‘Spijt heb ik niet’

In Vriendin-nummer 37 van 2005 vertelde Mariska (44) over haar grote liefde Karim (27) uit Tunesië. Ondanks het leeftijdsverschilverschil, andere achtergrond en negatieve reacties uit haar omgeving, vertrok Mariska voor hem naar Afrika.

 ,,Er is veel gebeurd sinds het interview. Ik was toen anderhalf jaar samen met mijn vakantieliefde, we waren net getrouwd en dolgelukkig. Ik vond het best lastig om alles achter me te laten en in Tunesië opnieuw te beginnen. Maar na een paar maanden had ik mijn draai gevonden. Ik werkte bij een reisbureau waar ik leuke mensen ontmoette. Karim en ik deden veel samen, ik kreeg vriendinnen en in zijn familie voelde ik me heel welkom. Iedereen was hartelijk, zijn zussen betrokken me overal bij. Ze zorgden ervoor dat ik me thuis voelde zo ver weg van mijn familie en vrienden.

Al snel na ons trouwen bleek ik zwanger. We waren zo blij! Maar met een kleintje op komst, begonnen ook de zorgen. Voor ons huwelijk zei Karim nooit te willen emigreren. Hij was gelukkig in zijn land, kon niet zonder zijn familie en vrienden. Maar Tunesië is erg arm, onderwijs en zorg zijn lang niet zo goed geregeld als hier. Karim dacht dat ons kleintje beter op kon groeien in Nederland. Vanwege mijn leeftijd, toen 39, vond ik het ook prettig om in Nederland te zwangeren en te bevallen. Ik kon makkelijk terug. Mijn oude huis was nog niet verkocht. De negen maanden onbetaald verlof waren net voorbij, maar mijn baas wilde me graag terughebben. Dus na een half jaar was het mooie avontuur in Tunesië over. Achteraf weet ik niet of dat een juiste beslissing is geweest. In Tunesië ging het goed tussen ons. We deelden alles, vulden elkaar perfect aan en hadden zoveel lol. We waren gelukkig. Vooral Karim was daar echt gelukkig.’’

 Het eerste jaar in Nederland genoten we volop van onze zoon Amir. Karim was de hele dag met hem bezig. Hij was heel zorgzaam, deed alles voor ons. Begin 2006 zat mijn zwangerschapsverlof er op en in maart startte Karim met inburgeren. Hij was de beste van zijn klas. Hij was enthousiast en leergierig, zette zich helemaal in. Het ging eigenlijk allemaal goed. Karim miste zijn familie en vrienden wel, maar we hielden veel contact en hij voelde zich hier steeds meer thuis. Hij zat op voetbal en leerde leuke jongens kennen. Het klikte ook met mijn vrienden. Voor ons huwelijk waren zij nogal sceptisch. Ze geloofden niet in onze liefde. Ze dachten dat Karim misbruik van mij maakte. Dat hij op mijn geld uit was. Gelukkig veranderde dat beeld toen ze hem leerden kennen. Ze zagen hem als de lieve, vrolijke, charmante en zorgzame Karim, zoals ik hem kende.

 Karim wilde graag aan het werk. In Tunesië werkte hij in de horeca en nadat hij een tijdelijke verblijfsvergunning kreeg, kon hij niet wachten om daarmee verder te gaan. Alleen zit niemand te wachten op een buitenlander die moeizaam Nederlands spreekt. Hij kon alleen als afwashulp aan de slag. Dat vond hij moeilijk. In Tunesië stelde Karim iets voor. Hij kwam uit een goed gezin, had een opleiding, een baan, een huis en een Nederlandse vrouw. Dan heb je het daar wel gemaakt. Hier was hij niks. Hij had geen enkel aanzien. Zo voelde hij dat en daar had hij moeite mee. Hij keerde in zichzelf. Hij sloot me buiten, praatte nergens meer over. Ik kon niet tot hem doordringen. Ik had geen idee wat er in zijn hoofd omging. Hij nam afstand. Hij was minder thuis, bleef overal hangen. Hij ontdekte het uitgaan. Elk weekend ging hij stappen en kwam telkens later thuis. Ik vond het niet leuk, maar liet hem zijn gang gaan. Hij had het blijkbaar nodig. Hij was jong, ik wilde hem niet te veel opleggen. Ik was ook blij dat hij het naar zijn zin had in Nederland. Ik hoopte dat hij vrolijker werd van meer vrijheid, maar dat was niet zo. Hij werd depressief. Hij genoot nergens meer van. Dat was moeilijk voor ons allebei. Ik probeerde hem te helpen, maar drong niet tot hem door. Een therapeut of coach is in zijn cultuur bijna een schande, dus daar wilde hij niet naartoe.

