‘Ons gezin is niet compleet’

Aimee (44) is dolblij met haar zoontje Nemo (10). Zijn geboorte moest de start zijn van haar lievelingswens: een groot gezin. Zes miskramen verder heeft Aimee die hoop opgegeven. Niet iedereen begrijpt hoeveel pijn en verdriet het gedwongen opgeven van haar droom veroorzaakt.

‘’Mijn verdriet is niet te vergelijken met stellen die helemaal geen kinderen kunnen krijgen. Gelukkig niet. Dat lijkt me helemaal vreselijk. Wij hebben tenminste een zoon. Het nadeel van al een kind hebben is wel dat je weet hoe geweldig het is. De wens werd daardoor bij mij juist nog groter. 

Ik riep heel lang dat ik geen kinderen wilde. Ik had niks met van die kleintjes en was helemaal niet bezig met een kind van mezelf. Totdat we op wereldreis gingen. Opeens ging de knop om en wilden we heel graag kinderen. En dan niet een of twee, we droomden meteen van een groot gezin. Gezellig met z’n allen aan tafel, broers en zussen om met elkaar te vergelijken, die met elkaar konden spelen en elkaar steunen als er later iets met ons zou gebeuren.’’

,,We gingen ervoor. Het duurde een tijd voordat ik zwanger werd. Daar maakte ik me verder niet druk om. Het zou vanzelf wel komen. En zo niet, dan niet. Dan zouden we niet gaan dokteren, spraken we af. Toen ik eenmaal zwanger was, schreeuwde ik het van de daken. Dolgelukkig waren wij. Ik had een hele goede zwangerschap, nooit last van kwaaltjes. Zelfs de bevalling vond ik prachtig. Geweldig die oerkracht die naar boven komt. Ik voelde dat ik hiervoor gemaakt was.

We genoten volop van onze Nemo. Heerlijk zo’n kleintje in huis. De knuffels, kusjes, die kleine armpjes om je heen, die mollige wriemelvoetjes. Ik vond het allemaal zo mooi. Al snel besloten we voor een tweede te gaan. Ik was inmiddels 34 en we wilden er wel vier, dus zoveel tijd hadden we niet. Nemo was een half jaar en het was meteen raak. We hebben het hartje gehoord, de echo gezien. Oh wat waren we blij. Maar met vijftien weken bleek het hartje niet te kloppen. Ons kindje leefde niet meer. Dat was een enorme klap. We hadden nog niemand verteld dat we zwanger waren, dus ook voor de familie was de schok groot. Mijn ouders kregen opeens een huilende dochter aan de telefoon. Dat was zo heftig voor ze. Ze wisten helemaal niet hoe ze met mijn verdriet om moesten gaan.’’

‘’Na die miskraam gingen we meteen verder. Ik was weer snel zwanger, dat verzachtte de pijn een beetje. Ik was wel angstiger dan de eerste twee keer, maar vertrouwde erop dat het goed zou gaan. Maar ook nu stopte het hartje met kloppen. Vreselijk. Ik kon het niet geloven. Na de echo hebben we ons op de bank gestort met een fles wijn. De pijn die we voelden, is niet te beschrijven. We lieten het er niet bij zitten, gingen weer verder. Het kon toch niet drie keer achter elkaar misgaan? Maar in plaats dat ik meteen zwanger was, duurde het nu een tijd. Elke maand was een teleurstelling. We deden er alles aan om zwanger te worden. Ons seksleven werd er niet spannender op, maar dat was op dat moment niet belangrijk. Ik temperatuurde en op mijn vruchtbare dagen vreeën we. Overslaan of even niet opletten kon niet want je was zo weer een maand verder.’’

‘’Toen een zwangerschap uitbleef zijn we weer naar de gynaecoloog gegaan. Ik wilde weten wat nu, want ik werd er niet jonger op. Inmiddels hadden we wel door dat een groot gezin er waarschijnlijk niet inzat, maar we wilden toch wel heel graag minstens één broertje of zusje voor Nemo. Hij wilde het zelf ook dolgraag, vroeg ons er ook naar. We hebben hem overal zoveel mogelijk buiten gehouden, wilden hem niet opzadelen met ons verdriet. Maar als ik dan weer ruim drie maanden zwanger was, gaf ik toch wat hints. Als ik vroeg hoe hij het zou vinden, klaarde zijn gezicht helemaal op.

De arts raadde ons iui aan en we hebben drie pogingen gedaan. De eerste poging was ik overtuigd dat het goed zou gaan. Een vriendin van ons was net overleden en kort daarop bleek ik zwanger. Na zoveel ellende moest er wel iets moois komen, hield ik mezelf voor. Ik geloofde dat zij dit voor ons had geregeld. Dat ze van boven op ons neerkeek en over ons waakte. Toen ook die zwangerschap eindigde, stortte ik in. Ik heb hulp gezocht bij een psycholoog, maar die kon mij niet helpen. Ik zat er nog te vol in.’’

‘’Het was een hele zware tijd. Niet alleen voor ons, ook voor de mensen om ons heen. We hebben iedereen er zoveel mogelijk buiten gehouden. Ik wilde mijn zwakte niet tonen en vond soms dat naasten te weinig moeite deden om echt te horen hoe het met me ging. Ze moesten van mij wel echt doorvragen en interesse tonen, anders hield ik mijn mond. Doordat ik er zo krampachtig mee omging, waren anderen bang om iets te zeggen. Ze dachten dat ik het er niet over wilde hebben. Achteraf begrijp ik dat sommige naasten op eieren hebben gelopen. Ik heb het nog niet uitgesproken met bijvoorbeeld mijn ouders, zus of schoonzus, maar ik geloof best dat ik soms een secreet was. Doordat ik zo gesloten was, heb ik ze buitengesloten. Ze hadden me meer willen steunen, dat heb ik ze ontnomen. Achteraf heb ik daar spijt van. Dat zou ik nu anders doen. Ik dacht toen ook dat het allemaal wel meeviel, dat ik niet zo bezig was met zwanger worden. Nu zie ik pas hoe geobsedeerd ik bezig was. Maar als je iets zo graag wilt, als dat verlangen zo diep van binnen zit, dan doe je er alles voor. Dan ga je tot het uiterste en dan is dat eigenlijk het enige dat telt.’’

‘’Sommige mensen konden dat moeilijk te begrijpen. Ik heb reacties gehad dat het zo fijn was dat ik maar één kind had. Dat ik daar juist de voordelen van in moest zien. Anderen klaagden over hun grote, drukke gezin en vonden dat ik mijn zegeningen moest tellen. Ik kreeg het advies het los te laten en anderen die wisten dat we bezig waren, zeiden het dat het nu wel eens tijd was voor een tweede. Dat we op moesten schieten. Sommige opmerkingen komen uit dommigheid, anderen uit onbegrip. Niet iedereen begrijpt dat het verlangen naar een tweede zo groot is dat je daar zoveel mee bezig bent. Die vinden echt dat je niet moet zeuren omdat je al een gezond en heerlijk kind hebt. Dat onbegrip maakt het verdriet nog groter. Natuurlijk tellen we onze zegeningen en genieten we elke dag van Nemo. Dat neemt niet weg dat we droomden van een groot gezin. Voor ons gevoel is ons gezin zo niet compleet.’’

‘’In zulke tijden leer je wel je vrienden kennen. Ik heb gebroken met een hele goede vriendin omdat zij mij totaal niet begreep. Ook met onze zussen was het soms lastig. Zij hebben allebei twee kinderen gekregen in dezelfde periode. Mijn schoonzus heeft haar tweede zwangerschap heel voorzichtig aan ons verteld, dat vond ik lief. Mijn  zus en ik waren tegelijk zwanger. Geweldig natuurlijk! Zo leuk om dit te delen. Alleen liep het bij mij fout. Dat was moeilijk voor ons allebei. We hebben er woorden over gehad. Ik gaf aan dat ik het moeilijk had, zij ging daar voor mijn gevoel aan voorbij. Dat nam ik haar kwalijk. Ik hield haar op afstand en dat deed haar verdriet. We hebben een hele goede band, maar onze verwachtingen verschilden.  Dat deed pijn. Ik wilde dat mensen wisten dat ik het verdomd zwaar had, ook al liet ik dat niet zien. Ze konden toch wel door die buitenkant heen prikken? Ga niet zeiken over zwangerschapskwaaltjes. Ik weet niet meer of zij dat heeft gedaan, maar dat werd om mij heen wel gedaan. Dat doe je gewoon niet in mijn buurt. Toen mijn nichtje er eenmaal was, was ik blij maar ook verdrietig. Het drukte me met mijn neus op de feiten, wij hadden op dat moment ook een tweede kunnen hebben.’’

