien hun moeder wel, maar begrijpen Nanja’s keuze. ,,Ook zij hebben een moeizame relatie, maar zijn blij met wat er wel is en dat is prima. Ik kon dat niet meer, heb mezelf lang voor de gek gehouden. Ze is mijn moeder, natuurlijk houdt ze van je dacht ik dan. Ik beeldde me in dat ze heus niet zo slecht was. Maar dat was ze wel. Ze maakte me kapot.’’ Volgens Nanja snappen veel mensen het niet. Ze heeft het gevoel dat ze zich vaak moet verantwoorden. ,,Voor veel mensen is de band van moeder-dochter heilig. Ze denken dat ik bijdraai als ik zelf kinderen krijg. Maar dat gaat niet gebeuren. Er is te veel gebeurd en mijn moeder verandert niet. Naar de buitenwereld toe is ze de perfecte vrouw. Altijd vriendelijk, in voor een praatje en wij zagen er tiptop uit. Maar thuis draaide ze helemaal om. Mijn vader had dat niet door hoe mijn moeder mij behandelde omdat hij vaak weg was voor zijn werk en ook naasten wisten het niet. Ik was het pispaaltje. Ik had alles voor haar verpest, had nooit geboren moeten worden. Ze zei dat mijn vriendinnen mij ook echt niet leuk vonden, ze deden maar alsof. Ze gaf me het gevoel dat ik niks waard was. Ik kan me helemaal niks positiefs herinneren.’’

,,Als kind geloof je wat je ouders zeggen. Je moeder is dé persoon die onvoorwaardelijk van je houdt. Als zij mij zo verschrikkelijk vond, dan moest ik wel een vreselijk mens zijn. Dat gevoel is diepgeworteld. Rationeel weet ik nu dat zij een probleem heeft, maar heel diep van binnen twijfel ik altijd aan mezelf.’’ Al heeft Nanja het contact verbroken, haar moeder is niet uit haar leven. In het begin zocht haar moeder nog contact, maar daar stopte ze al snel mee. Ze ziet zichzelf als slachtoffer en maakt haar dochter zwart bij anderen. Moeder en dochter wonen in dezelfde stad en soms komen ze elkaar tegen. Dan rent Nanja zo snel mogelijk de andere kant op. Nanja wordt nog dagelijks geconfronteerd met haar verleden. ,,Ik heb allerlei psychische problemen aan haar opvoeding over gehouden. Ik heb veel depressies gehad, ben extreem onzeker. In de spiegel zie ik alleen maar negatieve dingen. Als er iets aan de hand is, ben ik er altijd van overtuigd dat ik het verkeerd doe. Dat is lastig in relaties. De mensen om mij heen weten het en proberen er zo goed mogelijk mee om te gaan. Maar vooral voor mijn vriend is het niet altijd makkelijk. Dat maakt me verdrietig, maar ook heel erg boos. Mijn moeder heeft zoveel voor mij verpest. Ik heb zoveel moeite met mezelf omdat zij mij dat heeft aangepraat. Al jarenlang zit ik in therapie. Daardoor gaat het bij vlagen beter. Ik praat veel over de toekomst, over mijn angst dat ik het gedrag van mijn moeder over zal nemen. Maar ik sta heel anders in het leven. Ik heb zelfreflectie en zoek hulp voor mijn problemen, dat heeft mijn moeder nooit gedaan.’’

Nanja heeft niet alleen haar moeder verloren, ook met familieleden van moederskant heeft ze geen contact meer. Haar vader verliet niet lang na Nanja zijn vrouw en met hem heeft ze een goede band. ,,Ik ben heel blij met de band met mijn vader, zus en broer. We zijn heel hecht. Het voelt niet alsof ik geen familie heb, ik voel me juist gezegd met de mensen die er wel zijn. Zoals ook de toffe vrouw van mijn vader. Door haar heb ik weer een moederfiguur in mijn leven. Mijn moeder mis ik nooit, maar ik miste wel iemand met wie ik dingen kon bespreken, iemand die in de toekomst meegaat mijn trouwjurk uitzoeken. Mijn keuze heeft veel verdrietige consequenties gehad. Toch is dit beter. Het is goed zo.’’

Augustus 2013 

 

 

 

‘Reizen met het gezin heeft iets magisch’

Op de bonnefooi vertrekken, slapen in hutjes, andere hygiëne, thuisscholing en rondreizen in overvolle bussen en treinen, daar zullen niet veel ouders met kleine kinderen voor kiezen. Vismai en Jyoti Schonfelder wel. Zij reisden een jaar rond met hun kinderen. ,,Dit hadden we niet willen missen.’’

Vorig jaar is het gezin Schonfelder met rugzakken op vertrokken voor een rondreis. Met alleen enkeltjes Nepal op zak, hadden ze geen idee waar ze allemaal naartoe zouden gaan. Vismai (40), Jyoti (44), Dali (12) en Finn (9) zouden wel zien wat op hun pad kwam. Ze zijn uiteindelijk via Nepal, Sri Lanka, China, Tibet en India in het geboorteland van Vismai, Australië, gereisd.