Eerst deelden we alles met elkaar, nu helemaal niks meer. Daardoor kregen we ruzie. Voor mijn gevoel stond ik er steeds meer alleen voor. Ik wilde hem helpen, maar ook dingen als gezin doen. Hij wilde zijn eigen gang gaan. Hij vluchtte in sporten, feesten en een onbezorgd leven.

 Zo kende ik Karim niet. Ik hoopte dan ook dat het voorbij zou gaan. Daar leek het even op. Hij kreeg een baan in de bediening in een leuk café-restaurant in Amsterdam. Daar was hij heel blij mee. Financieel zou het daardoor beter gaan. We leefden al die tijd van mijn salaris. Sinds de geboorte van Amir werkte ik een dag minder, dus dat was niet riant. Met een dubbel inkomen en een baan die hij leuk vond, fleurde hij wat op. Nu kwamen de zeven vette jaren, dacht ik. Juist op dat moment vertelde hij dat hij het allemaal niet meer wist.

Ik kon het niet geloven. We hadden onze problemen, maar die kwamen vooral door de omstandigheden. Juist nu die beter waren, ging hij bij een vriend wonen om na te denken. Na drie weken wist hij het nog niet. Hij was ongelukkig, had andere verwachtingen van het leven. Ik stelde hem toen voor de keuze. Of we gingen er samen voor of het was over. Hij koos voor dat laatste.

Ik was kapot. Dit verwachtte ik totaal niet. We hebben het zo goed gehad samen. Al mijn zekerheden had ik voor hem opgegeven. Daarna liet hij alles achter om samen een toekomst op te bouwen. We hadden zoveel meegemaakt, hebben bewust voor elkaar gekozen. Ondanks alle verschillen. Ik snapte niet waarom hij nu niet voor ons wilde vechten.

 We zijn inmiddels een jaar verder. De scheiding is rond. We zijn allebei door een diep dal gegaan. Karim stortte zich volledig op zijn werk, daarna vooral op uitgaan. Hij genoot er niet van, werd alleen maar depressiever. Vond dat hij had gefaald. Maar terugkomen en meer verantwoording nemen zat er ook niet in. Dat kon hij niet. Dat wilde hij ook niet.

Ik ben heel verdrietig geweest. Boos ook. Vooral in het begin vroeg ik me af of ik me had vergist. Ik heb hem een keer gevraagd of hij toch voor geld met me was getrouwd. Of voor een verblijfsvergunning, want die had hij inmiddels binnen. Ik heb nog nooit iemand zo gekwetst gezien. Onze liefde was echt. Dat weet ik ook. Daar twijfel ik niet meer aan. Maar soms bekruipt me opeens dat gevoel. Die onmacht en onbegrip. Ik snap niet hoe hij zo snel op kon geven. Waarom hij niet wilde vechten. Maar aan de andere kant zie ik ook hoe hij is veranderd. Hij is niet meer die vrolijke en positieve jongen die ik ontmoette tijdens mijn vakantie in Sousse. Die geweldige man waarmee ik ben getrouwd.

 Een toekomst samen hebben we niet meer, maar contact is er wel. Ook met zijn familie. Volgend jaar wil ik samen met onze zoon naar de familie in Tunesië. Ik mis ze en ze hebben Amir te lang niet gezien. Karim is voorlopig vooral druk met zichzelf. Ik heb het gezag over Amir, Karim bemoeit zich nauwelijks met de opvoeding. Hij heeft eens per week een papa-dag. Dan is hij alleen met Amir bij mij thuis. Hij wil niet meer contact dan die ene dag. Meer verantwoording kan hij niet aan. Dat vind ik heel erg. Ook voor Amir. Ik gun hem een gezin. Of in elk geval een vader die er voor hem is. Hopelijk komt dat nog. Over een paar jaar, als Karim beter in zijn vel zit en volwassen is geworden.

 Het waren heftige jaren. Spijt heb ik niet. Ik heb de verdrietigste jaren met Karim meegemaakt, maar die overschaduwen de goede jaren niet. Want samen met Karim heb ik ook de mooiste tijd van mijn leven gehad.’’

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

vijftien + 10 =