 ‘’Na de zesde miskraam zijn we gestopt met proberen. Mijn vriend zag dat ik eraan kapot ging en hij wilde echt stoppen. Ik verwachtte dat er een last van me af zou vallen, dat was niet zo. Ik stortte in een gat. Ik had nog liever die hoop, de vreugde van een zwangerschap en daarna dat immense verdriet, dan helemaal niets. Ik voelde me vreselijk. Eerst was er een allesomvattend verlangend verdriet, daarna volgde woede. Ik was boos op de hele wereld. Ik bleef in die gevoelens hangen, dus heb weer hulp gezocht. Bij de psycholoog ben ik gaan voelen. Ik dacht eigenlijk dat het nu klaar was, dat ik het verdriet op zolder kon zetten en verder kon gaan. Zo werkte het niet. Het was een rouwproces waar ik doorheen moest. Ik heb al mijn emoties gevoeld, ben mezelf wel tegengekomen in die periode. Maar ik leerde ook dat mijn boosheid er mag zijn en dat het verdriet bij mij hoort. Het zal altijd de kop opsteken. Want al heb ik het nu een plekje kunnen geven, dat verdriet is er. Bij alles wat Nemo afsluit voel ik dat dit de laatste keer is. Na hem komt er niets, dus niemand die voor het eerst mama zegt, naar de crèche gaat of de eindmusical op school heeft. Dat verdriet gaat niet weg en dat hoeft ook niet. Ik heb dat alleen wel moeten leren accepteren.    

Zwanger worden heeft tien jaar van mijn leven beheerst. Al die tijd stond ons leven stil. Natuurlijk gaan dingen door, maar echte grote beslissingen stel je uit. Ik wilde veranderen van baan. Dat deed ik niet want misschien was ik binnenkort wel zwanger, dan is een nieuwe baan niet handig. Dan was ik zwanger en op zo’n moment nam ik al helemaal geen ontslag. Als het fout ging ook niet, want dan was ik daar niet mee bezig. Zo gingen de jaren voorbij. Niet alleen qua werk stond ik stil, ook met studeren of zoiets als lijnen. Dat deed ik ook niet ervoor, tijdens of als het mis gaat. Ik stelde alles uit, schoof alles voor me uit.’’

 ‘’Onze relatie is ook op de proef gesteld. Vooral toen we stopten met proberen, was ik bang dat we het niet zouden redden. Jaren ben je samen ergens mee bezig, als dat voorbij is, blijk je er toch anders in te staan. Mijn partner ging verder, ik bleef erin hangen. Dan moet je hard werken om ook daar samen uit te komen. Je moet een nieuwe invulling vinden. We hebben een camper gekocht en willen er met z’n drieën opuit trekken. We dromen van bepaalde reizen, van een ander huis en een pleegkind. Dat willen we allebei, maar komt vooral van mij af. Ik wil zo graag dat grote gezin, ook voor Nemo. We zijn ermee bezig en ik vind het heerlijk om daarin te duiken. Ik kan nu eindelijk zeggen dat het beter met me gaat. Ik kon niets positiefs bedenken, maar ik merk dat ik door deze hele ervaring dichter bij mezelf ben gekomen. Dat is fijn. Maar het blijft een zere plek. Anderen hebben ook wel eens een miskraam gehad. Maar als de volgende dan komt, verzacht dat de pijn. Dan kan je er toch beter mee omgaan. Bij ons is die volgende nooit gekomen. Het voelt onafgemaakt. Het eindigt in niks. Al die hoop, al dat verdriet, al die stress. Het is allemaal voor niets geweest. Dat blijft moeilijk te verkroppen.’ ‘

Aan Vriendin

Augustus 2012

Rozen voor Marloes Duijts

20 rozen, 20 vragen. Dat is het Vriendin-boeket. Deze week ontmoet Vriendin’s Michèle Marloes, de vrouw van volkszanger Frans Duijts. Zij mag 10 rozen uitkiezen en de bijbehorende vragen op de kaartjes beantwoorden.

 1. Wat is je mooiste dierenmoment?

‘’Ik ben gek op dieren. We hebben een hond, twee cavia’s en twee vissen. Ik heb van alles met ze meegemaakt, maar mijn mooiste moment was toch op mijn veertiende met mijn verzorgpony. Ik ben wezenloos van paarden, liep altijd rond op de manege. Toen mijn verzorgpony een veulen kreeg, mocht ik erbij zijn. We hadden allemaal hooibalen in de stal neergelegd en daar beviel ze. Heel indrukwekkend om te zien. Nadat de moeder dat kleine paardje had schoongelikt, probeerde ze te staan. Wankelend kwam ze overeind. Dat was zo mooi!

Doordat ik haar geboorte van zo dichtbij had meegemaakt, voelde Noghty Girl echt als mijn paardje. Ik deed alles met haar. Ik verzorgde haar, deed de eerste halster om en leerde haar zoveel mogelijk. We hadden echt een bijzondere band.

Anderhalf jaar later verhuisden we en moest ik mijn paardje achterlaten. Dat was heel zwaar. Ik heb er zoveel verdriet om gehad. Ik ben nooit meer teruggegaan, dat wilde ik niet. Ik heb daarna ook alles afgezworen wat met paarden te maken heeft. Raar misschien, maar ik vond het gewoon te moeilijk.

Onze oudste heeft dezelfde passie voor paarden. Als zij straks wil paardrijden, wie weet pak ik het dan ook wel weer op.’’

 2. Wat is het mooiste cadeau dat je ooit hebt gekregen?

‘’Voor mijn eerste verjaardag samen met Frans, wilde ik eigenlijk alleen maar een rode roos. Dat leek me zo romantisch. Een roos is voor mij echt het symbool van de liefde. Wat dat betreft ben ik heel blij met deze prachtige bos van Vriendin.

We zaten met de hele familie bij elkaar toen Frans binnen kwam met mijn cadeau. Vol spanning maakte ik het pakket open en wat zat erin… een mini barbecue. Ik probeerde me goed te houden, maar was echt teleurgesteld. Ik ben niet ondankbaar, maar wat moest ik met zo’n ding?

Gelukkig pakte hij daarna een pakje met daarin een hele mooie armband. Wat was ik blij!

Mijn familie wist dat Frans een geintje met me uit wilde halen, ze hebben zich rot gelachen. Nog steeds wordt het verhaal tijdens familieweekenden opgerakeld. Dan wordt mijn teleurgestelde gezicht weer nagedaan tot hilariteit van iedereen.

Die roos kreeg ik dus niet voor mijn verjaardag, maar dat heeft Frans daarna wel goedgemaakt. Ik heb veel rozen van heb gehad en tegenwoordig neemt hij elk weekend wel zes bossen bloemen voor me mee. Niet zelf gekocht, hij krijgt ze van enthousiaste fans. Maar ook daar ben ik heel blij mee.’’  

 3. Is alles echt aan jou?

‘’Ja hoor, alles is honderd procent echt aan mij. Ik ben zoals ik ben en denk ook niet dat ik ooit iets aan mezelf laat veranderen. Zeker als ik kijk hoe mooi mijn moeder is, dan denk ik niet dat ik het nodig ga hebben. Ouder worden heeft z’n charmes, vind ik. Een lijntje of rimpel vind ik helemaal niet erg. Maar als mensen zich er wel aan storen of een deel van hun lichaam niet mooi vinden, dan is botox of plastische chirurgie een optie. Ik veroordeel dat niet. Het is gewoon niks voor mij.‘’

 4. Waar ben je verslaafd aan (geweest)?

‘’Aan eten. Dat is een groot probleem voor mij. Elke dag is het weer een worsteling. Toen ik Frans leerde kennen woog ik 65 kilo. Ik was slank, at weinig, wilde ook nooit iets nieuws proberen. Wat de boer niet kent, dat eet hij niet. Zo was ik. Met Frans ben ik meer gaan eten. Hij liet me van alles proeven en ik kwam erachter dat veel gerechten eigenlijk heel lekker zijn.

