Je ziet het niet…maar zij hebben een stoma

Een stoma betekent niet het einde van de wereld. Deze vier jongeren staan midden in het leven. Ze maken plezier, gaan uit eten en hebben seks. Gewoon, met een zakje ontlasting op hun buik.

 

‘Hachee en het theater combineer ik maar niet meer’

Eliene Roelse (31) is oprichter van Stichting Stomaatje, de website met alle ins en outs rondom een stoma. Eind vorig jaar verscheen haar boek ‘Ik leef! Een stoma als kadootje’.

,,Na veel klachten en een lange zoektocht, kreeg ik op mijn 22e een stoma. Voor mij meteen de perfecte oplossing. Ik was al jaren erg ziek, vermoeid, misselijk, kon niet naar het toilet en moest mijn darmen daarom elke dag spoelen. Mijn leven stond een hele tijd stil. Ik ging niet meer naar school, had geen energie om met vriendinnen te stappen, mijn sociale leven was klein door het lange ziek zijn. Dat veranderde door die stoma. Het gaf mij weer een toekomst. Alleen had ik geen idee hoe die toekomst eruit zag. Op internet zocht ik naar informatie. Ik wilde weten of ik nog leuke kleren aankon, een feestje, zwemmen, duiken en kamperen, hoe doe je dat? Maakt het geluid, horen mensen als het klotst, kan ik alles eten, kan het zakje af tijdens douchen? Je mag niet te zwaar tillen, maar wat is niet te zwaar. Hoe reageren jongens erop?

Ik had zoveel vragen waar ik geen antwoord op kon vinden. De stomaverpleegkundige gaf informatie, maar ik moest vooral veel zelf uitvinden. Dat betekent veel overwinnen. De eerste keer zwemmen was spannend. Uit onzekerheid had ik alles rondom de stomaplak goed vastgeplakt. Te goed bleek later, na het zwemmen kreeg ik het bijna niet meer los. Maar tijdens het zwemmen genoot ik, want ik merkte dat ik alles kon. Die eerste keer droeg ik een bikini. Je zag een stuk van mijn zakje, maar dat maakte me niet uit. Ik heb me nooit geschaamd voor mijn stoma. Het hoort bij mij, ik ben er trots op.

Die eerste keren zijn eng, maar ik vond het ook leuk om dingen uit te testen. Wat kan wel en wat kan niet. Ik ging een keer naar het theater nadat ik hachee had gegeten. Normaal heb ik geen last van lucht, nu borrelde mijn stoma behoorlijk. Dat doe ik dus maar niet meer haha. Verder kan alles, soms met wat aanpassing of extra voorbereiding. Sporten kan met een speciale buikband, als het oud papier buiten wordt gezet, vraag ik hulp om de dozen naar beneden te sjouwen. Ik draag geen naveltruitjes, maar verder kan ik alle kleren aan die ik leuk vind.

Stichting Stomaatje heb ik opgericht voor meer openheid. Op de site en het forum kunnen mensen terecht met hun vragen, twijfels en onzekerheden. We geven informatie, willen het taboe wegnemen en laten zien hoe positief een stoma kan zijn. Ik ben ontzettend blij dat ik zo anderen kan helpen. Want ik weet dat niet iedereen een stoma zo makkelijk accepteert als ik. Sommige mensen doen het licht uit en houden hun shirt aan in bed, ik niet. Ik vertel mannen vrij snel dat ik een stoma heb en ik heb nooit vervelende reacties gehad.

Ik hoop dat anderen ook wat aan mijn boek hebben. Dat het ze steunt, maar ook laat lachen om herkenbare situaties. Mijn verhaal is niet alleen positief. In 2007 kreeg ik buikvliesontsteking en ben ik in één jaar tien keer geopereerd. Mijn situatie was een tijd kritiek, ik heb het maar net overleefd. Mijn buik was met stoma heel mooi, nu is het een slagveld door de vele operaties en naadlekkage. Dat accepteren was moeilijk. Maar ik realiseer me dat alles werkt en ik dat ik weer volop kan inhalen. Ik studeer, schrijf boeken, doe aan parachutespringen, duiken en boogschieten. Ik leef nog en ben daar heel blij om!’’

Eliene Roelse (31) uit Bergambacht is oprichter van Stichting Stomaatje en schreef  ‘Ik leef! Een stoma als kadootje’ en ‘Relatie en seksualiteit met een stoma’

Relatie: vrijgezel. Hobby’s: duiken, schrijven, boogschieten en fotografie onder en boven water.

 

‘Ik ben weer gewoon Joost’

Joost van Keulen (39) kreeg 10 jaar geleden een stoma. Na een aantal teleurstellingen en onbegrip over zijn stoma, durfde hij geen relatie meer aan. Totdat hij zijn vrouw Kirsten ontmoette.

,,Ik heb sinds 2003 een stoma. Ik heb de ziekte van crohn en had daar de laatste jaren voor mijn stoma erg veel last van. Mijn darm was vernauwd, het barstte van de ontstekingen. In de tijd dat ik moest wachten op de diagnose, ging ik door de grond van de pijn. Ik zat zo vol, dat ik moest overgeven. Toen een stoma de oplossing bleek, was de keuze snel gemaakt. Ik wilde meteen een definitieve stoma, want de kans was klein dat een hersteloperatie van een tijdelijke stoma succesvol zou zijn. Een moeizaam traject van operaties en teleurstellingen zag ik niet zitten. Ik wilde verder met leven.

De eerste anderhalf jaar met stoma voelde ik me heel goed. Ik kon alles, had geen pijn meer. Ik was blij. Daarna kwam toch de klap. Doordat ik me zo goed voelde, deed ik te veel. Ik had ook geen tijd genomen om mijn stoma echt te accepteren. Want al heeft het mij mijn leven teruggegeven, het is niet zomaar iets zo’n stuk darm uit je lijf. Dat ging ik me steeds meer realiseren. Vooral omdat ik graag huisje, boompje, beestje wilde, maar nog geen relatie had. Uitgaan en daten vond ik confronterend. Als ik een vrouw ontmoette, vertelde ik meteen over mijn stoma. Dat bleek voor sommige vrouwen te heftig. Zij wilden geen relatie met een man met een stoma. Dat was een klap in mijn gezicht. Door die vervelende ervaringen, werd ik onzeker en heb hulp gezocht. Daar realiseerde ik mij dat ik mijn stoma niet helemaal geaccepteerd had. Doordat ik me lichamelijk goed voelde, was ik voorbij gegaan aan mijn emoties. Ik was vooral bezig mezelf te bewijzen. Om anderen en mezelf te laten zien dat ik alles nog kon. Tijdens elk eerste contact vertelde ik over mijn stoma. Dan had ik dat maar gehad. Dat is helemaal niet altijd nodig. Ik heb geleerd om er meer ontspannen mee om te gaan. Daardoor ben ik in contacten meer mezelf.

Via internet kwam ik in contact met Kirsten. Voor haar was mijn stoma geen enkel probleem. Ze ging er zo ontspannen mee om, dat heeft mij ook gesterkt. Ik vond het moeilijk om mij letterlijk bloot te geven. Dat was echt een drempel voor mij. Kirsten gaf mij de ruimte om alles in mijn tempo te doen. daar haar vertrouwen, kon ik langzaam over die drempel heen stappen.

Ik zag mezelf eerst als Joost met crohn en een stoma. Nu ben ik gewoon Joost. Ik werk, draai wisseldiensten, doe vrijwilligerswerk. Allemaal geen enkel probleem. Ik geniet van mijn gezin, we gaan uit eten en doen leuke dingen. Je zal mij niet snel in een strakke speedo zien, maar ik zwem af en toe. Het zakje valt onder de rand van mijn zwembroek, dus is eigenlijk niet te zien. Maar al zie je het wel, dan doe ik daar ook niet meer moeilijk over.

Een stoma is zeker geen einde van je leven. Het is juist een verrijking. Het heeft zoveel voordelen. Ik ben niet meer alleen bezig met ziek zijn, ik kan verder met leven. Het is een onderdeel van mij en daar ben ik eigenlijk best trots op.’’

Joost van Keulen (39) uit Nieuw Vennep is onderhoudsmonteur radioapparatuur

Getrouwd met Kirsten, vader van Fenne (1). Hobby’s: elektronica, radiozendamateur, EHBO.

 

‘Die stoma geeft mij vrijheid’

Miranda van Driesten (24) heeft vanaf haar 20e een stoma. Ze was voor die tijd zo ziek door Colitis Ulcerosa dat een stoma voor haar vooral een opluchting was. Het gaf haar vrijheid. Alleen heeft ze veel pech gehad met complicaties, littekenweefsel en bijwerkingen van medicijnen. Langzaamaan pakt ze toch haar leven weer op.

,,Zo lang ik me kan herinneren heb ik last van mijn darmen. Als kind kon ik niet naar het toilet, later had ik veel pijn, diarree, was ik misselijk en kon ik niet eten. In 2009 is mijn darm geperforeerd door mijn ziekte Colitis Ulcerosa. Tijdens een spoedoperatie is toen een stoma aangelegd. Dat heeft mijn leven gered. Zonder stoma was ik er niet meer geweest.