Vele sfeervolle foto’s en films laten zien wat een bijzondere en onvergetelijke reis het viertal heeft gemaakt. Van lange trekkings door de bergen, interviews met Tibetaanse vluchtelingen, relaxen in een hangmat, surfen op de Australische golven, met elkaar hangen, kletsen, lachen en genieten. Vismai: ,,We liepen een paar jaar rond met het idee om een lange reis te maken. Vorig jaar weer en toen besloten we eindelijk echt te vertrekken. Dali wilde graag de zesde klas meemaken in Nederland, dus we zouden snel weggaan zodat ze op tijd terug zou zijn. De leeftijd van de kinderen was perfect. Niet te klein en kwetsbaar, maar oud genoeg om het echt zelf mee te maken en om de ervaring mee te nemen voor de rest van hun leven. Toen we eenmaal de knoop hadden doorgehakt, zaten we binnen twee maanden in het vliegtuig.’’

Er moest wel het één en ander geregeld worden voor vertrek. Vismai en Jyoti vonden vervangers voor hun chiropraktorpraktijk, voor de kinderen moest ontheffing van de schoolplicht aangevraagd worden en thuisscholing om de kinderen privéles te geven. ,,Nederland is een moeilijk land om uit weg te gaan, zeker met leerplichtige kinderen. Dat was een enorm geregel. Verder hebben we de reis zo min mogelijk voorbereid. We wilden het over ons heen laten komen.’’ Het gezin vertrok met rugzakken op naar Nepal. De eerste vier weken voelden ze zich toeristen. Daarna kwamen ze in een nieuw ritme. Rustig opstaan, uitgebreid ontbijten, vijf dagen per week twee uur per dag aan schoolwerk, een middagdutje, wat bekijken, hangen, relaxen en genieten. ,,Het was een intiem jaar’’, vertelt Jyoti. ,,In Nederland zijn wij betrokken ouders, maar dat is anders. Iedereen is druk. Wij werken, de kinderen gaan naar school, sporten, muziekles en we hebben allemaal een sociaal netwerk. Tijdens zo’n reis heb je vooral elkaar. Je praat, deelt en doet veel meer samen. De band is daardoor enorm versterkt. We hadden nooit genoeg van elkaar. Samen voelden we een bepaalde vrijheid. Dat had echt iets magisch.’’

Het echtpaar heeft veel samen gereisd, maar met de kinderen erbij genoten ze nog meer. Als gezin gingen ze sneller mee in het dagelijks leven van de lokale bevolking. De kinderen werden overal voor uitgenodigd, van koeien melken tot visnetten binnenhalen, van bruiloften en babyfeestje tot helpen wassen in de rivier.  Jyoti: ,,Kinderen zijn zo vrij, daar ga je zelf in mee. Heerlijk! We weten nu ook dat de kinderen zich kunnen redden in de maatschappij. Voor die tijd maakten we ons wel eens zorgen, ben je voorzichtig en is loslaten niet altijd makkelijk. Op reis gaat dat anders. Dan zie je dat ze eigenlijk veel meer aankunnen dan je denkt. De kinderen zijn heel flexibel, passen zich moeiteloos aan en maken makkelijke vrienden van alle leeftijden. Ze zeurden nooit, zelfs niet toen we 16 kilometer door de bergen moesten lopen omdat de auto het begaf.’’ Vismai: ,,We hebben ze op een andere manier leren kennen. Finn is gek op de natuur. Van hem hoeven er geen restaurants, winkels of tv te zijn. Hij wil de natuur in, het liefst buiten de paden en zonder schoenen. Hij wil slapen op het strand, op zoek naar schildpadden, dwalen in het bos. Geweldig om te zien. Dali is een cruiser. Ze doet alles op haar gemak, we moesten altijd op haar wachten. Zij maakte heel makkelijk vrienden, maar vond het geweldig om veel met haar broertje te doen. Ze waren op reis zo close, dat was voor ons ook heel bijzonder.’’

Natuurlijk waren er een aantal mindere momenten, vervelende ervaringen. De vieze toiletten, de auto die stuk ging in de bergen en voor hun ogen werden vissersboten getroffen door een orkaan. Maar de reis was vooral één groot leerzaam en liefdevol avontuur. ,,We kunnen het iedereen aanraden’’, zegt Vismai enthousiast. ,,Wacht niet op het juiste moment. Er is altijd wel een reden om het niet te doen. Begin met sparen om een paar maanden of een half jaar te kunnen reizen. Just do it! Mensen denken dat het leven hier normaal is. Dat is niet zo. We zijn een ongelofelijk rijk en welvarend land waar veel draait om materie. De wereld heeft zoveel meer te bieden, het is zo mooi. Het is geweldig om dat aan je kinderen te laten zien.’’

Januari 2013