Ik eet alleen te veel slechte dingen. Vooral als ik ’s avonds alleen op de bank zit terwijl Frans aan het optreden is, grijp ik naar snoep. Ik kan dan niet stoppen, dus het blijft niet bij een stukje chocola. Ik eet de hele reep op en werk daarna nog wat chips naar binnen. Broodjes shoarma of een papatje, daar ben ik ook gek op.

Met al dat ongezonde eten, vliegen de kilo’s er natuurlijk aan. In het begin had ik er niet zo’n moeite mee, inmiddels wel. Ik heb al meerdere diëten gevolgd, maar als ik daarmee stop komen de kilo’s er weer aan.

Frans en ik houden ons nu allebei een 500 calorieën dieet. Dat betekent ‘s ochtends een flinke bak fruit, ‘s middags crackertjes, tussendoor een cup a soup en ‘s avonds onbeperkt groente en een klein stukje vlees. Verder drink ik de hele dag door water. Bij Frans is er tien kilo af en bij mij 8,5 kilo. Ik wil er nu nog 13 af.

Gezonde voeding, dat moet straks onze levensstijl worden. Dat wordt een uitdaging. Ik heb nu minder behoefte aan zoet, maar ik zou er eigenlijk niet meer aan moeten beginnen. Neem ik weer een stukje chocola, dan ga ik denk ik overstag. Het zal altijd een gevecht tegen de kilo’s blijven.’’

 5. Waar geloof jij in?

‘’Ik geloof in mezelf. Ik geloof dat als je datgene waar je voor staat bij je houdt, dat je dan alles kan bereiken wat je wilt. Dat hebben Frans en ik samen wel bewezen. We hebben geknokt voor zijn succes. Frans werkt er hard voor en ik sta hem altijd bij.

Ik geloof ook in God, maar wel op mijn eigen manier. Ik vind dat je niet perse naar de kerk moet gaan als je gelooft. Dat gevoel zit van binnen.

Frans viel in 2002 tijdens zijn werk 10 meter naar beneden. Ik dacht dat hij er was geweest. Een jaar lang zat hij thuis met open benen en heb ik hem verzorgd. Het was afwachten hoe hij zou herstellen, maar gelukkig is hij helemaal de oude geworden. Ik heb God daar echt op mijn blote knietjes voor bedankt.’’

 6. Wat was je eerste gedachte toen je vanmorgen wakker werd?

‘’Shit, de meiden moeten naar school.. Ze hebben nog geen vakantie. Het is zulk mooi weer, ik vind het gewoon sneu dat ze de hele dag binnen moeten zitten. Het is dat ik ze niet ziek thuis wil houden, maar anders wist ik het wel haha. Gelukkig hoeven ze nog maar even. Het is bijna zomervakantie en dan kunnen ze heerlijk hun eigen gang gaan. Dat betekent voor ons uitslapen. We zijn echte langslapers. Als de kinderen vrij zijn, blijven we allemaal lekker in bed liggen. Daar verheug ik me nu al op.’’

 7. Vind je het fijn om een bn-er te zijn?

‘’Ja en nee. Aan de ene kant vind ik het heel bijzonder. Door het succes van Frans komen we op plaatsen waar je normaal niet terecht komt. We maken dingen mee waar ik voorheen alleen maar van droomde. Zo waren we laatst met een groep artiesten voor opnames op Ibiza. Geweldig. Het was zo gezellig en we werden enorm in de watten gelegd. Daar geniet ik dan volop van.

Aan de andere kant heeft het een behoorlijke impact op ons privé-leven. Daar heb ik soms moeite mee. Laatst waren we met de kinderen naar de Efteling. Dan wil iedereen met Frans op de foto. Overal gillende meiden en mensen die een praatje met hem willen maken. De kinderen snappen die aandacht niet. Zij zien Frans gewoon als hun vader. Als ze aan het einde van zo’n Efteling-dag vragen wanneer papa nou eens klaar is met werken, is dat best moeilijk uit te leggen.

Een uitje als gezin is anders geworden. Dat hoort nou eenmaal bij succes dus daar zullen we aan moeten wennen.’’

8. Wat is het beste advies dat je ooit hebt gekregen?

‘’Ik weet niet meer wie het tegen me heeft gezegd en wanneer, maar het beste advies is voor mij ‘Vergeet nooit wie je bent en blijf jezelf’. Dat is nog steeds ons levensmotto. Als bn-er is dat soms wel eens lastig. Zeker voor Frans omdat hij zoveel veren toegestoken krijgt. Juist dan moet je je blijven realiseren dat je niet beter bent dan een ander. Gelukkig is Frans ook heel nuchter en staan we samen met beide benen op de grond.’’

 9. Van welk boek was je het meest onder de indruk?

‘’Ik lees veel, kan me helemaal verliezen in een boek. Heerlijk is dat! De meeste indruk maakte ‘Echte mannen eten geen kaas’ van Maria Mosterd. Ze beschrijft daarin de vier jaar die ze in handen was van een loverboy. Ik vond dat verhaal zo heftig. De dingen die ze beschrijft, het is toch vreselijk dat zoiets gebeurt. Het boek heeft natuurlijk wel een raar staartje gekregen doordat blijkt dat ze het allemaal heeft verzonnen. Dat kan ik me bijna niet voorstellen. Zoiets gruwelijks, zo’n hel, dat verzin je toch niet?

Al is dit boek verzonnen, zulke dingen gebeuren wel. Loverboys die eerst het vertrouwen winnen van kwetsbare meisjes en ze daarna helemaal uitbuiten. Die meiden gaan zo ver voor die jongens, doen dingen die zo tegen hun gevoel ingaan. Onvoorstelbaar vind ik dat.  ‘’

 10. Welk element ben je; aarde, water, lucht of vuur?
‘’Overduidelijk aarde. Ik sta met beide beentjes op de grond. Ik weet heel goed wat ik wel en niet wil. Als ik het ergens niet mee eens ben, neem ik geen blad voor de mond. Dat vindt misschien niet iedereen leuk, maar ik maak van mijn hart geen moordkuil. Frans heeft dat ook. Dat is volgens mij een waardevolle eigenschap in de showbusiness.’’

 

Wie is Marloes Duijts?

Geboren: 9 januari 1981 in Zuidland.

Woonplaats: Tiel.

Relatie: Marloes is getrouwd met zanger Frans Duijts. Hij is één van de populairste volkszanger van Nederland. Hij werd bekend als Andre Hazes-imitator en scoorde de laatste twee jaar grote hits met ‘Lieveling’ en ‘Jij denkt maar dat je alles mag van mij’.

Kinderen: Jolanda (5), Wilhelmina (3) en Alisha (2).

Opleiding: vbo-mavo en daarna de kappersopleiding.

Carrière: Marloes werkte als kapster. Die carrière heeft ze opgegeven toen Alisha werd geboren. Ze knipt nog vrienden en familie en wil haar werk misschien weer oppakken als de meiden naar school gaan. Tot die tijd is ze druk als fulltime moeder, terwijl Frans overdag in het sloopbedrijf van zijn familie werkt en ’s avonds door het hele land optreedt. Het stel was de afgelopen maanden op tv te zien met de reallife soap ‘Leef je droom’.  

 

 

 

 

‘Als mama mis ik mijn moeder zo’

 “Na de geboorte van onze dochter Eva voelde ik zoveel liefde, maar ook verdriet. Ik kwam in het rouwproces en was bang voor een postnatale depressie. Dat beangstigde me want mijn moeder had daar last van na mijn geboorte. Haar depressie is nooit weggegaan. De laatste twee jaar van haar leven woonde ze in een psychiatrische inrichting, was ze alleen de weekenden thuis. In zo’n weekend heeft ze zelfmoord gepleegd. Ik was toen zes.