Vanaf het begin was ik vooral blij met mijn stoma. Het gaf me vrijheid. De laatste maanden voordat het misging had ik geen gewoon leven, nu kon ik eindelijk weer dingen doen. Ik ging al snel met een vriendin op vakantie. Ik was verzwakt door de operatie en de periode dat ik thuis aan bed was gebonden. Daarom moest ik met een rolstoel, maar dat maakte niet uit. We hadden het heerlijk. Ik vond het niet eng om weg te gaan. Zolang er een wc in de buurt was, was er geen probleem. En met het warme weer vervoerde ik mijn stomazakjes in een koeltasje zodat ze niet smolten.

Door die stoma kon ik weer langs vriendinnen, stappen, weekendjes weg en naar festivals. Ik genoot ervan om dingen te doen. Soms vergde iets aanpassing, zo belde ik de organisatie van een festival met de vraag of ik bij lekkage gebruik mocht maken van het invalidentoilet.

Mijn stoma is nooit een probleem geweest, het zijn de complicaties en bijwerkingen waar ik nu last van heb. Door littekenweefsel liep voedsel niet meer door mijn darm naar mijn stoma. Voedsel en zelfs water kwam er van boven weer uit. In 2011 ben ik voor de derde keer geopereerd. Dat was heftig, maar momenteel gaat het gelukkig weer bergopwaarts. Ik doe leuke dingen als ik er de energie voor heb. Dit moet ik wel goed plannen. Een uitje is daardoor korter maar zeker niet minder leuk. Verder doe ik vrijwilligerswerk bij Stichting Stomaatje. Ik ben blij dat ik me zo nuttig kan maken. Momenteel zit een echte baan er niet in, maar ik werk er hard aan.

Ik ben altijd heel open over mijn stoma, ook tegen jongens. Erover praten is geen probleem, maar het zakje voor de eerste keer laten zien was spannend. Ook bij Peter. Ik ontmoette hem in de kroeg en was er meteen eerlijk over. Hij heeft er nooit moeite mee gehad. Het duurde wel even geduurd voordat ik hem het stoma liet zien, het is toch een stukje darm. In het begin leegde ik het zakje ‘s nachts extra als hij bleef slapen. Dan zat het ’s ochtends niet zo vol. Nu doe ik dat niet meer. Peter neemt me zoals ik ben, met zakje en littekens.

We willen graag samenwonen en zouden dolgraag kinderen willen. Zwanger worden kan ook gewoon met een stoma, alleen is het voor ons erg moeilijk. De zware medicijnen die ik slik en littekenweefsel maken het lastiger en daarbij heeft Peter een erfelijke darmziekte wat het helemaal moeilijk maakt. We weten niet wat de toekomst ons brengt, maar samen kunnen we alles aan. Mijn stoma staat een mooie toekomst zeker niet in de weg, het zorgt ervoor dat ik die überhaupt nog heb!’’

Miranda van Driesten (24) uit Ede is bestuurslid Stichting Stomaatje.

Relatie met Peter. Hobby’s: Computeren, lezen, fotograferen, leuke dingen doen met vrienden/familie/vriendje.

 

‘Ik hoop dat het taboe eindelijk verdwijnt’

Wouter Nieuwe Weme (22) is de eerste baby in Enschede met een stoma. Na zijn geboorte blijkt al snel dat hij de ziekte van Hirshsprung heeft: in zijn dikke darm en een groot stuk dunne darm ontbreken de cellen die zorgen voor de peristaltische beweging. Hij krijgt een tijdelijke stoma en heeft die in 2002 laten vervangen door een blijvende stoma.

,,Ik weet niet beter of ik heb een zakje op mijn buik. Ik ben het gewend, het hoort bij mij. Al snel na de geboorte bleken mijn darmen niet te werken, een stoma was noodzakelijk. Zo’n kleintje met zo’n grote zak op de buik geplakt, dat was natuurlijk moeilijk voor mijn ouders. Maar als je de keuze hebt tussen leven en dood, is die keuze snel gemaakt.

Door mijn stoma kan ik een heel normaal leven leiden. Ik werk in de thuiszorg, heb een vriendin, ga lekker op reis en ben gek op gitaarspelen. Vroeger zat ik op zwemmen en deed aan judo. In de judoles wisten de leerlingen ervan, dus we deden rustig aan. Bij wedstrijden droeg ik een speciale steunband. Mijn ouders vonden het niet verstandig, door het stoma is mijn buik kwetsbaar. Ze waren bang voor een breuk. Toch lieten ze me vrij met alles. Daardoor heb ik het nooit als negatief ervaren. Door mijn stoma heb ik juist leuke dingen gedaan. Zo heb ik op tv gekookt met Herman den Blijker. Dat was heel cool. Ik vond het geen probleem om er op tv over te praten. Ik ben er altijd heel open in. Als mensen vragen hebben, kunnen ze die gewoon stellen. Ik leg dingen liever uit, dan dat mensen zelf gaan invullen.

Ik hoop zo dat het taboe verdwijnt. Een stoma is nog steeds een onderwerp waar mensen moeite mee hebben. Er zijn ook zoveel vooroordelen. Het zou stinken, voor oudjes zijn en bij darmkanker horen. Maar er zijn genoeg jongeren met een stoma. Jongeren die net als ik een heel normaal leven leiden. En het stinkt helemaal niet. Ja, soms bij een lekkage. Maar dat komt bij mij zelden voor. Alleen als ik bijvoorbeeld buikgriep heb. Laatst zat ik net in de auto naar mijn werk toen het zakje lekte. Ik moest weer naar binnen om me te verkleden. Dan erger ik me behoorlijk. Maar dat zou ik ook doen als ik me moest haasten naar het toilet met diarree. Een lekkage voel ik meestal aankomen. Dan gaat mijn huid tintelen en kan ik echte problemen gelukkig voor zijn.

Die stoma heeft me wel gekenmerkt. Als klein kind werd ik met de volwassen medische wereld geconfronteerd. Dat was niet fijn. Op jonge leeftijd was ik al behoorlijk wijs, daardoor vond ik weinig aansluiting met leeftijdsgenootjes. Ik ben nooit een onbezonnen kind geweest. Maar ik denk dat veel mensen die iets ernstigs hebben meegemaakt zich anders voelen.

Verder ben ik heel nuchter en zie ik vooral de positieve kanten van mijn leven met een stoma. Ik kan geen scheten laten en de tijd die jullie op het toilet doorbrengen, kan ik aan hele andere nuttige dingen besteden. Ideaal!’’

Wouter Nieuwe Weme (22) uit Glanerbrug is verzorgende IG in de thuiszorg.

Relatie met Inge. Hobby’s: Gitaarspelen en darten.

 

Wat is een stoma

Een stoma is een gaatje in de buik dat gemaakt is van darmweefsel. Er komt ontlasting of urine uit, dat wordt opgevangen in een zakje wat met een speciale huidplaat op de buik zit geplakt. Een stoma wordt aangelegd als de ontlasting of urine het lichaam niet meer via de natuurlijke weg kan of mag verlaten. Bijvoorbeeld in het geval van aangeboren afwijkingen, darmontstekingen, poliepen of tumoren, maar ook als de darm zodanig beschadigd is na seksueel misbruik of een ongeval.

In Nederland zijn er ongeveer 32.000 stomadragers. Jaarlijks worden er 6000 tot 9000 mensen geconfronteerd met de aanleg van een (tijdelijk) stoma op de darm of urinewegen. 10% van de stomadragers is jonger dan 40 jaar.

Meer informatie: stichtingstomaatje.nl

Januari 2013

 

 

 

 

 

Toen te klein, nu toch groot

Na weken waken bij de couveuse mag de baby eindelijk mee naar huis. Maar wat dan? Heeft de vroeggeboorte gevolgen?

Voor ouders is het een grote schok. Een baby die ver voor de uitgerekende datum ter wereld komt. Wat volgt zijn lange weken of maanden bij de couveuse, gevuld met hoop en vrees en zo nu en dan de mogelijkheid je kindje even vast te houden.

In Nederland worden jaarlijks 200.000 kinderen geboren, waarvan acht procent te vroeg komt. Zo’n 3000 baby’s worden extreem vroeg geboren, tussen de 24 en 32 weken. Door verbeterde technieken zijn de overlevingskansen van extreem premature kinderen vergroot. Toch kan een vroeggeboorte nog steeds veel gevolgen hebben. Van grote problemen als spasticiteit, longproblemen of blindheid tot kleinere problemen als houterige motoriek, concentratieproblemen, chronische verkoudheid en wat meer moeite met sociaal gedrag. ,,Bij een voldragen zwangerschap hebben de hersencellen en longblaasjes de tijd om ongestoord in de baarmoeder te rijpen’’, vertelt Monique Rijken, kinderarts en neonatoloog van het LUMC. ,,Bij baby’s die te vroeg komen, zijn de hersenen en de longen nog niet volgroeid. Dat moet in de couveuse gebeuren. Ondanks dat de veilige baarmoeder zo goed mogelijk wordt nagebootst, krijgt het brein daar meer input van buitenaf, zoals licht en donker, temperatuurwisselingen, de kinderen krijgen medicijnen of moeten aan de beademing. Dat beïnvloedt de rijping van de hersencellen en longblaasjes. In combinatie met zuurstoftekort en eventuele complicaties zoals hersenbloedingen, kan dat gevolgen hebben, ook op latere leeftijd. Het hoeft natuurlijk niet, want er is ook een grote groep couveusekinderen dat nooit iets merkt van deze moeizame start.’’

Het lijkt logisch dat vooral kinderen die worden geboren tussen de 24 en 32 weken zwangerschap of minder wegen dan 1500 gram, risico hebben om problemen te ontwikkelen. Dat is volgens Rijken maar deels zo. ,,Hoe jonger de baby, hoe meer kans op problemen op meerdere vlakken. Maar de laatste jaren wordt duidelijk dat kinderen die een beetje te vroeg komen, ook tegen allerlei gevolgen aan kunnen lopen. Vooral aandachtsproblemen komen in deze groep vaker voor dan op tijd geboren baby’s.’’ ,,Gedrag en concentratieproblemen komen we sowieso vaker tegen bij couveusekindjes. Ze vallen op school buiten de boot, hebben een gemiddeld IQ maar kunnen toch niet meekomen en gaan naar speciaal onderwijs. In eerste instantie leken de kinderen helemaal gezond, maar dan blijkt de ontwikkeling toch niet helemaal te gaan zoals bij een op tijd geboren kind’’, aldus Rijken.

Een groot langetermijnonderzoek naar de gevolgen van vroeggeboorte dateert van tien jaar geleden. Het POPS-onderzoek volgde kinderen die in 1983 veel te vroeg of met een veel te laag gewicht geboren werden. Zij werden tot hun negentiende verschillende keren onderzocht. ,,Die informatie was heel waardevol, maar is inmiddels achterhaald. Die kinderen zijn behandeld in de jaren tachtig en sindsdien is de technologie verbeterd. Zo overleed in 1983 bijna een kwart van deze veel te vroeg geboren kinderen in de eerste levensweek en in 2008 was de kans om te overleven bijna 90%.’’ Rijken: ,,De behandelgrens is in 2010 ook verlaagd tot 24 weken en van die groep weten we helemaal niets op de lange termijn. Wegens bezuinigingen en daardoor een tekort aan artsen zijn er geen grote vervolgstudies bezig. Frustrerend, want die onderzoeken zijn hard nodig. Het is belangrijk om te blijven onderzoeken of we ook met die allerkleinste goed bezig zijn.’’

‘Ik moet overal voor knokken’

Arinda Sutantapreeda (22) uit Nijmegen werd geboren met 26 weken en woog 880 gram. ,,Ik ben de eerste baby die zo’n laag gewicht en korte zwangerschapsduur heeft overleefd. Dat is een raar idee. Ik ben zo dicht bij de dood geweest. Negentig procent van de mensen die ik ken, had me bijna nooit ontmoet en ook nooit gemist. Dat is toch bizar. Daar denk ik soms wel aan, maar verder ben ik nooit bezig met de vroeggeboorte. Mijn moeder wel. Elk jaar vertelt ze rond mijn verjaardag hoe mijn geboorte ging. Dan zie ik wat een impact het op haar heeft gehad. Ze wordt er nog steeds droevig van.’’

Zita van der Heijden is 25 weken zwanger als ze vruchtwater verliest. Na een week in het ziekenhuis, daalt de hartslag van haar ongeboren kindje en volgt een spoedkeizersnede. Dat is het begin van een loodzware periode. ,,Ik heb twee maanden in het ziekenhuis gelegen. Ik zweefde vaak op het randje van de dood. Ik had apneu, waardoor ik regelmatig niet ademde, en daardoor zijn mijn hersenen beschadigd. Als gevolg daarvan ben ik spastisch. Die verhoogde spierspanning in mijn benen is pas ontdekt toen ik anderhalf was. Ik liep achter, met één jaar kon ik nog steeds niet zelfstandig zitten. Volgens de artsen hoorde dat bij een vroeggeboorte. Mijn moeder vond het vreemd en drong aan op onderzoek. Uiteindelijk bleek ik spastisch en kreeg ik tot mijn dertiende elke week fysiotherapie. Ik volgde speciaal onderwijs en was dat onderdeel van ons lesprogramma.’’

,,In die tijd liep ik wel, alleen rond mijn vijftiende kreeg ik gigantische pijnklachten in mijn knieën. Na jaren hele zware pijnstillers en doormodderen omdat artsen dachten dat het een soort groeipijnen waren, bleek dat mijn botten scheef zijn gegroeid en mijn knieschijven daardoor in de verdrukking kwamen. Die periode was moeilijk. Ik ging parttime naar school, verder kon ik door de pijn helemaal niks. Ik was altijd thuis, heb een paar jaar van mijn leven gemist. Ik was heel somber. Ik had altijd plannen gemaakt. Na het vmbo en de havo wilde ik studeren. Nu vroeg ik me af waarvoor ik al die moeite deed. Al zou ik kunnen studeren, een normaal leven met werk, een gezin en zonder pijn zou ik toch nooit krijgen. Ik zag het niet meer zitten en heb psychische hulp gezocht. Dat hielp.’’ Op haar negentiende is Arinda geopereerd aan haar knieën. Daarna volgde twee maanden in een revalidatiecentrum en intensieve fysiotherapie. ,,De pijn is nu gelukkig een stuk minder. Ik heb er ook voor gekozen om buitenshuis een rolstoel te gebruiken. Ik wilde nooit in een rolstoel omdat je dan echt gehandicapt bent. Maar eenmaal in de rolstoel, merkte ik dat ik juist minder gehandicapt ben. Ik heb veel meer vrijheid gekregen. Doordat ik niet meer al mijn energie verbruik aan lopen, heb ik energie voor leuke dingen. Ik kan nog steeds niet tot vier uur in de kroeg hangen, maar ik kan wel shoppen, met vriendinnen afspreken of een avondje naar de film. Toen vriendinnen bezig waren met jongens, zat ik thuis met pijn. Ik heb nooit een vriendje gehad, hopelijk kan dat nu wel.’’

,,Ik zie de toekomst positiever, maar vraag me wel eens af hoe het straks allemaal gaat. Door een kleinere hersenbeschadiging leer ik langzamer dan anderen. Ik loop daardoor een jaar studievertraging op, maar hoe gaat dat straks als ik werk. Hoe kan ik bijvoorbeeld werk en gezin combineren?’’ ,,Ik zou wel eens willen dat ik één keer in mijn leven iets cadeau kreeg. Dat ik niet overal voor moet knokken. Aan de andere kant ben ik best trots op wat ik heb bereikt. Door de moeizame start heb ik veel doorzettingsvermogen. Ik heb moeten vechten om in leven te blijven. Dat is iets wat je toch altijd meeneemt.’’

‘Het leken wel kipfiletjes met mutsjes op’

Tweeling Madelief en Gijs (10) uit Laren werden geboren met 32 weken. Gijs weegt 1665 gram en zijn zusje 1620 gram. Moeder Ilona: ,,Ik denk liever niet terug aan die periode. Foto’s en andere spullen uit de ziekenhuis liggen in een doos op zolder. Ik kijk er nooit naar. De kinderen weten dat ze te vroeg zijn geboren, verder praten we er nooit over. Ik stop het niet weg, maar ik kijk liever vooruit. De kinderen doen het geweldig. Ze gaan goed op school, zijn beiden sportief, hebben veel vrienden en vriendinnen, zijn lief, gehoorzaam en eigenlijk voorbeeldig. Aan niks zie je dat ze het moeilijk hebben gehad. Vandaar dat die periode voor mij klaar is. Al vergeet ik het nooit.’’

Na een zwangerschap vol complicaties, wordt de tweeling met 32 weken gehaald. Gijs heeft na de geboorte ademhalingsproblemen en een klaplong. Hij ligt op de intensive care van het AMC, wordt geïntubeerd, krijgt een drain in zijn kleine lijfje en wordt slapende gehouden. Met Madelief gaat het een stuk beter, zij ademt wel direct zelfstandig. ,,Gijs lag in zo’n piepende glazen kooi, Madelief in een open couveuse. Ik vond het vreselijk. Ik werd er apathisch van. Het voelde ook niet alsof ze van mij waren. Het leken wel kipfiletjes met mutsjes op. Madelief mocht ik vasthouden, maar dat durfde ik niet. Ik wilde eigenlijk alleen maar weg van die afdeling.’’ ,,Het is vreselijk als je niks kan doen. Ik voelde me zo machteloos. Je bent overgeleverd aan machines en artsen. Het enige wat ik kon doen was melk kolven. Ze konden niet bij mij drinken, maar kregen wel mijn melk. Daar was ik constant mee in de weer. We hadden allerlei gesprekken met de neonatoloog. Hij vertelde over de gevaren, maar sprak ons ook telkens goede moed in. Na vijf dagen was Gijs stabiel en mocht hij even uit de couveuse.’’

,,Ik durfde nog steeds niet met ze te knuffelen. Ze waren zo klein, zo teer, zo kwetsbaar. Ik was bang iets verkeerd te doen. Tim had daar minder moeite mee. Ze boekten allebei vooruitgang en ons vertrouwen in de kleintjes groeiden. Je zag meteen dat Gijs een vechtertje was. Dat is hij nog steeds.’’ Na een week worden de baby’s vervoerd naar het Gooi-Noord ziekenhuis. Daar blijven ze tot 37 weken. ,,Ik vond alle veranderingen hele grote stappen. Van het academisch ziekenhuis naar de couveuseafdeling hier, van een dichte naar een open couveuse en een wieg, van de bedrading af. Vreselijk. Die apparaten waren mijn houvast. Gijs stopte af en toe met ademen, ik was bang dat dat zou gebeuren en niemand het zou merken.’’