Op die leeftijd realiseer je je niet dat je mama nooit meer terugkomt. Dat komt later. In mijn studietijd was ik er veel mee bezig. Ik deelde mijn verhaal met lotgenoten, uitte mijn emoties in speciale rouwweekenden. Ik had talloze vragen. Waarom had ze het gedaan, maar ook ha ik haar tegen kunnen houden. Ik heb daar voor mezelf wel antwoorden op gevonden. Zeker nu ik zelf mama ben, weet ik dat de mijne wel heel erg ziek moest zijn om niet te kunnen genieten van zoiets moois.

Ik kan me haar niet zo goed meer herinneren. Sinds ik moeder ben, is ze ook in mijn hoofd weer volop aanwezig. Ik mis haar. Dat gevoel overviel me na de bevalling. Ik zat opeens weer midden in een rouwproces. Dat hebben veel moeders zonder moeder, weet ik nu. Ik was op zoek naar bevestiging. Wilde weten hoe ik als baby was. Was ik vrolijk, wanneer kroop ik, wat vond ik lekker, had ik ook last van mijn eerste tandjes? Gelukkig kan ik met die vragen bij mijn vader terecht. Hij weet nog veel. Familieleden vertellen ook verhalen over mijn moeder, zeggen bijvoorbeeld dat Eva bepaalde trekjes van haar heeft. Dat vind ik fijn. Maar ik ben zo benieuwd hoe zij het vond om moeder te zijn, of ze ook onzeker was, of ze ondanks haar depressie wel die bijzondere band voelde.

Ook in de dagelijkse dingen mis ik haar. Ik fantaseer wel eens hoe fijn het zou zijn als ze nog leefde. Hoe heerlijk het zou zijn om met een trotse oma vol bewondering naar Eva te kijken, om zelf ook eens bemoederd te worden.

Mijn vader kreeg op mijn achtste een relatie met Ingrid. Onze band was heel goed. Ze heeft nooit geprobeerd mijn moeders plek in te nemen, maar ze was als een moeder voor me. Na anderhalf jaar noemde ik haar mama en dat voelde goed. Ik gunde haar zo om oma te worden. Helaas heeft ze dat niet meegemaakt. Op mijn dertigste overleed ze aan kanker. Dat was heel moeilijk. Ik vond het zo oneerlijk. Weer verloor ik mijn moeder.

De laatste maanden van haar leven waren intens. Mijn vader en ik hebben in die tijd en ook na haar dood emoties gedeeld. Voor het eerst spraken we ook goed over mijn eerste moeder. Dat was heel bijzonder.

Ik heb het verdriet een plek gegeven, maar soms krijg je weer een brokje voor je kiezen. Zoals na mijn bevalling. Het verdriet was er opeens weer. Het gemis van allebei mijn moeders. Ik vond het heel moeilijk om dat te accepteren. Ik wilde alleen maar blij zijn met Eva. Gewoon genieten. Maar dat gevoel overspoelt je. Dat was heftig. Als prille moeder ben je extra kwetsbaar, dan wil je de bevestiging dat je het goed doet. Bij je moeder lijkt alles meer vanzelfsprekend. Ze helpt je als iets niet goed gaat, vertroeteld je en bij haar hoef je je niet groot te houden. Dat mis ik nog het meest. Die onvoorwaardelijke liefde van een moeder.

Het verdriet is er nog, maar minder heftig dan die eerste maanden. Ik stond de pijn toe, gaf mezelf de ruimte om verdrietig te zijn. Ook heb ik contact gezocht met de stichting Moeders zonder moeder. Het is fijn om met lotgenoten te praten. Dan hoor je dat het niet raar is wat je voelt. Dat je geen slechte moeder bent als je even verdriet hebt. Je hoeft ook niets uit te leggen. Iedereen snapt dat ik het zwaar heb als ik in de stad een vrouw met haar kind en haar moeder vrolijk voorbij zie komen. Dat steekt. Ik heb een goede band met mijn schoonouders, ze staan altijd voor ons klaar. Het contact met mijn schoonmoeder is open en fijn. Maar het is toch anders.

Het is niet zo dat ik zielig ben. De dood hoort bij het leven, iedereen verliest iemand die hem lief is. Alleen kan dat verdriet je plotseling overvallen en daar moet je mee leren omgaan. Maar het verliezen van mijn twee moeders zorgt er ook voor dat ik heel erg geniet van wat er wel is. Het is zo mooi om moeder te zijn. Ik probeer echt van alle kleine dingen te genieten, want morgen kan alles anders kan zijn.Ik neem niets voor gewoon aan.’’

Tekst Michèle Hartog

De namen zijn op verzoek gefingeerd.

‘Ik kreeg een hekel aan zijn dochter’

 Lonneke: ‘’Je hoort vaak over problemen met stiefkinderen. Ik dacht altijd dat het wel mee zou vallen. Het is toch juist gezellig met z’n allen? Een beetje naïef van mij, dat weet ik nu. Het is echt lastig om met andermans kinderen in een huis te wonen. Je hebt te maken met exen, andere gezinnen, verschillende meningen en commentaar op je kinderen ligt nou eenmaal gevoelig.’’

‘’Mijn zoon Marvin (13) en ik lijken veel op elkaar. Hij was nog heel klein toen zijn vader en ik uit elkaar gingen, dus ik heb hem grotendeels alleen opgevoed. Daardoor zijn we echt twee handen op één buik. Toen Colin en ik elkaar leerde kennen, vertelde hij meteen over zijn kinderen. Jeroen (16) en Sara (6) hebben een andere moeder. Jeroen woonde bij Colin, Sara was doordeweeks twee dagen en om het weekend bij haar vader. Colin vond het moeilijk dat hij zijn dochter niet dagelijks zag. Hij miste haar, voelde zich schuldig over de breuk met haar moeder. Ik vond het mooi dat hij zo vol liefde over zijn kinderen sprak. Was blij dat hij zo betrokken was. Voor mij was het geen probleem dat we beiden kinderen hebben. Alleen vond ik het vervelend dat hij te maken heeft met twee exen. Aan de andere kant had ik ook geen problemen met mijn ex, dus het kon ook goed gaan.’’

‘’In het begin ging het allemaal goed. Ik was stapelverliefd, vond alles leuk aan Colin. Hij was lief, zorgzaam en grappig. Met Marvin zat het ook meteen goed. Hij vond het leuk dat ik weer verliefd was en was gek met Colin. Met Jeroen klikte het ook. Hij leek op zijn vader. Een leuke jongen met veel humor. Ik genoot echt als we met z’n vieren waren. We hielden van dezelfde dingen, gingen met z’n allen naar een kickboksgala of keken thuis gezellig naar voetbal. Altijd lachen en lekker gek doen.

Het ging hartstikke goed, behalve als Sara kwam. Ze vond het moeilijk dat haar ouders uit elkaar waren. Was ze bij haar papa, dan miste ze mama. En andersom. De stemming veranderde meteen als ze binnen kwam. Ze was gewend om alleen met haar moeder te zijn, was echt een meisje-meisje. Bij ons in de drukte was ze in het begin een beetje stil en teruggetrokken. Ze moest elke keer weer wennen, dat was eigenlijk heel zielig. Het wakkerde het schuldgevoel van Colin natuurlijk nog meer aan. Hij wilde het haar zo graag naar de zin maken. Alles stond in het teken van zijn dochter. Die jongens gingen ook hun eigen gang, Sara niet. Die was het liefste de hele dag bij papa in de buurt.

Jeroen was net z’n vader, Sara leek meer op haar moeder. Heel lief en zacht. Stapelgek op haar vader, maar ook een beetje zweverig en serieus. Ze had andere interesses en Colin deed echt zijn best om haar blij te maken. Op tv keken we voornamelijk naar tekenfilms, op zaterdag en zondag gingen we naar de speeltuin, het zwembad, de dierentuin of iets anders wat Sara wilde. In het begin snapte ik wel dat hij haar wilde verwennen, maar ik ergerde me er steeds meer aan. Ik wilde ook wel iets doen alleen met mijn vriend. Of iets doen wat het hele gezin leuk vond.’’