,,De dag dat ze naar huis mochten was fijn, maar ook heftig. Thuis was ik constant in de weer met temperaturen, wegen, dekentjes tegen de kou, kijken of ze nog ademden. Ik deed alles precies zoals in het ziekenhuis, gebruikte dezelfde spullen. Dat gaf me houvast. Niemand mocht ze aanraken, ik was zo bang dat ze ziek zouden worden en constant belde ik het ziekenhuis voor bevestiging. Dat heeft wel een tijdje geduurd. Doordat alles goed ging, kon ik het langzaam loslaten.’’ ,,De kinderen waren jaren iel en klein en Gijs was de eerste drie jaar veel ziek. Altijd verkouden en hij kreeg zo’n puffer. Toen hij tien werd hebben we die weggegooid. Hij heeft hem niet meer nodig. Verder hebben ze zich altijd prima ontwikkeld. Daar zijn wij heel dankbaar voor. De moeizame start is één van de redenen waarom we geen kinderen meer willen. Zo’n heftige periode wil ik nooit meer meemaken.’’

‘Hij is ons kleine wonder’

Justice (11) uit Hoorn werd geboren met 29 weken en woog 1649 gram.  Moeder Gisele: ,,Achteraf weet ik pas hoeveel geluk we hebben gehad. Ik was zeventien toen Justice werd geboren. Op die leeftijd gaat er veel langs je heen. Marvin en ik realiseerden ons totaal niet wat zo’n vroeggeboorte betekent. We hadden geen idee van de risico’s op dat moment of op latere leeftijd. Gelukkig is alles goed gegaan en heeft Jussy er niks aan over gehouden. Een wonder noemden de artsen hem.’’

,,Met 29 weken moest ik met spoed naar het VU, want in het Westfries Gasthuis is geen plek voor zulke kleintjes. Na een helse bevalling kreeg ik Justice even op mijn borst en werd hij meteen meegenomen. Het moment dat ze zeiden ‘dit is je zoon’ was raar. Het voelde niet alsof hij van ons was. Je moet elkaar eerst leren kennen, die band moet groeien. Hij was ook zo klein, ik vond het de eerste dagen eng om hem vast te houden. Hij was net een aapje. Klein rompje, dunne lange benen. Geen wenkbrauwen of wimpers en van die bollige ogen. Hij zat vol met draden, plakkers, een infuus in zijn navel, een slangetje in zijn neus voor de sondevoeding en aan de beademing. Dat is zo’n naar gezicht.’’ ,,Gelukkig ging hij snel vooruit. Na de eerste nacht mocht hij van de beademing af en zijn situatie is nooit kritiek geweest. Maar het was wel een zware tijd. Een dag na de bevalling moest ik uit het ziekenhuis. Vreselijk om hem daar achter te laten. Weken reden we dagelijks op en neer tussen Hoorn en Amsterdam. Dan bleven we de hele dag op de afdeling neonatologie, we wilden hem zo dicht mogelijk bij ons hebben. Justice kwam elke dag aan en ging helemaal als een speer toen hij speciale groeivoeding kreeg. Omdat hij goed vooruit ging, mocht ik al snel dingen zelf doen. Ik koppelde hem los van de apparatuur, deed hem in bad, gaf flesjes en we lagen uren in een stoel te kangaroeën. Hij lag dan met zijn blote lijfje tegen mijn huid.’’

Na een week of zes mag Justice naar het ziekenhuis in Zaandam en daarna naar Hoorn. Pas met veertig weken mogen zijn ouders hem mee naar huis nemen. ,,Het was pittig, maar het was niet anders. Je kan wel instorten, maar daar heeft niemand wat aan. Daarbij ging het gewoon goed met hem. In het ziekenhuis en ook thuis. Hij heeft nooit achtergelopen, was eigenlijk met alles boven gemiddeld. Normaal moest hij tot zijn zevende jaar voor controle in het VU komen, maar omdat er geen problemen waren mochten we al na een jaar naar het ziekenhuis in Hoorn.’’ ,,Ik ben zo blij dat het zo goed met hem gaat. Jussy heeft volgens mij nergens last van. Hij is heel lief, zorgzaam en wijs. Hij is wel erg op zichzelf. Hij gaat niet naar buiten om vriendjes te maken, blijft liever thuis om als dj muziek te maken op zijn computer. Daar is hij heel ver mee. Hij is erg emotioneel en gevoelig. Dat heeft hij niet van zijn ouders. Ze zeggen dat couveusebaby’s heel gevoelig zijn, dat zou de oorzaak kunnen zijn. Maar ik ben daar verder niet mee bezig. Justice is zoals hij is. Hij doet het hartstikke goed.’’

Altijd een zorgenkindje

Tweeling Iris en Mark (16) uit Dalem zijn geboren met 32 weken. Iris weegt 1800 gram, Mark 1960. Moeder Trudie: ,,Met Mark ging het meteen na de geboorte mis. Zijn longen waren niet volgroeid en hij had ademhalingsproblemen. Hij moest met spoed naar een ander ziekenhuis. Daar hebben ze alles gedaan om hem in leven te houden en hij heeft zelf ook keihard geknokt. Een vreselijke start. Iris kreeg ook zuurstof, maar haar situatie was minder ernstig. Zij mocht al korte momentjes uit de couveuse om op mijn buik te liggen. Bij Mark heb ik dat gemist, ik heb hem die eerste week maar één keer gezien. Heel zwaar vond ik dat. Het was echt overleven voor ons alle vier.’’

Na zeven weken mag de tweeling mee naar huis. Bij Mark is het daarvoor nog een keer kantje boord. Hij wordt blauw, krijgt geen lucht en stikt bijna. ,,We zijn ons weer rot geschrokken. Reflux bleek de oorzaak. Gelukkig was het snel verholpen, maar Mark is een zorgenkindje gebleven.’’ De eerste jaren is Mark altijd ziek. Hij heeft last van astma, is constant verkouden, wordt geopereerd aan zijn amandelen, heeft buisjes in zijn oren, wordt geopereerd aan zijn ogen omdat hij scheel kijkt en heeft een slechte motoriek. Daarbij is hij autistisch met een link naar adhd. ,,Dit kunnen allemaal gevolgen zijn van de vroeggeboorte. Iris heeft veel problemen ook gehad, maar alles in lichte mate. Zij is over de meeste dingen heen gegroeid en is verder ontzettend sociaal, gezellig, lief en verstandig. Mark is totaal verschillend.’’

,,Ik merkte al snel dat ze anders waren. Ik kon geen contact maken met Mark. Als baby wilde hij niet knuffelen, dan keerde hij zich van me af. Als peuter was hij heel heftig, bonkte hij met een blokje tegen zijn hoofd op de grond. Hij deed foute dingen, maar praten hielp niet, straffen ook niet. Je kon hem niet echt raken en nog steeds is dat moeilijk. De basisschool was een drama, Mark was diepongelukkig. Hij begreep de wereld niet en voor zijn gevoel begreep niemand hem. Doordat er te veel van hem werd geëist, escaleerde de boel thuis. We hebben hulp gezocht en Mark bleek autistisch. Om daarmee om te leren gaan hebben we een cursus gevolgd. We zien nu niet alleen de problemen en moeilijkheden, maar ook zijn positieve kanten. Dat heeft ons uit die negatieve spiraal gehaald. Het heeft zijn leven thuis en op school verbeterd. Wij geven hem vaker complimentjes en op school wordt hij beoordeeld op zijn kunnen, niet op de norm. Hij kan daardoor meer zijn wie hij is, dat is zo belangrijk.’’

Door alle problemen houdt de vroeggeboorte Trudie veel bezig. Ze leest alles over dit onderwerp en de consequenties die het kan hebben. Ze is vrijwilliger voor de vereniging voor ouders van couveusekinderen. ,,Veel mensen begrijpen niet wat wij meemaken, ze weten niet dat vroeggeboorte zo’n impact kan hebben. De ouders daar wel. Je hoeft niks uit te leggen, iedereen zit in een soortgelijk schuitje. Die herkenning voelt voor mij als een warm bad.’’ ,,De vroeggeboorte heeft ons leven bepaald. Alles draait altijd om Mark. Erwin en ik maken ons sinds zijn geboorte zorgen over hem. Hij heeft een achterstand, is geen jongen van zestien. Hij leeft in zijn eigen wereld. Gelukkig gaat het nu toch best goed met hem. Hij is geslaagd voor het VMBO, dus we zijn apetrots. Mark is een autistische puber, maar is ergens ook heel lief. Hij werkt hard en heeft alles zelf verdiend. Dat is knap. Mark doet de dingen op zijn manier, maar uiteindelijk komt hij er wel.’’

Verbeterde zorg

Vijftig jaar geleden was er in Nederland nog helemaal geen sprake van speciale zorg voor kinderen die veel te vroeg en veel te licht ter wereld kwamen. Kinderartsen in gewone ziekenhuizen deden hun uiterste best om ook de baby’s die na minder dan 7 maanden zwangerschap geboren werden een goede kans op een gezond leven te geven. Zonder een intensive care voor deze kinderen was dat behelpen. Als ze beademd moesten worden, kwamen ze op een afdeling voor volwassenen terecht. Inmiddels is de zorg sterk verbeterd. Er zijn tien neonatale intensive care units (nicu) voor pasgeborenen in Nederland. Daar is betere beademingsapparatuur waardoor de kans op hersenbloedingen en infarcten afneemt. Moeders die onder de 32 weken dreigen te bevallen worden direct naar zo’n afdeling gebracht omdat bekend is dat het niet goed is pasgeboren baby’s te transporteren van het ene naar het andere ziekenhuis als dat nodig blijkt te zijn. Vrouwen die dreigen te bevallen krijgen corticosteroïden om de longrijping van het ongeboren kind te bevorderen. Vroeger werden baby’s onmiddellijk beademd, nu blijkt dat niet altijd nodig. Een nieuwe methode, Continuous Positive Airway Pressure, zorgt ervoor dat de longblaasjes openblijven waardoor het minder vaak nodig is om de kinderen te beademen. Ouders worden tegenwoordig veel meer betrokken bij de zorg, waardoor kinderen zich beter ontwikkelen. En doordat meer bekend is over problemen op latere leeftijd, is de begeleiding na de ziekenhuisperiode beter geworden.

Meer informatie: couveuseouders.nl

Oktober 2012 

 

 

 

 

Tot de dood ons scheidt

Samen sinds de puberteit, dat lijkt vooral voorbestemd aan ouderen. Maar er zijn zat jongere stellen die samen zijn opgegroeid en nog steeds gelukkig zijn. ‘We hebben iets opgebouwd. Dat is veel belangrijker dan spanning.’

 

Echte jeugdliefdes. Stellen met de pensioengerechtigde leeftijd zijn wel te vinden, maar jongere echtparen die elkaar uit de schoolbanken kennen zijn vrij uniek. Volgens relatiedeskundige Liselotte Visser gaan stellen tegenwoordig duidelijk sneller uit elkaar.

,,De belangrijkste reden daarvoor is dat partners financieel onafhankelijk zijn van elkaar. Om economische redenen hoeven ze niet bij elkaar te blijven, terwijl dat vroeger wel zo was’’, vertelt ze. ,,We willen, mogen en kunnen meer. Een leuke relatie, goede baan, sporten, leuke dingen doen met vrienden, noem maar op. We nemen geen genoegen met minder. We gaan voor het geluk.’’

Dat betekent niet dat de stellen die met hun eerste liefde samen zijn, niet voor het geluk gaan. ,,Juist niet, deze stellen hebben iets speciaals. Die eerste liefdes zijn zo basaal, dat is iets om jaloers op te zijn. Het is bijzonder als je op jonge leeftijd iemand ontmoet met wie je meegroeit, volwassen wordt en al die jaren nog steeds de kriebels van kunt krijgen.’’

Volgens Visser is het helemaal niet nodig om eerst goed rond te kijken, ervaring op te doen, meerdere partners te hebben voordat je je vastlegt. ,,Dat hoor je natuurlijk vaak. In de praktijk blijkt dat anders. Deze relaties hebben iets magisch. Ze zijn zo met elkaar verbonden, ze delen een verleden, zijn in alle levensfases met elkaar mee gegroeid, dat gaat niet zomaar kapot. Ze hebben ook geen kwetsingen uit vorige relaties. Het betekent niet dat ze nooit nieuwsgierig zijn hoe het met een ander kan zijn, maar vaak doen ze daar niets mee. Ze gaan ook heel ontspannen met dat gevoel om, juist omdat er niets achter zit. De liefde zit zo diep, net als de liefde voor je kind.’’

Hoe bijzonder zo’n eerste liefde ook is, het gevaar van sleur ligt bij elke lange relatie op de loer. Want als je elkaar door en door kent, is er weinig spanning over. Visser ziet in haar praktijk stellen die zich afvragen ‘Is dit het nou?’, partners die hun relatie te gewoontjes vinden, de spanning missen. ,,Sleur is makkelijk te doorbreken. Mits de basis goed is. Meer tijd aan elkaar besteden, een weekendje weg samen zonder de kinderen, een etentje of elkaar verrassen is vaak al de oplossing.’’

Daarnaast is het volgens Visser belangrijk dat partners zichzelf blijven en ook dingen apart doen. ,,Gun elkaar wat, doe niet alles samen. Blijf je eigen dingen doen. Daarnaast moet je moeite blijven doen voor elkaar. Blijf elkaar versieren, houd het spannend.’’ De gouden tip om een relatie goed te houden, heeft Visser niet. ,,Je moet mazzel hebben dat je de juiste tegenkomt. Dat je samen dezelfde richting opgaat. De omstandigheden spelen daarin ook een rol. Het is belangrijk dat je elkaar kunt steunen bij ellende. Dat je tijdens een crisissituatie niet uit elkaar groeit doordat je anders met het verdriet of de pijn omgaat.’’

,,Stellen met lange relaties hebben altijd hetzelfde geheim: accepteer de ander zoals hij is, dat betekent ook incasseren. Zoek naar dingen die je allebei leuk vindt, zodat je dat kan delen.’’

‘Een beetje saai, maar dat is niet erg’

Paul Gutter (33) en Yvonne de Jong (34) uit Enkhuizen.

Om de nek van Paul prijkt trots de naam Yvonne. Het kettinkje draagt hij al vanaf zijn dertiende verjaardag, toen ze net samen waren. Het is een paar keer afgegaan, maar nooit voor lang.

,,We kennen elkaar van voetbal. Ik vond het zo leuk dat Yvonne voetbalde, dat ik als een blok voor haar ben gevallen. Na een wedstrijd hebben we een keer gezoend. Ik had wel eens eerder gezoend, maar zo bijzonder als met Yvonne was het nooit.’’ Yvonne straalt als ze terugdenkt aan dat prille begin. ,,Paul was een praatjesmaker. Hij kon goed voetballen, was fanatiek en gepassioneerd. Heel aantrekkelijk vond ik dat.’’

Na die eerste zoen in de voetbalkantine is het aan. Ze voetballen samen, komen bij elkaar thuis en zien elkaar vaak. Toch gaat het in de brugklas uit. Paul ziet op schoolkamp andere leuke meisjes en wil vrij zijn. De meiden blijken toch minder interessant dan hij dacht. Na een half jaar komt het weer goed tussen de twee. Daarna krijgt Yvonne het nog een aantal keer benauwd.

,,Ik studeerde in Amsterdam en werd verliefd op een ander. Dus ik maakte het uit. Paul zat in zak en as en ook ik zag al snel in dat ik een foutje maakte. Het kwam goed, maar daarna heb ik het nog twee keer uitgemaakt. Ik had twijfels, wist niet wat ik wilde. Heel vervelend voor Paul en ook onze families waren er niet blij mee. Achteraf is het ergens goed voor geweest. Ik heb nu geen twijfels meer. Paul is de ware.’’

Het stel is met elkaar opgegroeid, hun levens zijn met elkaar vergroeid. Ze hebben veel dezelfde vrienden, houden beiden van een Bourgondisch leven en genieten samen met hun zoontje Syl. Ruzies, drama’s en twijfels zijn er vrijwel nooit. ,,Ik ben heel gelijkmatig. Ik ben nooit heel boos, verdrietig of blij. Ik houd van zekerheid, ben niet op zoek naar avontuur. Mijn plannen zijn nooit wild en meeslepend, eerder burgerlijk’’, lacht Paul. ,,We hebben samen iets opgebouwd, dat zou ik nooit opgeven. Ons gezin en de band die wij hebben is veel mooier dan wat spanning.’’

,,Paul was vroeger veel driftiger. Hij had een drive, een passie, dat vond ik mooi. Hij is wat van zijn energie kwijtgeraakt, dat vind ik jammer. Aan de andere kant ben ik blij dat hij zo gelijkmatig is. Paul steunt mij altijd. Zit ik niet goed in mijn vel, dan is hij er voor mij. Hij geeft mij de vrijheid om ergens uit te komen, nieuwe opties uit te zoeken. Dat is heel waardevol’’, zegt Yvonne terwijl ze Paul vol liefde aankijkt. ,,We zijn misschien een beetje saai, maar dat is niet erg.’’

Een onmogelijke liefde

Liza de Vries (38) en Paolo Mandolini (48) uit Terni, Italië.

Een vakantieliefde met tien jaar leeftijdsverschil. Het lijkt een onmogelijke liefde. Toch delen Liza en Paolo al 24 jaar lief en leed met elkaar. ,,Wat onze relatie zo bijzonder maakt, is dat we samen één zijn’’, vertelt Liza stralend. ,,Dat onze droom werkelijkheid is geworden. Wat iedereen onmogelijk leek, hebben we samen waargemaakt. Er is nooit sprake geweest van een keuze, de weg liep duidelijk uitgestippeld voor ons. Maar was daardoor nooit saai of te voorspelbaar.’’

Het stel ontmoet elkaar tijdens een vakantie aan het meer van Bolsena in Italië. Liza is 14, Paolo 24. ,,We zagen elkaar en de vonk sloeg direct over. Ik zag wel dat hij wat ouder was en loog dat ik 18 was, Paolo haalde er juist vier jaar vanaf. Tegen de tijd dat we erachter kwamen hoeveel we echt scheelden, was het te laat. We waren tot over onze oren verliefd. Het heeft zo moeten zijn. Want ik was anders hard weggerend voor een tien jaar oudere man en ook Paolo had mij te jong gevonden. Gelukkig is het anders gelopen want wij horen bij elkaar.’’ Al snel wordt duidelijk dat dit niet zomaar een vakantieliefde is. ,,Voordat ik het wist stond Paolo bij ons op de stoep. Natuurlijk had mijn vader moeite met het leeftijdsverschil. Aan de andere kant voelde hij dat het goed zat. Dat vind ik knap van hem. Hij moest die beslissing toch alleen maken. We scheelden wel veel qua leeftijd, maar niet qua gevoel. Paolo was jeugdig en ik was door het pijnlijke overlijden van mijn moeder drie jaar daarvoor erg volwassen voor mijn leeftijd.’’