‘’Colin en ik hadden nooit een weekend met z’n tweeën. In het weekend dat Sara er niet was en Marvin naar zijn vader ging, bleef Jeroen bij ons. Hij had nauwelijks contact met zijn moeder en Colin wilde hem ook niet naar een vriendje of familie sturen. Jeroen ging natuurlijk wel z’n eigen gang, maar met eten en ’s avonds hielden we toch rekening met hem. Ik vond het gezellig met z’n drieën, maar wilde Colin ook wel eens voor mezelf hebben. We hadden al zo weinig tijd samen doordat ik overdag werk en hij ’s avonds. Eigenlijk wilde ik in het weekend dan lekker met hem zijn. Maar dat lukte niet. Er was altijd wel iemand in huis. We hadden niet eens tijd om te vrijen. Ja, even snel op vrijdagochtend. Nadat de jongens de deur uitwaren en voordat Sara werd gebracht. 

Daar baalde ik van, maar aan de andere kant hadden we het heerlijk samen. Waren we wel eens met z’n tweeën, dan hadden we de grootste lol. Konden we uren kletsen, lachen, gingen we helemaal in elkaar op. Marvin en Jeroen waren ook net broers. Altijd aan het geinen, nooit gezeur of ruzie. Dan daagden ze samen Colin uit en rolden ze met z’n drieën lachend over de vloer. Ik genoot van die momenten. Ik hoopte dat Colin en ik wat meer tijd voor elkaar zouden hebben als we samenwoonden. We waren wel meer samen, maar met z’n allen in één huis was ook lastiger. Ik had opeens nooit meer tijd voor mezelf. Als ik uit mijn werk een blaadje wilde lezen, stormde Jeroen het huis binnen met een groep vrienden. Of ging de tv keihard aan. Marvin deed dat soort dingen natuurlijk ook, maar was minder luidruchtig. Hij hield meer rekening met mij. Daarbij kon ik toch ook meer hebben van mijn eigen zoon. Als je samenwoont, bemoei je je automatisch ook meer met de opvoeding van elkaars kinderen. Ik had daar geen moeite mee. Colin wel. Hij is zelf niet zo streng en vond dat ik te veel commentaar had. Dus kregen we ruzie. Colin zag alles als een aanval. Zo vond ik Jeroen oud genoeg voor een baantje of kon hij best wat vaker helpen met het huishouden. Van Colin hoefde dat niet, zijn zoon mocht het zelf weten. Hij vond het logisch dat hij Sara verwende omdat hij haar al zo weinig zag. Hij vond me een zeur, meende dat ik niet voor zijn kinderen wilde gaan. Wat een onzin! Ik was hartstikke gek op Jeroen, deed altijd leuke dingen met die twee jongens. Met Sara had ik wel wat meer moeite, maar we deden samen ook leuke dingen. Ze was zonder haar vader een week mee op vakantie met mijn familie. Dat was hartstikke leuk. Ze genoot, was vrolijk en gezellig. Ze had vriendinnetjes en tussen ons ging het heel goed. Met Colin erbij werd ze een ander kind. Dan waren ze vooral met elkaar bezig.’’

 ‘’De discussies over de kinderen werden steeds heftiger. We dachten gewoon anders over sommige dingen. Tijdens mijn vakantie wilde ik een week met z’n allen weg en een weekje met z’n tweeën of samen met de jongens. Met zulke pubers doe je toch andere dingen dan met een klein meisje erbij. Colin wilde Sara niet buitensluiten. Ze zou gewoon twee weken blijven en eigenlijk vond hij dat nog te kort, zeker omdat ze acht weken vrij is. Ik zat in tweestrijd. Ik snapte dat hij er voor zijn dochter wilde zijn, maar het waren wel ook mijn enige vrije dagen. Ik had ook behoefte aan rust en even de volle aandacht van mijn vriend. Maar Sara ging mee en het werd een fiasco. Het regende fulltime, zaten we daar opgepropt in een caravan. Die jongens gingen hun eigen gang, Sara bleef altijd bij ons. Het irriteerde me mateloos. Ik zag haar echt als een last. Had het gevoel dat zij mijn vakantie had verziekt. Ik kreeg zelfs een beetje een hekel aan haar. Achteraf vind ik dat heel erg, want het was natuurlijk niet haar schuld. Het kwam gewoon door de situatie. Colin heeft twee kinderen die hij veel aandacht gaf, maar ik wilde hem ook wel eens voor mezelf hebben. We waren verliefd, zaten nog in de fase dat we niet van elkaar af konden blijven. Maar dat moest wel omdat Sara altijd in de buurt was. Het was misschien egoïstisch van me, maar ik wilde haar gewoon niet steeds om ons heen hebben.

Na de vakantie trok ik me terug. Ik ging elk vrij uurtje naar sportschool, zag als een berg op tegen het weekend dat z’n dochter kwam. Dan vluchtte ik weg naar mijn moeder of vriendinnen. Op mijn vrije dagen was Sara altijd bij ons, dus die ruilde ik ook om. Zo kon Colin meer dingen met zijn dochter doen en had ik meer rust in mijn vrije tijd. Dat betekende wel dat Colin en ik elkaar nog minder zagen. En waren we dan eindelijk met z’n tweeën, dan kregen we alsnog ruzie over de kinderen en de hele situatie. Dat vrat zoveel energie. Ik voelde me een zeikerd en totaal niet begrepen. We woonden met z’n allen, maar ik ben nog nooit zo eenzaam geweest. Op een gegeven moment was ik het zat en ben weggegaan.’’

‘’Nu het uit is, begrijpt Colin me beter. Hij heeft er met anderen over gepraat en ziet in dat ik ook het gevoel moet hebben belangrijk te zijn. We missen elkaar, dus proberen nu te latten. We zien elkaar weinig, maar als we samen zijn is het leuk. In het weekend dat Sara er is, spreken we niet af. De andere week gaat Jeroen naar een vriendje of familie en doen we leuke dingen. Gezellig naar de film of een feestje, lekker uitslapen of uren vrijen zonder gestoord te worden. Heerlijk! Natuurlijk hadden we het allebei liever anders gezien. Zouden we liever gelukkig met z’n allen zijn. Maar dat perfecte plaatje bestaat niet.’’

Om privacyredenen zijn alle namen veranderd.

Tekst: Michèle Hartog

HARTSVERHAAL 

 

 

‘Spijt heb ik niet’

In Vriendin-nummer 37 van 2005 vertelde Mariska (44) over haar grote liefde Karim (27) uit Tunesië. Ondanks het leeftijdsverschilverschil, andere achtergrond en negatieve reacties uit haar omgeving, vertrok Mariska voor hem naar Afrika.

 ,,Er is veel gebeurd sinds het interview. Ik was toen anderhalf jaar samen met mijn vakantieliefde, we waren net getrouwd en dolgelukkig. Ik vond het best lastig om alles achter me te laten en in Tunesië opnieuw te beginnen. Maar na een paar maanden had ik mijn draai gevonden. Ik werkte bij een reisbureau waar ik leuke mensen ontmoette. Karim en ik deden veel samen, ik kreeg vriendinnen en in zijn familie voelde ik me heel welkom. Iedereen was hartelijk, zijn zussen betrokken me overal bij. Ze zorgden ervoor dat ik me thuis voelde zo ver weg van mijn familie en vrienden.

Al snel na ons trouwen bleek ik zwanger. We waren zo blij! Maar met een kleintje op komst, begonnen ook de zorgen. Voor ons huwelijk zei Karim nooit te willen emigreren. Hij was gelukkig in zijn land, kon niet zonder zijn familie en vrienden. Maar Tunesië is erg arm, onderwijs en zorg zijn lang niet zo goed geregeld als hier. Karim dacht dat ons kleintje beter op kon groeien in Nederland. Vanwege mijn leeftijd, toen 39, vond ik het ook prettig om in Nederland te zwangeren en te bevallen. Ik kon makkelijk terug. Mijn oude huis was nog niet verkocht. De negen maanden onbetaald verlof waren net voorbij, maar mijn baas wilde me graag terughebben. Dus na een half jaar was het mooie avontuur in Tunesië over. Achteraf weet ik niet of dat een juiste beslissing is geweest. In Tunesië ging het goed tussen ons. We deelden alles, vulden elkaar perfect aan en hadden zoveel lol. We waren gelukkig. Vooral Karim was daar echt gelukkig.’’