Liza heeft voor Paolo nooit een vriendje en heeft de behoefte aan een ander ook nooit gehad. ,,Toen we elkaar die eerste jaren niet zoveel zagen, draaide alles voor mij om zijn brieven die wekelijks per express post thuis werden bezorgd en om de telefoongesprekken die zo kostbaar waren. Op zaterdagavond was ik de meest gevraagde oppas van Noord-Holland, want uitgaan daar moest ik niet aan denken’’, lacht Liza. Na de middelbare school wil ze emigreren, Paolo staat erop dat ze in Nederland zou studeren. Na tien jaar geluks- en verdriettranen op vliegvelden, vertrekt ze met doctorandustitel op zak voorgoed naar Italië. Ze trouwen en krijgen een zoon en een dochter. ,,In het begin was dat best lastig, vooral het vinden van een goede baan. Maar tussen Paolo en mij heeft het altijd goed gezeten. We zijn samen in dezelfde richting gegroeid. We hebben dezelfde interesses en hebben niet veel nodig om gelukkig te zijn. We zijn allebei het liefst met onze kinderen. Het gezinsgeluk en de chemie die er nog steeds is tussen ons, dat zijn de geheime ingrediënten van ons huwelijk.’’

,,Natuurlijk hebben we ook wel eens ruzie, maar dat gaat altijd over iets onbenulligs. Er zijn ook veel verschillen. Ik ben de prater, Paolo de denker. Ik de clown en theatermama, Paolo de verstandige. Ik nodig gasten uit om te eten, Paolo kookt voor ze. Ik breng de gezelligheid, Paolo de regelmaat. Dus juist waar we verschillen, vullen we elkaar aan.’’

Nooit behoefte aan een ander        

Mirjam (39) en Auke (41) de Swart uit Joure

Het echtpaar kent elkaar vanaf de brugklas. Mirjam was 15 en Auke 16 toen hij haar verkering vroeg. Dat ging niet vanzelf, Mirjam moest daarvoor wel een tijd achter hem aanlopen. ,,Ik was stapelverliefd, Auke had meer oog voor zijn lego. Hij is eigenlijk nooit hoteldebotel geweest. Dat zit niet in hem. Hij is niet zo romantisch, maar wel heel blij met wat wij hebben.’’

Auke: ,,Ik ben heel trots op Mirjam. Onze relatie is goed, het loopt al vanaf dag één. Grote strubbelingen of dieptepunten hebben we nooit gehad. Onze relatie kost geen moeite, we hebben veel dezelfde interesses, passen ons allebei aan en zeuren niet. Ik hoor wel eens andere verhalen, dat lijkt mij heel vermoeiend.’’

Het enige dieptepunt dat het stel kent, is toen de ouders besloten dat het duo na een jaar verkering uit elkaar moest. ,,We deden veel samen en onze ouders vonden het te serieus worden. Ze hebben op ons ingepraat en het was een half jaar uit. Ik vond het vreselijk. Voor Auke heb ik nooit met iemand gezoend en ook in die maanden had ik daar geen behoefte aan.’’ Auke zoent wel met een paar meisjes, maar dat stelt weinig voor. Als Mirjam met haar ouders gaat verhuizen, staat hij voor de deur. Hij wil haar niet kwijt en dat gevoel is wederzijds. Een jaar later studeren ze allebei in Groningen, wonen ze samen in een studentenhuis en vervolgens verhuizen ze naar Amsterdam. Na een luxe periode met dubbele inkomens komt het huis in Joure en drie kinderen. Auke heeft het als ondernemer razend druk, is vaak in het buitenland voor zijn werk. Mirjam werkt parttime als makelaar en zorgt voor de kinderen. ,,We hebben nooit ruzie, maar diepen ook niet alles uit’’, zegt Auke. We hebben wel het geluk dat de omstandigheden goed zijn. Heb je te maken met ziekte, overlijden en drama’s, dan kan een relatie veranderen. We prijzen ons gelukkig dat alles goed gaat.’’

Mirjam: ,,We horen bij elkaar. Dat zegt ook iedereen. Ik heb nooit de behoefte gehad om om mij heen te kijken. Natuurlijk flirt ik wel eens, maar daar houdt het op. Ik ben nog steeds gek op Auke. Zijn gedrevenheid, dat vind ik aantrekkelijk.’’ Auke: ,,Ons gezin is voor ons allebei belangrijk. Ik heb geen behoefte aan andere spanning of uitdaging. Vreemdgaan is makkelijk, maar ik zou dit nooit op het spel zetten.’’

Nooit saai en gezapig

Peter (59) en Ingrid (58) van Klingeren uit Hoorn

,,De afgelopen veertig jaar is niet alles glad en soepel verlopen. We hebben echt wel moeten knokken voor onze relatie. Daardoor is het echter nooit saai’’, lacht Ingrid. ,,Vanaf het prille begin kunnen we al clashen. En als er ruzie is, dan is er ook echt ruzie. Maar ondanks dat zijn we nooit langer dan een week uit elkaar geweest. We konden toch niet buiten elkaar, vonden het altijd waard om een frisse start te maken.’’

In een discotheek is het liefde op het eerste gezicht tussen de 17-jarige Peter en de 16-jarige Ingrid. Zij wordt overdonderd door zijn blonde getoupeerde haren, mooie kostuums, strakke overhemden en bravoure. Hij noemt haar zijn Tin-Tin: naar een poppetje met donker haar en donkere sprekende ogen uit de poppentelevisieserie Thunderbirds. ,,Er waren meer mooie meiden, maar Ingrid sprong eruit. Haar uitstraling, er was een blik van herkenning. We hoorden bij elkaar, dat gevoel hadden we allebei al heel jong.’’

Ruim een half jaar na de ontmoeting is Ingrid zwanger en besluit het stel te trouwen. De eerste jaren zijn niet makkelijk. ,,We wisten eigenlijk nog niet helemaal wat we van elkaar wilden, maar stopten wel bewust met de pil. We zouden wel weer verder zien als ik zwanger zou raken. Zo staat Peter in het leven. Ik zie beren op de weg, ben meer zwartgallig. Hij ziet overal kansen in, kan van niets iets maken. Dat bewonder ik in hem’’, vertelt Ingrid. ,,Ik vond het begin lastig. Een baby, huishouden en dan wilde ik ook nog studeren. Peter vond dat ik er voor het gezin moest zijn. Ik heb echt moeten vechten voor mijn vrijheid en ontwikkeling. Gelukkig zag hij in dat hij mij daarin niet kon remmen, anders hadden we het niet gered samen.’’ Peter: ,,Ik vond het moeilijk dat ze door studie en werk minder tijd en aandacht had voor het gezin. Ik kom uit een rechtlijnig gezin en heb moeten leren om flexibel te zijn, te geven en te nemen. Dat lukt met de tijd steeds beter.’’

Peter en Ingrid hebben alle fases samen doorstaan. Als jonge ouders druk met het gezin, jaren van hard werken aan hun carrières en daarna als reizigers avontuurlijk de wereld over. Peter: ,,We houden allebei wel van spanning, op verschillende gebieden. Vandaar eerst die wereldreis en daarna zijn we rond ons vijftigste aan een soort tweede jeugd begonnen. We zijn toch min of meer onder moeders rok vandaan het huwelijk in gegleden. Daardoor mis je wat. Dat hebben we samen ingehaald. We hebben een paar jaar flink gefeest. Vaak gebeurt dat apart, wij hebben het met elkaar gedaan.’’ ,,De feestperiode zijn we een beetje aan het afsluiten. We genieten nu vooral van het opa en oma zijn. Het is bijzonder dat we zo verschillend zijn, maar toch ook zo hetzelfde. De fases in ons leven maken we samen mee, we groeien daarin niet uit elkaar. Dat is onze kracht.’’

November 2012

Verwekt tijdens een verkrachting

Hij had het eigenlijk achter zich gelaten. Zijn verleden laten rusten. Maar de gruwelijke verkrachting van zijn moeder en daarmee zijn eigen verwekking, houden hem door de opmerkingen van SGP-leider Kees van der Staaij weer bezig. ,,Oude wonden worden onnodig opengereten.’’

 

De manier waarop Joop verwekt is, verdwijnt nooit helemaal uit zijn gedachten. Maar dominant aanwezig was het de laatste jaren ook niet. Door de bewering van SGP-leider Van der Staaij dat de kans op zwangerschap na een verkrachting klein is en de partij daarom tegen abortus blijft, is het onderwerp opeens ongewild weer levendig.