 Het eerste jaar in Nederland genoten we volop van onze zoon Amir. Karim was de hele dag met hem bezig. Hij was heel zorgzaam, deed alles voor ons. Begin 2006 zat mijn zwangerschapsverlof er op en in maart startte Karim met inburgeren. Hij was de beste van zijn klas. Hij was enthousiast en leergierig, zette zich helemaal in. Het ging eigenlijk allemaal goed. Karim miste zijn familie en vrienden wel, maar we hielden veel contact en hij voelde zich hier steeds meer thuis. Hij zat op voetbal en leerde leuke jongens kennen. Het klikte ook met mijn vrienden. Voor ons huwelijk waren zij nogal sceptisch. Ze geloofden niet in onze liefde. Ze dachten dat Karim misbruik van mij maakte. Dat hij op mijn geld uit was. Gelukkig veranderde dat beeld toen ze hem leerden kennen. Ze zagen hem als de lieve, vrolijke, charmante en zorgzame Karim, zoals ik hem kende.

 Karim wilde graag aan het werk. In Tunesië werkte hij in de horeca en nadat hij een tijdelijke verblijfsvergunning kreeg, kon hij niet wachten om daarmee verder te gaan. Alleen zit niemand te wachten op een buitenlander die moeizaam Nederlands spreekt. Hij kon alleen als afwashulp aan de slag. Dat vond hij moeilijk. In Tunesië stelde Karim iets voor. Hij kwam uit een goed gezin, had een opleiding, een baan, een huis en een Nederlandse vrouw. Dan heb je het daar wel gemaakt. Hier was hij niks. Hij had geen enkel aanzien. Zo voelde hij dat en daar had hij moeite mee. Hij keerde in zichzelf. Hij sloot me buiten, praatte nergens meer over. Ik kon niet tot hem doordringen. Ik had geen idee wat er in zijn hoofd omging. Hij nam afstand. Hij was minder thuis, bleef overal hangen. Hij ontdekte het uitgaan. Elk weekend ging hij stappen en kwam telkens later thuis. Ik vond het niet leuk, maar liet hem zijn gang gaan. Hij had het blijkbaar nodig. Hij was jong, ik wilde hem niet te veel opleggen. Ik was ook blij dat hij het naar zijn zin had in Nederland. Ik hoopte dat hij vrolijker werd van meer vrijheid, maar dat was niet zo. Hij werd depressief. Hij genoot nergens meer van. Dat was moeilijk voor ons allebei. Ik probeerde hem te helpen, maar drong niet tot hem door. Een therapeut of coach is in zijn cultuur bijna een schande, dus daar wilde hij niet naartoe.

Eerst deelden we alles met elkaar, nu helemaal niks meer. Daardoor kregen we ruzie. Voor mijn gevoel stond ik er steeds meer alleen voor. Ik wilde hem helpen, maar ook dingen als gezin doen. Hij wilde zijn eigen gang gaan. Hij vluchtte in sporten, feesten en een onbezorgd leven.

 Zo kende ik Karim niet. Ik hoopte dan ook dat het voorbij zou gaan. Daar leek het even op. Hij kreeg een baan in de bediening in een leuk café-restaurant in Amsterdam. Daar was hij heel blij mee. Financieel zou het daardoor beter gaan. We leefden al die tijd van mijn salaris. Sinds de geboorte van Amir werkte ik een dag minder, dus dat was niet riant. Met een dubbel inkomen en een baan die hij leuk vond, fleurde hij wat op. Nu kwamen de zeven vette jaren, dacht ik. Juist op dat moment vertelde hij dat hij het allemaal niet meer wist.

Ik kon het niet geloven. We hadden onze problemen, maar die kwamen vooral door de omstandigheden. Juist nu die beter waren, ging hij bij een vriend wonen om na te denken. Na drie weken wist hij het nog niet. Hij was ongelukkig, had andere verwachtingen van het leven. Ik stelde hem toen voor de keuze. Of we gingen er samen voor of het was over. Hij koos voor dat laatste.

Ik was kapot. Dit verwachtte ik totaal niet. We hebben het zo goed gehad samen. Al mijn zekerheden had ik voor hem opgegeven. Daarna liet hij alles achter om samen een toekomst op te bouwen. We hadden zoveel meegemaakt, hebben bewust voor elkaar gekozen. Ondanks alle verschillen. Ik snapte niet waarom hij nu niet voor ons wilde vechten.

 We zijn inmiddels een jaar verder. De scheiding is rond. We zijn allebei door een diep dal gegaan. Karim stortte zich volledig op zijn werk, daarna vooral op uitgaan. Hij genoot er niet van, werd alleen maar depressiever. Vond dat hij had gefaald. Maar terugkomen en meer verantwoording nemen zat er ook niet in. Dat kon hij niet. Dat wilde hij ook niet.

Ik ben heel verdrietig geweest. Boos ook. Vooral in het begin vroeg ik me af of ik me had vergist. Ik heb hem een keer gevraagd of hij toch voor geld met me was getrouwd. Of voor een verblijfsvergunning, want die had hij inmiddels binnen. Ik heb nog nooit iemand zo gekwetst gezien. Onze liefde was echt. Dat weet ik ook. Daar twijfel ik niet meer aan. Maar soms bekruipt me opeens dat gevoel. Die onmacht en onbegrip. Ik snap niet hoe hij zo snel op kon geven. Waarom hij niet wilde vechten. Maar aan de andere kant zie ik ook hoe hij is veranderd. Hij is niet meer die vrolijke en positieve jongen die ik ontmoette tijdens mijn vakantie in Sousse. Die geweldige man waarmee ik ben getrouwd.

 Een toekomst samen hebben we niet meer, maar contact is er wel. Ook met zijn familie. Volgend jaar wil ik samen met onze zoon naar de familie in Tunesië. Ik mis ze en ze hebben Amir te lang niet gezien. Karim is voorlopig vooral druk met zichzelf. Ik heb het gezag over Amir, Karim bemoeit zich nauwelijks met de opvoeding. Hij heeft eens per week een papa-dag. Dan is hij alleen met Amir bij mij thuis. Hij wil niet meer contact dan die ene dag. Meer verantwoording kan hij niet aan. Dat vind ik heel erg. Ook voor Amir. Ik gun hem een gezin. Of in elk geval een vader die er voor hem is. Hopelijk komt dat nog. Over een paar jaar, als Karim beter in zijn vel zit en volwassen is geworden.

 Het waren heftige jaren. Spijt heb ik niet. Ik heb de verdrietigste jaren met Karim meegemaakt, maar die overschaduwen de goede jaren niet. Want samen met Karim heb ik ook de mooiste tijd van mijn leven gehad.’’

Kim.2 leeft en geniet voor twee

Schrijfster kim Moelands heeft haar leven terug dankzij Duitse donorlongen

Kim Moelands ontving donorlongen en kreeg daarmee haar leven terug. ,,Het traject was onmenselijk, maar het is alle ellende waard geweest.’’

Door Michèle Hartog

Kim Moelands (35) straalt. Ze heeft rode blossen op haar wangen, klets aan één stuk door, heeft een twinkeling in haar ogen en oogt fit. Al is haar gezicht wat opgezet door medicijnen, zijn haar armen en benen sterk vermagerd, ze ziet er niet uit als iemand die door taaislijmziekte herhaaldelijk op het randje van de dood zweefde.

,,Ik voel me zo goed. Het is echt lang geleden dat ik zoveel energie had, zo makkelijk kon ademen’’, vertelt ze blij in haar Amsterdamse appartement. ,,De laatste tijd heb ik kilometers gelopen, in de duinen, op het strand en gewoon over straat met de hond. Of even naar de supermarkt om boodschappen te doen. Het klinkt normaal, voor mij is dat zo bijzonder. Ik kon een tijd lang helemaal niks. Ik moest alles vragen, nu kan ik het weer zelf. Heerlijk!’’

 Kim vecht al haar hele leven tegen de dodelijke taaislijmziekte: Cystic Fibrosis. Bij deze ziekte is het slijm op verschillende plaatsen in het lichaam bijzonder taai. Daardoor voeren afvalstoffen niet goed af, ontstaan slijmophopingen in diverse organen die weer leiden tot infecties, verstoppingen en littekenvorming.

,,Als baby huilde ik veel, had veel buikpijn en hoestbuien. Mijn ouders maakten zich ontzettend veel zorgen. Op mijn derde werd uiteindelijk de diagnose gesteld. Taaislijmziekte is een rotziekte. Het beneemt je letterlijk de adem. Het aftakelingsproces is niet tegen te houden. Jaren ging het met behulp van dagelijks veel medicijnen goed met me, maar langzaamaan werd ik minder stabiel. De hand om mijn keel werd steeds strakker, daar was geen ontkomen aan.’’

,,Dat was niet alleen zwaar voor mij, ook voor mijn familie. Ik ben heel hecht met mijn ouders, zij stonden altijd voor me klaar. Minstens één keer in de week hielpen ze met het huishouden en mijn persoonlijke verzorging. Ook mijn zus heeft een periode intensief geholpen. Ze woont ver weg, dus dat was heel zwaar voor haar. Mijn ziekte heeft een behoorlijke wissel getrokken op de mensen om mij heen. Op een gegeven moment belandde ik op een punt dat niemand meer iets voor me kon doen. Dat machteloos toekijken hoe iemand waar je van houdt zo vreselijk lijdt, is vreselijk.’’

 Kim weet waar ze het over heeft. In 2005 verloor ze haar vriend Ron aan dezelfde ziekte. Nieuwe longen kwamen voor hem te laat, hij overleed in het ziekenhuis. Ook kim had weinig hoop op een lange toekomst. Gemiddeld worden patiënten met deze ziekte niet ouder dan veertig jaar.

,,Ron stierf in mijn armen. Hoewel het slecht met hem ging, kwam het toch heel onverwachts’’, vertelt ze. ,,Ron heeft zo geleden, dat was vreselijk. Het is niet te beschrijven wat ik toen voelde. Ik verloor mijn maatje, mijn alles. Mijn eigen dood kwam ook dichtbij. Het is moeilijk als je weet wat je te wachten staat. Om te weten hoe het is als donorlongen te laat komen.’’

Nadat Kim afscheid moest nemen van haar geliefde schreef ze de debuutroman Ademloos over haar leven en de dood van Ron. Maar ook over hoe ze de draad weer oppakte, weer zin kreeg in het leven samen met haar Bosnische hond Balou.

Terwijl haar aangrijpende boek goed werd ontvangen en veel aandacht kreeg in de media, ging het met de gezondheid van Kim bergafwaarts. Haar longfunctie verminderde met als gevolg dat ze nog benauwder en vermoeider was en lichamelijke klachten verergerden. Omdat haar gezondheid zo verslechterde, werd ze eind 2009 gescreend voor nieuwe longen.

 Er is alleen al jaren een groot tekort aan donoren in ons land. Nederland kent een donorregistratiesysteem waarbij men zich moet registreren om donor te zijn. Kim pleit al lange tijd voor Actieve Donorregistratie (ADR) waarin mensen worden geactiveerd om een keuze te maken.

,,Ik kwam in aanmerking voor donorlongen, maar de wachttijd voor mijn bloedgroep en lengte kon oplopen tot zeven jaar. Onmogelijk dat ik dat zou halen. Ik was verdrietig, voelde me zo machteloos. Ik was razend op de politiek dat ze het systeem maar niet aan wilde passen en daardoor per jaar zo’n 200 mensen onnodig sterven. Woedend dat mijn leven en dat van anderen blijkbaar zo weinig voorstelde in Den Haag. Maar ik kon niet blijven hangen in deze emoties, daar had ik de energie niet voor. Ik moest gewoon afwachten en hopen op een wonder.’’  

 Terwijl ze wachtte op donorlongen, werd Kim in februari 2010 overvallen door een klaplong. Haar rechterlong verschrompelde, de pijn was ondragelijk. In het ziekenhuis werd een drain geplaatst, een slangetje in de borstholte dat ervoor zorgde dat ze weer wat lucht kreeg. Ze werd op de Nederlandse urgentielijst geplaatst en was als tweede aan de beurt bij beschikbare longen. Na een lange ziekenhuisopname wachtte ze uiteindelijk thuis samen met haar nieuwe partner Jan op het verlossende telefoontje.

,,Dat was zo zwaar. Ik tuurde constant naar mijn mobieltje, hopend op nieuwe longen’’, vertelt Kim. ,,Jan probeerde de tijd zo leuk mogelijk te maken. We leerden elkaar kennen door een interview en sindsdien zijn we onafscheidelijk. Ondanks de ellende, genoten we enorm van elkaar en van onze tijd samen. Hij danste met me, met rolstoel en drain, tijdens een concert, we gingen vaak naar onze stamkroeg en als ik me niet goed genoeg voelde om naar een restaurant te gaan, dan haalde hij het diner op. We hebben uren gekletst, gelachen, plannen gemaakt voor de toekomst.’’

Door Jan wilde Kim vechten voor die toekomst. ,,Zonder Jan had ik het niet gered. Voordat ik hem ontmoette vond ik het goed zo. Ik had alles bereikt wat ik wilde. Ik had genoten van het leven, van mijn familie en vrienden. Ik had een boek geschreven, leuke dingen gedaan. Het was mooi zo. Totdat ik Jan ontmoette, door hem wilde ik verder leven. Dat klinkt misschien onaardig voor mijn ouders, familie en vrienden. Zij zijn heel belangrijk voor me, maar zonder partner is dit traject gewoon niet te doen.’’

 Tussen nog twee klaplongen door trouwden Kim en Jan in mei. Ze hadden een grote bruiloft in gedachten, een mooi feest en Kim had haar prinsessenjurk al gevonden. De tweede klaplong maakte duidelijk dat een groots huwelijk er niet in zat. Uiteindelijk is het stel in hun eigen woonkamer getrouwd. Na afloop scheurde Kim met haar scootmobiel over het dakterras, met achter haar aan rammelende blikjes en een bordje ‘just married’.

,,Het was zo mooi. Zo intiem en emotioneel, met Jan en onze naasten. Dat deze man mij als zijn vrouw wilde, geweldig. Nog steeds word ik emotioneel als ik daaraan terug denk. Ik heb hard moeten vechten om niet dood te gaan. Ik ben er nog, ik heb na het verlies van Ron weer een grote liefde gevonden en ben met hem getrouwd. Heel bijzonder.’’

 Na de bruiloft volgde een derde klaplong. Deze werd Kim bijna fataal. Haar hart kreeg zo’n klap, dat het er even mee stopte. Door het snelle handelen van Jan, overleefde Kim op het nippertje. Vanaf dat moment verbleef ze in het ziekenhuis.

,,Het vliegt me nog wel eens aan als ik terug denk aan die tijd in het ziekenhuis. De fysieke achteruitgang gecombineerd met het machteloos afwachten is onmenselijk.’’

Kim is zichtbaar geëmotioneerd als ze terugkijkt op deze heftige periode. ,,Ik had me voorgenomen nooit in het ziekenhuis te gaan wonen. Ik heb te veel mensen zien wegkwijnen in zo’n kamertje, mensen die het toch niet hebben gehaald. Ik ben altijd voor kwaliteit gegaan en daar hoorde zo’n tijd in het ziekenhuis niet bij. Maar als het zover is, blijf je grenzen verleggen. Ik wilde zo graag blijven leven, dat ik deze laatste strohalm aangreep. Het was of doodgaan of daar afwachten.’’

 Kim verbleef fulltime in het ziekenhuis. Daar werd ze dag en nacht verzorgd door haar echtgenoot en familie. Hoewel het nooit haar droom was om zich te laten wassen en verzorgen door haar man, deed hij het op een manier waardoor het goed voelde. ,,Jan deed nergens moeilijk over. Hij deed alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Hij zorgde zo liefdevol voor me, dat het voor mij acceptabel was. Dat ik me mens bleef voelen.’’

,,Lichamelijk kon ik niks meer, maar psychisch gezien bleven we aan elkaar gewaagd. We hebben elkaar in deze heftige tijd gesteund, waren een team. De humor, onze interesses en het plannen maken voor de toekomst bleef hetzelfde. Op die manier hebben we elkaar er doorheen gesleept.’’