,,Mijn moeder heeft nooit abortus overwogen. Daar ben ik natuurlijk heel blij om’’, vertelt Joop terwijl hij het ene na het andere shagje aansteekt. ,,Dat neemt niet weg dat Van der Staaij op een belachelijke manier aandacht vraagt voor zijn abortus-standpunt. Hij baseert zich op achterlijke gegevens over zwangerschap en verkrachting en wil zo punten scoren. Ik ben blij dat ik niet ben geaborteerd, maar ik vind wel dat vrouwen dat zelf mogen bepalen. Daar gaat de politiek niet over. Door zulke onnozele opmerkingen van een man met een voorbeeldfunctie worden bij veel vrouwen die zijn misbruikt oude wonden opengereten.’’

Joop en zijn moeder zijn allebei vrij nuchter. Door het nieuws komen alle emoties van het verleden niet omhoog, maar confronterend is het wel. ,,Mijn moeder heeft jaren niet gesproken over wat er met haar is gebeurd. Ze vertelde aan niemand hoe ze in 1956 zwanger raakte. Ze komt uit een zwaar katholiek gezin en daar werden dit soort dingen onder het tapijt geveegd. Pas op haar sterfbed vroeg mijn oma wat er nou eigenlijk gebeurd was. Al die jaren heeft mijn moeder het verdriet alleen gedragen. Uit schaamte, schande en omdat het te pijnlijk was. Een jaar of veertien geleden heeft ze me pas de waarheid verteld. Nog steeds waren het de grote lijnen. Eigenlijk hoor ik nu pas de details. Doordat dit onderwerp in het nieuws is, praten we er weer over, stel ik weer vragen. Mijn moeder vertelt me opeens dingen die ik nog niet wist.’’

Zijn moeder was 19 toen ze stiekem met een vriendin naar de bioscoop ging. Haar vriendin ging na de film met een jongen mee terwijl zijn moeder alleen achterbleef. Op straat werd ze door drie Nederlandse soldaten lastig gevallen. Eén voor één hebben ze haar verkracht en daarna voor oud vuil achter gelaten. Thuis durfde ze niks te vertellen, zelfs niet toen ze zwanger bleek te zijn.

,,Die zwangerschap hakte er gigantisch in. Dat was een schande in de gemeenschap. Mijn oma was woest. Ze heeft op mijn moeders buik ingetrapt in de hoop dat de baby dood zou gaan, maar ik heb het overleefd.’’

,,Daarna is mijn moeder naar een tehuis voor ongehuwde moeders gestuurd in Amsterdam. Mijn geboorte was ongewenst, maar ik ben in een warm nest terecht gekomen. Mijn moeder houdt van me, ze heeft me nooit anders behandeld dan mijn zussen die later zijn geboren.’’

Drie jaar na de geboorte van Joop trouwde zijn moeder met de man die hij later aanzag als vader. Totdat Joop rond zijn tiende jaar begon te twijfelen. Hij zag zichzelf op de trouwfoto’s van zijn ouders en wist dat er iets niet klopte. Maar zijn moeder bleef wazig over wat er vroeger was gebeurd. ,,Ik heb heel wat jaren vage suggesties gehoord en naar de waarheid gezocht. Ik wilde weten waar ik vandaan kwam, waar mijn roots lagen. Ik heb van alles gefantaseerd over mijn vader, maar de gruwelijke waarheid had ik niet kunnen bedenken. Rond mijn dertigste heb ik mijn zoektocht gestaakt. Het was zinloos. Ik heb het verleden toen achter mij gelaten.’’

Totdat Joop’s moeder zo’n veertien jaar geleden werd opgenomen in het ziekenhuis. Met de ambulance reed ze langs de plek waar ze vroeger was verkracht. Die confrontatie was zo heftig dat ze haar geheim niet meer voor zich kon houden. Stukje bij beetje kwam de waarheid naar boven. ,,Ze was helemaal over haar toeren en vertelde me wat haar is overkomen. Dat was bizar. Ze was zelf zo van streek dat ik niet toe kwam aan mijn eigen verdriet. Ik was haar meer aan het troosten. Ik zei dat het niet uitmaakte. Dat ik blij was dat ik leef. Dat is ook zo.’’

,,Mijn moeder is een tijdje begeleid door een psycholoog. Daarna had ze er vrede mee en ook ik heb het vrij snel een plek gegeven. Ik was wel blij dat ik eindelijk de waarheid wist. Hoe gruwelijk en hard die ook is. We praten er nooit meer over, maar de laatste dagen merk ik meer openheid. Mijn moeder vertelt me nu details die ik nog niet wist. Bijvoorbeeld over dat ik op tweede paasdag ben verwekt. Over hoe ze nog steeds moeite heeft met die dag.’’

Joop praat beschouwend. Alsof hij het verhaal van iemand anders vertelt. Zo voelt hij dat zelf ook. ,,Ik ben een denker en heb er eindeloos over gedacht. De situatie van alle kanten belicht. Die verkrachting heeft niets met mij te maken. Het is mijn moeder aangedaan. Dat vind ik vreselijk. Maar ik sta er buiten.’’

Het is even stil. Dan gat Joop verder: ,,Ik lijk enigszins op mijn moeder. Daar ben ik blij om. Verder ben ik mijn eigen persoon. Ik draag de genen van twee mensen, dus ook van mijn verwekker. Maar ik blijf mezelf, mijn eigen individu met mijn eigen karakter.’’

Wraakgevoelens naar de drie mannen heeft hij niet. ,,Ik weet niet wat die gasten bezielde. Misschien hebben ze elkaar opgejut, elkaar gek gemaakt. Je moet het ook plaatsen in een ander tijdsbeeld. De sociale controle was gigantisch, net als de preutsheid. Misschien draagt dat ertoe bij dat ze hun lusten niet onder controle hadden. Geen idee. Daar kom ik ook nooit achter.’’

,,Ik zou best willen weten wie mijn vader is, wie die mannen zijn. Wat ze bezielde om zoiets gruwelijks te doen. Maar daar kom ik nooit achter. Mijn moeder kende ze niet en heeft ze daarna ook nooit meer gezien. Behoefte aan wraak heb ik niet. Mensen veranderen, ze zijn niet meer die jongens van toen. Ik ga er vanuit dat ze wroeging hebben. Dat kan niet anders. Mijn gevoel is dubbel. Het is vreselijk wat er is gebeurd, maar ik ben daar wel het resultaat van. Als het niet was gebeurd, was ik er niet geweest. En ik ben blij dat ik leef. Desondanks blijft het belachelijk wat Van der Staaij zegt. Die man heeft duidelijk geen flauw benul wat een impact een verkrachting en zwangerschap op een vrouw heeft.’’

September 2012

‘Ons gezin is niet compleet’

Aimee (44) is dolblij met haar zoontje Nemo (10). Zijn geboorte moest de start zijn van haar lievelingswens: een groot gezin. Zes miskramen verder heeft Aimee die hoop opgegeven. Niet iedereen begrijpt hoeveel pijn en verdriet het gedwongen opgeven van haar droom veroorzaakt.

‘’Mijn verdriet is niet te vergelijken met stellen die helemaal geen kinderen kunnen krijgen. Gelukkig niet. Dat lijkt me helemaal vreselijk. Wij hebben tenminste een zoon. Het nadeel van al een kind hebben is wel dat je weet hoe geweldig het is. De wens werd daardoor bij mij juist nog groter. 

Ik riep heel lang dat ik geen kinderen wilde. Ik had niks met van die kleintjes en was helemaal niet bezig met een kind van mezelf. Totdat we op wereldreis gingen. Opeens ging de knop om en wilden we heel graag kinderen. En dan niet een of twee, we droomden meteen van een groot gezin. Gezellig met z’n allen aan tafel, broers en zussen om met elkaar te vergelijken, die met elkaar konden spelen en elkaar steunen als er later iets met ons zou gebeuren.’’

,,We gingen ervoor. Het duurde een tijd voordat ik zwanger werd. Daar maakte ik me verder niet druk om. Het zou vanzelf wel komen. En zo niet, dan niet. Dan zouden we niet gaan dokteren, spraken we af. Toen ik eenmaal zwanger was, schreeuwde ik het van de daken. Dolgelukkig waren wij. Ik had een hele goede zwangerschap, nooit last van kwaaltjes. Zelfs de bevalling vond ik prachtig. Geweldig die oerkracht die naar boven komt. Ik voelde dat ik hiervoor gemaakt was.

We genoten volop van onze Nemo. Heerlijk zo’n kleintje in huis. De knuffels, kusjes, die kleine armpjes om je heen, die mollige wriemelvoetjes. Ik vond het allemaal zo mooi. Al snel besloten we voor een tweede te gaan. Ik was inmiddels 34 en we wilden er wel vier, dus zoveel tijd hadden we niet. Nemo was een half jaar en het was meteen raak. We hebben het hartje gehoord, de echo gezien. Oh wat waren we blij. Maar met vijftien weken bleek het hartje niet te kloppen. Ons kindje leefde niet meer. Dat was een enorme klap. We hadden nog niemand verteld dat we zwanger waren, dus ook voor de familie was de schok groot. Mijn ouders kregen opeens een huilende dochter aan de telefoon. Dat was zo heftig voor ze. Ze wisten helemaal niet hoe ze met mijn verdriet om moesten gaan.’’