 Kim stond op een Nederlandse urgentielijst, maar werd in augustus ook op de internationale lijst geplaatst. In Nederland was ze nog steeds als tweede aan de beurt, op de internationale lijst stond ze bovenaan. De regels om op die lijst te komen zijn streng, zo moet een patiënt bijvoorbeeld in het ziekenhuis ‘wonen’. Elke twee weken wordt ook opnieuw bekeken of een patiënt nog steeds in aanmerking komt voor die urgentielijst.

In september kwam het verlossende bericht voor Kim. De longen van een 57 jarige vrouw uit Duitsland werden haar redding.

,,Ik kon het bijna niet geloven. Na zo lang wachten was het eindelijk zover. Op dat moment gaat het heel snel. Je wordt in no time voorbereid, hebt nauwelijks tijd om afscheid te nemen. Waarschijnlijk ook maar beter. Want je weet op dat moment dat er twee opties zijn. Of je wordt na uren wakker met nieuwe longen, of je haalt de operatie niet. Dat idee is heftig. Het moment dat ik mijn trouwring afdeed, vergeet ik nooit meer.’’

Na een zware operatie van tien uur werd, zoals ze het zelf omschrijft, Kim.2 geboren. Een nieuw mens dat vrijuit kon ademen. Het is bijna niet voor te stellen dat iets wat voor de meeste mensen zo normaal is, voor een ander zo intens is.

,,Die eerste ademteug was fantastisch. Geweldig om mijn longen met lucht vol te laten lopen. Om zo vrij te kunnen ademen. Dat was het enige waar ik de eerste uren over kon praten. Mijn vader zat naast me en ik kletste hem de oren van de kop. Zo euforisch was ik door dit nieuwe, vrije gevoel.’’

 De eerste drie maanden na de longtransplantatie waren cruciaal. Kim’s lichaam had de nieuwe longen kunnen afstoten, maar het ging goed. Na het eerste jaar is de kans op afstoting kleiner.

,,De eerste maanden waren heftig. Zowel fysiek als emotioneel. Af en toe vlogen de emoties me aan. De zware periode in het ziekenhuis, de gedachte dat ik er bijna niet meer was geweest, maar ook het ongeloof dat een buitenlandse donor mijn leven moest redden. Als het aan Den Haag had gelegen, was ik hier niet meer geweest.’’

Daarbij was Kim de eerste maanden veel moe door een medicijn waar ze niet goed tegen kon. Ze trilde zo erg dat haar eten en drinken regelmatig door de kamer vloog. Haar lichaam verloor zoveel kracht, dat ze duidelijk moest aansterken. Drie keer in de week fysiotherapie en daarnaast zoveel mogelijk bewegen was het advies.

,,Gelukkig voelde ik me nadat de medicijnen waren aangepast al snel beter. Daardoor kon ik aan mijn conditie werken en aansterken. Voor het eerst in mijn leven heb ik nu rust in mijn lijf.’’

 Kim is een echte levensgenieter. Nu het weer kan, wil ze ook zoveel mogelijk doen, zien, ontdekken en intens genieten van elk moment. Ze loopt kilometers, fietst en geniet van de vele wandelingen met Jan en Balou. Eindelijk heeft ze ook weer tijd en energie voor vriendinnen.

,,Vrienden heb ik lange tijd noodgedwongen op afstand gehouden. Een heel klein clubje zag ik af en toe een uurtje, maar dat kostte vaak al te veel energie.’’

Kim en Jan stuurden eens in de paar weken een nieuwsbrief rond met een update over Kim’s gezondheid. Dat leverde telkens ontelbare lieve reacties op.

,,Dat heeft ons heel erg gesteund. Onze vrienden begrepen dat ik te ziek was om sociaal te kunnen zijn en accepteerden dat ze alleen op afstand betrokken konden zijn. Ik ben een sociaal dier en vond het moeilijk dat ik steeds minder mensen kon zien en niet meer voor vrienden klaar kon staan. Zo fijn dat ik dat nu weer op kan pakken. 2011 wordt dan ook het jaar van de inhaalslag’’, vertelt Kim.

,, Ik heb me heel schuldig gevoeld. Iedereen was altijd met mij bezig. Mensen van wie ik houd konden alleen maar machteloos toekijken. Heel rot, vond ik dat. Maar dat verdriet en schuldgevoel moest ik tijdens dit proces uitschakelen. Bij gebrek aan energie, beperk je je tot de kern. Alles wat niet ter zake doet, ebt weg. Maar het is zo fijn dat ik nu dingen voor anderen kan doen. Ik maak de lekkerste ontbijtjes voor Jan, verwen mijn ouders en zus met de meest uitgebreide lunch als ze langskomen en heb eindelijk weer tijd voor die grote geweldige groep mensen om me heen. Heerlijk!’’

 Kim maakte altijd plannen voor de toekomst. Al was het onzeker of ze een bepaalde reis ooit kon maken of sterk genoeg zou zijn voor bepaalde uitdagingen, alleen al het uitstippelen en erover fantaseren, maakte haar blij. Nu kan ze al die dromen echt uit laten komen.

,,Opeens ligt mijn toekomst open. Ik ben zo blij met die vrijheid, dat ik alles tegelijk wil doen. We zijn net op vakantie in Nederland geweest en gaan dit jaar naar New York, een grote wens van mij. Mijn agenda puilt uit, ik was al aan het solliciteren, ben bezig met een autobiografisch boek en een thriller. Ik schiet alle kanten uit en moet daar duidelijk nog een balans in vinden.’’

,,Maar ik kan eindelijk mezelf en de wereld gaan ontdekken. Dat gevoel is overweldigend. Ik geniet zo intens van elk moment. Ik kan niet beschrijven hoe dankbaar ik mijn donor ben. Door haar leef ik nog. Door haar heb ik weer een toekomst. Ik wil me nuttig maken in dit leven. Zorgen dat mijn donor trots op me is. Ik ga alles uit het leven halen, want door haar leef ik voor twee.’’

 

Wie is Kim Moelands

 Geboren: 3 oktober 1975 in Goirle.

Woonplaats: Amsterdam.

Zusje: Juliette.

Relatie: Kim is getrouwd met Jan.

Over Kim: Op haar derde wordt de diagnose taaislijmziekte gesteld. Ondanks lichamelijke klachten en ziekenhuisopnames haalt ze het havo-diploma en start de studie Communicatiemanagement aan de Hoge School van Utrecht. Een betaalde baan is door haar fysieke beperking niet haalbaar, maar ze werkt als vrijwilliger voor de Hoge School, als recensent en later als hoofdredacteur voor thrillersite Crimezone.nl en op de redactie van het tijdschrift Linda. Haar gezondheid verslechtert waardoor ze moet stoppen.

In me 2007 gaat ze voor de boekensite Ezzulia.nl werken en in oktober 2007 begint ze met het schrijven van haar eigen heftige levensverhaal. Ademloos ligt een jaar later in de winkels. In februari 2010 verschijnt haar thrillerdebuut Weerloos.

In september 2010 krijgt Kim nieuwe longen. De longtransplantatie slaagt en de laatste maanden werkt Kim aan een nieuwe autobiografische roman en aan een thriller. 

 www.kimmoelands.nl

 

Taaislijmziekte

 Cystic Fibrosis (taaislijmziekte) is een aandoening waarbij slijm dat op diverse plaatsen in het lichaam wordt afgescheiden, abnormaal taai is. Daardoor kan het de afvalstoffen in het lichaam, zoals stofdeeltjes en bacteriën die worden ingeademd, niet goed afvoeren. Als gevolg daarvan ontstaan slijmophopingen in diverse organen. Dit leidt tot infecties, verstoppingen en littekenvorming waardoor de organen steeds minder functioneren.

Naar schatting lijden er in Nederland 1300 mensen aan taaislijmziekte. Jaarlijks worden ongeveer vijftig baby’s geboren met deze erfelijke aandoening. Het is de meeste voorkomende erfelijke ziekte met een beperkte levensverwachting. Patiënten worden gemiddeld niet ouder dan 40 jaar.

 Meer informatie: De Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting. www.ncfs.nl