‘’Na die miskraam gingen we meteen verder. Ik was weer snel zwanger, dat verzachtte de pijn een beetje. Ik was wel angstiger dan de eerste twee keer, maar vertrouwde erop dat het goed zou gaan. Maar ook nu stopte het hartje met kloppen. Vreselijk. Ik kon het niet geloven. Na de echo hebben we ons op de bank gestort met een fles wijn. De pijn die we voelden, is niet te beschrijven. We lieten het er niet bij zitten, gingen weer verder. Het kon toch niet drie keer achter elkaar misgaan? Maar in plaats dat ik meteen zwanger was, duurde het nu een tijd. Elke maand was een teleurstelling. We deden er alles aan om zwanger te worden. Ons seksleven werd er niet spannender op, maar dat was op dat moment niet belangrijk. Ik temperatuurde en op mijn vruchtbare dagen vreeën we. Overslaan of even niet opletten kon niet want je was zo weer een maand verder.’’

‘’Toen een zwangerschap uitbleef zijn we weer naar de gynaecoloog gegaan. Ik wilde weten wat nu, want ik werd er niet jonger op. Inmiddels hadden we wel door dat een groot gezin er waarschijnlijk niet inzat, maar we wilden toch wel heel graag minstens één broertje of zusje voor Nemo. Hij wilde het zelf ook dolgraag, vroeg ons er ook naar. We hebben hem overal zoveel mogelijk buiten gehouden, wilden hem niet opzadelen met ons verdriet. Maar als ik dan weer ruim drie maanden zwanger was, gaf ik toch wat hints. Als ik vroeg hoe hij het zou vinden, klaarde zijn gezicht helemaal op.

De arts raadde ons iui aan en we hebben drie pogingen gedaan. De eerste poging was ik overtuigd dat het goed zou gaan. Een vriendin van ons was net overleden en kort daarop bleek ik zwanger. Na zoveel ellende moest er wel iets moois komen, hield ik mezelf voor. Ik geloofde dat zij dit voor ons had geregeld. Dat ze van boven op ons neerkeek en over ons waakte. Toen ook die zwangerschap eindigde, stortte ik in. Ik heb hulp gezocht bij een psycholoog, maar die kon mij niet helpen. Ik zat er nog te vol in.’’

‘’Het was een hele zware tijd. Niet alleen voor ons, ook voor de mensen om ons heen. We hebben iedereen er zoveel mogelijk buiten gehouden. Ik wilde mijn zwakte niet tonen en vond soms dat naasten te weinig moeite deden om echt te horen hoe het met me ging. Ze moesten van mij wel echt doorvragen en interesse tonen, anders hield ik mijn mond. Doordat ik er zo krampachtig mee omging, waren anderen bang om iets te zeggen. Ze dachten dat ik het er niet over wilde hebben. Achteraf begrijp ik dat sommige naasten op eieren hebben gelopen. Ik heb het nog niet uitgesproken met bijvoorbeeld mijn ouders, zus of schoonzus, maar ik geloof best dat ik soms een secreet was. Doordat ik zo gesloten was, heb ik ze buitengesloten. Ze hadden me meer willen steunen, dat heb ik ze ontnomen. Achteraf heb ik daar spijt van. Dat zou ik nu anders doen. Ik dacht toen ook dat het allemaal wel meeviel, dat ik niet zo bezig was met zwanger worden. Nu zie ik pas hoe geobsedeerd ik bezig was. Maar als je iets zo graag wilt, als dat verlangen zo diep van binnen zit, dan doe je er alles voor. Dan ga je tot het uiterste en dan is dat eigenlijk het enige dat telt.’’

‘’Sommige mensen konden dat moeilijk te begrijpen. Ik heb reacties gehad dat het zo fijn was dat ik maar één kind had. Dat ik daar juist de voordelen van in moest zien. Anderen klaagden over hun grote, drukke gezin en vonden dat ik mijn zegeningen moest tellen. Ik kreeg het advies het los te laten en anderen die wisten dat we bezig waren, zeiden het dat het nu wel eens tijd was voor een tweede. Dat we op moesten schieten. Sommige opmerkingen komen uit dommigheid, anderen uit onbegrip. Niet iedereen begrijpt dat het verlangen naar een tweede zo groot is dat je daar zoveel mee bezig bent. Die vinden echt dat je niet moet zeuren omdat je al een gezond en heerlijk kind hebt. Dat onbegrip maakt het verdriet nog groter. Natuurlijk tellen we onze zegeningen en genieten we elke dag van Nemo. Dat neemt niet weg dat we droomden van een groot gezin. Voor ons gevoel is ons gezin zo niet compleet.’’

‘’In zulke tijden leer je wel je vrienden kennen. Ik heb gebroken met een hele goede vriendin omdat zij mij totaal niet begreep. Ook met onze zussen was het soms lastig. Zij hebben allebei twee kinderen gekregen in dezelfde periode. Mijn schoonzus heeft haar tweede zwangerschap heel voorzichtig aan ons verteld, dat vond ik lief. Mijn  zus en ik waren tegelijk zwanger. Geweldig natuurlijk! Zo leuk om dit te delen. Alleen liep het bij mij fout. Dat was moeilijk voor ons allebei. We hebben er woorden over gehad. Ik gaf aan dat ik het moeilijk had, zij ging daar voor mijn gevoel aan voorbij. Dat nam ik haar kwalijk. Ik hield haar op afstand en dat deed haar verdriet. We hebben een hele goede band, maar onze verwachtingen verschilden.  Dat deed pijn. Ik wilde dat mensen wisten dat ik het verdomd zwaar had, ook al liet ik dat niet zien. Ze konden toch wel door die buitenkant heen prikken? Ga niet zeiken over zwangerschapskwaaltjes. Ik weet niet meer of zij dat heeft gedaan, maar dat werd om mij heen wel gedaan. Dat doe je gewoon niet in mijn buurt. Toen mijn nichtje er eenmaal was, was ik blij maar ook verdrietig. Het drukte me met mijn neus op de feiten, wij hadden op dat moment ook een tweede kunnen hebben.’’

 ‘’Na de zesde miskraam zijn we gestopt met proberen. Mijn vriend zag dat ik eraan kapot ging en hij wilde echt stoppen. Ik verwachtte dat er een last van me af zou vallen, dat was niet zo. Ik stortte in een gat. Ik had nog liever die hoop, de vreugde van een zwangerschap en daarna dat immense verdriet, dan helemaal niets. Ik voelde me vreselijk. Eerst was er een allesomvattend verlangend verdriet, daarna volgde woede. Ik was boos op de hele wereld. Ik bleef in die gevoelens hangen, dus heb weer hulp gezocht. Bij de psycholoog ben ik gaan voelen. Ik dacht eigenlijk dat het nu klaar was, dat ik het verdriet op zolder kon zetten en verder kon gaan. Zo werkte het niet. Het was een rouwproces waar ik doorheen moest. Ik heb al mijn emoties gevoeld, ben mezelf wel tegengekomen in die periode. Maar ik leerde ook dat mijn boosheid er mag zijn en dat het verdriet bij mij hoort. Het zal altijd de kop opsteken. Want al heb ik het nu een plekje kunnen geven, dat verdriet is er. Bij alles wat Nemo afsluit voel ik dat dit de laatste keer is. Na hem komt er niets, dus niemand die voor het eerst mama zegt, naar de crèche gaat of de eindmusical op school heeft. Dat verdriet gaat niet weg en dat hoeft ook niet. Ik heb dat alleen wel moeten leren accepteren.    

Zwanger worden heeft tien jaar van mijn leven beheerst. Al die tijd stond ons leven stil. Natuurlijk gaan dingen door, maar echte grote beslissingen stel je uit. Ik wilde veranderen van baan. Dat deed ik niet want misschien was ik binnenkort wel zwanger, dan is een nieuwe baan niet handig. Dan was ik zwanger en op zo’n moment nam ik al helemaal geen ontslag. Als het fout ging ook niet, want dan was ik daar niet mee bezig. Zo gingen de jaren voorbij. Niet alleen qua werk stond ik stil, ook met studeren of zoiets als lijnen. Dat deed ik ook niet ervoor, tijdens of als het mis gaat. Ik stelde alles uit, schoof alles voor me uit.’’

 ‘’Onze relatie is ook op de proef gesteld. Vooral toen we stopten met proberen, was ik bang dat we het niet zouden redden. Jaren ben je samen ergens mee bezig, als dat voorbij is, blijk je er toch anders in te staan. Mijn partner ging verder, ik bleef erin hangen. Dan moet je hard werken om ook daar samen uit te komen. Je moet een nieuwe invulling vinden. We hebben een camper gekocht en willen er met z’n drieën opuit trekken. We dromen van bepaalde reizen, van een ander huis en een pleegkind. Dat willen we allebei, maar komt vooral van mij af. Ik wil zo graag dat grote gezin, ook voor Nemo. We zijn ermee bezig en ik vind het heerlijk om daarin te duiken. Ik kan nu eindelijk zeggen dat het beter met me gaat. Ik kon niets positiefs bedenken, maar ik merk dat ik door deze hele ervaring dichter bij mezelf ben gekomen. Dat is fijn. Maar het blijft een zere plek. Anderen hebben ook wel eens een miskraam gehad. Maar als de volgende dan komt, verzacht dat de pijn. Dan kan je er toch beter mee omgaan. Bij ons is die volgende nooit gekomen. Het voelt onafgemaakt. Het eindigt in niks. Al die hoop, al dat verdriet, al die stress. Het is allemaal voor niets geweest. Dat blijft moeilijk te verkroppen.’ ‘

Aan Vriendin

Augustus 2012